Het lerarenregister (1): een cruciale bouwsteen

1280px-haagse-magistraatIk wil de komende week mijn gedachten over het lerarenregiser op een rij zetten.  Dat vergt veel meer dan een blog of artikel, vandaar dat ik het in meerdere delen publiceer hier op Onderzoekonderwijs. De volgende blogs zullen een verdere uitwerking zijn van het onderstaande artikel. Alle bronnen volgen bij het laatste artikel.


Ik sta alweer dertien jaar voor de klas en sinds die tijd lees ik al boze columns van leraren over de staat van ons onderwijs. Terecht vaak, ik heb ze zelf ook geschreven en zal ze nog vaak blijven schrijven. Maar veel van die jaren heb ik ook geen verbetering gezien ondanks de- vaak terechte- kritiek. Ze vallen vaak in het genre: Wachten op de Overheid. “Als de overheid nou maar de lumpsum afschaft, dan…” Als ik iets heb geleerd de afgelopen dertien jaar is dat je dan nog heel lang kunt wachten. Een van de redenen om samen met René Kneyber aan Het Alternatief: weg met de afrekencultuur in het onderwijs te beginnen was om te onderzoeken hoe het anders zou kunnen. Onderdeel van die conclusie was dat een sterke beroepsgroep een voorwaarde is. Daaruit volgde ook dat als onderdeel van een sterke beroepsgroep een lerarenregister nodig is om die beroepsgroep te organiseren.

Op 5 oktober, de dag van de leraar, bediscussieerde de Tweede Kamer de invoering van een verplicht lerarenregister en op dinsdag 11 oktober stemde de Kamer ermee in. Natuurlijk leidde dit tot veel onrust en weerstand onder collega’s. En op het eerste gezicht is het inderdaad makkelijk om tegen dit register te zijn. Het wordt verplicht. Het is in deze vorm niet werkbaar, we leggen elkaar een onnodige bureaucratie op met een afvinklijst die ver van de werkvloer afstaat en zo niet bijdraagt aan beter onderwijs. Daarnaast verdient de manier waarop het wordt ingevoerd ook niet de schoonheidsprijs. De governance was nog niet goed geregeld en er is veel onduidelijkheid over het aantal ingeschreven leraren en het draagvlak onder leraren lijkt laag te zijn. Allemaal terechte kritiek.

Aan de andere kant voldoet deze opzet van het register wel aan drie belangrijke voorwaarden: Ten eerste is het van de beroepsgroep zelf. Ten tweede komt er directe inspraak van alle ingeschreven leraren in een deelnemersvergadering om dat register vorm te geven (veel vormen van informeel leren kunnen overigens al worden toegevoegd). Ten derde, die deelnemersvergadering kan herregistratie compleet naar eigen inzicht invullen. Weg met de afvinklijstjes en bureaucratie en bouwen aan een register dat dicht bij ons werk op school ligt en recht doet aan de aard van ons beroep. Dat er op het punt van representativiteit nog heel veel beter kan lijkt me duidelijk, maar dat bereik je niet in een keer met zo’n grote beroepsgroep als de onze en met zoveel representatieve organisaties. Ook deze is nog verre van ideaal, maar het betekent wel een verdere democratisering van onze beroepsgroep.

Leraren krijgen het recht om het register zo vorm te geven zodat het bijdraagt aan individuele- en schoolontwikkeling en aan de ontwikkeling van onze beroepsgroep en het onderwijs in het algemeen. Beide zijn nodig voor het verhogen van de kwaliteit van ons onderwijs. Het is misschien een afgedraaid riedeltje, maar niets in het onderwijs is zo belangrijk als de een gezamenlijk lerende leraar. En nee dat betekent niet dat je 24 uur per dag aan het leren bent, leren in het onderwijs is voornamelijk doen: lesgeven, ontwerpen (van je curriculum), reflecteren, aanpassen, enzovoorts.

