Onderwijs 2032

Er schuurt iets

Er schuurt iets in het nationale kerncurriculum. Maar wat?
Ons onderwijssysteem kan anders en moet ook anders, bijvoorbeeld het onderwijs en het curriculum anders organiseren, maar of we nu meteen moeten snijden in de kern op basis van wat het volk vindt? Je moet wel heel gegronde redenen hebben om te snijden, het curriculum is al flink uitgedund.
Als we flexibele, wendbare, creatieve en kritische geesten willen, dan is niet de eerste optie om kennis uit het curriculum te snijden en te vervangen door ‘nieuwe kennis’. Zou het niet meer gaan om de manier waarop onderwijs wordt verzorgd, zodat de leerlingen die dat in zich hebben een gedegen fundament aan kennis verwerven en waarbij de vaardigheden zo zijn ontwikkeld dat ze kritisch, flexibel en wendbaar genoeg zijn om in een voortdurend veranderende samenleving mee te kunnen gaan? Of zou het gaan om de wijze waarop het onderwijs al decennia lang is georganiseerd, denk hierbij aan de roosters van vo-leerlingen die elk uur door een bel, zoemer, klokkenspel, bliepje of lichtje in beweging komen en naar een andere les vertrekken.

Fundament en etages

In 2032 is het hoogstwaarschijnlijk nog steeds nodig om te begrijpen: hoe coördinaten werken, geslachtelijke voortplanting plaatsvindt, wat stuwing te maken heeft met de waterkringloop, wat de poortader is en doet, wat de aanloop was tot het uitbreken van de eerste wereldoorlog. Het is maar een willekeurige greep uit het rijke kerncurriculum van ons onderwijssysteem.
Welke leerstofonderdelen zouden kunnen verdwijnen omdat ze niet meer nodig zijn om kennis van te nemen in de context van 2032. Wat moeten leerlingen dan kennen en kunnen? Kunnen we dat in 2014 al weten?
Of gaat het niet om basiskennis, maar om de vaardigheden? Zou het niet meer nodig zijn dat leerlingen leren: hoe je kaarten (atlas of internet) kunt interpreteren en gebruiken, beoordelen en uitrekenen welke offerte van de winterschilder het gunstigste is (zonder rekenmachine), oppervlakte, omtrek of inhoud te berekenen, de verzekeringspolis te lezen en de reikwijdte ervan te begrijpen, gedachten op papier te zetten, een ander te overtuigen, iemand te bewegen actie te ondernemen en daarbij rekening te houden met de doelgroep?

Een kerncurriculum van 4 tot 18 jaar is gebaseerd op stapeling. Om scheikunde in leerjaar 3 van het vo te leren is een fundament nodig dat is neergelegd in voorgaande jaren. Scheikunde in leerjaar 5 van het vo bereidt voor op de universiteit, dus brengt weer de bouwstenen aan voor het fundament dat er moet zijn om te kunnen doorstromen naar die universiteit.
Het begint op de basisschool met de eerste steentjes en in de loop der jaren wordt het fundament gelegd om etages te bouwen en leerlingen leren de trappen te gebruiken. Onderwijs is een kwestie van stapelen, nieuwe kennis koppelen aan bestaande kennis.
Accenten in een kerncurriculum kunnen verschuiven in de loop van de tijd, maar met alle Nederlanders willen praten over wat in dat kerncurriculum gehandhaafd moet worden is dat de juiste weg? Tachtig docenten op één school worden het al niet eens, zes meningen in een sectie leiden al tot een compromis waar niemand zich echt helemaal in kan vinden en nu zet Sander Dekker de microfoon op het dorpsplein en mag iedereen iets roepen over ons nationale curriculum.

