Herblogd van Kris Van den Brandens blog Duurzaam Onderwijs. Er is een nieuwe versie van het onderzoeksgebaseerde Framework for Teaching van de Danielson Group op komst. Op basis van onderzoek naar de relatie tussen onderwijs en leren bakende deze onderzoeksgroep een 70-tal kenmerken van effectief leraargedrag af (voor een preview van de nieuwe versie, zie […]

Persoonsvorming is populair geworden in en rond het onderwijs; zó populair dat het ministerie van OCW zich geroepen voelt om te onderzoeken en te overleggen hoe het in wet- en regelgeving kan worden opgenomen als algemeen onderwijsdoel. Dat is onverstandig, denk ik: zowel persoonsvorming zelf als het voornemen om het vast te leggen en voor te schrijven. In drie blogs zal ik uitleggen waarom. Deze eerste aflevering concentreert zich op persoonswording en verantwoordelijkheid.

Haas gaat Undercover is de titel van het boek dat Thijs Hogenhuis afgelopen zomer publiceerde. Dit verhaal gaat over de schoolloopbaan van Bobby, een jonge haas, die undercover gaat in het mensenonderwijs. Door middel van zijn verhaal wil Thijs de tekortkomingen van het huidige systeem illustreren. Via Zoom heb ik een gesprek met hem over zijn boek, zijn kritiek op het onderwijs en zijn ideeën voor verbetering.

Task-Based Language Teaching (TBLT) is het huidige dominante paradigma voor het vreemdetalenonderwijs in Vlaanderen en Nederland. Het begrip “taaltaak” kende een steile opgang die (in Vlaanderen althans) een tiental jaar geleden begon (ook al bestaat het al zo’n dertig jaar). Intussen zijn leerkrachten en leerlingen veelal vertrouwd met deze term – al hebben die de “taaltaak” zeker niet allemaal in het hart gesloten. Het woord “taaltaak” blijkt zelfs zoveel aversie op te roepen dat het in Vlaanderen alweer geschrapt werd uit de nieuwe leerplannen (van het KOV), ook al blijft het opzet van die leerplannen net hetzelfde. Een strenge evaluatie dringt zich op: wat zijn de deugden en ondeugden van dat task-based learning in de praktijk? Waarin ligt de meerwaarde ervan, en hoe kunnen of moeten we bijsturen of aanvullen?

Op deze plaats verschijnen geregeld verslagen en samenvattingen van wetenschappelijk onderzoek dat tot doel heeft leraren te helpen hun onderwijs effectiever te maken. De wetenschap die zich daarmee bezig houdt wordt cognitiewetenschap genoemd. Over wat we onder effectief onderwijs moeten verstaan, is hier ook een levendige discussie opgebloeid. Veel van de stukken op deze groepsblog gaan over onderzoeken die onder gecontroleerde (‘laboratorium’-) omstandigheden worden uitgevoerd. Daarbij kun je de vraag stellen in hoeverre die onderzoeken – hoeveel we daarvan ook kunnen leren – werkelijk bijdragen aan de praktijk van leraren. In dit stuk bespreek ik kakelvers onderzoek dat precies die vraag stelt.

Toetsing wordt helemaal kapot gemaakt, zegt Sam de Vlieger. Als zoveel docenten in deze periode is hij gefrustreerd over het niveau van de eindexamens, in zijn geval filosofie. Deze gedachte kwam eerder voorbij in een Onderwijsavond bij het NIVOZ en de daarop volgende dialoog met Dick van der Wateren over verwondering en vragen stellen. Hij vraagt zich hier af of toetsen niet anders zouden moeten. Als een spel bijvoorbeeld.

Dit stuk van Jan Bransen verscheen eerder op zijn eigen blog. Hij verwees ernaar in zijn dialoog met Jan Tishauser bij Didactief. Net als in zijn boek Gevormd of Vervormd? spreekt hij zich krachtig uit tegen de heersende instrumentele visie op onderwijs. Die boodschap vind je ook in mijn boek De Denkende Klas. Jan Bransen bestrijdt ook het idee dat er sprake is van een leerachterstand door Covid die met ‘effectieve interventies’ en de bak geld van het NPO moet worden weggewerkt. Dat geld kan veel beter worden besteed.

Ruben De Baerdemaeker (leraar Engels, Duits en Nederlands in Gent) schrijft hier over zijn lessen over het essay. Dit (Corona-)jaar liet hij zijn leerlingen zelf vragen stellen en essays schrijven, geïnspireerd door De Denkende Klas. Het verslag van deze lessenserie wordt afgewisseld met fragmenten uit essays die zijn leerlingen schreven.

“En wat als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven?” Onder deze merkwaardige, en intrigerende, titel schreven Eva Naaijkens en Martin Bootsma twee boeken, een voor het po en een voor het vo. Ik moet bekennen dat ik door deze titel enigszins op het verkeerde been werd gezet. Ik verwachtte een vurig betoog tegen ontdekkend en onderzoekend leren en voor expliciete directe instructie (EDI), maar dat viel mee. Hoewel de auteurs er geen geheim van maken een voorkeur te hebben voor EDI, is hun boek zeker niet alleen daarop van toepassing. Het boek gaat niet zozeer over het hoe van lesgeven, als wel over hoe dat lesgeven mogelijk te maken, welke vorm ook onze voorkeur heeft. Anders gezegd, de boeken geven handreikingen om alles wat het lesgeven in de weg staat, weg te nemen. Daarin slagen ze zonder meer. Dat neemt niet weg dat zowel de titel als de inhoud bij mij vragen oproepen.

Onze school (mavo, havo, vwo) is in beweging, met de invoering van een veertig minuten rooster dit schooljaar, voorgenomen flexuren naast de vaste lessen (met keuzemogelijkheden voor leerlingen) en coaching van leerlingen. Met deze veranderingen wordt vooral een versterking van eigenaarschap en zelfregulatie bij leerlingen beoogd, met betrekking tot hun leerproces.
Het zichtbaar -en bewust- maken van dat leerproces wordt daarbij gezien als belangrijk middel. Inzichten uit meta-analyses van John Hattie (2015) zijn hierbij leidend. Hiermee sluit onze school aan in een lange rij van scholen die een soortgelijke ontwikkeling doormaken.
Dit hele proces roept geregeld vragen en discussies op. In praktische zin, maar ook met betrekking tot de vraag welke visie op mens en onderwijs nou eigenlijk aan deze veranderingen ten grondslag ligt. Hoe maken we zorgvuldige keuzes? Ik schreef hierover een stuk voor onze school; deze bijdrage is een bewerking daarvan. Inspiratie daarbij komt vooral uit vier blogs die Piet van der Ploeg schreef over het thema eigenaarschap.