Scholen in het voortgezet onderwijs hebben veel mogelijkheden tot hun beschikking om hun leerlingen te motiveren. Meer dan ze in de praktijk blijken toe te passen. In het rapport ‘Motivatie om te leren’ geeft de Onderwijsinspectie een aantal tips om motivatie van leerlingen te verbeteren. Bijvoorbeeld binnen de lessen meer uitdaging bieden, en aan leerlingen duidelijker maken wat het nut is van opdrachten en toetsen.

Bij het afscheid van Sjef Drummen, onderwijskunstenaar te Roermond, werd mij gevraagd of ik antwoord wilde geven op de vraag wat leerlingen nodig hebben om voorbereid te zijn op de hedendaagse samenleving. Het is een vraag waar ‘curriculum.nu’ zich over buigt, een vraag die de onderwijswereld bezighoudt en verscheurt. Toch is het een vraag die geen antwoord verdient, die eigenlijk ontvraagd moet worden, die stilletjes van het podium van onze aandacht zou moeten verdwijnen, omdat zij ons zinloos begoochelt.

In deze gastblog formuleert René Kneyber een viertal bezwaren tegen het gebruik van RTTI® als determinatie-instrument. 1. RTTI® wordt voor het verkeerde doel ingezet. 2. Inzicht krijgen in waar de leerling staat kan ook sneller. 3. RTTI® en vooral de tweede T & I zeggen meer iets over de kwaliteit van je onderwijs dan over de leerling en 4. RTTI® inzetten als middel om te determineren is onredelijk.

Bij de presentatie van het overzichtswerk Dat is Pedagogiek in juni jongstleden sprak onder andere leraar-filosoof Simon Verwer. Hij vertelde over zijn – herkenbare – worsteling om onderpresterende jongens aan de gang te krijgen en te houden. Dominant in het spreken en denken over onderwijs en leren is de technische taal van de psychologie: motivatie, executieve functies, enzovoorts. Maar kunnen en […]

Dit stuk verscheen eerder op Didactief Online. Vanuit een activistische instelling zullen mensen eerder bereid zijn een realiteit door hanteerbare schijn te vervangen dan te erkennen dat zij die realiteit niet naar hun hand kunnen zetten. Cornelis Verhoeven (1980). Het onderwijs is erop gericht, kinderen en jonge mensen in te leiden in de wereld. Daartoe […]

In deze gastbijdrage aan de discussie over de vraag wat goed onderwijs inhoudt, werpt Isabelle Diepstraten een kritisch licht op ‘bewezen’ onderwijsmethodieken. Onderwijs is volgens haar een complex proces dat vraagt om een rijker scala aan methodieken dan alleen directe instructie.

Mijn blog is in zomerslaap, zelf wel nog aan het werk al is het aan een iets rustiger tempo. Ietsje meer tijd ook om me terug te laten verzinken in wetenschappelijke literatuur voor mijn plezier (ja, dat kan). De voorbije dagen merkte ik dat er weer een hele discussie pedagogiek versus onderwijskunde opleefde op sociale […]

Sociaalwetenschappelijk studies hebben een probleem met repliceerbaarheid, bleek in 2018. Dat zou heel goed ook voor pedagogiek kunnen gelden. Het is echter de vraag of de pedagogiek een ‘normale’ sociale wetenschap is. Haar object is een praktijk: de praktijk van opvoeding en onderwijs. Zolang de pedagogiek bestaat – en dat is al meer dan tweehonderd jaar – wordt de hierboven genoemde kwestie besproken als het theorie-praktijkprobleem. Het is de vraag of dat een probleem is voor de praktijk van het onderwijs.

Dit stuk is herblogd van de website van Jelle Jolles. Hij heeft het voorwoord geschreven bij het boek De ontwikkeling van jongens in het onderwijs, onder redactie van Lauk Woltring en Dick van der Wateren. Hier een uitgebreidere boekbespreking van zijn hand.

Onderwijswetenschappers doen vaak of ze de wijsheid in pacht hebben. Dat hebben ze ook, maar het is een gelimiteerde wijsheid. De onderwijspraktijk is namelijk niet geconstrueerd en gearrangeerd volgens de conceptuele kaders van de wetenschap. Het alternatief is de pedagogiek. De pedagogiek heeft namelijk meer oog voor de complexiteit van de praktijk dan de onderwijswetenschappen. De pedagogiek gaat niet alleen over het ‘hoe’ (zoals voornamelijk de onderwijswetenschappen), maar ook altijd over het ‘wat’ en ‘waartoe’.