Iedere vo docent kan vertellen dat het fundament dat gelegd zou moeten worden nogal kan verschillen. Er zijn basisscholen waar leerlingen met een heel stevig fundament de school verlaten, waar soms al de stenen van de eerste verdieping van het vo zijn neergelegd en er zijn scholen waar dat basisfundament (bij lange na) niet gehaald wordt.
Op scholen waar gewone leerlingen het basisfundament niet goed wordt onderwezen gaat het niet om het herzien van het kerncurriculum. Het gaat dan om de vraag waarom die minimale doelen niet gehaald zijn, welke dat dan ook zijn, nu en in de toekomst. Dus als niveau een pijnpunt is, is het niet logisch om te schrappen in het leerplan. Het ligt dan in de lijn om de didactische kwaliteiten van docenten te versterken en te onderzoeken hoe we het curriculum beter kunnen stroomlijnen.

Aanknopingspunten

Er is heel veel mis in het onderwijs, maar er gaat gelukkig ook heel veel heel erg goed.
Voor ons kerncurriculum is gekozen omdat het onnoemelijk veel aanknopingspunten biedt om te werken aan de fundamenten die nodig zijn voor de verschillende typen vervolgonderwijs en tegelijkertijd verdiepende activiteiten te organiseren voor leerlingen die meer aan kunnen. Er is een waaier aan mogelijkheden om het onderwijs dynamisch en actueel te laten zijn, de context te verbreden en leerlingen heldere en kritische denkers te laten worden. Programmeertaal, Chinees of eerder beginnen met Engels kunnen daar deel van uitmaken. Alles begint op de basisschool met de bouwgrond rijp te maken en eerste laag steentjes te leggen; bij de leerlingen die dit kunnen. Denken in verbindingen en integratie is het adagium om ruimte te creëren zodat ook eerder beginnen met Engels of het volgen van Chinees mogelijk wordt zonder de onderwijstijd te verlengen. Diverse scholen grijpen de vrijheid al aan die in Nederland bestaat met betrekking tot de verzorging van onderwijs. De overheid stuurt alleen op ‘output’.

Versnelling, indikking, verdieping en herkansing

Onderwijs 2032 zou aangegrepen kunnen worden om gepersonaliseerd leren mogelijk te maken. Het creëren van zogenaamde ‘fastlanes’, voor leerlingen die sneller door het basiscurriculum vliegen (po en vo) en in de vrije ruimte meer leren dan de basis, met keuzemodulen waaronder programmeertalen, vreemde talen (Chinees), kunsteducatie, breien, naaien, techniek of technologie. Terwijl leerlingen in de ‘fastlane’ zitten, kunnen ook leerlingen worden bediend die dreigen te doubleren. De in gang gezette ontwikkeling van zomerscholen zijn een goede proeftuin om te zien in hoeverre vaste perioden in het onderwijs gebruikt kunnen worden om leerlingen herkansingsmogelijkheden te bieden om zittenblijven te voorkomen.

Onderwijs 2032 zou ook aangegrepen kunnen worden om te zien of het mogelijk is de spreiding van vakken over een jaar (40 weken 2 keer 1 uur een bepaald vak), anders te organiseren. Hoe kun je 80 uur les in een bepaald vak aantrekkelijker maken en zorgen voor meer verdieping en binding? Een periode van 10 weken 8 uur per week? Dat zou neerkomen op twee keer een ochtend. Er blijft meer effectieve lestijd over omdat leerlingen niet meer ieder uur door de gangen moeten lopen, daardoor ontstaat er ook meer rust. Meer aaneengesloten lestijd betekent ook meer mogelijkheden om voor het vak aan grotere opdrachten te werken. Grotere opdrachten, al dan niet vakoverstijgend, zijn veel interessanter en effectiever voor leerlingen. Ook blijkt het mogelijk excursies te organiseren gerelateerd aan het vak, zonder lesuitval van andere vakken.
Voor docenten is het ook een aantrekkelijke manier van lesgeven. Je hebt minder klassen, ziet dus minder verschillende gezichten. Je kunt in relatief korte tijd veel meer echt contact maken met je leerlingen, daar profiteren de leerlingen en de docent van.

