Gert Biesta’s onderwijstheorie: bewijzen of geloven?

Full disclosure: ik ben een groot bewonderaar van Gert Biesta’s werk, heb een aantal keren met hem samengewerkt bij NIVOZ en hoop dat nog vaker te mogen doen. Op dit moment ben ik betrokken bij het voorbereiden van een themanummer van vakblad De Nieuwe Meso over de betekenis van het werk van Gert Biesta voor de praktijk van leidinggevenden in het onderwijs (te verschijnen in september 2015). Een vraag die we ons daarbij stelden is: waarom lijkt er soms zo’n sfeer van antipathie en irritatie over zijn werk te ontstaan? Kritiek is natuurlijk gewenst, en die is er ook, maar meer dan bij andere wetenschappelijke auteurs lijkt hier sprake van ‘aanhangers’ en ‘tegenstanders’.We kwamen er niet helemaal uit. Totdat een van de andere redactieleden opmerkte: zijn theorie is zo normatief. Het lijkt wel of je het eerst moet geloven. Dat moest ik beamen: Biesta neemt inderdaad duidelijk stelling tegen de huidige praktijken in het onderwijs. Dan kan ik me voorstellen dat er mensen zijn die gelijk wat argwanend worden, als er zulke duidelijke meningen geformuleerd worden. Veel mensen denken liever zelf, en nemen niet zomaar een mening van een ander aan. Die zoeken eerst naar tastbaar bewijs.

Het interessante is, ik ben zelf zo’n type. Waarom ben ik dan toch zo geïnspireerd door zijn werk? Dat heeft voor mij te maken met de grondigheid waarmee hij zijn meningen onderbouwt. En de elegantie waarmee hij op basis van enkele basale uitgangspunten (over communicatie van Dewey bijvoorbeeld, over vrijheid en emancipatie van Arendt, macht van Foucault en ethiek van Levinas), een sluitende benadering voor ‘goed onderwijs’ construeert. Die benadering komt erop neer dat we het risico in het onderwijs de ruimte moeten geven, waarin we onszelf ter sprake moeten brengen, waarin we ons moeten laten aanspreken, om ons te laten onderbreken door de ander. In die onderbreking vindt namelijk de ontwikkeling plaats. Hierover heeft hij op verschillende manieren gepubliceerd, en zijn laatste boek ‘Het prachtige risico van onderwijs’ biedt een goede state-of-the-art van zijn gedachtegoed.

Het lastige van Biesta’s theorie, is dat hij niet falsifieerbaar is, wat volgens Karl Popper een noodzakelijk kenmerk van een theorie is. Zijn uitgangspunt is, dat de menselijke relatie die de kern is van onderwijs, maakt dat we een zeker risico in die interactie moeten toestaan. Goed onderwijs staat of valt dan met dat ‘intermenselijke’ risico dat leraren nemen. Maar dat kunnen we niet bewijzen, simpelweg omdat er geen experiment te bedenken valt waarbij we ieder menselijk risico uitsluiten. Of je zou eens in Noord-Korea moeten kunnen rondkijken, maar zelfs daar zal hopelijk nog sprake zijn van enige menselijkheid in het onderwijs. Het normatieve van Biesta zit er dan wellicht in, dat hij van mening is, dat een totalitair onderwijssysteem onmenselijk en dus onwenselijk is.

Dat betekent, dat hoe zorgvuldig Biesta ook voortbouwt op de genoemde grote denkers, dat normatieve uitgangspunt wellicht zijn achilleshiel vormt. Om zijn theorie te kunnen ‘volgen’ moet je het er wel enigszins mee eens zijn, dat een belangrijk doel van onderwijs is om leerlingen te vormen (ofwel op te voeden) tot vrije, zelfstandige burgers, die kritisch kunnen denken en handelen (Arendt); die mee willen bouwen aan een levende democratie, die nooit af is (Dewey), en dat de basis voor onze moraal ligt in de verantwoordelijkheid die we kunnen ervaren voor het beroep dat de Ander op ons doet (Levinas). Even heel kort door de bocht geformuleerd, allemaal.