De aanname achter het lerarenregister is dat het, net als bij onder andere artsen en advocaten, bijdraagt aan de kwaliteit en status van het lerarenberoep. Het reguleert de toetreding tot de beroepsgroep en praktiserende leraren houden hun kennis en kunde op peil. Na de lerarenopleiding sta je pas aan het prille begin van je docentschap, je moet nog heel veel leren, maar de verantwoordelijkheid voor de gehele kwaliteit van dat leren- de opleiding en professionalisering als een continuüm- is op dit moment nergens goed belegd. Dat heeft me altijd verbaasd. En ik denk dat dat door niemand beter kan worden vormgegeven dan door leraren zelf. Het register biedt ons de mogelijkheid om van de opleiding tot inductie (de startende leraar) tot uiteindelijk expert-leraren globaal te definiëren wat we van elkaar mogen verwachten. Maar ook dat we als beroepsgroep elkaar ondersteunen om betere leraren te worden. De conclusie uit Het Alternatief waarin we de uitspraak “De kwaliteit van het systeem is nooit groter dan die van de leraar” weerspreken, staat nog steeds overeind. De kwaliteit van de leraar is juist afhankelijk van het systeem. Dat systeem bouwt de beroepsgroep zelf. Het is fantastisch dat er enorm veel informele netwerken ontstaan (meetups, facebookgroepen, etc.), maar die beweging kan versterkt worden door bestaande lerarenorganisaties mee te nemen bij deze ontwikkeling, door meer formele netwerken op te bouwen en waar nodig politieke slagkracht te ontwikkelen.

Daarnaast, en dat is in deze tijd misschien wel het belangrijkste, geven we vorm aan een nieuwe vorm van democratische- republikeinse- professionaliteit die past bij een maatschappij die steeds instabieler wordt. Daarin nemen we zelf verantwoordelijkheid door nieuwe verbindingen te leggen en maatschappelijke cohesie te bevorderen. De kwaliteit van ons onderwijs, voor onderwijs aan al onze kinderen kunnen we als leraren niet uitbesteden aan anderen.

In het verlengde daarvan biedt een sterke beroepsgroep en een register ons een bescherming tegen krachten van buitenaf: privatisering, flexibilisering en automatisering. Met als gevolg verdere deprofessionalisering. Krachten die vanuit een globale context helaas alleen maar heel veel sterker zullen worden de komende jaren. En krachten die je alleen kunt weerstaan als je je organiseert en een gemeenschappelijke, publieke ruimte (het register) afbakent die dat mogelijk maakt. Of hebben de tegenstanders van dit register zoveel vertrouwen in de politiek, raden, bedrijven, internationale denktanks en organisaties om dat voor ons te doen? Ik denk nog steeds dat we redelijk snel een punt zullen bereiken dat er hardere acties nodig zijn, en dat zal verder moeten gaan dan clicktivisme. (Evers 2015)

Een register in handen van leraren is wereldwijd een unieke situatie, ik ken geen enkel land dat zo ver hierin gaat (inclusief Schotland). Dat is een kans die niet zomaar aan de kant kan worden geschoven. Lost het alle problematiek rond het de kwaliteit van leraren op? Nee natuurlijk niet: tijd, ruimte en salaris zijn belangrijker. Maar een sterke beroepsgroep georganiseerd rondom een register is ook een cruciale bouwsteen.

17 Reacties to “Het lerarenregister (1): een cruciale bouwsteen”

  1. Beste Jelmer, Mijn onderwijsloopbaan beslaat 35 jaar. Sinds 2012 ben ik ingeschreven in het register en ik heb daarnaast ook op school mijn bekwaamheidsdossier bijgehouden. Inmiddels met keuzepensioen vanwege mantelzorg, maar officieel heb ik nog altijd de mogelijkheid om les te geven. Mijn scholingsuren heb ik altijd gebruikt. Het liefst in de uren dat ik geen les had. Ik volg nog steeds bijscholing en dat wil ik ook blijven doen, zolang ik de pensioengerechtigde leeftijd niet heb bereikt. Ik neem deel aan diverse netwerken om te delen en samen te leren. . Kun je mij uitleggen wat de verplichting van het register voor mij toevoegt, behalve bescherming bieden tegen krachten van buitenaf. Wat overigens suggereert dat ik die moet vrezen. Inmiddels is het bijna 5 jaar na de start van het register en ik heb niet het idee dat we veel verder zijn dan 2012. Waar ligt dat dan aan? Met een verplichting van het register overbrug je geen 5 jaar falen. Ankie Cuijpers