Het hoe en herschikking

Onderwijsherziening gaat dus meer om het ‘hoe’ en ‘herschikking’ van de mogelijkheden in het systeem.
Mogelijkheden op scholen verschillen sterk. De organisatie van het onderwijs veranderen tijdens de rit is geen gemakkelijke opgave en wordt bemoeilijkt door de populatie die wordt bediend, de randvoorwaarden op een school en de samenstelling van het team. Niet alle docenten zijn zo wendbaar en bekwaam als gesuggereerd wordt (onder- en onbevoegden). Ook zijn docenten (soms door omstandigheden) niet zo creatief en enthousiast als we zouden willen. Er is nauwelijks tijd om lessen goed voor te bereiden en het is niet bespreekbaar om onderscheid te maken in de taakbelasting van verschillende vakken, terwijl die taakbelasting wel verschilt.

Minder lesuren en uitbreiding van de voorbereiding van lessen zou veel helpen. In die voorbereidingstijd ben je in staat om over de grenzen van je vak te kijken en verbindingen tot stand te brengen, dat is ook precies wat leerlingen nodig hebben.
Twitter explodeerde na de oproep van Sander Dekker en we horen meteen voorstellen dat scholen hun eigen (kern)curriculum zouden moeten gaan samenstellen. Vanuit mijn ervaring op scholen met leerplanontwikkeling durf ik op te merken dat helaas niet iedere goede docent ook leerplantechnisch kan denken. Leerplanontwikkeling op scholen droppen brengt het risico met zich mee dat er wielen worden uitgevonden die later weleens vierkant zouden kunnen zijn.
De herziening van een nationaal curriculum is bij voorkeur gecentraliseerd en de scholen houden net als nu de ruimte om accenten te leggen en een eigen signatuur aan het curriculum te geven. Je zou in verhoudingen kunnen denken, 60% bepaalt de overheid met een nationaal basiscurriculum, 40% is aan de school (of 70-30, 80-20).

Achterwerk

Het gevaar van een nationale discussie op gang brengen over een kerncurriculum brengt met zich mee dat de meeste onderwijsgevenden niet worden gehoord: de docenten die zich voornamelijk bezighouden met de uitvoering en zich nooit en te nimmer mengen in discussies op Twitter en Facebook, niet bloggen en geen bijeenkomsten bezoeken omdat ze daar domweg geen tijd voor of zin in hebben.

Achterwerk in de kast is terug en de staatssecretaris vraagt het volk om een braindump. Hopelijk zijn het niet de usual suspects die zich op het dorpsplein achter de microfoon staan te verdringen om hun stokpaardjes te berijden. Nederland kent veel meer meningen over een kerncurriculum van 4 tot 18 jaar voor de komende 20 jaar dan nu gehoord/gelezen worden op internet. Ik hoop dat er een model wordt gevonden om te luisteren naar diegenen die zich niet melden bij de microfoon op het dorpsplein om alle kennis en kunde bij elkaar te vegen en te wegen.
In het filmpje op You Tube werd aan docenten, ouders, kinderen en bazen gevraagd mee te denken. Was de onderwijsadviseur bewust in het rijtje weggelaten, of mag deze expert met helicopterview Paul Schnabel helpen bij het orde scheppen in de berg met ideeën?

About Marijke Kaatee

Onderwijsadviseur, taalexpert. Ik ondersteun scholen. Planvorming, implementatie en uitvoering van taalbeleid, taal in de vakles, integratie van taal en digitale middelen in vaklessen en toetsconstructie. Mijn uitgangspunten zijn: - kijken naar leerlingen en uitgaan van hun behoefte - docenten alles uit zichzelf laten halen wat er in zit - docenten hulpmiddelen geven om kennis te maken en ervaring op te doen met effectieve didactische structuren in lessen.