Als je dat allemaal niet belangrijk vindt, verwerp je bij voorbaat waarschijnlijk de minutieuze wijze waarop hij die redeneringen opbouwt en met elkaar verbindt. En dan valt Biesta’s theorie in duigen, wellicht. Ik ben overigens benieuwd wie het oneens is met die uitgangspunten. En, stel dat je ze verwerpt, wat dan nog steeds blijft staan, is de vraag waar hij zijn theorie mee begint: waartoe dient onderwijs? Waartoe onderwijzen wij? Juist die vraag wordt in gangbare literatuur over onderwijs maar zelden serieus behandeld. Dat betekent niet dat wat we als ‘gangbaar’ beschouwen in de huidige praktijk en onderzoek in onderwijs, niet normatief zou zijn. De normatieve kaders zijn alleen niet expliciet gemaakt, en waar dat wel gebeurt, doorgaans minder grondig onderbouwd, als Biesta doet met zijn theorie.

Zo geredeneerd, komt de kritiek en irritatie misschien niet voort uit de stelligheid waarmee Biesta zijn ideeën poneert, maar uit een onbewust ongemak over wat dan een ander antwoord op die vragen zou moeten zijn. Een fundamentele kritiek op Biesta is dus zeker mogelijk, in mijn optiek. Het zou dan moeten gaat om een alternatieve onderwijstheorie die vanuit een ander normatief kader een even scherpzinnig raamwerk construeert. In reactie op een eerdere versie van dit stukje kreeg ik van Casper Hulshof de suggestie dat Biesta’s gedachtegoed wellicht beter ‘metatheorie’ kan worden genoemd. En René Kneyber reageerde met de opmerking dat het misschien preciezer is om in Biesta’s geval over een onderwijspedagogische theorie te spreken. Wie meer tips heeft, ik hou me aanbevolen.

About Hartger Wassink

Onderzoeker en adviseur De Professionele Dialoog. Medewerker NIVOZ Forum.

17 Reacties to “Gert Biesta’s onderwijstheorie: bewijzen of geloven?”

  1. Omdat ik deze mails graag wil blijven lezen hier mijn nieuwe email adres per 1 augustus: d.machiels@berlagelyceum.eu .

    Met vriendelijke groet, Dorine Machiels

    Verzonden vanaf mijn Samsung-apparaat

    Like

    • Beste Dorine, we kunnen dat niet voor je aanpassen. Je kunt je mailadres zelf aanpassen door in de mail die je van dit blog krijgt, onderin op de betreffende link te klikken en je mailadres te wijzigen. Als je oude mailadres niet meer geldig is, of je kunt er niet meer bij, kun je het best een nieuw e-mailabonnement nemen via de link elders op deze pagina (meestal rechtsboven). Dank voor je belangstelling in ieder geval!

      Like

  2. Beste Hartger,
    Ik deel de mening dat het hier eerder een onderwijspedagogische metatheorie en visie betreft dan een falsificeerbaar wetenschappelijk onderzoek.
    Welke onderwijskundige, didactische of pedagogische aanpak of theorie leidde bij jou tot het tegenovergestelde van irritatie? En hoe kwam dat?
    Biesta heeft veel kritiek op “leermeters” als John Hattie. Falsificeerbaarheid is in het onderwijs doorgaans geen probleem. Verifieerbaarheid van de werking van een onafhankelijke variabele in diverse afwijkende onderwijssituaties is eerder de uitdaging. Het aantal en de combinatie van factoren is te complex voor simpele oplossingen.
    Zo ook de lijsten van wat werkt die Hattie op heeft gesteld. Voorbeeld: Het heeft weinig zin om feedback als wondermiddel in te zetten als je niet weet waaraan rijke feedback moet voldoen. En zelfs Hattie worstelt hiermee. Metacognitieve feedback zou de leeropbrengsten kunnen verbeteren. Maar wat is metacognitieve feedback zonder normatieve rijkdom?
    Waar Hattie spreekt over het ontwerpen van een taal van het leren, heeft Biesta het over het ontwikkelen van een taal van het onderwijs.
    Volgens mij ondersteunt de visie van Biesta Hattie, maar leidt een eenzijdige nadruk op leren niet tot het beste onderwijs. Het normatieve van Biesta beperkt niet, maar verruimt, is niet exclusief, maar inclusief. Voorwaar veel meer dan een geloof.

