You’ll see it, when you do it!

Aanleiding
Op 10 maart 2014 verscheen het ‘plan van aanpak toptalenten 2014-2018’ van staatssecretaris Sander Dekker.  In deze kamerbrief legt hij uit waarom aandacht voor toptalenten van belang is, en welke maatregelen er nodig zijn om deze aandacht te realiseren.  Volgens de staatssecretaris is de uitdaging “niet om exact te bepalen wie onze toptalenten zijn, maar om het onderwijs zo in te richten dat talent de volle ruimte krijgt. De ervaring leert dat talent dan vanzelf naar boven komt: you’ll see it, when you do it”. Vanuit onze ervaring met praktijkgericht onderzoek op dit gebied, willen we graag reageren op de brief van de staatssecretaris.

Welkome erkenning
De analyse van de problemen die spelen bij toptalenten is gedegen: talent wordt onvoldoende gewaardeerd en beloond, in de structuur ontbreekt het aan mogelijkheden om flexibel in te spelen op behoeftes, en vaardigheden om leerlingen uit te dagen zijn niet altijd aanwezig bij leraren en schoolleiders. “Leerlingen moeten zich aanpassen aan het systeem, in plaats van andersom. In zo’n klimaat kunnen toptalenten niet floreren”.  Aanpassingen aan het systeem voor leerlingen met talent komen minder vaak voor dan aanpassingen voor leerlingen met een achterstand, vanuit de gedachte  “want die slimme leerlingen redden zich toch wel”. Wat dat betreft is de brief van Dekker een welkome erkenning voor de positie van hoogbegaafden en talenten.

Kanttekeningen
Ook de maatregelen die de staatssecretaris opnoemt, klinken goed: onderwijs dat meer uitdaagt, onderwijs waarin bijzondere prestaties meer lonen, en onderwijs met beter toegeruste leraren. Er zijn echter twee belangrijke kanttekeningen te plaatsen bij de oplossingen die genoemd worden. Als eerste valt op dat de maatregelen grotendeels in gaan op “extra” activiteiten voor talenten. Ze raken slechts zijdelings aan onderwijs-op-maat en gaan voorbij aan de basis: voldoende differentiatie in de alledaagse, verplichte stof, zodat elke leerling tot zijn/haar recht kan komen. Je vervelen tijdens de rekenles en daarna een middagje proefjes doen is natuurlijk geen oplossing. Op alle gebieden uitgedaagd worden, bij alles op of net boven je niveau werken en overal een doorlopende leerlijn volgen is dat wel.

Een tweede punt van kritiek heeft te maken met het ‘tijdstip’ van de maatregelen.  Waar kort wordt aangestipt dat vroegtijdige signalering van belang is, komt vroegtijdige ‘actie’ niet terug. De voorbeelden die genoemd zijn, lijken zich vooral te concentreren op de bovenbouw van het primair onderwijs, en het voortgezet onderwijs. Willen we onderpresteren echt voorkomen en talent laten opbloeien, dan zullen we al vanaf de kleuterklas moeten differentiëren. Onze ervaringen met het invoeren van een screening (= signalering) en gedifferentieerd onderwijs vanaf de kleuterklassen zijn positief. Leerlingen die daar aan toe zijn, hebben in groep 1 en 2 ook toegang tot materiaal uit groepen 3 en 4, en mogelijk zelfs verder.

You’ll see it, when you do it
Dit vereist natuurlijk nogal wat van de leerkracht, dus het pleidooi voor beter toegeruste leerkrachten ondersteunen wij van harte. Een goede diagnostiek van het niveau van de leerling, kennis van leerlijn en vakinhoud, kennis van welke speel-/leermaterialen aan welk leerdoel voldoen en hoe en voor welk niveau ze ingezet kunnen worden, zijn van groot belang. Tot slot is een gedeelde visie binnen het team op talentontwikkeling en differentiatie belangrijk; onderwijs-op-maat blijft immers niet beperkt tot de eigen klas. Het vereist een behoorlijke verandering. Wat we zien op scholen waar we deze innovatie samen met leerkrachten vormgeven is een angst voor die verandering. Vaak wordt er gezegd dat het organisatorisch niet mogelijk is, omdat er dan instructiemomenten op verschillende niveaus moeten worden gegeven, leerlingen misschien motorisch nog niet ver genoeg ontwikkeld zijn om naar groep 4 te gaan, er niet genoeg mankracht is.  Die angst wordt echter weggenomen als leerkrachten ondanks hun angsten aan de slag gaan, en het resultaat zien: you’ll see it, when you do it. Leerlingen zien opbloeien, daar doe je het voor, horen we vaak terug.

