Kinderen en jongeren kunnen ons in deze bijzondere tijden, wanneer we goed naar hen luisteren, veel leren. Bijvoorbeeld waar het in het leven om gaat en waarom onderwijs belangrijk is. Ze mopperen misschien wel op school maar als het er op aan komt missen ze nu hun meester en juf, het contact, de aandacht en de zorg. Het echte contact in de klas blijkt onmisbaar en nauwelijks te vervangen door afstandsonderwijs. Kris van den Branden, medewerkers en studenten hebben een website opgezet waar ze jonge mensen essentiële vragen stellen, de5vragen.com. Hier zijn verslag.

Door het COVID-19 virus moeten veel leerlingen en studenten de komende tijd onderwijs op afstand volgen. Informatie wordt overgedragen via (live) video’s en opdrachten worden op papier meegegeven of digitaal gemaakt. Wat alleen een uitdaging kan zijn, is het toetsen. Op welke manier kun je goed online toetsen? In dit artikel enkele inzichten en tools.

In dit interview belicht Wilfred Rubens de voor- en nadelen van leren op afstand met behulp van online technologie. Het lijkt zeker geen oplossing voor normale situaties, maar kan helpen in bijzondere omstandigheden, zoals wanneer een kind langdurig ziek is, of zoals nu tijdens een pandemie waarbij iedereen thuis moet blijven. We zullen ervoor moeten waken dat dit als het nieuwe normale wordt geaccepteerd en als dé oplossing van het lerarentekort.Met name claims over gepersonaliseerd leren dienen we kritisch te bekijken.Stof tot nadenken.

Ik kan deze blogpost beginnen met een lange inleiding over speciale situatie, enzovoort, maar liever direct to the point. Dit zijn enkele redeneerfouten die we vaak in onderwijs maken, en die we misschien nu beter niet maken en zeker niet als de scholen terug zouden opengaan. Remediëring en geen preventie?In onderwijs is remediëring vaak het […]

We leven in vreemde tijden. Ik ben niet de eerste die dit vaststelt. De coronacrisis heeft voor het onderwijs onverwachte gevolgen. Dankzij onvoorstelbare inspanningen van hun leraren hebben meer dan twee miljoen leerlingen, onderwijs op afstand dat in korte tijd uit de grond is gestampt en dat zo te zien heel redelijk functioneert. Dat vraagt […]

Eigenaarschap is een buzzword in het onderwijs. In de praktijk is het even problematisch als populair. Het lastigst zijn de paradoxen van eigenaarschap. De paradoxen van eigenaarschap raken kernvragen van de pedagogiek. In deel 2 gaat Piet van der Ploeg wat verder en dieper in op de tegenstelling tussen wat beoogd wordt en wat er gebeurt, tussen de naam en het beestje. Hij doet dat aan de hand van een concreet voorbeeld: de zelfbeschrijving van een daltonschool voor basisonderwijs.

Op maandag 27 januari hield Hester IJsseling haar lectorale rede Bezield en bezielend onderwijs. Pedagogiek van onderbreking en verbinding aan de Thomas More Hogeschool in Rotterdam. Volgens IJsseling zijn bezieling en onderbreking onderdeel van leraar-zijn. ‘Juist in momenten van frictie zit ruimte waarin kinderen kunnen verschijnen en waarin je kinderen kunt ontmoeten.’ Met haar lectoraat wil IJsseling praktijken ontwikkelen om met leraren stil te staan bij wat er gebeurt als ze onderbroken worden. Ook wil ze hen aanmoedigen om meer vanuit het hart en vertrouwen te gaan werken.

Misschien kan de Engelse aanpak voor beginnende leerkrachten een voorbeeld voor ons zijn: Zo leid je beginnende leraren op en ondersteun je scholen om betere leerprestaties te leveren.

Twee maanden geleden schreef Wim van de Hulst Overdenkingen rond Curriculum.nu. Daarin presenteerde hij een gedegen analyse die ook in de Tweede Kamer is gehoord. Dit vervolg, geschreven met het oog op het komende debat in de Kamer, is meer een persoonlijke opinie, vanuit de zorg dat een proces dat goed is begonnen op het verkeerde spoor dreigt te raken.

In deze gastblog onderzoekt Piet van der Ploeg wat er in de praktijk terecht komt van ‘eigenaarschap van leerlingen’. Eigenaarschap is een buzzword in het onderwijs. Intussen is het in de praktijk even problematisch als populair. Het lastigst zijn de paradoxen van eigenaarschap. De paradoxen van eigenaarschap raken kernvragen van de pedagogiek. Ze vormen daarom bruikbare stof voor het oefenen van denken over onderwijs.