    Like

    • Hoi Ankie,

      Terechte vraag en ik kom er nog uitgebreider op terug, zeker ook op die krachten. Maar je geeft al heel lang les, vond je al die hervormingen ok? Wat hadden we kunnen doen om dat te voorkomen?Wat draagt het bij voor jou direct in je persoonlijke situatie? Misschien niets. Maar geldt dat voor elke leraar? Zijn de omstandigheden en houding overal zo? Ik denk het niet. Het is die bredere opvatting van verantwoordelijkheid dat professionalisme kenmerkt. Als dat een overgroot deel van leraren niet aanspreekt, so be it. Maar dan moeten we ook niet zeuren over systemische ingrepen als de Rekentoets. Die verantwoordelijkheid gaat verder dan: what’s in it for me and my students? Dit citaat van Thijs Jansen zet het goed neer: “De vakman is hier niet alleen een individu, hij maakt deel uit van een sociale praktijk waarin men voortdurend tracht overeenstemming te bereiken over idealen, doelen en maatstaven. De hoge eisen die men aan elkaar stelt, zijn uiteindelijk bedoeld om de eer van de beroepsgroep hoog te houden voor de rest van de samenleving. En daarmee houdt men de als willekeurig ervaren machtsuitoefening van anderen buiten de deur. Deze republikeinse opvatting over professionaliteit is nog bepaald geen werkelijkheid in de meeste beroepsgroepen, zoals we bijna dagelijks kunnen lezen en horen in de media.” Maar goed er volgt nog meer!

      Jelmer

      Like

  2. Ik was ooit voorstander, maar ben erg geschrokken van het de onevenwichtigheid tussen rechten en plichten van leraren. Daar biedt het register geen oplossing voor, de verplichtingen voeren de boventoon, rechten kun je niet claimen op basis van herregistratie. Ook niet als je excellent lijkt te zijn.

    Misschien dat je kunt uitleggen welke macht het leraren biedt, Jelmer. Kun je er een rechtspositionele verbetering mee claimen bij je hestuur? Volgens mij niet. Kun je je rechtspositie en werk kwijtraken? Ja je raakt je bevoegdheid kwijt als je geen herregistratie verwerft, dus je werk en wellicht je rechtspositie.

    En in navolging van Ankie’s verzuchting over wat er na 5 jaar register eigenlijk bereikt is, vraag ik me af of je een lerarenregister wel kunt vergelijken met dat van accountants, artsen en juristen.
    Het verschil is de gezagsverhouding. Waarschijnlijk gaat het lerarenregister het meest lijken op het BIG voor verpleegkundigen; er moet veel en steeds meer, maar de status en waardering van het beroep zakt steeds verder weg. Met of zonder register dus.

    Overigens in het kader van baas boven baas; ik ken weinig bevoegd gezag dat zich uit eigen beweging echt zorgen maakte over bevoegdheid, bekwaamheid en kwaliteit van hun onderwijsuitvoerend personeel. Waarom zou dat nu wel zo zijn? Is het niet simpelweg het rechtspositionele risico verplaatsen van een machtige groep gezagsdragers en leidinggevenden naar kwetsbare individuen op de werkvloer?

    Like

  3. Beste Jelmer,

    Volgens mij zijn mensen niet zozeer tegen een register maar wel tegen dit register. Of het echt van de beroepsgroep is, daar is terechte twijfel over. In welke mate mogen wij dit vorm geven, en wie ‘geeft’ ons dit recht? Wie neemt, na de alv, de definitieve beslissingen over het hoe/wat? Hoe is dit alles wettelijk geregeld?
    En zo zijn er nog behoorlijk wat vragen over dit register. Daarnaast is er wellicht nog de vraag of dit register wel het antwoord is op het probleem? (Welk probleem was dat ook alweer???)

    Volgens u is een register “een verdere democratisering van onze beroepsgroep.” Mij lijkt het meer een beperkte vorm van democratie. Eerst was de docent vooral zelf verantwoordelijk, nu zal er meer opgelegd gaan worden. Wellicht een beter plan om met de hele sector, inclusief het management, te werken aan meer professionaliteit. Betere samenwerking tussen docenten en management zodat we er allen beter van worden. Hierbij kunnen de bonden helpen om onze belangen te behartigen bij de overheid en er voor te zorgen dat de algemene tendens om negatief en/of wantrouwend naar docenten te kijken om te zetten naar positief en met vertrouwen.
    En als we toch bezig zijn, misschien ook kijken hoe de leraaropleidingen ingericht zijn om te zien wat daar nog te winnen valt.

    Maar goed, er is nog wel wat werk aan de winkel in onderwijsland denk ik. Dit/een register is volgens mij niet de belangrijkste stap die nu gezet moet worden. Dit register is meer een verdediging van wat wij doen, waar is het vertrouwen?

