Onze school (mavo, havo, vwo) is in beweging, met de invoering van een veertig minuten rooster dit schooljaar, voorgenomen flexuren naast de vaste lessen (met keuzemogelijkheden voor leerlingen) en coaching van leerlingen. Met deze veranderingen wordt vooral een versterking van eigenaarschap en zelfregulatie bij leerlingen beoogd, met betrekking tot hun leerproces.
Het zichtbaar -en bewust- maken van dat leerproces wordt daarbij gezien als belangrijk middel. Inzichten uit meta-analyses van John Hattie (2015) zijn hierbij leidend. Hiermee sluit onze school aan in een lange rij van scholen die een soortgelijke ontwikkeling doormaken.
Dit hele proces roept geregeld vragen en discussies op. In praktische zin, maar ook met betrekking tot de vraag welke visie op mens en onderwijs nou eigenlijk aan deze veranderingen ten grondslag ligt. Hoe maken we zorgvuldige keuzes? Ik schreef hierover een stuk voor onze school; deze bijdrage is een bewerking daarvan. Inspiratie daarbij komt vooral uit vier blogs die Piet van der Ploeg schreef over het thema eigenaarschap.

Waarom moeten kinderen naar school? Kinderen geven als antwoord: ‘Omdat het moet’. Volwassenen raken door de vraag in verlegenheid. Zo opent Geert de Vries’ dissertatie, Het pedagogisch regiem. Groei en grenzen van de geschoolde samenleving (1993). Nut en noodzaak van scholen staan zelden ter discussie en het vermogen van scholen wordt sterk overschat. ‘School cannot compensate for society’. […]

In mijn vorige stuk over de niet genoeg te prijzen serie documentaires van omroep Human schreef ik dat wij leraren niet moeten wachten tot de politiek met oplossingen komt voor kansenongelijkheid in het onderwijs. We kunnen meer dan we geneigd zijn te denken. Daarover gaat dit stuk. Oplossingen Allerlei commentaren op de serie Klassen stellen […]

Anyssa is het symbool geworden van alles wat de briljante docuserie Klassen van omroep Human ons over het onderwijs vertelt. In het slotbeeld kijkt ze ons aan.
De listig dubbelzinnige titel van de docuserie slaat tegelijkertijd op de sociale ongelijkheid en op de ongelijke kansen in het onderwijs. Als mij een ding duidelijk wordt van deze veel geprezen serie, is het dat er niet één pasklare oplossing is voor de problemen die we voorbij zien komen. Weliswaar focussen de makers op latere selectie en gelooft wethouder Moorman oprecht dat dat de oplossing is; er is meer aan de hand. Veel meer.

De eerste blog van 2021 is van gastblogger Ruben De Baerdemaeker. Ook voor het Nederlandse onderwijs is dit stuk relevant.
Het onderwijs in Vlaanderen is weer eens in crisis. Na PISA en PIRLS kwam TIMSS: de ene internationale test na de andere geeft aan dat onze leerlingen het steeds minder goed doen in vergelijking met jongeren in andere landen, of in vergelijking met vroegere generaties. Na elk van deze testen worden opiniepagina’s overspoeld door een golf van cultuurpessimisme, frustratie, goedbedoelde analyses en radicale oplossingen. Pedagogen vallen over elkaar heen, ministers bedenken nieuwe commissies en denktanks, en iedereen wil en mag zijn zegje doen – iedereen heeft immers ooit onderwijs gehad, dus iedereen is ervaringsdeskundige.

Jongens hebben minder gunstige schoolloopbanen en vrouwen minder gunstige beroepsloopbanen. Hun opleidings- en beroepskeuze verloopt volgens traditionele patronen en leidt tot typische mannen- en vrouwenberoepen. Dat constateert de Onderwijsraad in de Verkenning van sekseverschillen in het onderwijs. Het onderwijs heeft een taak om de verschillen in school- en beroepsloopbanen van jongens en meiden te verkleinen, maar kan dat niet alleen. Ook genderstereotiepe gedrag bij de overheid, op de arbeidsmarkt en in de bredere samenleving moet veranderen.

group of people standing indoors

Een bericht uit migratieland Canada:  “Canadese klaslokalen worden steeds diverser, en voor meer en meer leerlingen is het Engels of het Frans niet de eerste taal. Daarom is het belangrijk voor opleiders om te begrijpen hoe demografische verschuivingen invloed kunnen gaan hebben op hun onderwijspraktijk in de komende jaren”. Dit schrijft de Canadese docent en onderzoeker Lyle […]

Tijl Rood, directeur van basisschool de Verwondering, merkt het aan het teruglopend aantal bezoekjes van collega-professionals aan zijn school: vernieuwend onderwijs zit momenteel in de hoek waar de klappen vallen. Een lobby in de kolommen van NRC en Volkskrant is kennelijk goed aangeslagen. Waar ‘vernieuwers’ in de beeldvorming vijf jaar geleden de wind aardig nog meehadden, lijkt er nu opeens weinig van hun intenties te deugen.

In deze gastbijdrage manen Ronald Keijzer en Geeke Bruin-Muurling om voorzichtig te zijn met het toepassen van Expliciete Directe Instructie (EDI) bij kleuters. Eerder schreef Pedro De Bruyckere dat aan dit stuk, dat in iets andere vorm in ScienceGuide verscheen, een paar dingen rammelden. De lezer kan voor zichzelf bepalen in hoeverre dat juist is. Dit is overigens geen poging EDI in diskrediet te brengen, of het debat hierover te polariseren. Integendeel. Eerder schreef Liesbeth Breek een stuk waarin ze laat zien hoe EDI en onderzoekend leren in een lessenserie met elkaar gecombineerd kunnen worden en dat beide noodzakelijk zijn voor goed onderwijs.

In deze gastblog laat George Lengkeek zien hoe onderwijs en onderzoek in de praktijk kunnen worden verenigd. Jan Bransen bepleit om onderwijs en onderzoek als een twee-eenheid te zien en te praktiseren (zie zijn herblogde bijdrage van 26 april j.l.). Daar wil ik graag ‘van binnenuit’ bij aansluiten, door – vanuit mijn ervaringen – eerst te betogen dat er dan binnen de onderwijspraktijk ruimte nodig is om aan die twee-eenheid vorm te geven. Daarna zal ik aan de hand van een voorbeeld schetsen hoe binnen die ruimte methodologisch vorm gegeven kan worden aan de ook door mij gewenste twee-eenheid.