Dit stuk van Jan Bransen verscheen eerder op zijn eigen blog. Hij verwees ernaar in zijn dialoog met Jan Tishauser bij Didactief. Net als in zijn boek Gevormd of Vervormd? spreekt hij zich krachtig uit tegen de heersende instrumentele visie op onderwijs. Die boodschap vind je ook in mijn boek De Denkende Klas. Jan Bransen bestrijdt ook het idee dat er sprake is van een leerachterstand door Covid die met ‘effectieve interventies’ en de bak geld van het NPO moet worden weggewerkt. Dat geld kan veel beter worden besteed.

“En wat als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven?” Onder deze merkwaardige, en intrigerende, titel schreven Eva Naaijkens en Martin Bootsma twee boeken, een voor het po en een voor het vo. Ik moet bekennen dat ik door deze titel enigszins op het verkeerde been werd gezet. Ik verwachtte een vurig betoog tegen ontdekkend en onderzoekend leren en voor expliciete directe instructie (EDI), maar dat viel mee. Hoewel de auteurs er geen geheim van maken een voorkeur te hebben voor EDI, is hun boek zeker niet alleen daarop van toepassing. Het boek gaat niet zozeer over het hoe van lesgeven, als wel over hoe dat lesgeven mogelijk te maken, welke vorm ook onze voorkeur heeft. Anders gezegd, de boeken geven handreikingen om alles wat het lesgeven in de weg staat, weg te nemen. Daarin slagen ze zonder meer. Dat neemt niet weg dat zowel de titel als de inhoud bij mij vragen oproepen.

De Amerikaanse onderwijsauteur Alfie Kohn schreef in 2011 het stuk Teaching Strategies That Work! (Just Don’t Ask “Work to Do What?”). Na mijn serie posts over denken en kennis (deel 1, 2, 3, 4) en de publicatie van mijn boek De Denkende Klas, leek het me opportuun om die vraag maar weer eens te stellen. Ik heb delen van zijn stuk vertaald en aangevuld met overwegingen van anderen en mijzelf.
Ik realiseer me heel goed dat ik me voor de zoveelste keer op glad ijs begeef. Veel leraren zullen die vraag, “Werken voor wat?” overbodig vinden vanuit de vanzelfsprekende aanname dat we toch weten wat het doel van lesgeven is. Voor anderen is die vraag misschien ronduit verontrustend. Het is heel comfortabel om je werk te doen met de zekerheid dat wat je doet de goedkeuring heeft van de wetenschap. Alfie Kohn is dan een hinderlijke horzel, die ons lastigvalt met ondermijnende vragen.

Hierbij wil ik iedereen bedanken die onze oproep om financieel bij te dragen grootmoedig heeft beantwoord. Heel veel dank. We kunnen weer een jaar verder. Wie nu nog op het punt staat een bijdrage te storten, wil ik vragen een jaartje te wachten. Allemaal een goed en gezond 2021 gewenst met veel mooie onderwijservaringen.

In mijn vorige stuk over de niet genoeg te prijzen serie documentaires van omroep Human schreef ik dat wij leraren niet moeten wachten tot de politiek met oplossingen komt voor kansenongelijkheid in het onderwijs. We kunnen meer dan we geneigd zijn te denken. Daarover gaat dit stuk. Oplossingen Allerlei commentaren op de serie Klassen stellen […]

Anyssa is het symbool geworden van alles wat de briljante docuserie Klassen van omroep Human ons over het onderwijs vertelt. In het slotbeeld kijkt ze ons aan.
De listig dubbelzinnige titel van de docuserie slaat tegelijkertijd op de sociale ongelijkheid en op de ongelijke kansen in het onderwijs. Als mij een ding duidelijk wordt van deze veel geprezen serie, is het dat er niet één pasklare oplossing is voor de problemen die we voorbij zien komen. Weliswaar focussen de makers op latere selectie en gelooft wethouder Moorman oprecht dat dat de oplossing is; er is meer aan de hand. Veel meer.

Op onze groepsblog verschenen eerder stukken die onderzoek uit 2014 instemmend aanhaalden, dat zou aantonen dat aantekeningen maken met de hand beter is dan met de laptop. Het is interessant hoe voortschrijdend inzicht in de wetenschap zulke stellige uitspraken in een ander daglicht kan stellen.
Ik voeg hierbij mijn vertaling van een blog van Rebecca Sullivan uit 2019, ‘Writing Notes By Hand Might Not Be Better than Typing’, gevolgd door een paar afsluitende opmerkingen van mijn hand. Het artikel dat zij bespreekt, is een studie van Morehead e.a. uit 2019.

Het antwoord van Ohran Agirdag (KU Leuven) in zijn boeiende boek “Onderwijs in een gekleurde samenleving” is ‘ja’. Veel hangt echter volgens hem af van de manier waarop schoolteams inspelen op de diversiteit van hun leerlingpopulatie. Niet alles, want ook de leerlingen zelf moeten het engagement opnemen en het handelingsvermogen ontwikkelen om het beste van hun schoolloopbaan te maken.

Tijdens de “Week van het Nederlands” is het geen overbodige luxe om de onderzoeksrapporten over de taalcompetenties Nederlands van onze schoolgaande jongeren en recente visiestukken over een effectiever onderwijs Nederlands boven te spitten. De grond ruikt plots naar herfst, de aanbevelingen hieronder naar een ontluikende lente. Ik deze blog komt Kris Van den Branden met 7 aanbevelingen.

Jongens hebben minder gunstige schoolloopbanen en vrouwen minder gunstige beroepsloopbanen. Hun opleidings- en beroepskeuze verloopt volgens traditionele patronen en leidt tot typische mannen- en vrouwenberoepen. Dat constateert de Onderwijsraad in de Verkenning van sekseverschillen in het onderwijs. Het onderwijs heeft een taak om de verschillen in school- en beroepsloopbanen van jongens en meiden te verkleinen, maar kan dat niet alleen. Ook genderstereotiepe gedrag bij de overheid, op de arbeidsmarkt en in de bredere samenleving moet veranderen.