Dit stuk verscheen eerder op de blog van René Kneyber. Zijn punt is dat je de ranglijst van Hattie niet als onderbouwing kunt inzetten.
Het boek Visible Learning van John Hattie verscheen in 2008, en is in Nederland verschenen als Leren zichtbaar maken. In dit boek vergelijkt hij  onderzoek naar interventies in het onderwijs om zo te komen tot een ranglijst te komen van wat werkt en wat niet werkt. Anno 2020 is zijn aanpak zeer omstreden, en daarmee dus ook de harde conclusies die hij trekt. Dit besef lijkt in het Nederlands onderwijs nog niet voldoende ingedaald. Regelmatig kom ik op scholen waar Hattie nog als zoete koek geslikt wordt.
In deze blog som ik de grootste bezwaren op, en reflecteer ik op wat we wel en niet kunnen met dit boek.

De eerste blog van 2021 is van gastblogger Ruben De Baerdemaeker. Ook voor het Nederlandse onderwijs is dit stuk relevant.
Het onderwijs in Vlaanderen is weer eens in crisis. Na PISA en PIRLS kwam TIMSS: de ene internationale test na de andere geeft aan dat onze leerlingen het steeds minder goed doen in vergelijking met jongeren in andere landen, of in vergelijking met vroegere generaties. Na elk van deze testen worden opiniepagina’s overspoeld door een golf van cultuurpessimisme, frustratie, goedbedoelde analyses en radicale oplossingen. Pedagogen vallen over elkaar heen, ministers bedenken nieuwe commissies en denktanks, en iedereen wil en mag zijn zegje doen – iedereen heeft immers ooit onderwijs gehad, dus iedereen is ervaringsdeskundige.

Project DOEN (Digitale Oefenprogramma’s, En Nu?) houdt zich bezig met de vraag hoe leerkrachten leerlinggegevens (learning analytics) kunnen verzamelen en gebruiken om differentiatie te stimuleren. Het project is een samenwerking van 5 middelbare scholen en 3 onderzoeksinstellingen en is gefinancierd door het NRO. De kans van slagen van klein- of grootschalige vernieuwing (zoals het gebruik van learning analytics) binnen een school is sterk afhankelijk van de betrokkenheid van het docententeam, die de vernieuwing tenslotte tot stand moet brengen. Een manier om docentbetrokkenheid te stimuleren is door de vernieuwing (deels) te laten vormgeven door de docenten zelf. We spreken in dat geval van docentontwerpteams (DOTs). In dit korte artikel bieden we, op basis van ervaringen op de 5 deelnemende scholen, handvatten voor hoe je als school met een DOT aan de slag kunt gaan.

Rubrics zijn overal. Ze worden gepropageerd in lerarenopleidingen, op nascholingen en studiedagen. Er worden boeken en websites aan gewijd. Er zijn (al dan niet lucratieve) apps, plugins en tools bij de vleet, de gevreesde doorlichting verwacht ze, en leerkrachten produceren en gebruiken ze sinds een tiental jaar braafjes en massaal. In deze gastblog werpt Ruben De Baerdemaeker een kritische blik op deze veelgebruikte onderwijshulpmiddelen.

Dit voorjaar vond in de Tweede Kamer de tussentijdse politieke besluitvorming plaats over Curriculum.nu plaats, de grootschalige herziening van het curriculum van het primair onderwijs (po) en de onderbouw van het voortgezet onderwijs (vo). Voorafgaand aan de besluitvorming schreef Wim van de Hulst een tweetal overdenkingen over het project. Terugblikkend op de besluitvorming en naar aanleiding van de eerste signalen over het vervolg heeft hij deze zomer een nieuwe uitgebreide analyse geschreven. De hoofdlijnen en conclusies van zijn analyse heeft Wim samengevat in dit blog.

group of people standing indoors

Een bericht uit migratieland Canada:  “Canadese klaslokalen worden steeds diverser, en voor meer en meer leerlingen is het Engels of het Frans niet de eerste taal. Daarom is het belangrijk voor opleiders om te begrijpen hoe demografische verschuivingen invloed kunnen gaan hebben op hun onderwijspraktijk in de komende jaren”. Dit schrijft de Canadese docent en onderzoeker Lyle […]

Tijl Rood, directeur van basisschool de Verwondering, merkt het aan het teruglopend aantal bezoekjes van collega-professionals aan zijn school: vernieuwend onderwijs zit momenteel in de hoek waar de klappen vallen. Een lobby in de kolommen van NRC en Volkskrant is kennelijk goed aangeslagen. Waar ‘vernieuwers’ in de beeldvorming vijf jaar geleden de wind aardig nog meehadden, lijkt er nu opeens weinig van hun intenties te deugen.

In deze gastbijdrage manen Ronald Keijzer en Geeke Bruin-Muurling om voorzichtig te zijn met het toepassen van Expliciete Directe Instructie (EDI) bij kleuters. Eerder schreef Pedro De Bruyckere dat aan dit stuk, dat in iets andere vorm in ScienceGuide verscheen, een paar dingen rammelden. De lezer kan voor zichzelf bepalen in hoeverre dat juist is. Dit is overigens geen poging EDI in diskrediet te brengen, of het debat hierover te polariseren. Integendeel. Eerder schreef Liesbeth Breek een stuk waarin ze laat zien hoe EDI en onderzoekend leren in een lessenserie met elkaar gecombineerd kunnen worden en dat beide noodzakelijk zijn voor goed onderwijs.

In deze gastblog laat George Lengkeek zien hoe onderwijs en onderzoek in de praktijk kunnen worden verenigd. Jan Bransen bepleit om onderwijs en onderzoek als een twee-eenheid te zien en te praktiseren (zie zijn herblogde bijdrage van 26 april j.l.). Daar wil ik graag ‘van binnenuit’ bij aansluiten, door – vanuit mijn ervaringen – eerst te betogen dat er dan binnen de onderwijspraktijk ruimte nodig is om aan die twee-eenheid vorm te geven. Daarna zal ik aan de hand van een voorbeeld schetsen hoe binnen die ruimte methodologisch vorm gegeven kan worden aan de ook door mij gewenste twee-eenheid.

In deze gastblog wijst Jan Fasen erop dat de coronacrisis nieuwe mogelijkheden biedt, mits we ons niet laten verblinden door mogelijke achterstanden die kinderen thuis zouden hebben opgelopen. “Er hoeven geen lessen ingehaald te worden na de meivakantie. Leerlingen hebben voldoende nieuwe lessen geleerd. Laat hun over die ervaringen vertellen. Die lessen maakten weliswaar geen […]