Evidence-based en het eufemistische evidence-informed zijn buzzwords geworden in het onderwijs. De overheid schrijft scholen die in aanmerking willen komen voor extra ondersteuning evidence-based interventies dwingend voor in de ‘wetenschappelijke menukaart’. Over de wetenschapppelijkheid van die interventies en de uitvoerbaarheid van de eenmalige ondersteuning horen we kritische geluiden (ook hier en hier). Al wat langer zien we dat scholen en schoolbesturen hun leraren verplichten uitsluitend te werken volgens evidence-based instructiemethoden. Het is maar de vraag of dat wenselijk is.

In dit stuk stelt hoogleraar filosofie Jan Bransen kritische vragen bij het begrip ‘evidence’. Het is op 31 oktober 2022 gepubliceerd op DNM-Online Boeken en beschouwingen. Wij publiceren het hier in twee delen.

Evidence is in de onderwijswereld een modewoord geworden, een woord dat gezag uitstraalt. Onderwijs moet evidence-informed zijn. Evidence waakt over de 8,5 miljard euro die het kabinet heeft uitgetrokken om de corona-achterstanden in het onderwijs weg te werken. Ik zal echter betogen dat dat niet terecht is. Al die aandacht voor evidence doet het onderwijs, en vooral de mensen in het onderwijs, geen goed. Evidence vloekt met onderwijs. Het volgt namelijk een logica die onverenigbaar is met de praktijk van goed onderwijs. De logica van bewijzen is immers principieel gericht op het beëindigen van het gesprek, terwijl het in onderwijs altijd gaat om het openen van weer een nieuwe gespreksruimte.

Bewijsmateriaal

Dat onze taal leeft, kun je mooi zien aan de opkomst, bloei en ondergang van woorden. Dertig jaar geleden sprak nog niemand in het onderwijs over evidence, maar nu hoor je het overal. Maar wat is evidence?

Letterlijk genomen is evidence bewijsmateriaal. Dat is haar eerste betekenis. De tweede betekenis komt mee met het Nederlandse ‘evident’. Evidence is vanzelfsprekend, onbetwistbaar, bindend. Voor de detective die een moord moet oplossen, is bewijsmateriaal dat waar alle betrokkenen het over eens zullen zijn. Het zijn de feiten die niet zinnig betwist kunnen worden, waarop je verder kunt bouwen, maar ook waar je rekening mee moet houden. Bewijsmateriaal kan dik of dun zijn, vraagt om duiding en kan verschillend geïnterpreteerd worden. Maar het fascinerende aan bewijsmateriaal is dat er altijd minstens één beschrijving van gegeven kan worden die door niemand betwist wordt.

Er staan twee lege glazen op het aanrecht; naast het lijk ligt een bebloed mes; buren hebben gegil gehoord en een zwarte auto zien wegrijden

We weten wellicht niet wat deze feiten betekenen, maar het zijn feiten, beschreven op een manier die zelf geen vragen meer oproept. Dat dit de feiten zijn, is evident. Hun formulering spreekt voor zich. Het is alsof de wereld zelf aan het woord is.

Dat stelt natuurlijk zware eisen aan de taal waarin die feiten volstrekt onbetwist verwoord kunnen worden. Want waar sprake is van bewijsmateriaal, is ook altijd sprake van een kwestie. Er staat iets op het spel. Er wordt iets betwist. Er moet iets bewezen worden. Daarom moet er voldoende bewijsmateriaal worden verzameld zodat de stelling die ter discussie staat bevestigd kan worden, of weerlegd. De uitdaging is om van de onbetwistbare vanzelfsprekendheid van het bewijsmateriaal – de evidence in beide betekenissen van het woord – plausibel te redeneren naar een doorslaggevend oordeel over de kwestie.

Geen sinecure.

Via de geneeskunde kunnen we uitleggen waarom de associatie van onderwijsonderzoek met detectivewerk gepast is. Evidence-based medicine kwam als term op aan het begin van de negentiger jaren van de vorige eeuw (Guyatt, 1991).1Guyatt GH. (1991). Evidence-Based Medicine [editorial]. ACP Journal Club 1991:A-16. (Annals of Internal Medicine; vol. 114, suppl. 2). Het gaat hierbij om een vorm van patiëntenzorg waarbij de arts zich behalve door de feiten die hij verzamelt door de patiënt te onderzoeken, ook laat leiden door het bewijsmateriaal dat hij tot zijn beschikking heeft uit bestaand wetenschappelijk onderzoek. Iedere patiënt is natuurlijk uniek, maar iedere patiënt vertegenwoordigt ook een ziektebeeld dat universeel is, dat kenmerkend is voor een populatie, namelijk de populatie van alle patiënten met dezelfde ziekte. Alles wat in de medische wetenschap bekend is over deze populatie, zegt vanzelfsprekend iets belangrijks, en iets beslissends, over deze ene patiënt. De arts die als een detective de ziektekiem te pakken probeert te krijgen, doet er daarom goed aan om niet alleen zijn patiënt te onderzoeken, maar ook de wetenschappelijke onderzoeksliteratuur.

Het overweldigende succes van de medische wetenschap heeft grote indruk gemaakt op de psychologie, de pedagogiek en de onderwijskunde. Het medische model is in deze wetenschappen inmiddels dominant geworden. Klinisch psychologen, orthopedagogen en onderwijswetenschappers zijn zich gaan spiegelen aan de medicus. Ook zij kunnen gezien worden als detectives, op zoek naar stoornissen. Als ik het met grove streken schets, zijn de psychologen zich vooral gaan richten op depressies, angststoornissen, en psychiatrische aandoeningen, de orthopedagogen vooral op dyslexie, ADHD, en autisme, en ook de onderwijswetenschappers hebben hun demonen gevonden: onderwijsmythes (De Bruyckere, et.al. 2016).2De Bruyckere, P., Kirschner, P. & Hulshof, C. (2016) Jongens zijn slimmer dan meisjes XL. 35 mythes over leren en onderwijs, Leuven: LannooCampus.

Al die op kinderen gerichte wetenschappers kampen daarbij met een probleem dat ook de medici kennen: de afstand tussen het onderzoekslaboratorium en de behandelkamer. In academische ziekenhuizen is die afstand soms klein. Bovendien werken daar specialisten die zowel het onderzoek als de patiëntenzorg doen. Dat is anders bij de psychologen en de pedagogen, en vooral bij de onderwijswetenschappers. Die staan immers zelf niet voor de klas, maar hebben te maken met docenten en onderwijsbestuurders die zich gemakkelijk door onderwijsmythes laten misleiden. In deze context is de opmars van evidence-informed onderwijs goed te begrijpen.

Bewijzen

Het onderwijs in Nederland staat er slecht voor. Denk aan het lerarentekort, het grote aantal thuiszitters, de desastreuze effecten van de vroege selectie, de rigoureuze scheiding tussen laag en hoog onderwijs en de niet te verantwoorden rol die de eindtoets daarbij speelt, de uitholling van het professionele gezag van leraren, en de al jaren dalende PISA-scores van de Nederlandse jeugd. Er moet echt iets gebeuren en daarom kunnen we alleen maar blij zijn met dat enorme bedrag dat de overheid in het onderwijs wil investeren. Maar de voorwaarde dat dit geld alleen aan evidence-informed onderwijs besteed mag worden, is een heel slecht idee.

Waarom? Omdat je de logica van het bewijs accepteert als je bevindingen presenteert als evidence. Wie over bewijsmateriaal spreekt, committeert zich aan de regels van het taalspel dat ‘bewijzen’ heet. Bewijzen werken toe naar het beëindigen van het gesprek. Als een stelling bewezen is, heeft het geen zin meer haar te bevragen. Een bewijs is definitief. Zolang een stelling nog niet bewezen is, kunnen mensen erover twisten, maar toch wil dit niet zeggen dat als het om bewijzen gaat degenen die uiteindelijk ongelijk blijken te hebben, gedurende de twist potentieel gelijk zouden kunnen hebben. Een dispuut in een domein waarin bewijzen bestaan, lijkt niet op een voetbalwedstrijd waarbij gedurende de strijd iedere partij nog zal kunnen winnen. Als er sprake is van een domein waarin bewijzen bestaan, heeft ook al weten wij niet wie, slechts één van de partijen gelijk.

Dat is de venijnige logica van het bewijs. Het gezag van degene die doorslaggevend bewijsmateriaal verzamelt, is absoluut. Daar waar er sprake is van bewijsmateriaal, daar is principieel sprake van een kwestie waarover ieder gesprek potentieel definitief beëindigd kan worden. In een domein waarin bewijsmateriaal bestaat, bestaat het laatste woord. Het is mogelijk dat dat laatste woord niet gevonden wordt, of niet gevonden kan worden door degenen die ernaar op zoek zijn. Hun cognitieve of conceptuele vermogens kunnen tekortschieten, waardoor zij eeuwig kunnen blijven babbelen, maar dat neemt niet weg dat het laatste woord in zo’n domein wel degelijk bestaat – tenminste, voor zover het inderdaad een domein is waarin bewijzen bestaan, een domein waarin indrukken, observaties, bevindingen of constateringen de status van bewijsmateriaal kunnen hebben. Wiskunde en logica zijn zulke domeinen; onderwijs en onderwijswetenschappen zijn dat niet.

Er valt niets te bewijzen als we met elkaar twisten over wat er nodig is voor goed, effectief, inspirerend, rijk, bevredigend, fascinerend, toekomstgericht, excellent of optimaal onderwijs. Natuurlijk zullen we soms onze gesprekken afronden, soms onze twisten zelfs beslissen en het eens worden over wat kwalitatief goed onderwijs is. Maar ieder gesprek zal altijd opnieuw geopend kunnen worden, ieder besluit opnieuw bevraagd, ieder inzicht weer betwijfeld. Ieder antwoord zal de opmaat kunnen zijn voor een nieuwe vraag. In het onderwijs draait het om levenslange openheid, om voortdurende nieuwsgierigheid, om het nooit wegebbend verlangen naar meer begrip, naar een omvattender inzicht, naar nieuwe mogelijkheden. Precies omdat onderwijs een context is waarin leren en ontwikkelen gedijt, moeten we waken voor het gebruik van bewijsmateriaal, omdat het de mentaliteit verwoest die onderwijs juist koestert, en voedt.

Wordt vervolgd.

3.3 7 votes
Article Rating

Voetnoten

  • 1
    Guyatt GH. (1991). Evidence-Based Medicine [editorial]. ACP Journal Club 1991:A-16. (Annals of Internal Medicine; vol. 114, suppl. 2).
  • 2
    De Bruyckere, P., Kirschner, P. & Hulshof, C. (2016) Jongens zijn slimmer dan meisjes XL. 35 mythes over leren en onderwijs, Leuven: LannooCampus.

Gastbloggers publiceren op uitnodiging en op persoonlijke titel. Hun visie is niet noodzakelijkerwijs de visie van het Blogcollectief. Commerciële uitingen worden niet geplaatst.

Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

1 Reactie
nieuwste
oudste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments

About Gastblogger

Gastbloggers publiceren op uitnodiging en op persoonlijke titel. Hun visie is niet noodzakelijkerwijs de visie van het Blogcollectief. Commerciële uitingen worden niet geplaatst.

Category

evidence-based, onderwijs, onderzoek, praktijk