De ontwikkeling van AI schrijfassistenten biedt leerlingen een nieuwe mogelijkheid fraude te plegen bij het maken van werkstukken en het schrijven van essays. Die zouden we dan ook moeten verbieden.
Of is het juist een mogelijkheid die we moeten verwelkomen? We kunnen deze nieuwe ontwikkeling ook gebruiken om kinderen te leren inhoudelijk en stilistisch beter en creatiever te schrijven, waarbij we minder aandacht hoeven te besteden aan spelling en interpunctie. Ook nu al kunnen onze leerlingen spellingcontrole gebruiken of schrijven in Word of Google Docs, dat hun fouten corrigeert en synoniemen suggereert.
Dus, wat gaat het worden? Verbieden en zoveel mogelijk tegenwerken, of AI schrijfhulpen accepteren als een mogelijkheid kinderen te laten nadenken over de kwaliteit en de inhoud van hun schrijfwerk? En als één van de hulpmiddelen bij wereldgericht onderwijs. Een uitdagende denkopdracht voor leerkrachten en docenten.

Wat hebben we aan onderwijsonderzoek? Een vreemde vraag. We vragen immers ook niet: Wat hebben we aan medisch onderzoek, klimaatonderzoek, milieuonderzoek? Alles is in principe te onderzoeken, dus waarom onderwijs niet? Echter, onderwijs verschilt als onderwerp van studie nogal van deze drie voorbeelden. De processen die gezondheid, klimaat en milieu beheersen zijn goed meetbaar, en te beschrijven als ketens van oorzaak en gevolg. In het onderwijs is dat, behalve in sterk vereenvoudigde omstandigheden – ver van de dagelijkse realiteit – niet of nauwelijks mogelijk. Onderwijs is een complex systeem dat in beperkte mate te begrijpen is door het te reduceren tot meetbare elementen. Universeel geldige uitspraken of wetmatigheden zijn in de onderwijswetenschap ver te zoeken, en het is maar de vraag of die ooit kunnen worden geformuleerd.

Aan de KU Leuven loopt de Teachers4Victims studie, een uitgebreid onderzoek naar pesten op de basisschool. De onderzoeksresultaten liegen er helaas niet om: pesten is nog niet uit onze Vlaamse basisscholen verdwenen. Gelukkig biedt het onderzoek inspiratie om er wat aan te doen. De belangrijkste inzichten worden hieronder samengevat door Fleur van Gils, een van de projectmedewerkers.

Haas gaat Undercover is de titel van het boek dat Thijs Hogenhuis afgelopen zomer publiceerde. Dit verhaal gaat over de schoolloopbaan van Bobby, een jonge haas, die undercover gaat in het mensenonderwijs. Door middel van zijn verhaal wil Thijs de tekortkomingen van het huidige systeem illustreren. Via Zoom heb ik een gesprek met hem over zijn boek, zijn kritiek op het onderwijs en zijn ideeën voor verbetering.

Dit is de stelling van mijn leerling Max van Roozendaal, 4V ECL in Haarlem, voor zijn betoog bij Nederlands. Een stelling die me recht uit het hart gegrepen is, zoals hierna blijkt. Max komt met sterke argumenten, waarvan ik benieuwd ben wat anderen (docenten, ouders, leerlingen) ervan vinden. Lees maar. Ik heb er verder niets […]

Porticus verzocht NIVOZ een point of view te schrijven over onderwijs dat zich richt op ‘whole child development’. In het najaar van 2018 is er door een aantal NIVOZ-mensen aan gewerkt. Er zijn interviews afgenomen en er is studie verricht. In dit artikel lees je de rapportage, in het Nederlands en in het Engels: ‘Good education is whole child education’.

Op deze plaats verschijnen geregeld verslagen en samenvattingen van wetenschappelijk onderzoek dat tot doel heeft leraren te helpen hun onderwijs effectiever te maken. De wetenschap die zich daarmee bezig houdt wordt cognitiewetenschap genoemd. Over wat we onder effectief onderwijs moeten verstaan, is hier ook een levendige discussie opgebloeid. Veel van de stukken op deze groepsblog gaan over onderzoeken die onder gecontroleerde (‘laboratorium’-) omstandigheden worden uitgevoerd. Daarbij kun je de vraag stellen in hoeverre die onderzoeken – hoeveel we daarvan ook kunnen leren – werkelijk bijdragen aan de praktijk van leraren. In dit stuk bespreek ik kakelvers onderzoek dat precies die vraag stelt.

Dit stuk van Jan Bransen verscheen eerder op zijn eigen blog. Hij verwees ernaar in zijn dialoog met Jan Tishauser bij Didactief. Net als in zijn boek Gevormd of Vervormd? spreekt hij zich krachtig uit tegen de heersende instrumentele visie op onderwijs. Die boodschap vind je ook in mijn boek De Denkende Klas. Jan Bransen bestrijdt ook het idee dat er sprake is van een leerachterstand door Covid die met ‘effectieve interventies’ en de bak geld van het NPO moet worden weggewerkt. Dat geld kan veel beter worden besteed.

“En wat als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven?” Onder deze merkwaardige, en intrigerende, titel schreven Eva Naaijkens en Martin Bootsma twee boeken, een voor het po en een voor het vo. Ik moet bekennen dat ik door deze titel enigszins op het verkeerde been werd gezet. Ik verwachtte een vurig betoog tegen ontdekkend en onderzoekend leren en voor expliciete directe instructie (EDI), maar dat viel mee. Hoewel de auteurs er geen geheim van maken een voorkeur te hebben voor EDI, is hun boek zeker niet alleen daarop van toepassing. Het boek gaat niet zozeer over het hoe van lesgeven, als wel over hoe dat lesgeven mogelijk te maken, welke vorm ook onze voorkeur heeft. Anders gezegd, de boeken geven handreikingen om alles wat het lesgeven in de weg staat, weg te nemen. Daarin slagen ze zonder meer. Dat neemt niet weg dat zowel de titel als de inhoud bij mij vragen oproepen.

De Amerikaanse onderwijsauteur Alfie Kohn schreef in 2011 het stuk Teaching Strategies That Work! (Just Don’t Ask “Work to Do What?”). Na mijn serie posts over denken en kennis (deel 1, 2, 3, 4) en de publicatie van mijn boek De Denkende Klas, leek het me opportuun om die vraag maar weer eens te stellen. Ik heb delen van zijn stuk vertaald en aangevuld met overwegingen van anderen en mijzelf.
Ik realiseer me heel goed dat ik me voor de zoveelste keer op glad ijs begeef. Veel leraren zullen die vraag, “Werken voor wat?” overbodig vinden vanuit de vanzelfsprekende aanname dat we toch weten wat het doel van lesgeven is. Voor anderen is die vraag misschien ronduit verontrustend. Het is heel comfortabel om je werk te doen met de zekerheid dat wat je doet de goedkeuring heeft van de wetenschap. Alfie Kohn is dan een hinderlijke horzel, die ons lastigvalt met ondermijnende vragen.