In zijn nieuwe boek gaat Joop Berding onder meer te rade bij de pedagogiek en de filosofie, bij Martinus Langeveld en in bijzonder bij Cornelis Verhoeven en Otto Friedrich Bollnow. Zij roepen vragen op: kunnen en durven we ons oordeel over een kind, een leerling uit te stellen en zo de ruimte en de tijd te creëren voor wat we niet voor mogelijk hadden gehouden?

Dit is een essay van de hand van Joop Berding over geduld en ongeduld in onderwijs en opvoeding, als opwarmertje voor de speciale, ingelaste Onderwijsavond van 5 februari in Zeist.

Voor mijn recente boek Opvoeding en onderwijs tussen geduld en ongeduld ging ik op zoek naar filosofen en pedagogen die me iets konden bijbrengen over dit onderwerp.

Om met die laatsten te beginnen: in de ‘moderne’ pedagogiek – en dan bedoel ik de academische, wetenschappelijke pedagogiek – is niet veel te vinden over geduld en ongeduld. In actuele leer- en opleidingsboeken trof ik deze begrippen niet aan. Zelfs in een klassieker, de nog veel aangehaalde Beknopte theoretische pedagogiek van M.J. Langeveld (eerste druk 1944), komen ze niet voor. En dat terwijl in dit werk opvoeding toch een hoog huis-tuin-en-keuken gehalte heeft: opvoeding, maar nog méér de ‘omgang’ met kinderen, kent zo zijn alledaagse voorvallen waarin we zonder al te veel moeite geduld of ongeduld kunnen herkennen.

In die dagelijkse praktijk kan, zodra er iets op het spel staat, geduld snel omslaan in ongeduld. Zo observeerde ik een gezin aan het strand; er viel tijdens het spelen geen onvertogen woord, maar toen er moest worden opgeruimd en het zand van de schepjes, de schoenen en de kleren moest worden verwijderd, wat niet snel genoeg naar de zin van de moeder ging, was het in no time een geschreeuw en een geduw en getrek van jewelste.

Ouders, maar het geldt ook voor leraren en andere opvoeders, lijken soms moeite te hebben met het geheel andere, veel tragere levenstempo waarin kinderen zich bewegen en waar ze zich aan overgeven. ‘Je zou graag willen dat de tijd nog zo traag verliep als toen je nog een kind was – elke dag een heel leven’, schreef Saul Bellow in zijn roman Ravelstein (2000).

In de strandscene is de scheidslijn tussen geduld, ruimte en tijd geven aan kinderen en ongeduld – het moet nú – eigenlijk flinterdun. Ik denk dat de lezers zich talloze gelijkaardige scenes voor de geest kunnen halen, zeker de opvoeders onder hen.

Wonen in het uitstel

Cornelis Verhoeven (1928-2001) mag wel dé Nederlandse filosoof van het geduld worden genoemd, allergisch als hij was voor de potentiële gewelddadigheid van het ongeduld. Voor hem was filosofie één grote geduldsexercitie; een filosoof probeert te ‘wonen in het uitstel’ (Verhoeven, 1971). Uitstel waarvan? Van een definitief oordeel over hoe en wat de dingen zijn.

Dit is niet alleen een moeilijke opgave voor filosofen, maar voor ons allemaal en zeker voor degenen die kinderen opvoeden, onderwijzen of begeleiden. We zijn snel geneigd vast te willen stellen wat een kind ‘is’ en ‘kan’ en vooral wat het niet is of kan. Niet alleen ons persoonlijke, al dan niet professionele oordeel wordt daarbij ingezet, maar in de huidige tijd ook een uitgebreid arsenaal aan hulpmiddelen, zoals toetsen en testen, volgsystemen en handelingsplannen, examens en assessments. En steeds gaat het erom vast te stellen en vast te leggen: wat ben jij? Hoe ben jij? (Hulpmiddelen om vast te stellen ‘wie ben jij?’, zijn in ontwikkeling.)

We zijn snel geneigd vast te willen stellen wat een kind ‘is’ en ‘kan’ en vooral wat het niet is of kan.

Verhoeven heeft het over het vastzetten van de dingen in hun identiteit (het ‘zo zijn’ van de dingen, inclusief een snel besluit over wat iets niet is) wat het zicht op mogelijke andere betekenissen van die dingen verduistert. Iets soortgelijks gebeurt wanneer we niet meer goed kijken en luisteren naar kinderen (leerlingen, pupillen) en beslissen dat zij ‘zó’ zijn – een E-tje, een ‘typische’ mavo-leerling, een ‘whizkid’. Dat wordt dan hun ‘identiteit’ en kunnen we ophouden met denken.

Wanneer dat gebeurt, uit ongeduld, vanwege systeemdruk en –eisen, wanneer het zicht op kinderen op deze manier wordt verduisterd en wanneer we ons steeds meer gaan ergeren als kinderen niet aan onze verwachtingen voldoen, dan raken we pedagogisch gesproken het spoor helemaal bijster. We zien dan niet meer dat er buiten die ‘identiteit’ nog heel andere kwaliteiten bestaan die we in onze meetdrift hebben gemist.