10 Reacties to “Onderwijs 2032”

  1. Goed stuk, Marijke. Wees gerust. Ook onderwjsgevenden denken na over een nieuw curriculum. Jelmer heeft daar onlangs over geschreven https://onderzoekonderwijs.net/2014/05/22/is-een-nieuw-curriculum-genoeg/ en daarop heb ik weer gereageerd http://dickvanderwateren.nl/2014/06/01/commentaar-op-is-een-nieuw-curriculum-genoeg/. Jelmer hield vorige week in De Balie een lezing waarin hij hardop nadacht over de richting die het onderwijs zou moeten opgaan http://www.debalie.nl/agenda/programma/mijn-idee-voor-onderwijs-+-met-jelmer-evers/e_9758499/p_11725769/ en de groep Samen Leren houdt zich er ook mee bezig. Dit voorjaar houd ik met Gert Biesta bij NIVOZ/HetKind een openbaar gesprek over een nieuw curriculum.
    Het is belangrijk om eerst een stap terug te doen en de grote lijnen te bekijken, zoals jij hier ook doet. Wanneer we dat niet doen, gaat iedereen maar wat meekakelen (Achterwerk, zoals jij dat noemt) en zijn eigen hobby promoten. Ik wil, samen met Biesta, nog een stap verder teruggaan en de vraag stellen wat het doel van onderwijs is. Dat wordt in het kader van Onderwijs 2032 en andere discussies, naar mijn smaak, teveel economisch gedefinieerd. Ik ben op zoek naar een groot verhaal, of grote verhalen, waar de door jou genoemde aanknopingspunten voor verdieping en verbreding gevonden worden. Dat geeft scholen de vrijheid om daar hun eigen inkleuring aan te geven.

    Liked by 1 persoon

  2. Een mooi stuk Marijke! Ik ben het helemaal met je eens! Er moet meer aandacht komen voor aanpassing in organisatie. Ik had je beloofd om enkele voorbeelden te geven vanuit mijn eigen projecten. Ik ga dat proberen kort te doen.

    Jij schijft:
    Mogelijkheden op scholen verschillen sterk. De organisatie van het onderwijs veranderen tijdens de rit is geen gemakkelijke opgave en wordt bemoeilijkt door de populatie die wordt bediend, de randvoorwaarden op een school en de samenstelling van het team. Niet alle docenten zijn zo wendbaar en bekwaam als gesuggereerd wordt (onder- en onbevoegden). Ook zijn docenten (soms door omstandigheden) niet zo creatief en enthousiast als we zouden willen. Er is nauwelijks tijd om lessen goed voor te bereiden en het is niet bespreekbaar om onderscheid te maken in de taakbelasting van verschillende vakken, terwijl die taakbelasting wel verschilt.

    Ik merk dat ook. In ons project waarbij we inderdaad proberen klasoverstijgend te werken (jij noemt het heel mooi fastlanes) merken we dat docenten het heel moeilijk vinden die vrijheid te nemen, en aan hun leerlingen te geven. Vaak is het toch: dit is de stof in de derde klas, en daar moet je het mee doen. Ik hoop echt dat we hierin een stap kunnen maken. Ik ben er van overtuigd dat inzicht in leerlijnen, kennis over manieren waarop je leerlingen kunt begeleiden, meer zelfregulatie, andere vormen van ‘les’ ‘onderwijstijd’ en ‘toets’ ons brengt waar we willen zijn. Te vaak is het nu ‘je zwakste vak’ dat je niveau bepaalt. Dat zou anders moeten. Ik merk echter dat veel docenten dat moeilijk vinden. Ik probeer het te doorbreken met stellen van kritische vragen (Vaak zeggen ze: ‘ik moet deze toets, op dat moment geven, dat kan niet anders’ Als ik dan doorvraag, dan blijkt vaak dat zij het best anders kunnen en ze dat zouden willen, maar dat in de organisatie, of de collega’s of de leerlingen iets is wat hen tegenhoudt). Ik ben heel blij als ik zie dat docenten ondanks bedenkingen er toch mee aan de slag gaan, en er hun eigen draai aan geven. Zo is er een school waarbij ‘versnellen absoluut niet mocht’, die nu op hun eigen manier 2 leerlijnen voor spelling hebben ingezet en leerlingen meer eigen keuzes daarin geven.