    Like

    • Beste Patrick, dank je voor je reactie. Je vraagt welke aanpak bij mij tot het tegenovergestelde van irritatie leidde. Dan moet ik toch in de eerste plaats Luc Stevens noemen. Zijn inzichten over hoe je vervreemding en ontkoppeling kunt omzetten in verbinding en relatie, nog het best beschreven in zijn afscheidsrede ‘Zin in leren’ uit 2002, helpen me iedere keer weer. Het is niet zo moeilijk: oprecht een vraag stellen om in contact met een ander (de leerling, een collega) te komen. Maar toch lijkt het het moeilijkste om te doen.
      Je vergelijking van Biesta en Hattie vind ik interessant, ik denk dat je gelijk hebt, en het een het ander ondersteunt. Wel is er denk ik een cruciaal verschil. Hattie gaat ervan uit (denk ik) dat, als je maar goed genoeg onderzoek doet, je uiteindelijk de ‘heilige graal’ van effectief onderwijs vindt. Biesta beargumenteert waarom dat precies bij onderwijs zinloos is, en zelfs averechts werkt; je bant dan namelijk precies die onzekerheid uit, waarin zich het ‘wonder’ (mijn woorden) van leren en ontwikkeling kan voordoen.

      Like

      • Beste Hartger, In zekere zin klopt het ook wel dat de aanpak van Hattie averechts kan werken. De ‘heilige graal van effectief onderwijs’ zoeken, klinkt niet alleen religieus, dat deterministische concept van Hattie is ook op een uitermate normatieve maar wel verkokerde basis gestoeld. Er moet welbepaalde vooruitgang geboekt worden, opdat het onderwijs ‘zin’ heeft. En zin betekekent hier vooral kwalificerende zin. Efficiëntie, effectiviteit en leerrendement. Niet verkeerd in mijn ogen, maar wel behoorlijk economistisch. We lijken soms te moeten vergeten dat onze alledaagse levens in onze ingewikkelde samenleving uit meer bestaan dan het economische.
        Ik ben vorig jaar gaan kijken naar een ‘Hattie show’ en was onder de indruk van de visible learning industrie die Hattie inmiddels rond zijn onderzoeken heeft opgebouwd.
        Ik kan me voorstellen dat de leidinggevenden die je aanhaalt daar meer mee kunnen.

        Ik ben wel benieuwd wat je wil bereiken bij leidinggevenden. Kunnen zij wel iets met Biesta, Hattie of Stevens? En zo ja, wat doen ze ermee?

        Like

  3. Beste Hartger en Patric,

    Het zijn twee verschillende soorten vragen die Biesta en Hattie stellen. Biesta stelt de normatieve vraag; waarom doen we wat we doen en zouden we iets anders willen of moeten doen. Andere tijden, andere antwoorden; in de tijd van de opbouw van de natiestaat was het doel iets als het creëren van het gevoel van “Nederlander zijn”. En in vele andere landen is dat nog steeds een belangrijk doel, zie het dagelijks trouw zweren aan de vlag in de VS en de geschiedenisboeken die in veel landen vooral de grootheid van de eigen staat belichten. In andere landen en culturen staat gehoorzaamheid, loyaliteit meer centraal, het kritisch denken krijgt daar minder gewicht. In Nederland vinden we dergelijke dingen vooral gênant, maar je kunt er dus heel anders over denken en daarmee tot andere keuzes komen.
    Dat je in andere culturen tot andere keuzes komt zien we als we parades uit Noord-Korea zien of als we iets opvangen van de manier waarop Putin Rusland regeert. Je kunt ervan uitgaan dat een boek als van Biesta daar een andere inhoud zou hebben.

    De andere vraag is dan ‘hoe doen we dat dan’. En daar gaan boeken van Hattie, Mitchell en Leimov over. Het ‘waarom’, het doel van het onderwijs, wordt in hun boeken niet onderzocht. Dat is het gegeven. Deze onderzoekers gaan na wat effectieve en wat minder effectieve manieren zijn om de doelen te bereiken.
    En omdat het vooral meta-analyses zijn gaat het om wat gemeten wordt. En dat zijn vooral de basisvaardigheden als rekenen en taal, de instrumenten.
    De worsteling van Hattie is dat veel onderzoek niet helder genoeg is -en veel onderwijspraktijk niet onderscheidend genoeg- als het gaat om b.v. effectieve feedback of coöperatieve werkvormen. Niet alles wat zo genoemd wordt voldoet aan de criteria die de effectiviteit ervan bepalen.
    Met die vaardigheden kun je je ontplooien richting de visie van een Biesta maar je kunt er ook in een dictatuur mee terecht.

    Like

    • Beste Boudewijn, dankjewel voor je reactie. Ik ben het eens met de verschillen in focus tussen Biesta en Hattie. Ze kunnen naast elkaar staan en elkaar aanvullen. Toch nog een kanttekening: zoals je het nu beschrijft, is het alsof wat Hattie doet (en veel andere onderwijsonderzoekers) ‘moreel neutraal’ is. Biesta’s punt is, als ik hem goed begrijp, juist dat dat een illusie is. Door de keuze te maken de nadruk te leggen op wat meet- en zichtbaar is, en wat we ‘effectief’ noemen, doen we impliciet een uitspraak over wat we belangrijk vinden. Dat is niet neutraal. Je komt er niet automatisch mee in een dictatuur terecht, maar het is wel belangrijk om je dat te realiseren. Paul Verhaeghe’s boek Identiteit geeft heel boeiend weer hoe onze huidige cultuur een performatieve cultuur is geworden, zonder dat we dat misschien willen of doorhebben. Een ander boeiende boekje op dat vlak is ‘Is alles van waarde meetbaar?’ van Jacqueline Bulterman en Bram de Muynck, downloadbaar van surf.nl.

      @Patrick: wat leidinggevenden kunnen met Stevens, Hattie of Biesta, weet ik niet precies, dat zou je ze zelf moeten vragen. Hattie is mateloos populair gezien alle publicaties en trainingen. Dat heeft denk ik te maken met een bepaalde oplossing voor inherente onzekerheid die wordt geboden. Waarbij de ‘grote vragen’ nog niet gesteld worden, dus dat zou je je dan moeten realiseren, omdat de onzekerheid niet voor niets inherent is. Stevens heeft indirect ook veel invloed, zie het succes van platform hetkind.org en andere activiteiten van NIVOZ (dat hij heeft opgericht en waar ik zelf werk). Biesta is misschien pas net doorgebroken naar het ‘grote publiek’, we zijn bij De Nieuwe Meso dan ook erg benieuwd naar reacties op ons themanummer.

      Like

      • Patrick Ubags 23 juli 2015 bij 10:45

        Beste Boudewijn,
        Ik sluit me aan bij Hartger. Hattie legt zich toe op het hoe, maar het achterliggende wat en waarom is zeker niet moreel neutraal of normatiefloos. Sterker nog, het gehanteerde smalle begrip over het belang van effectiviteit en leerrendement in onderwijs, beïnvloedt ons denken over onderwijskwaliteit -helaas mijns inziens- in sterke mate. Biesta heefteen punt als hij beweert dat dit averechts kan werken als je het waarom en wat van onderwijs uitbreidt tot de aspecten die hij helder benoemt en waarvan vooral het subjectiverende weinig aandacht lijkt te krijgen.

        @Hartger, ik probeer wel eens een gesprek aan te gaan met mijn eigen leidinggevende over Hattie en Biesta, maar dat levert meestal weinig op. De uitvoering van een intellingsbrede visie en bovenliggende beleid is heiliger. Edith Hooge heeft in mijn geval helaas gelijk als het gaat om haar analyse van onderwijsbestuur als mythe en de daarmee gepaard gaande beperking van professionele ruimte voor het endogene uitvoerende veld.
        Je stelt dat je betrokken bent geweest bij een themanummer “over de betekenis van het werk van Gert Biesta voor de praktijk van leidinggevenden in het onderwijs” vandaar mijn vraag. Wat beoogden jullie hiermee te bereiken?
        Ik ben altijd benieuwd hoe iets vanuit leidinggevenden en/of beleid geïnternaliseerd wordt bij het uitvoerende veld. Ik zie daar veel fout gaan. Dat lijkt trouwens behoorlijk op de fouten en vooraannames die we maken over onderwijs en leren. Krijgen we genoeg rijke metacognitieve feedback van onze leidinggevenden? Mogen we genoeg nadenken over de wijze waarop subjectiveren een ruime plek krijgt in het onderwijs?

        Like

  4. @Patrick Heb de intro aangepast: het themanummer is nog in voorbereiding, het verschijnt in september of begin oktober. Op de website van De Nieuwe Meso vindt je de aankondiging, zodra het uit is. In het nummer schrijf ik een artikel over ‘Biesta en besturen’, dat misschien wat licht werpt op de vraag waarom bestuurders/leidinggevenden het moeilijk vinden om ‘iets te doen’ met Biesta’s gedachtengoed. Nog even geduld dus… Het gaat in ieder geval in de richting van je laatste vraag!

    Liked by 1 persoon

  5. Beste Hartger,

    Ik ben heel benieuwd waar ik de kritiek en ‘antipathie’ rondom Biesta’s werk kan terugvinden. Uit het zich in geschreven teksten?