    Groet,
    Almar

    Like

  4. Beste Jelmer, ik ben het met je eens dat een register een van de bouwstenen kan zijn (mits goed opgezet) van versterken van professionaliteit van leraren.
    Het zou mooi zijn om de bouwstenen dan ook op een rij te zien in een overzicht over een meervoudige aanpak om onderwijs te verbeteren waarin ocw een faciliterende rol speelt in plaats van een autoritair dwingende. Er gebeurt immers al veel. Onderzoek heeft al veel neuzen een bepaalde kant op gezet. Maar visie formuleren is stukken makkelijker dan het in de praktijk toepassen. De vertaalslag van theorie naar de lespraktijk maken is een groot knelpunt (en dan nog mensen meekrijgen).
    Maar nog even terug naar het register: Ik zit nog niet lang ih onderwijs maar het voelt voor mij alsof de balans tussen geven en nemen tussen ocw en leraren zoek is. En dit register komt ook weer over als een ‘nemen’ van ocw. En het ‘geven’ vd laatste salarisverhogingen lijkt op een sigaar uit eigen doos. Dit ‘geven’ wordt daarmee niet gezien als een geven maar als voor-de-gek-houderij. En dan gaan mensen twijfelen: houdt ocw ons nou voor de gek? Wij zijn gekkie henkie niet!
    Kortom, recept voor meer succes is m.i. een goede balans tussen geven en nemen, een heldere (gebalanceerde) meervoudige aanpak en een meer faciliterende rol voor ocw.
    En een complimentje af en toe.
    Vr grt Helen Hol

    Like

  5. Het register is niet te vergelijken met dat van accountants artsen of advocaten omdat leraren qua positie niet met deze groepen zijn te vergelijken. De leraar is object, een ding, bevoegdheden oprekbaar.

    Like

  6. Heel mooi verwoord Jelmer. Dit helpt me de gedachten rond het register te ordenen.Wat kunnen we veel als beroepsgroep bereiken.

    Like

    • Tjeerd heeft het over “wij als beroepsgroep” en presenteert zich aldus als leraar.

      Ook in het forum van Lerareninactie.nl presenteerde Tjeerd zich als leraar. Daar schreef hij over zichzelf in termen van “ONZE werkdruk BESTE COLLEGA’S ligt hoog”, “Al jaren zijn WE de opvangbak van maatschappelijke problemen”; “Ik kan geloof ik ALS LERAAR vier keer op dezelfde naam de petitie ondertekenen”; “WE willen graag bepalen hoe we ONS onderwijs inrichten, wat er in de klas gebeurt, hoe WE de lesstof aanbieden, op welke manier WE toetsen” en “Als WE dat zelf gaan invullen, wil ik daar best verantwoording afleggen. Ook in een register.”

      Het zou fijn zijn, Tjeerd, als je open kaart speelde over je (betaalde en onbetaalde) activiteiten, en over de realiteit van je leraarschap.

      Wie Tjeerds antecedenten nagaat, ziet dat hij (ook? of alleen maar?) heel andere dingen doet. Zo werkt Tjeerd al jaren als ‘secretaris registerleraar’ voor de Onderwijscoöperatie; hij ‘coördineert ambassadeurs’ voor het register; hij is coach voor een stichting die subsidie ontving gerelateerd aan het register; hij werkt al vijf jaar mee met de Onderwijscoöperatie in een adviesraad rondom het register; sterker nog, Tjeerd was al ‘regiocoördinator’ voor de SBL in de jaren dat die op aangeven van OCW de aanzet gaf tot dit lerarenregister. Kortom, Tjeerd zit er metersdiep in, staat op de OC-loonlijst, tweet er ook al jaren over, en heeft aldus bepaalde aangenomen loyaliteiten – zelfs verantwoordelijkheden – naar de Onderwijscoöperatie.

      Tjeerd, prima dat je hier je mening komt geven, maar vermeld dan wel alle relevante informatie, en doe je niet voor als ‘gewoon een collega’ want dat ben je niet. Je hebt ook professionele belangen bij dat register. Noem die gewoon.

      Like

  7. Hoi Jelmer

    Dank voor je bijdrage aan het registerdebat. Je bent nog niet klaar, dat weet ik, maar ik kan het niet laten er nu al op te reageren.
    Ik ben – dat verbaast misschien – een milde voorstander van een register. Ik weet niet of het landelijk geregeld moet of toch, zoals ik elders met veel spot bepleitte, gewoon op schoolniveau in kaart kan. Maar ergens moet de professionaliteit van leraren, moet het proces van het lesgeven bewaakt. Daarin ben ik het dus niet principieel oneens met voorstanders .
    In jouw stuk over de voors van een landelijk register lopen wens en werkelijkheid naar mijn gevoel echter wel heel erg door elkaar, en sla je als het ware een heel stuk aan tijd en ontwikkeling over. Mooie (ook: beangstigende) perspectieven dus, op republikeis docentschap en wat al niet, maar ondertussen wordt het centraal geregelde register in 2017 poldermatig operationeel, en zijn er vooralsnog veel te weinig waarborgen dat het goed gaat werken. Ik licht er hier twee aspecten uit die jij naar mijn gevoel (nog) te weinig benoemt.

    Kwaliteit.
    Tot voor kort bestond er in NL nog een redelijk functionerende infrastructuur van na- en bijscholers in de zgn. eerste lijn. Ik heb daar vaak genoeg flink op gemopperd, maar er was tenminste iets van een kwaliteitscontrole. Die enorme ‘markt’ van onderwijstraining en -advies wordt inmiddels vooral bediend door een onoverzichtelijke brei aan ploeterende zzp-ers. Ik denk en weet dat die over het algemeen goed werk verrichten, maar er is, laten we wel wezen, ook enorm veel rommel dat voor veel geld aan de mens wordt gebracht. Jasper, meen ik, schreef daar eerder ook iets over in de NRC. Zoals het nu werkt is het dus wel gewoon ‘afvinken’ van aanwezigheid op meer of minder geslaagde congresjes en studiedagen, biedt boeddhistisch kantklossen wonderwel een echte optie op heel veel punten, en lijkt de bureaucratie van het register tegelijk te groot én te zwak om precies die perversie onder controle te krijgen. En dreigt het al bij al een lachertje te worden.

    Fictie
    Ook het verdiepende advies van de OC op 2032 dat vorige week (17.11) werd gepresenteerd is, doet bij oppervlakkige lezing best komiek aan: 1. Over ‘het curriculum’ kunnen we geen eensluidende mening vormen. 2. Over dat curriculum willen we wel de regie voeren. De grap zit ‘m in de ambiguiteit van die twee stellingen. Die ‘we’ in het eerste statement verwijst naar een echte ‘we’, te weten een bonte verzameling leraren die zich via vakken, bonden, sectoren, bevoegdheden, belangen, sektes en social media heel professioneel hebben vernipperd. De ‘we’ in het tweede statement is een fictieve, een utopische ‘we’, want een politiek wenselijke eindtoestand. Ze verwijst naar de docenten die zich vertegenwoordigd voelen door de OC en die graag van een ‘we’ en van een homogene beroepsgroep spreken. Dat is een nuttige fictie, zonder meer, maar fictie is het.
    Het register is in de ogen van jou en van andere voorstanders een middel om van 1 naar 2 te komen – en van fictie feit te maken. Dat is mooi en dat ondersteun ik best Om dezelfde reden zou ik zelf bijv. graag meer curriculumbewustzijn onder docenten zien, als vanzelfsprekend element van beroepseer en –trots.
    Maar tussen droom en daad staan nogal wat praktische bezwaren, namelijk een jammerlijk gemankeerde realiteit. Ik herinner en chargeer even: waarom zou ik warm lopen voor een beroepsregister zolang er nog zoveel onbevoegden voor de klas staan? Wat zou ik me scholen als mijn leiding zo overduidelijk faalt? Dat er een mooie, republikeinse toekomst gloort voor het docentschap, en dat we daarmee in Nederland zo lekker uniek bezig zijn interesseert me helemaal geef f****. En die anonieme boze wereldkrachten waar je aan appelleert?? Ik weet het niet. Ik worstel in het nu, en kom van de werkdruk amper boven (ja, ook nu ik niet meer voor de klas sta :))
    Zelf ben geen lid van LIA, noch overigens van enige andere bond (meer), maar hierin geef ik hen (en de Raad van State) dus wel gelijk: eerst de werkelijke problemen van het beroep oplossen, dan werken aan én die positie én de (échte) vertegenwoordiging van ‘de’ beroepsgroep (ik denk oprecht: beroepsgroepEN). Je kunt wel denken, hopen, smeken dat dat tegelijk op kan gaan, maar met het oog op de vele register-weigeraars, in combinatie ook met het matige imago van de OC, zie ik weinig reden tot register-optimisme.

    Like

  8. Beste Jelmer,

    Ik sta vierkant achter professionalisering, maar je kunt geen link leggen tussen professionalisering en de status van een docent of de democratisering van ons beroep. Ze worden beiden niet verbeterd door de lerarenregister. Ik ben al jaren bezig met mijn rol als professional. Maar dat neemt niet weg dat mijn status als docent binnen de samenleving nog steeds niet is verbeterd in de laatste 10 jaar.
    Daarnaast is er geen sprake van democratisering als je als docent meer cursussen en trainingen volgt. Zodra onze ministerie iets in zijn hoofd haalt, wordt dat doorgedrukt. Ik kan me nog goed heugen dat een aantal jaar terug de Amsterdamse Arena vol liep op een dinsdag met docenten die protesteerden tegen de “1040 uren norm”. Wat is hiermee gedaan? Het is doorgedrukt en men krabbelt nu beetje bij beetje terug. Zo is het ook met de rekentoets vergaan. Diverse organisaties en wiskundedocenten hebben zich duidelijk tegen de rekentoets uitgesproken. De manier waarop het ingevoerd zou worden en wat er getoetst zou worden, zou niet representatief zijn. Overheid heeft het doorgedrukt en de toets verplicht gesteld ondanks diverse adviezen, waarschuwingen etc. En binnen 2 jaar, nadat scholen er zoveel in geïnvesteerd hebben, heeft de overheid aangegeven dat de rekentoets niet meer verplicht zou zijn.
    Dus ik zeg nu keihard nee tegen de lerarenregister. Alleen cursussen die op een goedgekeurde lijstje staan zouden punten opleveren en bij onvoldoende punten kan ik mijn lesbevoegdheid verliezen. Dat gaan we dus even niet doen. Ik ben verdorie een verdomd goede lerares en ik ga me niet degraderen tot een lijstje wat niet eens aantoont of je affiniteit met je leerlingen hebt. Zo heb ik genoeg docenten voor de klas gezien die de “juiste” papieren hadden, maar die niets konden overbrengen op de kinderen. Als men wil weten wat ik aan professionalisering heb gedaan…. mail me even en dan stuur ik je mijn CV toe of bel naar mijn leidinggevende.

    Like

    • Ik ben het erg eens met fafyon. Juist de jaren ervaring, experimenteren, reflecteren maken een leerkracht -vaak- tot een goede leerkracht. Affiniteit met kinderen en daardoor dus een band hebben met leerlingen, het gedrag van kinderen willen begrijpen (ongeacht de afkorting waar het kind aan lijdt) en op dit gedrag anticiperen is bijzonder lastig te meten met lijstjes en nog veel lastiger uit te drukken in punten. Mentaliteit laat zich moeilijk onderwijzen, iets waar we ons allemaal bewust van zijn.
      Daarnaast bestaat nog steeds het idee fixe dat professionalisering, uitgedrukt in punten welke zouden bewijzen dat de leerkracht zich ontwikkelt, ervoor zorgt dat passend onderwijs haalbaarder wordt. Dit is niet het geval, een enkele leerkracht blijft een enkele leerkracht ongeacht het aantal gevolgde cursussen en behaalde punten. Tot slot, wanneer leerkrachten zelf niet kunnen bepalen welke cursussen bijdragen tot verbetering van de leerkrachtvaardigheden is een uitvergroting van het feit dat leerkrachten inmiddels bitter weinig te zeggen hebben over het curriculum op de scholen.

      Like

  9. Ik kan hier veel & lang over schrijven, maar houd het nu even bij een korte reactie.

    1. Het register dwingt leraren tot vormen van professionalisering die momenteel totaal niet gangbaar zijn. Na 30 jaar lesgeven ken ik niet één collega die elke vier jaar 160 geaccrediteerde scholingspuntjes verzamelt. Kan wel wezen dat sommige leraren dat een kek idee vinden, maar het spoort op geen enkele manier met de huidige realiteit.

    2. Erger nog: er is geen evident verband tussen het nakomen van die verplichting en bekwaamheid voor het beroep. De scholingseis presenteren als voorwaarde voor bekwaamheid is domweg bedrog.

