Iedereen met verstand van onderwijs herinnert zich nog het spraakmakende Iederwijs. Scholen die veredelde speeltuinen waren. Leerlingen (die ze vreemd genoeg studenten noemden) deden er niets anders dan spelen. Deze scholen weigerden te toetsen, de Onderwijsinspectie vond het daarom geen scholen en de media, politici en TV programmakers zagen gelukkig in dat dit zo niet kon. Hoe kun je opbrengstgericht werken als je niet eens opbrengsten meet? Wat leren kinderen als ze niet verplicht worden om te leren lezen? Waanzin. Gelukkig hielden ze na een paar jaar op te bestaan.

Toch?

VPRO ‘Andere Tijden’ zond op 12 februari jongstleden een aflevering uit met de titel ‘de gelukkige klas’. Om mij heen zie ik dat de uitzending mensen verbijsterde. Het tamelijk onschuldige portret, waarin  geen partij wordt gekozen, is gebaseerd op een boek van onderzoeksjournaliste Astrid Schutte. Daarover straks meer. Het gaat over Iederwijs scholen, die in de ogen van velen bizar waren. Net zo bizar als bijvoorbeeld nu de school die Elon Musk oprichtte als reactie op zijn eigen negatieve onderwijservaringen en waar zijn eigen kinderen op zitten. Leerlingen werken in teams samen aan techprojecten en krijgen geen overhoringen of officiële cijfers. Vakken die ze niet leuk vinden, mogen ze overslaan. Het lijkt al net zo vreemd als Iederwijs.

Schutte stelde zich daarom de journalistiek logische en interessante vraag: hoe is het eigenlijk afgelopen met de Iederwijs-leerlingen die op deze vreemde antischolen gezeten hebben?

Het bizarre antwoord is dat het heel goed gaat met vrijwel alle leerlingen die aan haar onderzoek meewerkten. En de enige reden om er niet aan mee te werken lijkt te zijn dat sommigen 10 jaar later nog steeds een hekel hebben aan de media die zo vaak een oppervlakkig en vals beeld neerzetten van Iederwijs. Al die zelfbenoemde deskundigen die nog nooit een voet in de school hadden gezet maar genoeg ervan wisten om het oprecht te haten. Als de oud-leerlingen al ergens last van hadden gehad, dan was het dat.

In ‘de gelukkige klas’ worden deze leerlingen geportretteerd. Beelden van hun jeugd en de manier waarop ze in de media belachelijk werden gemaakt (bekijk bijvoorbeeld wat Henk Spaan flikte toen een jong kind iets probeerde te vertellen over zijn Iederwijs school), worden afgewisseld met beelden van nu. Deze alumni kijken heel positief terug op hun jaren bij Iederwijs en op waar ze nu terecht gekomen zijn, mede, zo geven ze aan, dankzij hun Iederwijs-jaren. Zoals op een promotieplek op de prestigieuze Cambridge University. En dat na vele jaren op een school gezeten te hebben waar je volgens onderwijsdeskundigen helemaal niets zou leren.

Twitter critici verweten de programmamaakster niet kritisch genoeg te zijn. Ze oordeelt niet en laat gewoon die Iederwijs leerlingen zien, toen en nu. En laat verder het verhaal en de feiten voor zich spreken. Aan jou, de kijker, om iets te vinden van die feiten en de geportretteerde mensen.

Over die feiten en het boek schreef ik in 2017 een opinieartikel in het OU blad Onderwijsinnovatie met de titel ‘Een onderwijsvernieuwing om zeep geholpen’. Ik geef het hier vrijwel integraal weer omdat het, denk ik, mooi als achtergrond past bij deze even onschuldige als onthutsende ‘Andere tijden’ aflevering:

Het boek De gelukkige school beschrijft de lotgevallen van de Iederwijsscholen en haar oprichters. De behandeling die deze pioniers ten deel viel laat een overheid zien die een potje maakte van haar kerntaak om een grondrecht – de vrijheid van onderwijs – te garanderen. Het gevolg was dat Iederwijs in 2010 haar deuren voorgoed moest sluiten en er zo voortijdig een einde kwam aan een innovatief onderwijsconcept.

