Passend onderwijs en de betrokken burger

Het is de week van het Passend onderwijs. Dat lijkt me een goede aanleiding om een kwestie die in een internetforum aan de orde kwam hier enigszins te herhalen. De vraag is: wordt dit stuk overheidsbeleid eigenlijk wel getoetst en – zo ja – op een manier dat ook betrokken burgers het kunnen begrijpen? Of geldt ook hier wat voor zoveel andere beleidsterrein geldt: dat alleen een klein groepje insiders het snapt en het met argumenten kan beïnvloeden?

Bij de LinkedIn groep “passend onderwijs en effecten” heeft iemand de vraag opgeworpen “Meer geld voor Passend Onderwijs: Is dat dé oplossing?”

Daarop kwamen vooral veel reacties uit de praktijk van mensen die het hebben over meer geld voor conciërges, klassenassistenten, deskundigheidsbevordering van leerkrachten, geld dat samenwerkingsverbanden op de plank hebben liggen en de vraag of geld wel volgens de bedoelingen wordt besteed. En ook van een paar filosofen die natuurlijk zeiden dat geld nooit een oplossing is, maar enthousiasme wel.

Ik vroeg hoe het eigenlijk zit met het totale budget en betwijfelde of het wel gaat over meer geld. Ik weet namelijk niet beter of Passend onderwijs is (laten we hopen ‘mede’) ingevoerd omdat de kosten voor het Speciaal onderwijs gierend uit de hand liepen. Passend onderwijs kan, dacht ik, heel kort worden samengevat als: geef samenwerkingsverbanden de verantwoordelijkheid voor het bieden van onderwijs en ondersteuning aan zieke, gestoorde, gehandicapte en moeilijk lerende kinderen en geef ze daarvoor een budget met een plafond, afgeleid van het peiljaar 2008 of daaromtrent. Voor de rijksoverheid is dat ‘kat in het bakkie’, zoals ze in Amsterdam zeggen: het probleem ligt elders en de middelen zijn bevroren. Nog mooier: deze hele herziening kan worden verkocht als ‘empowerment’ van het veld, onder verwijzing naar het rapport Dijsselbloem dat destijds o.m. concludeerde dat het Rijk teveel naar zich had toegetrokken.

Mijn vraag was:
“Heeft iemand de grote cijfers paraat? Wat kostte voorheen het Speciaal onderwijs, hoeveel blijft daar achter en hoeveel wordt er ivm Passend onderwijs naar het regulier onderwijs overgeheveld?”

Lang antwoord kort: niemand had die cijfers paraat. Iemand (de voorzitter van een PCL-VO) had de moeite genomen me naar de cijfers voor 2013 te verwijzen, die voor een relatieve buitenstaander eigenlijk te moeilijk zijn. De enige ander die direct op mijn vraag in ging zei: “Ook al kijken we naar de gelden in het verleden…dat is denk ik niet reëel.” Zij bepleitte uit te zoeken of de LGF-gelden wel volgens de bedoelingen zijn uitgegeven. Hoe dat kan zonder daar cijfers uit het verleden bij te betrekken is mij een raadsel.

Ik herhaalde mijn vraag in andere woorden, in antwoord op de PCL-voorzitter:
“Dank voor de uiteenzetting. Ik snap best dat het complex is en dat rugzakjesgeld voor beleidsmensen “ander geld” is dan scholengeld. Ook snap ik dat je het totale budget moet koppelen aan het aantal kinderen. En tenslotte snap ik ook dat een sector met 2 tot 3 miljoen leerlingen/studenten, waaraan de staat meer dan 30 miljard uitgeeft (12% van de rijksbegroting) complex is. Maar juist daarom: hoeveel werd er globaal in 2010 aan het speciaal en het regulier primair en secundair onderwijs uitgegeven? Hoeveel is er in 2013 nog steeds bij het speciaal onderwijs en hoeveel is er in het kader van Passend onderwijs naar het regulier onderwijs overgeheveld ? Is het taboe om zo’n elementaire vraag te stellen of weet niemand het?”

De PCL-voorzitter zei dat het geen taboe was, maar dat hij de oude cijfers niet wist. Ik vond in mijn computer een beleidsstuk:

“Vier, vijf jaar geleden heb ik me in de plannen voor Passend onderwijs verdiept en ben ik bij een paar regionale bijeenkomsten geweest. De plannen zijn in november 2009 door toenmalig staatssecretaris Dijkstra glashelder op papier gezet in een brief van 16 pagina’s. (Hier, links onder, te downloaden.) De daarmee gemoeide bedragen staan erin en er wordt vooruit gerekend tot dit jaar. Het uitgangspunt was toen dat het budget van 2008 gehandhaafd zou worden en dat toename van het aantal leerlingen en invoeringskosten uit verbeterde efficiëntie (snijden in bureaucratie en overhead) zouden worden betaald. Er zaten ook aannames in over de percentages leerlingen, o.a.: ‘Hierbij wordt ervan uitgegaan dat 2% van de leerlingen in een samenwerkingsverband gebaat is bij het volgen van onderwijs op een school voor speciaal basisonderwijs. Daarnaast zijn er middelen om leerlingen met lichte problematiek in de reguliere school extra te ondersteunen. Ieder samenwerkingsverband wsns krijgt naar rato evenveel middelen (voor in totaal ruim 5% van de leerlingen).’
Nu vraag ik in een forum met meer dan 11.000 deelnemers wat er van die voornemens terecht is gekomen wat betreft de financiën. De een weet niet wat het destijds kostte, de ander vindt naar het verleden kijken niet reëel, alsof ik vraag naar 1909 ipv naar minder dan vijf jaar geleden toen Passend onderwijs aan het veld werd opgelegd, onder andere omdat het SO-beleid van daarvoor totaal uit de hand was gelopen.”

Ik snap natuurlijk best dat mensen op deze thread met onderwerpen komen die met geld en Passend onderwijs te maken hebben en over hun werksituatie gaan. Niet iedereen is van de grote lijn. Maar:

“Er moet toch ergens iemand zijn die de plannen aan de realiteit heeft getoetst en daaruit consequenties heeft getrokken voor hoe het beter kan en verder moet. Het alternatief is toch doormodderen en eens in de tien jaar constateren dat er systeemfouten in zitten waaraan niets meer kan worden gedaan.”

Hier zij deze vraag dus nogmaals gesteld. Ik hoop dat ergens iets of iemand op dit punt de gewone beleidscyclus volgt van beleid naar uitvoering, evaluatie, terugkoppeling, bijstelling enzovoort.
En dan ook graag daarover communiceert op een wijze die de betrokken, enigszins ingevoerde burger voldoende snapt om zich een oordeel te kunnen vormen en eventueel mee te kunnen discussiëren.

About Flip Schrameijer

Dr. Flip Schrameijer is een onafhankelijk onderzoeker en schrijver op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg en de jeugdzorg, waaronder autisme en architectuur.

2 Reacties to “Passend onderwijs en de betrokken burger”

  1. De vragen die worden gesteld naar de getalsmatige kant van passend onderwijs (budgetten en leerlingenaantallen) lijken me heel legitiem. In ieder geval mag je ook van onze volksvertegenwoordigers verwachten dat ze die ook stellen en antwoord krijgen.
    Jan Lepeltak

    Like

  2. Jaarlijks verschijnt er een onderwijsbegroting met heldere cijfers en een onderwijsverslag over het voorgaande jaar met al even heldere cijfers. Voor een onafhankelijke onderzoeker zijn de cijfers per jaar gewoon te googlen

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: