Ruben De Baerdemaeker (leraar Engels, Duits en Nederlands in Gent) schrijft hier over zijn lessen over het essay. Dit (Corona-)jaar liet hij zijn leerlingen zelf vragen stellen en essays schrijven, geïnspireerd door De Denkende Klas. Het verslag van deze lessenserie wordt afgewisseld met fragmenten uit essays die zijn leerlingen schreven.

“En wat als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven?” Onder deze merkwaardige, en intrigerende, titel schreven Eva Naaijkens en Martin Bootsma twee boeken, een voor het po en een voor het vo. Ik moet bekennen dat ik door deze titel enigszins op het verkeerde been werd gezet. Ik verwachtte een vurig betoog tegen ontdekkend en onderzoekend leren en voor expliciete directe instructie (EDI), maar dat viel mee. Hoewel de auteurs er geen geheim van maken een voorkeur te hebben voor EDI, is hun boek zeker niet alleen daarop van toepassing. Het boek gaat niet zozeer over het hoe van lesgeven, als wel over hoe dat lesgeven mogelijk te maken, welke vorm ook onze voorkeur heeft. Anders gezegd, de boeken geven handreikingen om alles wat het lesgeven in de weg staat, weg te nemen. Daarin slagen ze zonder meer. Dat neemt niet weg dat zowel de titel als de inhoud bij mij vragen oproepen.

Onze school (mavo, havo, vwo) is in beweging, met de invoering van een veertig minuten rooster dit schooljaar, voorgenomen flexuren naast de vaste lessen (met keuzemogelijkheden voor leerlingen) en coaching van leerlingen. Met deze veranderingen wordt vooral een versterking van eigenaarschap en zelfregulatie bij leerlingen beoogd, met betrekking tot hun leerproces.
Het zichtbaar -en bewust- maken van dat leerproces wordt daarbij gezien als belangrijk middel. Inzichten uit meta-analyses van John Hattie (2015) zijn hierbij leidend. Hiermee sluit onze school aan in een lange rij van scholen die een soortgelijke ontwikkeling doormaken.
Dit hele proces roept geregeld vragen en discussies op. In praktische zin, maar ook met betrekking tot de vraag welke visie op mens en onderwijs nou eigenlijk aan deze veranderingen ten grondslag ligt. Hoe maken we zorgvuldige keuzes? Ik schreef hierover een stuk voor onze school; deze bijdrage is een bewerking daarvan. Inspiratie daarbij komt vooral uit vier blogs die Piet van der Ploeg schreef over het thema eigenaarschap.

Waarom moeten kinderen naar school? Kinderen geven als antwoord: ‘Omdat het moet’. Volwassenen raken door de vraag in verlegenheid. Zo opent Geert de Vries’ dissertatie, Het pedagogisch regiem. Groei en grenzen van de geschoolde samenleving (1993). Nut en noodzaak van scholen staan zelden ter discussie en het vermogen van scholen wordt sterk overschat. ‘School cannot compensate for society’. […]

In mijn vorige stuk over de niet genoeg te prijzen serie documentaires van omroep Human schreef ik dat wij leraren niet moeten wachten tot de politiek met oplossingen komt voor kansenongelijkheid in het onderwijs. We kunnen meer dan we geneigd zijn te denken. Daarover gaat dit stuk. Oplossingen Allerlei commentaren op de serie Klassen stellen […]

Anyssa is het symbool geworden van alles wat de briljante docuserie Klassen van omroep Human ons over het onderwijs vertelt. In het slotbeeld kijkt ze ons aan.
De listig dubbelzinnige titel van de docuserie slaat tegelijkertijd op de sociale ongelijkheid en op de ongelijke kansen in het onderwijs. Als mij een ding duidelijk wordt van deze veel geprezen serie, is het dat er niet één pasklare oplossing is voor de problemen die we voorbij zien komen. Weliswaar focussen de makers op latere selectie en gelooft wethouder Moorman oprecht dat dat de oplossing is; er is meer aan de hand. Veel meer.

Op onze groepsblog verschenen eerder stukken die onderzoek uit 2014 instemmend aanhaalden, dat zou aantonen dat aantekeningen maken met de hand beter is dan met de laptop. Het is interessant hoe voortschrijdend inzicht in de wetenschap zulke stellige uitspraken in een ander daglicht kan stellen.
Ik voeg hierbij mijn vertaling van een blog van Rebecca Sullivan uit 2019, ‘Writing Notes By Hand Might Not Be Better than Typing’, gevolgd door een paar afsluitende opmerkingen van mijn hand. Het artikel dat zij bespreekt, is een studie van Morehead e.a. uit 2019.

Dit stuk verscheen eerder op de blog van René Kneyber. Zijn punt is dat je de ranglijst van Hattie niet als onderbouwing kunt inzetten.
Het boek Visible Learning van John Hattie verscheen in 2008, en is in Nederland verschenen als Leren zichtbaar maken. In dit boek vergelijkt hij  onderzoek naar interventies in het onderwijs om zo te komen tot een ranglijst te komen van wat werkt en wat niet werkt. Anno 2020 is zijn aanpak zeer omstreden, en daarmee dus ook de harde conclusies die hij trekt. Dit besef lijkt in het Nederlands onderwijs nog niet voldoende ingedaald. Regelmatig kom ik op scholen waar Hattie nog als zoete koek geslikt wordt.
In deze blog som ik de grootste bezwaren op, en reflecteer ik op wat we wel en niet kunnen met dit boek.

Wie Waar je wieg staat heeft bekeken, die wordt het zwaar te moede. De Human-documentaire van Sarah Sylbing en Esther Gould is de eerste aflevering van Klassen, een zorgvuldig gemaakte serie ‘over de strijd voor gelijke kansen in het onderwijs’. Je ziet moedige, goeiige achtstegroepers, die zich bewonderenswaardig door het selectieproces op school heenslaan.
Je ziet de slimste jongen van de klas, met het slechtste rapport.
Je ziet de lieve, betrokken leerkrachten die hun idealen onder hun vingers zien wegglippen.
Je ziet hoe PvdA-wethouder Marjolein Moorman met een enorme inzet ‘gelijke kansen’ dichterbij probeert te brengen, in de voetsporen van generaties partijgenoten.

Project DOEN (Digitale Oefenprogramma’s, En Nu?) houdt zich bezig met de vraag hoe leerkrachten leerlinggegevens (learning analytics) kunnen verzamelen en gebruiken om differentiatie te stimuleren. Het project is een samenwerking van 5 middelbare scholen en 3 onderzoeksinstellingen en is gefinancierd door het NRO. De kans van slagen van klein- of grootschalige vernieuwing (zoals het gebruik van learning analytics) binnen een school is sterk afhankelijk van de betrokkenheid van het docententeam, die de vernieuwing tenslotte tot stand moet brengen. Een manier om docentbetrokkenheid te stimuleren is door de vernieuwing (deels) te laten vormgeven door de docenten zelf. We spreken in dat geval van docentontwerpteams (DOTs). In dit korte artikel bieden we, op basis van ervaringen op de 5 deelnemende scholen, handvatten voor hoe je als school met een DOT aan de slag kunt gaan.