De vrijheid van onderwijs geldt als hoeksteen van de universele rechten van de mens. Artikel 26: ‘Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen welke aan hun kinderen zal worden gegeven’. In de Nederlandse grondwet is dat grondrecht uitgewerkt in artikel 23 over de vrijheid van onderwijs. Dit artikel uit 1917 stelt dat er vrijheid is van oprichting, richting en inrichting van onderwijs. Dus iedereen die dat wil, mag een school oprichten.  In het boek De gelukkige school (2017) beschrijft Elsevier journaliste Astrid Schutte de pioniers achter het Iederwijsconcept. Een verhaal dat mede door toedoen van overheid en media eindigt met de sluiting van Iederwijsscholen in 2010. Ik heb dit artikel geschreven in de hoop dat er nog iets van deze onderwijsinnovatie geleerd kan worden.

Leerlinggerichte experimenten

De oprichters van Iederwijs, Eefke Eijgenstein, Bas Rosenbrand, Jochem van der Padt en de zus van Eefke, Yolanda Eijgenstein, de bekende onderneemster die het initiatief steunde, wilden een nieuwe school. De meeste betrokkenen hadden lang in het onderwijs gewerkt en waren kritisch over traditionele scholen. Daarmee sloten ze aan bij een lange traditie van onderwijsvernieuwers zoals Ferrer, Montessori, Boeke en Greenberg. Een kritische kijk op te toetsgericht onderwijs zien we steeds gekoppeld aan leerlinggerichte experimenten met vrijheid en autonomie, waardoor leerlingen zelf hun eigen pad van interesse kunnen volgen.

Vrijheid in verbondenheid was het — zeker toen — radicale concept dat de oprichters voorstond. Vrijheid ontstaat in verbondenheid met de ander. Een Iederwijsleerling kan niet zomaar alles doen wat in hem opkomt. Zijn vrijheid houdt op als hij iemand anders’ vrijheid belemmert, en dat vergt voortdurende afstemming en gezamenlijk bepalen wat redelijk is. Kortom, een voorbereiding op democratisch burgerschap. Maar voor wie het niet kende, was het een lastig concept. Vrijheid betekende in de ogen van criticasters inefficiënt onderwijs en egoïstische kinderen zonder discipline. De oprichters onderschatten dat zij weliswaar jarenlang over het concept hadden nagedacht, maar dat de buitenwacht het maar moeilijk begreep.

Gevecht met instanties

De eerste jaren leek het nog of Iederwijs welwillend werd ontvangen. Er kwamen steeds meer scholen bij, zoals De Ruimte in Soest. De pers schreef er overwegend positief over. Maar schijn  bedreigt, blijkt uit het boek van Schutte, die reconstrueert hoe hevig de tegenwerking eigenlijk meteen al was.

De wethouder Onderwijs van Schoonhoven dreigde de dag voor de feestelijke opening van deze particuliere basisschool in zijn gemeente dat hij politie voor het hek zou zetten om er zo voor te zorgen dat de kinderen niet naar binnen konden. Uiteindelijk werd het dreigement niet waargemaakt, maar de angst zat er goed in.

De jaren die volgenden stonden in het teken van een continu gevecht met instanties. Bijvoorbeeld: ‘De tijd van beleefde brieven is duidelijk voorbij als ’s ochtends op eerste kerstdag er twee politieagenten op de stoep staan bij de familie Haenen, één van de gezinnen met kinderen op De Ruimte. Zoon Guus van veertien schrikt zich een ongeluk bij de aanblik van de twee uniformen en haalt zijn vader. De dienstdoende agenten overhandigen Jaap Haenen een dagvaarding. Of hij 17 januari voor de kantonrechter wil verschijnen omdat hij zijn zoon en tot voor kort dochter Simone van zestien naar De Ruimte in Soest laat gaan. Daarmee overtreedt hij namelijk de Leerplichtwet, omdat de school niet is goedgekeurd als school voor voortgezet onderwijs. ‘Terwijl mijn kinderen de afgelopen jaren nog nooit zoveel hebben geleerd,’ schrijft Jaap Haenen in een relaas over zijn aanvaringen met Justitie.

Ouders van drie Iederwijsscholen zijn inmiddels door hun leerplichtambtenaar gesommeerd hun kind van school te halen. Een proefproces waarin twee ouders van De Ruimte worden vervolgd, Jaap Haenen en één van De Ruimte-oprichters Ruud van Middelaar, moet helderheid brengen of de leerplichtambtenaren gelijk hebben. Haenens humeur is door het politiebezoek in ieder geval danig verpest. ‘Weg vrolijk kerstfeest en weg prettige kerstvakantie. Mijn advocaat is op vakantie in Amerika en de stress giert door mijn keel. Hoe los ik dit op?’ (p. 106)

Moeite met het concept

Vrijwel iedereen heeft op een traditionele school gezeten. Het concept waarin leerlingen zelf kiezen wat en wanneer ze willen leren is daarom voor velen een moeilijk te slikken pil. Dat bezorgde de oprichters drie grote problemen.

Op de eerste plaats kwamen er ook Iederwijsscholen waarvan het de vraag was of ze met voldoende kwaliteit het ingewikkelde concept begrepen en uitvoerden. Het concept zeilboot kan wel goed zijn, een niet-bekwame schipper zal geen koers kunnen houden.

Op de tweede plaats was er de enorme druk waar de scholen met name door de inspectie aan werden blootgesteld. Die druk die kostte veel energie, die vervolgens niet gestoken kon worden in het verder doordenken en implementeren van het concept.

Belangrijk twistpunt hierbij was dat de inspectie vond dat er verplicht getoetst moest worden en dat Iederwijzers dat nu juist níet wilden. Tot slot was het ook moeilijk het voor velen vreemde concept goed in de media neer te zetten. En ook dat werd een groot en tijdrovend probleem.

Rond 2005 veranderde het denken over onderwijsvernieuwing. Zelfbenoemde deskundigen hielden tirades tegen het Nieuwe Leren. Politici die de druk voelden te scoren in de media grepen hun kans. Kamerlid Jan de Vries bedacht het begrip ‘veredelde speeltuinen’, dat de Iederwijsscholen voorgoed in een negatief frame zette. Later gaf hij toe de scholen te kort gedaan te hebben, maar toen was het beeld in de media al definitief gekanteld. Iedere onderwijsvernieuwer haastte zich te zeggen dat zijn onderwijsvernieuwing toch vooral geen Iederwijsschool was. Het gevecht was niet meer vol te houden: rechtszaken, ruzies met de inspectie en negatieve media. Uitgeput en niet meer in staat het financieel rond te krijgen, gaven de oprichters het op.

Maar was dat terecht? Echt onderzoek naar Iederwijs is nooit gedaan. En oud-leerlingen die jaren later terugkijken zeggen iets heel anders. In de research voor haar boek probeerde Schutte zoveel mogelijk oud-leerlingen te spreken. Door hun negatieve ervaringen met de media waren sommigen daartoe niet bereid, maar uiteindelijk stemden velen toe. Schutte stelt vast dat het acht jaar nadat de school is gestopt, net zoals bij andere fundamenteel vernieuwende scholen, goed gaat het met de alumni. Gemiddeld geven de ex-leerlingen hun tijd op Iederwijs een 7,8. Het rapportcijfer dat leerlingen van het voortgezet onderwijs hun school gaven in de Laks-monitor is fors lager: gemiddeld 7,2. Iederwijs gaf leerlingen, waarvan sommigen in het reguliere onderwijs waren vastgelopen, de ruimte uit te vinden wat ze echt wilden. Daarmee gesterkt waren ze vaak in staat het reguliere diplomagerichte onderwijs succesvol te doorlopen.

Terugkijkend

De filosofie achter Iederwijs sprak veel mensen niet aan. Maar dat zou helemaal geen punt moeten zijn. Artikel 23 bestaat namelijk al honderd jaar juíst zodat dat niets zou moeten uitmaken. Het gaat erom dat mensen het recht hebben een school op te zetten, passend bij hun levensovertuiging en opvoedingsidealen. Dat grondrecht moet de overheid beschermen en in goed samenhangend beleid vertalen. Ze mag het alleen schenden als daar heel erg goede redenen voor zijn, bijvoorbeeld als op een school abjecte, ondemocratische ideeën worden onderwezen.

Hoewel dat niet het geval was bij Iederwijs en de dingen die ze uitprobeerden nu al meer mainstream geworden zijn, faalde de overheid echt op ieder punt van artikel 23 (oprichting, richting en inrichting van onderwijs). De gelukkige school laat je als lezer verbijsterd achter.

Hoe kan het dat de overheid toestond dat een serieuze en fundamentele onderwijsvernieuwing zo aan de goden werd overgeleverd? Aan politici die publicitair wilden scoren, kranten die wel pap lustten van een flinke rel en vooral de hardst roepende onheilsprofeten aan het woord lieten, staatsomroepen die een zo belachelijk mogelijk beeld van de vernieuwingen uitzonden, en een onderwijsinspectie die opgesloten zat in haar eigen procedures waarin voor een kritische kijk op toetsing absoluut geen plaats was. Aan het optreden van vrije media kan de overheid natuurlijk niet zoveel doen, maar aan veel andere dingen wel.

In de herkansing?

Op een aantal punten is de situatie voor experimentele scholen in 2017 aanzienlijk verbeterd. De inspectie ontwikkelde een ruimer toezichtskader en door aanhoudende druk van de Onderwijsraad kwam er draagvlak voor een modernere invulling van artikel 23. Belangrijk is ook dat iedereen nu wel inziet dat ict de samenleving zo verandert dat we het echt niet kunnen maken om niet te experimenteren met onderwijsvernieuwing. Dat vraagt om doordachte diversiteit.

Dat is ook meteen het gat dat nog gedicht moet worden. Wat nodig is, is verstandig, niet-commercieel advies en onderzoek in de rol van ondersteuner van de ingewikkelde pogingen om onderwijs te vernieuwen. Zonder arrogante betweters of believers, maar in een verbetercultuur samen met leraren, die daar, zoals de VO-raad onlangs bepleitte, ook genoeg ontwikkeltijd voor krijgen. Om ervoor te zorgen dat niet steeds dezelfde fouten worden gemaakt, dat anderen er ook iets aan hebben en dat slechte kapiteins een schip vol goede bedoelingen niet de klippen opjagen.

Want ook daar liet de ‘terugtredende’ overheid lelijke steken vallen, zo beschrijft Schutte. Onderwijsonderzoekers en -adviseurs moesten ‘bedrijfje gaan spelen’: in onderlinge competitie hun inkomsten zien op te halen. In 1997 is begonnen met het overhevelen van de vernieuwingssubsidie van de Landelijke Pedagogische Centra (APS, CPS en KPC) naar de scholen.

Die centra bestonden al lang en hadden de taak, gesubsidieerd door de rijksoverheid, scholen te ondersteunen bij onderwijsvernieuwingen. Maar vanaf 1997 moeten scholen die dienst ‘inkopen’ bij één van de centra of (commerciële) adviesbureaus. Om te overleven moesten deze centra vanaf dat moment veel energie steken in het verwerven van opdrachten. Dat maakte ze bovendien kwetsbaar voor de beschuldiging dat ze een commercieel belang hadden bij onderwijsvernieuwing.

Dus hadden tegenstanders van vernieuwing meteen een mooie stok om te slaan: ze konden de motieven achter onderwijsvernieuwingen verdacht maken. KPC durfde zich bijgevolg jarenlang nauwelijks meer te roeren in de pers.

Gratuite slogan

Onderwijsvernieuwing en onderwijsonderzoek zijn maar matig geschikt voor de markt. Het soms doorgeslagen marktdenken wordt gelukkig weer langzaamaan gekeerd, maar een complete onderwijsondersteuningsstructuur dreigt inmiddels om te vallen.

Zo moest APS na zeventig jaar de deuren sluiten. De kritiek die de centra soms kregen was dat ze te idealistisch en te weinig wetenschappelijk waren. Onderdeel van de reparatie zou dus ook moeten zijn om onderwijswetenschappers weer meer in het spel te betrekken. Gelukkig is ook bij NWO duidelijk geworden dat die onderzoekers geen bedrijfje moeten spelen waardoor ze hun tijd verspillen aan het schrijven van bij voorbaat vrij kansloze onderzoeksvoorstellen als een soort offertes, terwijl de ‘commerciële’ bureaus die oneerlijke concurrentie nauwelijks meer kunnen bolwerken.

Laat onderwijsadviseurs en -onderzoekers gewoon doen waar ze goed in zijn. Zo repareren we de gemaakte fouten en kunnen onderwijsexperimenten verantwoord verlopen. En krijgen we de doordachte onderwijsvernieuwingen en onderwijsdiversiteit die artikel 23 recht doen.

‘Goed onderwijs legt de basis voor een gezonde en succesvolle samenleving’, staat in nieuwe het regeerakkoord. Dat zou meer moeten zijn dan een gratuite slogan. Daar is het te belangrijk voor. En de naleving van de grondwet is dat ook. Voor die dingen heb je nou een overheid.

Referentie

Schutte, A. (2017). De gelukkige school. Hoe Iederwijs opnieuw het onderwijs wilde uitvinden. Duivendrecht: Uitgeverij SWP.

0 0 vote
Article Rating
Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

5 Reacties
nieuwste
oudste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments

Category

onderwijs