    3. Het civiel effect van dit register is dat een leraar die niet aan die nieuwe eisen voldoet, niet meer de verantwoordelijkheid voor lesgeven mag dragen, en mogelijk zijn baan of zelfs zijn lesbevoegdheid verliest. Ik vraag je, Jelmer: wáár is het draagvlak hiervoor in de beroepsgroep? Ik ken het niet. Jij?

    4. En als het draagvlak voor die – mijns inziens totaal debiele – sanctie ontbreekt, waarom maakt de ‘Onderwijscoöperatie’ ons dan wijs dat dit een register ‘voor & door leraren’ is? Waarom zou jij dan nog aan dat onjuiste idee vasthouden?

    Like

  10. Ik kan hier veel & lang over schrijven, maar houd het nu even bij een korte reactie.

    1. Het register dwingt leraren tot vormen van professionalisering die momenteel totaal niet gangbaar zijn. Na 30 jaar lesgeven ken ik niet één collega die elke vier jaar 160 geaccrediteerde scholingspuntjes verzamelt. Kan wel wezen dat sommige leraren dat een kek idee vinden, maar het spoort op geen enkele manier met de huidige realiteit.

    2. Erger nog: er is geen evident verband tussen het nakomen van die verplichting en bekwaamheid voor het beroep. De scholingseis presenteren als voorwaarde voor bekwaamheid is domweg bedrog.

    3. Het civiel effect van dit register is dat een leraar die niet aan die nieuwe eisen voldoet, niet meer de verantwoordelijkheid voor lesgeven mag dragen, en mogelijk zijn baan of zelfs zijn lesbevoegdheid verliest. Ik vraag je, Jelmer: wáár is het draagvlak hiervoor in de beroepsgroep? Ik ken het niet. Jij?

    4. En als het draagvlak voor die – mijns inziens totaal debiele – sanctie ontbreekt, waarom maakt de ‘Onderwijscoöperatie’ ons dan wijs dat dit een register ‘voor & door leraren’ is? Waarom zou jij dan nog aan dat onjuiste idee vasthouden?

    Like

  11. Beste Ankie, Patrick, Almar, Fafiyon en Jeroen,

    Ik zou graag het lerarenregister plaatsen in het bredere kader van het gehele wetsvoorstel Beroep Leraar. Daarin is bijvoorbeeld ook het professioneel statuut opgenomen. Hierin wordt per school in samenspraak met leraren vastgesteld op welke wijze benutting van de professionele ruimte wordt geregeld. Er kan bijvoorbeeld worden vastgelegd hoe de inspraak van leraren geregeld wordt in het besluitvormingsproces voor een nieuw aan te schaffen methode. Zoals Jelmer terecht aangeeft in reactie op Ankie, is het wellicht op heel veel scholen al goed geregeld, maar zijn er ook scholen met leraren die het gevoel hebben dat zaken ‘erdoorheen worden gedrukt’, waarmee ze niet zouden instemmen als het besluitvormingsproces goed geregeld zou zijn. Het professioneel statuut zorgt voor borging van de benodigde zeggenschap waar veel leraren naar verlangen.

    Ik merk in mijn directe omgeving dat veel leraren nog niet de tijd hebben kunnen vinden of de moeite hebben willen nemen om zich goed te oriënteren op de inhoud van het wetsvoorstel. Dat maakt het soms moeilijk om het genuanceerde gesprek te voeren. Een gesprek gebaseerd op feiten en niet op ficties, zoals de verkeerde aannames dat je alleen cursussen zou mogen opvoeren die geregistreerd zijn, dat je je eigen informele of non-formele professionaliseringsactiviteiten niet zou mogen opvoeren, en dat je je bevoegdheid kwijtraakt. Die kún je niet kwijtraken namelijk. Je bevoegdheid heb je immers behaald, maar je bekwaamheid, daar werk je aan, zodat je ervoor zorgt dat je ook terecht benoemd blijft of benoemd kunt worden.

    Almar vraagt zich af op welk probleem het register een antwoord is. Moet er dan eigenlijk eerst sprake zijn van een probleem als we beter willen worden? Als we als beroepsgroep een sterkere stem willen laten horen? Er zijn altijd problemen genoeg in het onderwijsveld: wijze van invoering van passend onderwijs of de rekentoets, geldstromen aan nieuwkomersklassen, het lerarentekort. Problemen zijn er om samen aan te werken en te komen tot oplossingen. Oplossingen die mede door de beroepsgroep leraren moeten worden bedacht, waarin we op tijd moeten worden gehoord en zelf ook de verantwoordelijkheid hebben om ons te laten horen.