    Jij schrijft: “…….we horen meteen voorstellen dat scholen hun eigen (kern)curriculum zouden moeten gaan samenstellen. Vanuit mijn ervaring op scholen met leerplanontwikkeling durf ik op te merken dat helaas niet iedere goede docent ook leerplantechnisch kan denken. Leerplanontwikkeling op scholen droppen brengt het risico met zich mee dat er wielen worden uitgevonden die later weleens vierkant zouden kunnen zijn.”
    Ik ben het ten dele met je eens. Leerplanontwikkeling op scholen droppen is geen goed idee, maar scholen en docenten meer samen laten ontwerpen wél. Het is een sterke vorm van professionalisering en brengt veel energie. Het is een vorm die niet voor iedereen geschikt is, maar enkele goede (en goed begeleide!) ontwerpteams kunnen veel op een school teweeg brengen. Zeker ook dat ‘over de grenzen van klassen en vakken’ heen kijken. De teams die ik heb begeleid kwamen soms minder ver dan zij of ik hadden gehoopt (de ‘radicale andere lessen’ kwamen er niet), maar hebben allemaal gemerkt dat het kan, dat het werkt, en hebben ideeën over wat ze nu willen gaan aanpakken.

    Mijn stelling daarbij is eigenlijk altijd: school, kijk naar de leerlingen, en bedenk als team: welke leerlingen verlaten onze school? Als ze hier weg gaan, wat zijn ze dan, wat moeten ze kunnen, welke blik willen we ze meegeven? En bedenk dan samen hoe je in de 6 of 8 jaar dat ze in je school zijn, zorgt dat ze zover komen. Wat vraagt dat wanneer van wie? En ga dan kijken welke vormen, inhoud, structuur enz enz nodig zijn. En, zorg dat je organisatie dusdanig is dat je eens in de zoveel tijd aanpassingen kunt doen, adhv diezelfde vraag: welke leerling lever ik af?

    Ik ben ook echt heel benieuwd hoe die verder gaat en hoe Paul Schnabel aan de slag gaat…..

    Liked by 2 people

  3. De ervaring heeft geleerd… Ahum. Maar even serieus. Er is wel degelijk ervaring opgedaan met het in den brede discussiëren over onderwijsinhouden. Namelijk in fora m.b.t. de Canon van Nederland. Niet alleen op de website entoen.nu en andere websites, maar vooral ook in krantenartikelen. Met name in de NRC. Daaruit is af te leiden wat mij betreft, dat je inderdaad op een enorme kakafonie kan rekenen die nauwelijks te overzien is. Maar dat tegelijkertijd het ‘denken-over’ zich middels diezelfde kakafonie schoolt en toespitst op zaken waar het om gaat. Vooral dat eerste, die scholing in gemeenschapsdenken, is iets wat je niet moet onderschatten. We kunnen dat heel slecht maar zijn daar ook best snel in te ontwikkelen. Zo heeft de Groene Amsterdammer, na vele jaren van vallen en opstaan met de canon, heel duidelijke vragen weten te stellen aan specialisten. Er gaat tijd overheen, maar dan kom je toch tot een gedeeld soort overeenstemming. (Zoals: het ding is zeker nuttig, maar er zaten/zitten te weinig ‘zwarte bladzijden’ in)

    Omdat ik van meet af aan met mijn neus bovenop het canongebeuren heb gezeten (het idee kwam voort uit artikelen van mij uit de jaren ’90, terwijl het idee van een ‘cultuurpedagogische discussie’, zoals inmiddels ingevuld door Onderwijs 2023, uit de pen van mijn proefschriftbegeleiders, Jan Dirk Imelman en Wilna Meijer, voortkwam), heb ik het nodige vertrouwen dat het project kan lukken. Mits men er voldoende tijd voor uittrekt en men zich niet laat ontmoedigen door chaos. Want wat is mooier dan je gezamenlijk te buigen over wat je kinderen te leren krijgen? Ik vind het een prachtig voorstel van de staatssecretaris en hoop dat het idee ook bij zijn opvolgers beklijft.

