Er schuurt iets

Er schuurt iets in het nationale kerncurriculum. Maar wat?
Ons onderwijssysteem kan anders en moet ook anders, bijvoorbeeld het onderwijs en het curriculum anders organiseren, maar of we nu meteen moeten snijden in de kern op basis van wat het volk vindt? Je moet wel heel gegronde redenen hebben om te snijden, het curriculum is al flink uitgedund.
Als we flexibele, wendbare, creatieve en kritische geesten willen, dan is niet de eerste optie om kennis uit het curriculum te snijden en te vervangen door ‘nieuwe kennis’. Zou het niet meer gaan om de manier waarop onderwijs wordt verzorgd, zodat de leerlingen die dat in zich hebben een gedegen fundament aan kennis verwerven en waarbij de vaardigheden zo zijn ontwikkeld dat ze kritisch, flexibel en wendbaar genoeg zijn om in een voortdurend veranderende samenleving mee te kunnen gaan? Of zou het gaan om de wijze waarop het onderwijs al decennia lang is georganiseerd, denk hierbij aan de roosters van vo-leerlingen die elk uur door een bel, zoemer, klokkenspel, bliepje of lichtje in beweging komen en naar een andere les vertrekken.

Fundament en etages

In 2032 is het hoogstwaarschijnlijk nog steeds nodig om te begrijpen: hoe coördinaten werken, geslachtelijke voortplanting plaatsvindt, wat stuwing te maken heeft met de waterkringloop, wat de poortader is en doet, wat de aanloop was tot het uitbreken van de eerste wereldoorlog. Het is maar een willekeurige greep uit het rijke kerncurriculum van ons onderwijssysteem.
Welke leerstofonderdelen zouden kunnen verdwijnen omdat ze niet meer nodig zijn om kennis van te nemen in de context van 2032. Wat moeten leerlingen dan kennen en kunnen? Kunnen we dat in 2014 al weten?
Of gaat het niet om basiskennis, maar om de vaardigheden? Zou het niet meer nodig zijn dat leerlingen leren: hoe je kaarten (atlas of internet) kunt interpreteren en gebruiken, beoordelen en uitrekenen welke offerte van de winterschilder het gunstigste is (zonder rekenmachine), oppervlakte, omtrek of inhoud te berekenen, de verzekeringspolis te lezen en de reikwijdte ervan te begrijpen, gedachten op papier te zetten, een ander te overtuigen, iemand te bewegen actie te ondernemen en daarbij rekening te houden met de doelgroep?

Een kerncurriculum van 4 tot 18 jaar is gebaseerd op stapeling. Om scheikunde in leerjaar 3 van het vo te leren is een fundament nodig dat is neergelegd in voorgaande jaren. Scheikunde in leerjaar 5 van het vo bereidt voor op de universiteit, dus brengt weer de bouwstenen aan voor het fundament dat er moet zijn om te kunnen doorstromen naar die universiteit.
Het begint op de basisschool met de eerste steentjes en in de loop der jaren wordt het fundament gelegd om etages te bouwen en leerlingen leren de trappen te gebruiken. Onderwijs is een kwestie van stapelen, nieuwe kennis koppelen aan bestaande kennis.
Accenten in een kerncurriculum kunnen verschuiven in de loop van de tijd, maar met alle Nederlanders willen praten over wat in dat kerncurriculum gehandhaafd moet worden is dat de juiste weg? Tachtig docenten op één school worden het al niet eens, zes meningen in een sectie leiden al tot een compromis waar niemand zich echt helemaal in kan vinden en nu zet Sander Dekker de microfoon op het dorpsplein en mag iedereen iets roepen over ons nationale curriculum.

Iedere vo docent kan vertellen dat het fundament dat gelegd zou moeten worden nogal kan verschillen. Er zijn basisscholen waar leerlingen met een heel stevig fundament de school verlaten, waar soms al de stenen van de eerste verdieping van het vo zijn neergelegd en er zijn scholen waar dat basisfundament (bij lange na) niet gehaald wordt.
Op scholen waar gewone leerlingen het basisfundament niet goed wordt onderwezen gaat het niet om het herzien van het kerncurriculum. Het gaat dan om de vraag waarom die minimale doelen niet gehaald zijn, welke dat dan ook zijn, nu en in de toekomst. Dus als niveau een pijnpunt is, is het niet logisch om te schrappen in het leerplan. Het ligt dan in de lijn om de didactische kwaliteiten van docenten te versterken en te onderzoeken hoe we het curriculum beter kunnen stroomlijnen.

Aanknopingspunten

Er is heel veel mis in het onderwijs, maar er gaat gelukkig ook heel veel heel erg goed.
Voor ons kerncurriculum is gekozen omdat het onnoemelijk veel aanknopingspunten biedt om te werken aan de fundamenten die nodig zijn voor de verschillende typen vervolgonderwijs en tegelijkertijd verdiepende activiteiten te organiseren voor leerlingen die meer aan kunnen. Er is een waaier aan mogelijkheden om het onderwijs dynamisch en actueel te laten zijn, de context te verbreden en leerlingen heldere en kritische denkers te laten worden. Programmeertaal, Chinees of eerder beginnen met Engels kunnen daar deel van uitmaken. Alles begint op de basisschool met de bouwgrond rijp te maken en eerste laag steentjes te leggen; bij de leerlingen die dit kunnen. Denken in verbindingen en integratie is het adagium om ruimte te creëren zodat ook eerder beginnen met Engels of het volgen van Chinees mogelijk wordt zonder de onderwijstijd te verlengen. Diverse scholen grijpen de vrijheid al aan die in Nederland bestaat met betrekking tot de verzorging van onderwijs. De overheid stuurt alleen op ‘output’.

Versnelling, indikking, verdieping en herkansing

Onderwijs 2032 zou aangegrepen kunnen worden om gepersonaliseerd leren mogelijk te maken. Het creëren van zogenaamde ‘fastlanes’, voor leerlingen die sneller door het basiscurriculum vliegen (po en vo) en in de vrije ruimte meer leren dan de basis, met keuzemodulen waaronder programmeertalen, vreemde talen (Chinees), kunsteducatie, breien, naaien, techniek of technologie. Terwijl leerlingen in de ‘fastlane’ zitten, kunnen ook leerlingen worden bediend die dreigen te doubleren. De in gang gezette ontwikkeling van zomerscholen zijn een goede proeftuin om te zien in hoeverre vaste perioden in het onderwijs gebruikt kunnen worden om leerlingen herkansingsmogelijkheden te bieden om zittenblijven te voorkomen.

Onderwijs 2032 zou ook aangegrepen kunnen worden om te zien of het mogelijk is de spreiding van vakken over een jaar (40 weken 2 keer 1 uur een bepaald vak), anders te organiseren. Hoe kun je 80 uur les in een bepaald vak aantrekkelijker maken en zorgen voor meer verdieping en binding? Een periode van 10 weken 8 uur per week? Dat zou neerkomen op twee keer een ochtend. Er blijft meer effectieve lestijd over omdat leerlingen niet meer ieder uur door de gangen moeten lopen, daardoor ontstaat er ook meer rust. Meer aaneengesloten lestijd betekent ook meer mogelijkheden om voor het vak aan grotere opdrachten te werken. Grotere opdrachten, al dan niet vakoverstijgend, zijn veel interessanter en effectiever voor leerlingen. Ook blijkt het mogelijk excursies te organiseren gerelateerd aan het vak, zonder lesuitval van andere vakken.
Voor docenten is het ook een aantrekkelijke manier van lesgeven. Je hebt minder klassen, ziet dus minder verschillende gezichten. Je kunt in relatief korte tijd veel meer echt contact maken met je leerlingen, daar profiteren de leerlingen en de docent van.

Het hoe en herschikking

Onderwijsherziening gaat dus meer om het ‘hoe’ en ‘herschikking’ van de mogelijkheden in het systeem.
Mogelijkheden op scholen verschillen sterk. De organisatie van het onderwijs veranderen tijdens de rit is geen gemakkelijke opgave en wordt bemoeilijkt door de populatie die wordt bediend, de randvoorwaarden op een school en de samenstelling van het team. Niet alle docenten zijn zo wendbaar en bekwaam als gesuggereerd wordt (onder- en onbevoegden). Ook zijn docenten (soms door omstandigheden) niet zo creatief en enthousiast als we zouden willen. Er is nauwelijks tijd om lessen goed voor te bereiden en het is niet bespreekbaar om onderscheid te maken in de taakbelasting van verschillende vakken, terwijl die taakbelasting wel verschilt.

Minder lesuren en uitbreiding van de voorbereiding van lessen zou veel helpen. In die voorbereidingstijd ben je in staat om over de grenzen van je vak te kijken en verbindingen tot stand te brengen, dat is ook precies wat leerlingen nodig hebben.
Twitter explodeerde na de oproep van Sander Dekker en we horen meteen voorstellen dat scholen hun eigen (kern)curriculum zouden moeten gaan samenstellen. Vanuit mijn ervaring op scholen met leerplanontwikkeling durf ik op te merken dat helaas niet iedere goede docent ook leerplantechnisch kan denken. Leerplanontwikkeling op scholen droppen brengt het risico met zich mee dat er wielen worden uitgevonden die later weleens vierkant zouden kunnen zijn.
De herziening van een nationaal curriculum is bij voorkeur gecentraliseerd en de scholen houden net als nu de ruimte om accenten te leggen en een eigen signatuur aan het curriculum te geven. Je zou in verhoudingen kunnen denken, 60% bepaalt de overheid met een nationaal basiscurriculum, 40% is aan de school (of 70-30, 80-20).

Achterwerk

Het gevaar van een nationale discussie op gang brengen over een kerncurriculum brengt met zich mee dat de meeste onderwijsgevenden niet worden gehoord: de docenten die zich voornamelijk bezighouden met de uitvoering en zich nooit en te nimmer mengen in discussies op Twitter en Facebook, niet bloggen en geen bijeenkomsten bezoeken omdat ze daar domweg geen tijd voor of zin in hebben.

Achterwerk in de kast is terug en de staatssecretaris vraagt het volk om een braindump. Hopelijk zijn het niet de usual suspects die zich op het dorpsplein achter de microfoon staan te verdringen om hun stokpaardjes te berijden. Nederland kent veel meer meningen over een kerncurriculum van 4 tot 18 jaar voor de komende 20 jaar dan nu gehoord/gelezen worden op internet. Ik hoop dat er een model wordt gevonden om te luisteren naar diegenen die zich niet melden bij de microfoon op het dorpsplein om alle kennis en kunde bij elkaar te vegen en te wegen.
In het filmpje op You Tube werd aan docenten, ouders, kinderen en bazen gevraagd mee te denken. Was de onderwijsadviseur bewust in het rijtje weggelaten, of mag deze expert met helicopterview Paul Schnabel helpen bij het orde scheppen in de berg met ideeën?

0 0 vote
Article Rating
Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

11 Reacties
nieuwste
oudste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments

About Marijke Kaatee

Onderwijsadviseur, taalexpert. Ik ondersteun scholen. Planvorming, implementatie en uitvoering van taalbeleid, taal in de vakles, integratie van taal en digitale middelen in vaklessen en toetsconstructie. Mijn uitgangspunten zijn: - kijken naar leerlingen en uitgaan van hun behoefte - docenten alles uit zichzelf laten halen wat er in zit - docenten hulpmiddelen geven om kennis te maken en ervaring op te doen met effectieve didactische structuren in lessen.

Category

onderwijs

Tags

, ,