    Volgens mij biedt het wetsvoorstel Beroep Leraar ons leraren de mogelijkheid om samen sterker te staan. Rechten en plichten zijn in dit wetsvoorstel goed met elkaar in balans. We borgen nu wettelijk onze professionele ruimte en onder andere via het register leggen wij over de manier waarop wij onze professionele ruimte benutten, verantwoording af aan elkaar en aan de samenleving. Daarnaast biedt het ouders en leerlingen de zekerheid dat er een blijvend bekwame leraar voor de klas staat die zijn vak en beroep bij- en onderhoudt en met zijn collega’s werkt aan het verbeteren van het onderwijs.

    Mijn oproep is vooral om in gesprek te blijven met elkaar en je stem te laten horen, bijvoorbeeld over de herregistratiecriteria: http://registerleraar.onderwijscooperatie.nl/aanmelden-ontwerpsessies/ en over de leeractiviteiten: http://registerleraar.onderwijscooperatie.nl/online-brainstorm/

    Like

    • Beste Femke,
      In gesprek blijven zie ik niet als probleem. Graag.
      Maar ik zie nog niet de antwoorden op mijn vragen. Leggen wij niet verantwoording af aan onze leidinggevende? Gaat dat veranderen via het register? En is het niet het “bevoegd” (?) gezag dat uiteindelijk bepaalt hoe en welke kwaliteit er gewaardeerd wordt? Waarom is er niet eerst geregeld dat registratie wettelijk leidt tot rechtspositionele ruimte en mogelijkheden in plaats van alleen een afspraak over rechtspositionele straf en verlies van mogelijkheid om je beroep uit te oefenen? Het had bijvoorbeeld gekoppeld kunnen worden aan een functiemix of afspraken over discretionaire ruimte en bevoegdheden voor de beroepsgroep.
      Ik stel me zo voor dat het huidige tekort aan bevoegde docenten ook nu al een probleem is. Echt? Waarom dat niet aanpakken dan?
      Wordt dat tekort ook de verantwoordelijkheid van de leraren? Of kunnen bestuurders zich blijven beroepen op overmacht?

      Heel nuchter kun je vaststellen dat er (wederom) niet duidelijk is welk probleem er nu precies opgelost gaat worden. Terwijl de problemen die opgelost zouden moeten worden nog een tijdje worden gedoogd. Zoals kwantitatieve en kwalitatieve tekorten. En er ontstaan fikse nieuwe problemen als leraren niets zien in het register. Want iedereen die het vak een beetje bijhoudt kent de aspecten en noodzaak van intrinsieke motivatie. Straffen en ontkennen van competentie en autonomie en uitsluiting horen daar niet bij.

      Like

  12. Beste Jelmer,

    Zo maar een hersenspinsel, waar ik niet direct een antwoord op heb, maar jij misschien kunt meenemen in deel 2.
    Zoals je weet ben ik een groot voorstander van autonomie van de beroepsgroep als collectief en van de individuele leraar. Professionalisering regelen we zo veel mogelijk zelf met alle verantwoordelijkheden die daar bij horen.
    Maar in elke beroepsgroep zijn er mensen die er de kantjes vanaf lopen, zo ook in het onderwijs. Er zijn veel goede leraren (ook zonder register), maar er zijn ook minder goede. Deze minder goede leraren kunnen zich net zo goed inschrijven in het register en de benodigde punten op de verschillende congressen en workshops bij elkaar sprokkelen. Herregistratie zal ook voor hen op deze manier goed haalbaar zijn. Nu weet ik dat gesprekscyclussen op de werkvloer blijven bestaan. Maar hebben werkgevers dan niet minder in handen om deze minder goede leraren te stimuleren meer aan professionalisering te doen? Zij zullen/kunnen immers zeggen: “Ik ben een registerleraar, ik voldoe aan de eisen.”

    Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Het Lerarenregister (2): een goede leraar | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 30 november 2016

    […] Ik wil de komende week mijn gedachten over het lerarenregiser op een rij zetten.  Dat vergt veel meer dan een blog of artikel, vandaar dat ik het in meerdere delen publiceer hier op Onderzoekonderwijs.  Alle bronnen volgen bij het laatste artikel. Deel 1 vind je hier. […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: