Wij houden van literatuur. We lezen graag dikke (en dunne) boeken, leven mee met de ervaringen van personages die enkel uit lettertjes bestaan, en kunnen nog dagen of weken nadenken over wat we gelezen hebben, lang nadat het boek is dichtgeslagen. Lezen is iets magisch – dat onwetenschappelijke woord zetten we hier even in om het te hebben over de verschillende en moeilijk te omschrijven genoegens die literatuur verschaft. Maar in het klaslokaal is die magie niet altijd terug te vinden, ondanks de goede bedoelingen van handboeken, leerplannen, didactici en leerkrachten.

Als docent zijn er veel momenten waarop je nieuwsgierig bent naar jouw leerlingen of studenten. Snappen ze eigenlijk wat ik gisteren aan ze hebt uitgelegd? Wat zouden ze vinden van een bepaalde stelling? Zijn ze wel aan het denken over datgene waarover ik denk dat ze aan het denken zijn? Zijn ze in staat een gedegen antwoord te formuleren? Je zult over al die vragen waarschijnlijk bepaalde aannames hebben, maar de enige manier om te achterhalen (te toetsen) of deze aannames ook echt kloppen, is actief en systematisch naar de antwoorden op zoek te gaan.
Om die antwoorden te vinden, zet je jezelf in de schoenen van de onderzoeker. En dit past eigenlijk heel mooi bij de vertaling die we zelden in onderwijs aan de Engelse term voor toetsing – assessment – geven: een onderzoek. Denk bijvoorbeeld aan een ‘medical assessment’, een medisch onderzoek om een bepaalde diagnose te kunnen stellen en een passend behandelplan.
Je zou dus kunnen stellen dat in een proces van toetsing je als het ware een klein onderzoeksproces uitvoert

Het Grondwettelijk Hof heeft net de nieuwe Vlaamse eindtermen voor de 2e en 3e graad naar de prullenmand verwezen. Wat de toekomst moet brengen, lijkt niemand echt te weten – en misschien is dat wel prima. Je moet toch weten waar je heen wilt. Dat lijkt een volstrekt logische aanname, en het is de onuitgesproken […]

Herblogd van Kris Van den Brandens blog Duurzaam Onderwijs. Er is een nieuwe versie van het onderzoeksgebaseerde Framework for Teaching van de Danielson Group op komst. Op basis van onderzoek naar de relatie tussen onderwijs en leren bakende deze onderzoeksgroep een 70-tal kenmerken van effectief leraargedrag af (voor een preview van de nieuwe versie, zie […]

Persoonsvorming is populair geworden in en rond het onderwijs; zó populair dat het ministerie van OCW zich geroepen voelt om te onderzoeken en te overleggen hoe het in wet- en regelgeving kan worden opgenomen als algemeen onderwijsdoel. Dat is onverstandig, denk ik: zowel persoonsvorming zelf als het voornemen om het vast te leggen en voor te schrijven. In drie blogs zal ik uitleggen waarom. Deze eerste aflevering concentreert zich op persoonswording en verantwoordelijkheid.

Haas gaat Undercover is de titel van het boek dat Thijs Hogenhuis afgelopen zomer publiceerde. Dit verhaal gaat over de schoolloopbaan van Bobby, een jonge haas, die undercover gaat in het mensenonderwijs. Door middel van zijn verhaal wil Thijs de tekortkomingen van het huidige systeem illustreren. Via Zoom heb ik een gesprek met hem over zijn boek, zijn kritiek op het onderwijs en zijn ideeën voor verbetering.

Task-Based Language Teaching (TBLT) is het huidige dominante paradigma voor het vreemdetalenonderwijs in Vlaanderen en Nederland. Het begrip “taaltaak” kende een steile opgang die (in Vlaanderen althans) een tiental jaar geleden begon (ook al bestaat het al zo’n dertig jaar). Intussen zijn leerkrachten en leerlingen veelal vertrouwd met deze term – al hebben die de “taaltaak” zeker niet allemaal in het hart gesloten. Het woord “taaltaak” blijkt zelfs zoveel aversie op te roepen dat het in Vlaanderen alweer geschrapt werd uit de nieuwe leerplannen (van het KOV), ook al blijft het opzet van die leerplannen net hetzelfde. Een strenge evaluatie dringt zich op: wat zijn de deugden en ondeugden van dat task-based learning in de praktijk? Waarin ligt de meerwaarde ervan, en hoe kunnen of moeten we bijsturen of aanvullen?

Op deze plaats verschijnen geregeld verslagen en samenvattingen van wetenschappelijk onderzoek dat tot doel heeft leraren te helpen hun onderwijs effectiever te maken. De wetenschap die zich daarmee bezig houdt wordt cognitiewetenschap genoemd. Over wat we onder effectief onderwijs moeten verstaan, is hier ook een levendige discussie opgebloeid. Veel van de stukken op deze groepsblog gaan over onderzoeken die onder gecontroleerde (‘laboratorium’-) omstandigheden worden uitgevoerd. Daarbij kun je de vraag stellen in hoeverre die onderzoeken – hoeveel we daarvan ook kunnen leren – werkelijk bijdragen aan de praktijk van leraren. In dit stuk bespreek ik kakelvers onderzoek dat precies die vraag stelt.

Toetsing wordt helemaal kapot gemaakt, zegt Sam de Vlieger. Als zoveel docenten in deze periode is hij gefrustreerd over het niveau van de eindexamens, in zijn geval filosofie. Deze gedachte kwam eerder voorbij in een Onderwijsavond bij het NIVOZ en de daarop volgende dialoog met Dick van der Wateren over verwondering en vragen stellen. Hij vraagt zich hier af of toetsen niet anders zouden moeten. Als een spel bijvoorbeeld.

Dit stuk van Jan Bransen verscheen eerder op zijn eigen blog. Hij verwees ernaar in zijn dialoog met Jan Tishauser bij Didactief. Net als in zijn boek Gevormd of Vervormd? spreekt hij zich krachtig uit tegen de heersende instrumentele visie op onderwijs. Die boodschap vind je ook in mijn boek De Denkende Klas. Jan Bransen bestrijdt ook het idee dat er sprake is van een leerachterstand door Covid die met ‘effectieve interventies’ en de bak geld van het NPO moet worden weggewerkt. Dat geld kan veel beter worden besteed.