Tijden veranderen en de schooltijden zijn daarop geen uitzondering. Steeds vaker klinkt de roep om schooltijden beter aan te laten sluiten aan de maatschappelijke en professionele verplichtingen van ouders. Zo deed het continurooster zijn intrede, want dat is zo prettig voor ouders en de overblijf hoeft niet apart betaald en georganiseerd te worden. Maar dat […]

Jan Fasen schreef: Afgelopen maandag las ik een artikel van Sezgin Cihangir in NRC. Hij zet zich af tegen experimenteel onderwijs en stelt dat ‘directe instructie’ de enige methode is die kinderen een stevige basis geeft voor hun verdere ontwikkeling. Bij directe instructie draagt een leraar, met hulp van een daarvoor ontwikkeld model, kennis over aan leerlingen in de klas. Iedereen kent het, heeft er in zijn schooltijd uitvoerig kennis mee gemaakt, want sinds jaar en dag is het vermoedelijk de meest toegepaste methode op scholen. Maar als die manier van werken de beste en enig juiste is voor goed onderwijs en scholen al sinds mensenheugenis ermee werken, hoe is het dan mogelijk dat we jaar op jaar van de inspectie horen dat ons onderwijs onder de maat is?

Iris Haentjens en Ruben De Baerdemaeker schrijven: In een vorige blogpost kondigden we een bescheiden experiment aan, waarbij we in enkele klassen een tijdlang geen punten meer zouden geven voor onze vakken, Engels en Frans. Hieronder kun je lezen hoe dat is afgelopen, vanuit het perspectief van de leerlingen, van ons als leraren – en hoe de buitenwereld er onverwacht heftig op reageerde.

Het is een debat dat in Vlaanderen én in Nederland voor de nodige verhitte discussies kan zorgen. Terwijl in veel landen men comprehensief onderwijs kent, waarbij de studiekeuze uitgesteld wordt, moet je in Nederland en in Vlaanderen (en nog in enkele andere landen of regio’s) vrij vroeg een keuze maken in het secundair of voortgezet […]

20 maart 2023, de dag dat minister Weyts nogmaals uitpakte met het idee om een stuk van het lerarentekort aan te pakken met uitgeleende werknemers, vond in Brussel de slotconferentie plaats van het project “Bouwstenen voor een effectieve aanvangsbegeleiding in Vlaamse scholen”. Wellicht is dit ook voor veel onderwijsmensen in Vlaanderen het eerste wat ze […]

Lezen is iets sociaals. Het brengt je in aanraking met de denkwereld van anderen, met hun ervaringen en hun fantasieën. Met eenzame denkers heeft dat alles weinig te maken, en scholen hebben dan ook de opdracht om teksten voor kinderen tot leven te wekken. Hoe krijg je het zover, dat kinderen van letters tussen twee kaften gaan houden, dat ze een smaak voor teksten ontwikkelen? Docenten hebben daar van alles en nog wat op verzonnen. Ze lezen voor, ze laten kinderen voorlezen, ze praten met hen over boeken, ze  brengen hen in aanraking met mensen die thuis zijn in de boekenwereld.

In het boekje ‘Lezen is iets tussen mensen’ beschrijft Rineke van Daalen scènes in drie, sterk verschillende, schoolbibliotheken. Het is een krachtig pleidooi voor mediatheken en schoolbibliotheken, die een sleutelrol spelen om kinderen leesplezier bij te brengen.

Er is de laatste tijd enig rumoer over een mogelijk wettelijk verbod van mobieltjes op scholen. De voorstanders van zo’n verbod beroepen zich op de wetenschap die zou hebben aangetoond dat het gebruik van mobiele telefoons schadelijk is voor het leerproces. Zo schreef de Financial Times: “Smartphones and social media are destroying children’s mental health; evidence of the catastrophic effects of increased screen-time is now overwhelming.” Zulke alarmerende uitspraken vragen erom kritisch te worden getoetst.

Dan blijkt dat de aanwijzingen voor ‘catastrofale effecten’ lang niet zo overweldigend zijn als voorstanders van een wettelijk verbod suggereren. Het zijn vaak de oudere leraren (en onderzoekers?) die moeite hebben met ICT-gebruik (inclusief smartphones) in de klas. Wanneer we naar individuele jongeren kijken, blijkt maar een kleine groep schadelijke effecten te ondervinden. Daarbij is de vraag of dat wordt veroorzaakt door mobieltjesgebruik of dat er al eerder sprake was van depressie of andere psychische klachten. Het is bovendien verstandig te overwegen dat als we mobieltjes in scholen verbieden, we de nieuwe generatie niet kunnen leren hoe ze er verantwoordelijk mee omgaan.

Begin 2023 verscheen Vier wegen naar motivatie van Dirk van der Wulp en Sandra Elzinga. Het is een werkboek bij Dirks boekje Motiveren is te leren dat in 2018 bij SWP verscheen. Dit werkboek is een praktische uitwerking van de zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci, waarmee de lezer direct aan de slag kan. Het is gebaseerd op jarenlange ervaring van de auteurs met de begeleiding van leerlingen en training van docenten.

Ook dit jaar vraag ik jullie, onze lezers, een (kleine) bijdrage in de kosten om dit blogcollectief in de lucht te houden. We zoeken geen sponsors of subsidie, zodat we onze onafhankelijkheid als kritische onderwijsbloggers kunnen behouden. De bijdrage wordt besteed om de kosten te dekken van het Wordpress abonnement, plugins en andere voorzieningen.

Vlaamse en Nederlandse leerlingen behoren tot de minst gemotiveerden ter wereld. Hoe zou dat komen en wat kunnen we daaraan doen? Het probleem wordt meestal bij de leerlingen gelegd, die geen zelfdiscipline zouden hebben, niet zouden willen leren en niet kunnen plannen. Het nieuwste boek van Rob Martens, Leerlingen Vlaamse en Nederlandse leerlingen behoren tot de minst gemotiveerden ter wereld. Hoe zou dat komen en wat kunnen we daaraan doen? Het probleem wordt meestal bij de leerlingen gelegd, die geen zelfdiscipline zouden hebben, niet zouden willen leren en niet kunnen plannen. Het nieuwste boek van Rob Martens, Leerlingen intrinsiek motiveren geeft ons, volwassenen, leraren, opvoeders, inzicht in wat leerlingen intrinsiek motiveert en wat mensen in het algemeen drijft.
Rob Martens hangt een positief, humanistisch, psychologisch mensbeeld aan, lijnrecht tegenover het neoliberalistische, op prestatie, controle, afrekening en beloning gerichte beleid, dat ons onderwijs doortrekt. Dat maakt dit een sympathiek boek. De lezer vindt hierin inspiratie voor het interessanter en relevanter maken van het onderwijs. Dat vergroot het werkplezier van leraren zowel als leerlingen.