Eigenaarschap is een buzzword in het onderwijs. In de praktijk is het even problematisch als populair. Het lastigst zijn de paradoxen van eigenaarschap. De paradoxen van eigenaarschap raken kernvragen van de pedagogiek. In deel 2 gaat Piet van der Ploeg wat verder en dieper in op de tegenstelling tussen wat beoogd wordt en wat er gebeurt, tussen de naam en het beestje. Hij doet dat aan de hand van een concreet voorbeeld: de zelfbeschrijving van een daltonschool voor basisonderwijs.

Twee maanden geleden schreef Wim van de Hulst Overdenkingen rond Curriculum.nu. Daarin presenteerde hij een gedegen analyse die ook in de Tweede Kamer is gehoord. Dit vervolg, geschreven met het oog op het komende debat in de Kamer, is meer een persoonlijke opinie, vanuit de zorg dat een proces dat goed is begonnen op het verkeerde spoor dreigt te raken.

In deze gastblog onderzoekt Piet van der Ploeg wat er in de praktijk terecht komt van ‘eigenaarschap van leerlingen’. Eigenaarschap is een buzzword in het onderwijs. Intussen is het in de praktijk even problematisch als populair. Het lastigst zijn de paradoxen van eigenaarschap. De paradoxen van eigenaarschap raken kernvragen van de pedagogiek. Ze vormen daarom bruikbare stof voor het oefenen van denken over onderwijs.

Lector Patrick Sins Doet onderzoek voor en met traditionele vernieuwingsscholen. Dat roept de vraag op: Hoe kan je over vernieuwing spreken als het gaat over concepten die al honderd jaar bestaan? In dit stuk laat laat hij zien dat die traditie juist een kracht is op basis waarvan dalton-, montessori-, jenaplan-, freinetscholen en vrije scholen hun onderwijs kunnen vernieuwen.

Juist nu in Nederland de hoorzittingen door de leden van de vaste Kamercommissie OCW over Curriculum.nu zijn afgerond, is op het platform TES een hele mooie podcast verschenen die ingaat op het ontwikkelen en vooral op het goed invoeren van een curriculum. En op alle problemen en valkuilen die daarbij komen kijken.

In deze gastblog bespreekt Joop Berding twee boeken van Daniel Pennac, In een adem uit – Het geheim van het lezen en Schoolpijn. Pennac heeft een heel interessante pedagogische visie op taal- en literatuuronderwijs, die sterk aan de opvattingen van Theo Thijssen doen denken. Hij vindt dat kinderen vooral plezier in lezen moet worden bijgebracht en niet meteen met allerlei saaie opdrachten worden lastig gevallen.

Wim van de Hulst stelt kritische vragen over curriculum.nu. Hij verwondert zich over het contrast tussen het optimisme van de minister enerzijds en de – zwak uitgedrukt – ‘terughoudende’ beleving in het veld. Er heerst veel wantrouwen tegen de voorstellen. Deze maand worden die in de Tweede Kamer besproken. Het is terecht dat de Kamerleden ruim de tijd uittrekken om kritisch naar de voorstellen van de minister te kijken. Aan de vooravond daarvan bepleit hij meer teacher agency en komt met alternatieven, niet gebaseerd op welke afspraken er in de politiek of in ‘de polder’ gemaakt zijn, maar op wat er daadwerkelijk in scholen en in klaslokalen gebeurt.

In deze gastbijdrage aan de discussie over de vraag wat goed onderwijs inhoudt, werpt Isabelle Diepstraten een kritisch licht op ‘bewezen’ onderwijsmethodieken. Onderwijs is volgens haar een complex proces dat vraagt om een rijker scala aan methodieken dan alleen directe instructie.

Dit stuk is herblogd van de website van Jelle Jolles. Hij heeft het voorwoord geschreven bij het boek De ontwikkeling van jongens in het onderwijs, onder redactie van Lauk Woltring en Dick van der Wateren. Hier een uitgebreidere boekbespreking van zijn hand.

Vernieuwingsscholen ondervinden de laatste tijd veel kritiek, zowel van de Onderwijsinspectie als van sommige onderwijsonderzoekers. Ik heb me verbaasd over de positie die wetenschappers innemen in de discussie over vernieuwend onderwijs. De kritiek komt er in het kort op neer dat deze scholen niet weten wat hun doelen zijn en welke resultaten ze behalen. Bovendien zouden ze geen of slecht onderzoek doen naar de methoden die ze hanteren.
Forse kritiek, die ik hier beantwoord.