Tot slot
Tot slot willen we opmerken dat de maatregelen van de staatssecretaris zijn gericht op de toptalenten, terwijl ze goed zouden kunnen zijn voor alle leerlingen.  Het onbegrip waar de staatssecretaris bang voor is, omdat we niet gewend zijn om leerlingen in de schijnwerpers te zetten en extra kansen te bieden, wordt ons inziens juist alleen maar groter door een schijnwerper te gebruiken op een selecte groep in plaats van iedereen in het licht te zetten.  Alle leerlingen hebben recht op flexibel onderwijs op eigen niveau, extra activiteiten buiten het basiscurriculum, en erkenning van hun prestaties.

Elma Dijkstra en Amber Walraven

In het project Excel Kwadraat (ITS en OU) werken we samen met leerkrachten aan onderwijs op maat voor elke leerling. In het project krijgen leerkrachten tools aangeboden om optimaal te differentiëren. Ons onderzoek richt zich op de effecten van differentiatie op o.a. sociaal emotioneel welbevinden van excellente leerlingen. We werken in ons onderzoek aan zowel de kwaliteiten van de leerkrachten om te kunnen differentiëren, en aan goed onderwijs voor alle leerlingen. We zijn van mening dat ons onderzoek een grote bijdrage levert aan de vragen van scholen rondom passend onderwijs, recht doen aan verschillen en talentontwikkeling.

 

About amberwalraven

I am an educational researcher with a pasion for ICT, information and media literacy, integrating technology in school, mobile learning, Ipads and so on and so on. Most of my research is done together with teachers and involves designing, implementing and evaluating educational innovations. After my PhD (on integrating information skills in education), I worked as an assistant professor at the University of Twente. I recently started working at the ITS Radboud University Nijmegen as a senior researcher.

8 Reacties to “You’ll see it, when you do it!”

  1. Beste Amber, ik heb met belangstelling je reactie op de toptalentenbrief gelezen en ik haak graag even in op het laatste deel van je reactie: dat het goed zou moeten zijn voor alle leerlingen. Ik vind juist dat de staatssecretaris hier uitstekend in geslaagd is. Hij doet dat nl door vooral in te zoomen op het wegnemen van belemmerende maatregelen in wet en regelgeving en daarmee ruimte te bieden aan scholen om te komen tot flexibeler onderwijs aan alle leerlingen. Scholen zijn hier heel blij mee, los van de toptalenten, hebben ze deze ruimte nodig om gedifferentieerd onderwijs mogelijk te maken. Je hebt gelijk dat dat een deel angst is en je voor een deel al veel kunt doen maar het helpt echt wel heel veel als de belemmeringen die nu genoemd worden, worden weggenomen

    Like

    • Beste Annemiek,

      Ik vind het wegnemen van belemmeringen ook heel goed. Dat is nodig voor flexibeler onderwijs voor iedereen. Maar net als Hartger vraag ik me af waarom de nadruk zo ligt op toptalenten. Je loopt het gevaar, inderdaad Hartger, dat het een wedstrijd wordt. En, als je niet werkt aan de basis, loop je het gevaar dat die flexibiliteit alleen ingezet gaat worden voor toptalenten: als je ergens goed in bent, krijg je privileges.Dat is het verkeerde signaal. Die zin over: laten we niet bang zijn mensen in de schijnwerpers te zetten, is daar een goede illustratie van.