    Voor mijn afstudeerscriptie schrijf ik een hoofdstuk over het actuele onderwijsdebat, waarvan ik een overkoepelend sfeerbeeld probeer te schetsen rondom een aantal grote thema’s. In dat kader zou ik ook graag op het spoor komen van meer kritische antwoorden op Biesta’s schrijven.

    Bij voorbaat dank!

    Like

    • Beste Janneke, er is weinig over geschreven, ik weet alleen van een stuk van Jan Lepeltak in Van 12-18 (kijk maar eens op zijn website). Maar interessant is dat Biesta in gangbaar onderwijskundig onderzoek vrijwel niet aangehaald wordt. Dat zegt ook iets. En in gesprekken merk ik dat mensen (onderzoekers, leraren) wat argwanend zijn, alsof ze zich ergens bij zouden moeten aansluiten.

      Like

      • Janneke Sauer 30 juli 2015 bij 11:21

        Beste Hartger,

        Dank voor je antwoord! Het stuk van Lepeltak had ik inderdaad al gevonden, maar echt kritische stukken/recensies aangaande het werk van Biesta kan in inderdaad nauwelijks vinden. Dat Biesta’s werk zo weinig wordt aangehaald in onderwijskundig onderzoek komt misschien omdat hij zich ook niet zozeer op onderwijskundig vlak begeeft, als wel op pedagogisch en wijsgerig gebied? Het bevestigt dat de (academische) pedagogiek in Nederland nog maar mondjesmaat aanwezig is – terwijl er tegelijkertijd een groot verlangen naar lijkt te zijn.

        Succes met het schrijven van de Meso, ik lees hem tzt graag!

        Liked by 1 persoon

  6. Dit is op X, Y of Einstein? herblogden reageerde:

    Een interessant stuk dat vooral uitnodigt tot discussie. Zelf zit ik eerder op de lijn van René trouwens en zie een lijn met andere hedendaagse pedagogen zoals Masschelein en Simons (zie ook het artikel dat ik hierover schreef in Pedagogische Studiën).

    Liked by 1 persoon

  7. Biesta’s “beautiful risk” is naar mijn waarneming ontvangen als standaardwerk tegen de heersende meet-cultuur. Het is, als ik het lelijk zeg, een (doorwrocht onderbouwd) pamflet met een opinie die tegen de stroom ingaat.

    Wat niet helpt is de taal. Ik lees het in het Engels en vindt de filosofische woordkeus en Duitse zinsbouw zeer ontoegankelijk. Het verwijzen naar de bijbel om een betoog mee op te bouwen hielp daar m.i. niet bij. Een onnodige vermenging van religie en filosofie.

    Ik zie het betoog van Biesta als een normatief betoog over wat zou moeten zijn. Hattie meer een beschrijving van de schroefjes en moertjes die onderwijs mogelijk maken, ook het onderwijs dat Biesta voorstaat. In de meritocratische en democratische samenleving hebben we besluitvorming over hoe we de samenleving inrichten het meest zichtbaar gedelegeerd aan de democratische institituties. Die keuze vermindert het recht van individuen om andere keuzes te maken. Wil je zaken anders, dan moet je de politiek in (al dan niet als volksvertegenwoordiger of als lobby-ist).
    Vervolgens is het aan degenen die toegezegd hebben de besluiten uit te voeren, in dit geval degenen die in het onderwijs werken, om dat ook echt te doen. Natuurlijk, de discussie mag overal gevoerd worden, de besluiten liggen uiteindelijk bij de Minister.

    Als leidinggevende op een vmbo, heb ik regelmatig te maken met “waartoe” vragen. Het betoog van Biesta wordt dan concreet vormgegeven door die ene KBL-leerling toch een vak op TL te laten doen. Een risico, voor leerling en school!
    Waarmee ik duidelijk wil maken dat grote betogen in het klein gerealiseerd worden. Dan ziet e.e.a. er toch positiever uit.

    Liked by 1 persoon

  8. Ik vermoed dat velen het ideeëngoed van Biesta iets te vaag en rekbaar vinden en te ver af van de klaspraktijk.

    Like

    • Dank Raf en Paul voor jullie kritische reacties. Op beide aspecten (de ingewikkeldheid en normativiteit) van Biesta’s werk gaan we in in de special van De Nieuwe Meso. Biesta reageert zelf ook. Ik ga er daarom hier verder niet op in. Begin september hopen we uit te komen. Hou http://www.denieuwemeso.nl in de gaten voor nieuws.

      Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: