Nu de PISA-storm een beetje gaat liggen, en iedereen zijn of haar eigen agenda aan bod heeft kunnen laten komen, wil ik mijn eigen agenda doorduwen een belangrijk inzicht meegeven over begrijpend lezen: het is geen optelsom, maar een vermenigvuldiging. Misschien ben je niet vertrouwd met de formule van eenvoudige visie op lezen van Hoover & Gough […]

In We Moeten Spelen toont Rob Martens overtuigend aan dat kinderen en jongeren spel nodig hebben voor hun ontwikkeling naar volwassenheid en dat spelen en leren onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Spelen is leren en goed leren is spelen, is de centrale stelling.
Dit boek moet iedereen in het onderwijs, en ieder ander die met jonge mensen werkt, lezen.

Tijdens een feestelijke uitreiking op het NRO-congres op woensdag 30 oktober 2019 zijn de winnaars van de NRO-verbindingsprijzen bekend gemaakt. De NRO-verbindingsprijzen hebben tot doel praktijk en onderzoek in het onderwijs dichter bijelkaar te brengen. Alle kanshebbers presenteerden op het congres hun inzending. De uiteindelijke winnaars van beide prijzen gingen ieder met een bedrag van € 2.000 naar huis. Joyce Kuenen won de prijs voor leraren, Ellen Rusman ging met de prijs voor onderzoekers aan de haal.

Scholen in het voortgezet onderwijs hebben veel mogelijkheden tot hun beschikking om hun leerlingen te motiveren. Meer dan ze in de praktijk blijken toe te passen. In het rapport ‘Motivatie om te leren’ geeft de Onderwijsinspectie een aantal tips om motivatie van leerlingen te verbeteren. Bijvoorbeeld binnen de lessen meer uitdaging bieden, en aan leerlingen duidelijker maken wat het nut is van opdrachten en toetsen.

In deze gastbijdrage bepleit Isabelle Diepstraten een aantal maatregelen die scholen en leraren kunnen nemen om de tweedeling tussen kansarme en kansrijke leerlingen tegen te gaan. Dat is om te beginnen uitstel van selectie en zoveel mogelijk in sociaal heterogene groepen leren. Daarnaast heeft ze veel tips om in de klas kinderen laagopgeleide ouders te helpen het beste uit zichzelf te halen.

In deze gastblog formuleert René Kneyber een viertal bezwaren tegen het gebruik van RTTI® als determinatie-instrument. 1. RTTI® wordt voor het verkeerde doel ingezet. 2. Inzicht krijgen in waar de leerling staat kan ook sneller. 3. RTTI® en vooral de tweede T & I zeggen meer iets over de kwaliteit van je onderwijs dan over de leerling en 4. RTTI® inzetten als middel om te determineren is onredelijk.

Een grootschalig onderzoek in de VS, The National Study of Learning Mindsets, dat afgelopen week in Nature verscheen, bevestigt wat we al eerder schreven. Toepassing van de methoden uit de mindset-theorie voor jongeren die onderpresteren of door allerlei oorzaken een (sociale) achterstand hebben, is absoluut aan te bevelen.

In deze gastbijdrage aan de discussie over de vraag wat goed onderwijs inhoudt, werpt Isabelle Diepstraten een kritisch licht op ‘bewezen’ onderwijsmethodieken. Onderwijs is volgens haar een complex proces dat vraagt om een rijker scala aan methodieken dan alleen directe instructie.

Sociaalwetenschappelijk studies hebben een probleem met repliceerbaarheid, bleek in 2018. Dat zou heel goed ook voor pedagogiek kunnen gelden. Het is echter de vraag of de pedagogiek een ‘normale’ sociale wetenschap is. Haar object is een praktijk: de praktijk van opvoeding en onderwijs. Zolang de pedagogiek bestaat – en dat is al meer dan tweehonderd jaar – wordt de hierboven genoemde kwestie besproken als het theorie-praktijkprobleem. Het is de vraag of dat een probleem is voor de praktijk van het onderwijs.

Onderwijswetenschappers doen vaak of ze de wijsheid in pacht hebben. Dat hebben ze ook, maar het is een gelimiteerde wijsheid. De onderwijspraktijk is namelijk niet geconstrueerd en gearrangeerd volgens de conceptuele kaders van de wetenschap. Het alternatief is de pedagogiek. De pedagogiek heeft namelijk meer oog voor de complexiteit van de praktijk dan de onderwijswetenschappen. De pedagogiek gaat niet alleen over het ‘hoe’ (zoals voornamelijk de onderwijswetenschappen), maar ook altijd over het ‘wat’ en ‘waartoe’.