Op onze groepsblog verschenen eerder stukken die onderzoek uit 2014 instemmend aanhaalden, dat zou aantonen dat aantekeningen maken met de hand beter is dan met de laptop. Het is interessant hoe voortschrijdend inzicht in de wetenschap zulke stellige uitspraken in een ander daglicht kan stellen.
Ik voeg hierbij mijn vertaling van een blog van Rebecca Sullivan uit 2019, ‘Writing Notes By Hand Might Not Be Better than Typing’, gevolgd door een paar afsluitende opmerkingen van mijn hand. Het artikel dat zij bespreekt, is een studie van Morehead e.a. uit 2019.

Dit stuk verscheen eerder op de blog van René Kneyber. Zijn punt is dat je de ranglijst van Hattie niet als onderbouwing kunt inzetten.
Het boek Visible Learning van John Hattie verscheen in 2008, en is in Nederland verschenen als Leren zichtbaar maken. In dit boek vergelijkt hij  onderzoek naar interventies in het onderwijs om zo te komen tot een ranglijst te komen van wat werkt en wat niet werkt. Anno 2020 is zijn aanpak zeer omstreden, en daarmee dus ook de harde conclusies die hij trekt. Dit besef lijkt in het Nederlands onderwijs nog niet voldoende ingedaald. Regelmatig kom ik op scholen waar Hattie nog als zoete koek geslikt wordt.
In deze blog som ik de grootste bezwaren op, en reflecteer ik op wat we wel en niet kunnen met dit boek.

Project DOEN (Digitale Oefenprogramma’s, En Nu?) houdt zich bezig met de vraag hoe leerkrachten leerlinggegevens (learning analytics) kunnen verzamelen en gebruiken om differentiatie te stimuleren. Het project is een samenwerking van 5 middelbare scholen en 3 onderzoeksinstellingen en is gefinancierd door het NRO. De kans van slagen van klein- of grootschalige vernieuwing (zoals het gebruik van learning analytics) binnen een school is sterk afhankelijk van de betrokkenheid van het docententeam, die de vernieuwing tenslotte tot stand moet brengen. Een manier om docentbetrokkenheid te stimuleren is door de vernieuwing (deels) te laten vormgeven door de docenten zelf. We spreken in dat geval van docentontwerpteams (DOTs). In dit korte artikel bieden we, op basis van ervaringen op de 5 deelnemende scholen, handvatten voor hoe je als school met een DOT aan de slag kunt gaan.

Jongens hebben minder gunstige schoolloopbanen en vrouwen minder gunstige beroepsloopbanen. Hun opleidings- en beroepskeuze verloopt volgens traditionele patronen en leidt tot typische mannen- en vrouwenberoepen. Dat constateert de Onderwijsraad in de Verkenning van sekseverschillen in het onderwijs. Het onderwijs heeft een taak om de verschillen in school- en beroepsloopbanen van jongens en meiden te verkleinen, maar kan dat niet alleen. Ook genderstereotiepe gedrag bij de overheid, op de arbeidsmarkt en in de bredere samenleving moet veranderen.

In het rapport dat de OESO schreef over de invloed van Corona op onderwijs stond een cijfer dat me behoorlijk deed duizelen. De schoolsluitingen in de VS zou op lange termijn de Amerikaanse economie tussen de 14 197 en 27 982 miljard kosten. De cijfers kwamen uit een nog te verschijnen paper van de bekende onderwijseconomen Hanusheck […]

Tijl Rood, directeur van basisschool de Verwondering, merkt het aan het teruglopend aantal bezoekjes van collega-professionals aan zijn school: vernieuwend onderwijs zit momenteel in de hoek waar de klappen vallen. Een lobby in de kolommen van NRC en Volkskrant is kennelijk goed aangeslagen. Waar ‘vernieuwers’ in de beeldvorming vijf jaar geleden de wind aardig nog meehadden, lijkt er nu opeens weinig van hun intenties te deugen.

In deze boekbespreking van Maryanne Wolf: Reader, Come Home, houdt Fifi Schwarz een warm pleidooi voor de intrinsieke waarde van lezen, los van economische waarden. Wolfs boek richt zich tot de de mensen die niet direct begaan zijn met lezen – maar dat wel zouden moeten zijn de docenten die andere vakken dan Nederlands geven. Reader, Come Home legt verschillende belangrijke verbindingen: tussen diep lezen en versterkte breinactiviteit, tussen het menselijke contact (specifiek de ouder-kindrelatie) tijdens voorlezen en de taalontwikkeling van kinderen, en tussen weten en lezen. Lezen is een actieve, creatieve daad is. Als je je brein ‘aanzet’ tijdens het lezen, ben je in staat om meer betekenissen aan teksten te onttrekken en eraan toe te kennen en om je kennis te vergroten.

In deze gastbijdrage manen Ronald Keijzer en Geeke Bruin-Muurling om voorzichtig te zijn met het toepassen van Expliciete Directe Instructie (EDI) bij kleuters. Eerder schreef Pedro De Bruyckere dat aan dit stuk, dat in iets andere vorm in ScienceGuide verscheen, een paar dingen rammelden. De lezer kan voor zichzelf bepalen in hoeverre dat juist is. Dit is overigens geen poging EDI in diskrediet te brengen, of het debat hierover te polariseren. Integendeel. Eerder schreef Liesbeth Breek een stuk waarin ze laat zien hoe EDI en onderzoekend leren in een lessenserie met elkaar gecombineerd kunnen worden en dat beide noodzakelijk zijn voor goed onderwijs.

In deze gastblog laat George Lengkeek zien hoe onderwijs en onderzoek in de praktijk kunnen worden verenigd. Jan Bransen bepleit om onderwijs en onderzoek als een twee-eenheid te zien en te praktiseren (zie zijn herblogde bijdrage van 26 april j.l.). Daar wil ik graag ‘van binnenuit’ bij aansluiten, door – vanuit mijn ervaringen – eerst te betogen dat er dan binnen de onderwijspraktijk ruimte nodig is om aan die twee-eenheid vorm te geven. Daarna zal ik aan de hand van een voorbeeld schetsen hoe binnen die ruimte methodologisch vorm gegeven kan worden aan de ook door mij gewenste twee-eenheid.

De coronacrisis is een enorme belasting voor het onderwijs dat het de laatste jaren al niet makkelijk had. Leraren, interne begeleiders en schoolleiders hebben in recordtijd alles uit de kast getrokken om de lessen zo goed mogelijk te laten doorgaan. Inspanningen die voor de toekomst – post-corona – een schat aan ervaringen en goede lessen kunnen opleveren. Lessen die niet alleen nuttig zijn in perioden waarin scholen geheel of gedeeltelijk gesloten zijn, maar die ook als reflectie dienen op het onderwijs als geheel. Wat is essentieel? Wat is niet nodig? Wat kan anders? Daarbij kun je denken aan de rol en de frequentie van toetsen, zelfstandig werken, samenwerken, de verhouding tussen kwalificatie, socialisatie en subjectificatie etc. Wij willen hier een beginnetje maken met de inventarisatie van die inspanningen en in het bijzonder de ervaringen die daarmee zijn opgedaan.