Toewijding

Voor de Duitse existentiefilosoof Otto Friedrich Bollnow (1903-1991) is geduld nauw verwant aan toewijding. Wie geduldig is, neemt de tijd om zich intensief met de dingen en de mensen, kortom: de wereld, bezig te houden. Geduldige mensen rennen niet aan de dingen en de mensen voorbij, maar zijn erin geïnteresseerd; ik vertaal dat graag met: ze zijn ‘er bij’ (inter-esse is eigenlijk ‘er tussen’ zijn). Wie haast heeft, snel nog even dit of dat wil doen, zal merken dat de dingen zich tegen hem keren (probeer maar eens gehaast je veters te strikken).

Wie haast heeft, snel nog even dit of dat wil doen, zal merken dat de dingen zich tegen hem keren

Hetzelfde geldt voor de omgang met mensen: wie per se iets wil van iemand en niet direct krijgt en dat door middel van ongeduldig gedrag (schreeuwen, trekken, duwen, zie de strandscene) laat merken, zal op weinig medewerking kunnen rekenen. Ga ík me haasten omdat jíj schreeuwt? Bollnow verklaart onomwonden: ‘Het geduld is … zeer speciaal de deugd van de opvoeder.’

Geduld, geloof en hoop

Geduld is niet hetzelfde als toegeeflijkheid, zwakte of laat-maar-waaien: het is vooral de levenshouding die maakt dat wat we eigenlijk niet willen, toch kunnen dulden of verdragen, al is het maar tijdelijk. Bollnow verbindt geduld ook met andere begrippen: geloof en vooral hoop en hij maakt daarbij duidelijk dat geduld, geloof en hoop de mens niet komen aanwaaien. Het is een kwestie van soms hard werken, oefenen en, voeg ik daaraan toe, ook een kwestie van geduld met jezelf.

Voor leraren en andere opvoeders roepen deze filosofen belangrijke vragen op. Kunnen en durven we ons oordeel over een kind, een leerling uit te stellen en zo de ruimte en de tijd te creëren voor iets wat we niet voor mogelijk hadden gehouden? Zijn we ons bewust van hoe wij in onze praktijk ten opzichte van kinderen staan: geduldig en vasthoudend of ongeduldig en daarmee vluchtig en oppervlakkig? Welke mogelijkheden zien we in onze praktijk om te midden van de hectiek toch momenten van rust, concentratie en diep leren te creëren? (In mijn boek spreek ik hierover met leraren en hun moedige pogingen om dit te bereiken.)

Kunnen en durven we ons oordeel over een kind, een leerling uit te stellen en zo de ruimte en de tijd te creëren voor iets wat we niet voor mogelijk hadden gehouden?

Ik ben ervan overtuigd dat werkelijke verankering van leren en ontwikkeling alleen mogelijk is in een geduldige levensvorm; een levensvorm waarin leren als een gezamenlijke open zoektocht wordt opgevat en niet als iets wat je even snel opzoekt ‘op internet’. De uitdaging is dan ook om dat o zo verleidelijke ongeduld achter ons te laten.

Bronnen

  • Berding, J. (2019). Opvoeding en onderwijs tussen geduld en ongeduld. Antwerpen/Apeldoorn: Cyclus (Garant).
  • Bollnow, O.F. (1967). Nieuwe geborgenheid. Utrecht: Bijleveld. (or. Duits 1955)
  • Langeveld, M.J. (1974). Beknopte theoretische pedagogiek. Groningen: Wolters-Noordhoff. (or. 1944)
  • Verhoeven, C. (1971). Inleiding tot de verwondering. Bilthoven: Ambo. (or. 1967)

Joop Berding is pedagoog en auteur. Hij publiceerde vooral over pedagogische onderwerpen, geïnspireerd door onder anderen Janusz Korczak, John Dewey en Hannah Arendt. Meest recent: Opvoeding en onderwijs tussen geduld en ongeduld. Hierin komen verschillende filosofen, pedagogen, leraren en ouders aan het woord. Meer op zijn website www.joopberding.nl.

Ingelaste Onderwijsavond met Joop Berding

Op 5 februari 2020 is er een speciale thema-avond in Zeist, een ingelaste Onderwijsavond. Daar wordt Joop Berding zelf geïnterviewd over zijn boek en zijn de vo-leraren Liesbeth Breek en Per-Ivar Kloen gastsprekers. Daarnaast zullen er ook een aantal leerlingen aan het woord komen. Hanke Drop vertelt over speciale opvoedingssituaties, thuis en op school. Lees hier meer en bestel je ticket.

Op de avond zelf is ook het boek verkrijgbaar. Voor info en tickets (35 euro) klik op deze link.

Reageer op dit artikel (niet anoniem)

avatar

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  Abonneren  
Abonneren op

About Dick van der Wateren

Als blogger en onderwijsauteur denk ik na over onderwijs en pedagogiek. In 2016 verscheen bij Uitgeverij Ten Brink mijn boek 'Verwondering' waarin ik een lans breek voor onderwijs op basis van vragen die leerlingen zelf bedenken. Op het ECL in Haarlem heb ik talentvolle en begaafde leerlingen begeleid die meer uitdaging nodig hebben, en leerlingen gecoacht met diverse problemen - onderpresteren, perfectionisme, levensvragen. Na een lang leven in het onderwijs en de wetenschap ben ik in 2017 een filosofische praktijk begonnen, De Verwondering, in Amsterdam. Daar heb ik gesprekken met volwassenen zowel als jongeren over levensvragen, zingeving, werk, studie, relaties.

Category

onderwijs, pedagogiek

Tags

, ,