    Liked by 1 persoon

  4. Sorry, ik vergat nog wat. Allereerst Marijke Katee te bedanken voor haar mooie artikel. Voor het eerst dat ik aanleiding vond te reageren op het plan van Dekkers. Want wat staat me tegen in het plan? Dat jachtige, die toekomsthurry, alsof we achter ons broek worden aangezeten door ontwikkelingen waar we de greep op kwijt zijn. Geen aanbeveling voor een pedagogisch project als je het mij vraagt. Zoals de IPad school en de computerlessen die in Engeland populair zijn. Ze vergissen zich. Je bouwt een huis niet vanuit het dak omlaag maar vanuit de fundering omhoog. Niks gejaagdheid naar “De Toekomst” toe, maar je nu eens gaan bezinnen op het fundament. Dat is aan de orde in een jachtige tijd als deze. Waar vind ik een houvast met duurzaamheid? In de laatste vindingen op internet? Die morgen weer ‘vernieuwd’ zijn? Dacht het niet. Wel in de geschiedenis van de computer, niet in de laatste apps, de nieuwste prikkels. Toch zijn er veel pedagogen met zo’n ‘lont in hun kont’, zoals we dat bij mij thuis zeggen. Zij jagen de boel op, vertalen ‘met je tijd meegaan’ in een neurose, en ik verdenk de staatssecretaris daar ook een beetje van. Als hij het over ‘fundament’ heeft lijkt hij eigenlijk alleen maar ‘toekomst’ te bedoelen. Er zal nog heel wat water door de Rijn moeten voordat de humaniora hun welverdiende achting krijgen in ons land. Toch is dit project Onderwijs 2032 een uitgelezen kans om onze kinderen van een Bildung te voorzien, die, jawel, bij deze tijd past.

    Liked by 1 persoon

  5. wat allereerst schuurt is dat Sander Dekker zijn publieke debat niet wijdt aan de doelen van onderwijs – pas als die helder zijn kan je over het curriculum praten wat muv van kerndoelen & exameneisen geen onverheidszaak is in dit land

    Liked by 1 persoon

  6. Het is zeker interessant wat er uit deze nationale brainorkaan gaat komen. Ik voel zelf weinig behoefte om persoonlijk te reageren omdat ik als mens niet veel kan met het ongewogen en denkbeeldige karakter van de actie. Het waarom, wat, voor/door wie en hoe van ons onderwijs lopen wel heel erg door elkaar heen. Tegelijk heb ik als ervaringsdeskundige een sterk vermoeden dat docenten ergens in het proces toch wel betrokken zullen worden bij de uitkomsten en dat hun professionele mening er in dit stadiun niet meer toe doet dan die van een ander, hoewel de draagkracht onder de direct betrokkenen wel het meest van invloed zal zijn op de daadwerkelijke uitvoering. Zie ook deze prachtige animatie over topdown innovatie: http://youtu.be/k4PBqONIysk
    Als burger vermoed ik dat alleen de welgevallige ideeën het zullen halen en de financieel-politieke invloed enorm sturend zal zijn.

    Liked by 1 persoon

  7. Als afdelingsleider op het VWO van een scholengemeenschap onderschrijf ik het betoog van Marijke grotendeels. Vooral het basisidee om het “hoe” tegen het licht te houden en de “waarom-vraag” te stellen is zoveel zinvoller dan de “wat-vraag”: de gejaagdheid waarmee Sander Dekker wil scoren, jaagt mij de stuipen op het lijf. Er is een wereld te winnen als creatievelingen de krachten bundelen en vakoverstijgend ontwerpen. Als er ruimte komt om de didactische kwaliteit tegen het licht te houden en te reflecteren op de effecten van het onderwijs op het leren van kinderen. Dit alles moet gestimuleerd worden op lerarenopleidingen (de cruciale schakel in onderwijsverbetering; daar is pas een hoop te verbeteren!): leid goede docenten op en het onderwijs verbetert vanzelf. Dan gaat er veel minder tijd en energie naar damagecontrol en komt er veel meer aandacht voor verbetering en ontwikkeling.

    Goede schoolleiders (ook in die opleiding moet e.e.a. stukken beter afgestemd worden op de praktijk) kunnen dan leiding geven aan een team dat de kwaliteiten bezit om ideeën uit te werken tot een bloeiende onderwijspraktijk. Niet investeren in een herziening van het wat (het curriculum), maar in het wie (goed opgeleide docenten en schoolleiders)!

    Liked by 1 persoon

  8. Allemaal hartelijk dank voor de reacties op ‘Er schuurt iets’. Het stuk is heel veel gelezen, ook op mijn eigen blog. Ik vind het aardig dat van de vele lezers jullie de tijd hebben genomen er kritisch op te reageren en iets bij te dragen.
    Een paar opmerkingen.
    @Amber. Fijn dat je inbrengt dat met docenten praten over het curriculum en leerplanontwikkeling wel helpt in plaats van hen zelf een curriculum laten ontwerpen. Ik heb dat ook ervaren. Ten eerste vinden docenten het een verademing om over de inhoud te praten als ze een ‘nascholingsmoment’ hebben. Als er echt tijd voor wordt vrijgemaakt, blijkt dat docenten uitstekend in staat zijn om over de grenzen van het eigen vak heen te kijken. Ten tweede draagt praten over het curriculum bij aan het inzicht dat nodig is. Je kunt pas over je eigen curriculum beslissen als je er ver boven staat, de verschillende leerlijnen ziet en weet waar lijnen elkaar raken, kruisen of overlappen.
    @Guido. Je snijdt twee belangrijke zaken aan: tijd en expertise. Ging het bij het canonproject nog alleen om geschiedenis, nu gaat het om het gehele curriculum. Ik hoop dat de hele operatie net zo’n mooie uitkomst krijgt als de Canon van Nederland. Voor de canon was het nog overzichtelijk, één vak voor de leeftijd van 11 tot 14 jaar, met input van verschillende experts met verschillende visies. Het ging voornamelijk over het wat, het hoe is voorbehouden aan het veld dat gebruik kan maken van een prachtige website.
    Nu gaat het over het totale curriculum van 4 tot 18 jaar. De eerste fase hebben we inmiddels achter de rug en daaruit zijn een paar thema’s gerold waar nu weer input voor wordt gevraagd.
    @Patrick. Mooie animatie van het implementatieproces. Heel herkenbaar.
    @Nick. Dank voor je pleidooi voor meer ruimte en aandacht voor de didactische kwaliteit van leraren en schoolleiders. We kunnen (moeten?) vooral daar een grote slag in maken. Didactiek is niet door de selectie gekomen, tenzij ……
    ‘Lerend vermogen’ staat op dit moment op nummer 1 bij het stemmen voor de thema’s. Wil je het lerend vermogen van leerkringen stimuleren, kom je dan niet vanzelfsprekend uit op het versterken van de didactische aanpak en/of specifiek met betrekking tot het ontwikkelen van metacognitieve vaardigheden?

    Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. 127 voorstellen ingediend - 15 augustus 2015

    […] en anders roosteren. Dit geldt voor het po en vo. Al eerder heb ik er iets over geschreven (o.a. over 2032) , ons nationale curriculum biedt tal van aanknopingspunten om spannende dingen aan vast te […]

    Like

  2. Onderwijs 2032 - 7 oktober 2015

    […] Lees ook: Onderwijs2032. […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: