Tijl Rood, directeur van basisschool de Verwondering, merkt het aan het teruglopend aantal bezoekjes van collega-professionals aan zijn school: vernieuwend onderwijs zit momenteel in de hoek waar de klappen vallen. Een lobby in de kolommen van NRC en Volkskrant is kennelijk goed aangeslagen. Waar ‘vernieuwers’ in de beeldvorming vijf jaar geleden de wind aardig nog meehadden, lijkt er nu opeens weinig van hun intenties te deugen.

In het onderwijsdebat zien we een tweespalt tussen aanhangers van evidence based lesgeven en pleitbezorgers die de verwondering en de individuele leerbehoefte van de leerling centraal stellen. In dit artikel laat ik zien hoe ik binnen een lesmodule beide perspectieven met elkaar vervlecht en welke conclusie ik hieruit trek. Dit stuk verscheen eerder op Didactief Online. […]

Op de website van het NIVOZ doen vier auteurs een oproep om te komen tot een nieuw discours over betekenisvolle onderwijswetenschap. De vraag is inderdaad ‘waartoe doen wij onderwijsonderzoek?’ stelt Jan Bransen op zijn blog janbransen.nl.Voor mij is het grootste probleem echter het bestaan van een geïsoleerde, onafhankelijke en zelfstandige onderzoekspraktijk. Zolang die praktijk blijft […]

Lector Patrick Sins Doet onderzoek voor en met traditionele vernieuwingsscholen. Dat roept de vraag op: Hoe kan je over vernieuwing spreken als het gaat over concepten die al honderd jaar bestaan? In dit stuk laat laat hij zien dat die traditie juist een kracht is op basis waarvan dalton-, montessori-, jenaplan-, freinetscholen en vrije scholen hun onderwijs kunnen vernieuwen.

De drie voorgaande afleveringen van deze reeks hebben de bedoeling een aantal misverstanden over kennis, leren en denken in het onderwijs te verhelderen. Ik kwam tot de conclusie dat de volgorde zou moeten zijn: eerst denken, dat leidt tot leren en daarmee tot groeiende kennis, waarna de cyclus weer opnieuw begint. Kennis is daarmee niet een statisch gegeven, maar een levend geheel dat in samenwerking van leraren en leerlingen voortdurend groeit. In deze epiloog wil ik hardop denken over manieren om dat in de praktijk te brengen.

Kunnen en durven we ons oordeel over een kind, een leerling uit te stellen en zo de ruimte en de tijd te creëren voor iets wat we niet voor mogelijk hadden gehouden? Zijn we ons bewust van hoe wij in onze praktijk ten opzichte van kinderen staan: geduldig en vasthoudend of ongeduldig en daarmee vluchtig en oppervlakkig? Joop Berding schrijft over zijn nieuwe boek Opvoeding en onderwijs tussen geduld en ongeduld.

Nadat ik in de eerste twee afleveringen van deze reeks vragen heb onderzocht over kennis en leren, is in deze derde aflevering de beurt aan denken. Wat is denken? Waarom denken mensen? Waarom moeten we jonge mensen leren denken? Is het niet voldoende dat jonge mensen op school kennis opdoen?

In deze serie stukken onderzoek ik vooronderstellingen over kennis, leren en denken waarop de overtuiging is gebaseerd dat kinderen pas kunnen denken (en vragen stellen) als ze voldoende kennis hebben; als ze voldoende hebben geleerd. Aflevering 1 ging over kennis. In deze aflevering bevraag ik ideeën over leren, niet vanuit een leerpsychologisch perspectief maar vanuit mijn perspectief als leraar.

Er bestaat een misverstand over denken en kennis. In gesprekken met leraren en onderzoekers hoor ik zeggen dat we jonge mensen pas kunnen laten denken wanneer ze voldoende kennis hebben opgedaan. Daar zit een kern van waarheid in, maar een andere dan wordt bedoeld. Achter deze redenering zitten vooronderstellingen over kennis, leren en denken die de moeite waard zijn om te onderzoeken.

Theo Thijssen met zijn laatste klas.

In dit stuk pleit Jan Fasen ervoor de leraar en de leerling als mens centraal te zetten. Niet als een onderwijsvernieuwing, maar als een niet langer te vermijden noodzakelijk herstel van wat we uit het oog zijn verloren toen we besloten om scholen te organiseren en te perfectioneren volgens de principes van efficiënt, goedkoop en massa. Met zijn eigen scholen laat hij zien hoe het ook anders kan.