      Like

  2. Beste Annemiek, ik wil er graag nog op reageren. Ik ben ook blij dat de maatregelen voor scholen over de hele linie tot meer flexibiliteit kunnen leiden. Juist daarom vraag ik me af waarom het zo in het perspectief van toptalenten wordt gezet. Het versterkt mijns inziens het idee van onderwijs als een wedstrijd die we moeten winnen. Ik had liever gezien dat de staatssecretaris blijk gaf van voortschrijdend inzicht op dit terrein. Uitdagen tot ‘presteren’ in de zin van ‘je best doen’ is prima, er een competitie van maken door iedereen en alles langs een meetlat te willen leggen, niet, en werkt contraproductief. Zie Carol Dweck en vergelijkbare wetenschappers.

    Like

  3. Ja Hartger ik ben het met je eens dat het geen wedstrijd moet worden en onderwijs geen competitie is (moet zijn). Het lijkt me daarom ook belangrijk dat de uitwerking van al deze maatregelen in de scholen zelf plaatsvindt, daar zitten de professionals die verder vorm kunnen geven aan het bieden van de goede uitdagingen aan iedereen. Dekker heeft te maken met een politieke realiteit waarin wordt aangedrongen op ‘meer doen voor de allerbesten’ , wat wordt veroorzaakt door de pisalijstjes. Vanuit de VO-raad (en we waren niet de enige, gezien alle reacties op de internetconsultatie hierover) hebben we daarom ingezet op de vraag hoe je die politieke doelstelling kunt vertalen naar ‘de opdracht’ van het onderwijs het maximale uit alle leerlingen te halen. Daarom zijn we erg blij met de uitwerking, waarin de maatregelen die leiden tot een flexibeler systeem veel nadruk hebben gekregen. Los daarvan vind ik overigens ook dat de allerbeste leerlingen ook aandacht verdienen als blijkt dat zij te weinig worden uitgedaagd. En dan bedoel ik met allerbeste leerlingen ook de vmbo leerlingen, waarvan er toch heel veel aangeven meer uitdaging te willen.

    Like

    • ‘meer doen voor de allerbesten’ waarom? Waarom voor de een harder lopen dan voor de ander?
      En dat iedereen uitgedaagd moet worden is precies wat wij zeggen. Alleen de brief barst van ‘alleen als je top bent’. Als ‘gewone’ leerling voel je je toch best een loser als je dit allemaal leest.

      Like

  4. Volgens mij zegt niemand dat er voor de een harder mag worden gelopen dan voor de ander, maar is de constatering dat de betere leerlingen (binnen alle niveaus) zich te weinig uitgedaagd voelen. En als dat zo is verdienen ook zij aandacht. dat is waarom de politiek zegt ‘meer doen voor de allerbesten’. Kiezen voor de een is niet kiezen tegen de ander. Ik mag toch hopen dat als er talentcoordinatoren zouden komen in de scholen zij de opdracht breed nemen en er voor iedereen zijn? Waarom barst de brief van ‘alleen als je top bent’ ? Waarom zou de gewone leerling zich een loser moeten voelen? Onder de gewone leerlingen (die met het 6je?) zitten ws veel onderpresteerders. Dat is gewoon jammer. Onder de gewone leerlingen zitten ws leerlingen die als ze zich meer eenzijdig op hun talenten kunnen focussen, er meer uit kunnen halen.

    Like

    • Ik weet niet of we hier uit gaan komen zo. Ik lees de brief als het werken aan een groot verschil tussen talenten en de rest. Door talenten privileges te geven. Hoewel ik veel maatregelen ondersteun, vind ik het een gemiste kans dat de insteek niet is dat door die maatregelen iedereen profijt heeft. Dat door die maatregelen het effect misschien bij toptalenten groter is/kan zijn, omdat zij meer ‘last’ hebben van huidige beperkingen is een andere insteek.

      Like

  5. Ja je kunt het dus verschillend lezen. ik trek de conclusie dat de wettelijke maatregelen goed zijn voor iedereen en dat de ondersteunende maatregelen vooral gericht zijn op meer uitdaging bieden aan toptalenten omdat dat (ook) nodig is. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de maatregelen voor/over docenten. Die discussie zou nog veel heftiger kunnen uitpakken!

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: