Dit stuk is geschreven door Wouter van der Schaaf en op zijn verzoek hier geplaatst.


De leden van de AOb zijn door het hoofdbestuur uitgenodigd mee te denken in het proces van verandering bij het werken aan de duurzaamheid van de AOb. Het hoofdbestuur heeft een lid van het HB – Dorien König – gemandateerd met dit thema aan de slag te gaan. De leden van de Algemene Vergadering zijn schriftelijk en mondeling over de voortgang geïnformeerd. In november a.s. zal een speciaal daartoe belegde Algemene Vergadering zich buigen over dit vraagstuk.

De voorzitster van de AOb hanteert met recht graag de uitdrukking “breed gedragen en diep gevoeld”. Als één onderwerp aan dat vereiste en verlangen zou moeten voldoen is het wel het onderwerp “de duurzaamheid van de AOb”. Een dergelijke zoektocht mag evenwel niet alleen gevat worden in mooie intenties omtrent de uitkomst. Minstens zo belangrijk is dat het proces zelf – de route – ook onderdeel is van de verandering. In hoeverre het daar wel of niet in is geslaagd moet onderdeel van de analyse zijn: hoeveel leden zijn actief benaderd, hoe is dat gebeurd, wie hebben gereageerd en wat was de respons? En leidt de uitkomst van die vragen tot de conclusie dat we kunnen spreken van ´breed gedragen en diep beleefd´?

Kortom: als draagvlak een kernelement is in de gewenste verandering, dan moet dat draagvlak een effectief onderdeel zijn geweest van die verandering zelf en niet alleen de gewenste uitkomst. Is het vreemd om te stellen dat voor dat draagvlak de invloed en betrokkenheid van minstens 1,5% van de leden is gerealiseerd om tot volwaardige besluitvorming te komen over te toekomst?

Het stuk dat van het AOb  hoofdbestuur zal worden voorgelegd voor de speciale AV in november kan op zeven cruciale punten worden getoetst:

Zeven keuzes naar duurzame verandering

  • Maakt het hoofdbestuur een duidelijke prioriteitskeuze tussen in de balans tussen “De AOb, uw zaakwaarnemer” enerzijds en “De AOb, een proactieve maatschappelijk betrokken organisatie” anderzijds. Wat is het profiel dat we ons als onderwijsbond willen aanmeten. Hieromtrent zijn heldere keuzes te maken, die bepalend zijn voor de toekomst.
  • Structuren en procedures van een vereniging bepalen de kwaliteit van de democratie van een vereniging. Besluitvorming met een smal draagvlak verliest zijn legitimiteit, ook al levert een verwijzing naar de statuten en reglementen op dat alles procedureel correct is verlopen. Wat zijn de stappen naar nieuwe vormen van brede betrokkenheid en daarmee legitimiteit.
  • Onderwijsbonden wereldwijd hebben te maken met inhoudelijke en organisatorische vraagstukken die veel gelijkenis vertonen met die van de AOb. Wat is in het huidige proces naar innovatie en duurzaamheid het leerproces geweest van onderwijsbonden elders in Europa? En hoe wordt naar de toekomst de stap van horizonverbreding, gericht op leren, ervaringen uitwisselen resulterend in kwalitatief organisatorische groei geborgd?
  • De AOb juicht ´flip the system´ toe in het onderwijs. De AOb zelf echter kampt als organisatie in de beeldvorming met een imago dat zich laat omschrijven als ´bestuurlijk´ en ´op afstand van de werkvloer´. Een benadering van ´flip the system´ houdt in dat de AOb als vereniging niet meer ´management driven´ maar veeleer ´membership driven´ zal zijn, waarbij sturing vanuit de leden komt en de leiding van de vereniging leert om op een andere manier leiding te geven: uitnodigend, faciliterend, ondersteunend, uitdagend en stimulerend. Eerder sturend dan besturend. Begeleidend naar conclusies in plaats van ponerend van conclusies. Wil de AOb die keuze maken?
  • Als de bond daadwerkelijkheid de gezaghebbende stem over en vanuit het onderwijs wil worden dan zal dat een fikse investering vereisen op terreinen van beleid, menskracht, onderzoek. En niet alleen de actualiteit van de ondergang van de Onderwijscoöperatie dwingt daartoe. Het vacuüm dat hiermee is ontstaan vereist dat de AOb die leegte vult voordat anderen dat doen. Het is een keuze, een stap op weg naar een bond van professionals. Niet ´tweepotigheid´ als statement, maar met concrete invulling.
  • De AOb kent ´de vereniging´ en de AOb kent ´de werkorganisatie´. Zijn vereniging en werkorganisatie twee kanten van één en dezelfde medaille? En zo ja, hoe ziet die medaille er dan op dit moment uit? En hoe zou die er voor een toekomstbestendige organisatie uit moeten zien? Als leden te ver komen te staan van het verhaal dat de bestuurders willen vertellen is er een probleem. Wanneer het welbewust beleid is om beide niet te veel met elkaar te laten interfereren en elkaar te versterken, wordt daarmee de scheiding verdiept. Hoe gaat die medaille optimaal en duurzaam glanzen?
  • Wanneer een organisatie wil veranderen, is op zijn minst een scherpe analyse van ´coherentie´ op zijn plaats. Simpele vraag in dat verband: uit hoeveel eilanden bestaat de AOb en hoe stevig zijn de bruggen tussen de eilanden. Onderzoek, beleidsontwikkeling, lobby, scholing en communicatie moeten in elkaars verlengde liggen, elkaar uitdagen en versterken. Welk belang wordt in de plannen toegekend aan samenhang en wat zijn de eerste aanzetten daartoe?

Als onderdeel van denken over de duurzame verandering zou het een verstandig en moedig besluit zijn wanneer de AOb een negental auteurs uitnodigt een essay te schrijven over de onderwijsvakbeweging voor een publicatie met de titel “Haalt de AOb 2030 en hoe ziet de AOb er dan uit?”

2030 mag dan ver weg lijken, dat is maar schijn. Want de AOb is net als de onderwijssector: een mammoettanker. De uitkomst in 2030 wordt al bepaald door de koers die de AOb nu inzet. Waarbij vragen aan de orde moeten komen als : welke positie wil de AOb innemen in de samenleving van nu en van morgen. Een samenleving die permanent en in snel tempo aan veranderingen onderhevig is. Eén titel uit de bundel kan zijn “Wie heeft morgen de AOb nog nodig?”.

Bovenstaande zeven punten beogen tezamen een aanzet te leveren tot bredere discussie die bijdraagt aan de koers van de AOb. Stappen die de richting van de bond bepalen op basis van keuzes die de bond gaat maken. Breed gedragen. Waarmee niet gezegd is dat daarmee het interne debat ten einde is. Integendeel: het is een vereiste om telkens weer om te kijken en te zien of men nog op de gekozen route is. En zo niet, waarom dan niet.

In de prachtige hal van het hoofdkantoor van de AOb in Utrecht wordt de bezoeker ontvangen met een mooie foto van Nelson Mandela met een toepasselijk citaat over de waarde en het belang van onderwijs.

Nelson Mandela zal vooral in de hoofden en harten voortleven als de man die als mens, als president en als leider de fundamentele omwenteling in Zuid-Afrika realiseerde. Het past hem te citeren met een uitspraak die ging over hemzelf als mens, president en leider. Een uitspraak die de AOb als geheel zich ter harte kan nemen bij de huidige discussie. De uitspraak:

“One of the most difficult things is not to change society – but to change yourself”.

Wouter van der Schaaf

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Category

onderwijs

Tags

, , , ,