Afgelopen week stuurde Dick van der Wateren een vraag van een docent en wilde weten of ik die vraag wilde proberen te beantwoorden. De docent wilde weten of er onderzoek is geweest naar hoe lang een les zou moeten duren. In zijn email schreef hij “Er is ongetwijfeld onderzoek gedaan naar een optimum lengte van een les (die ongetwijfeld verschilt per soort vak, niveau van de opleiding, het programma en leeftijd van de leerling). Kunnen jullie mij een of meerdere artikelen aanraden die hierover gaan?” Helaas voor hem is zulk onderzoek – naar mijn beste weten – er niet en een korte zoektocht in een aantal wetenschappelijke databases leverde ook niets op. Ik dacht dat ik het artikel dat ik voor Van 12-18 in 2014 schreef al tot blog had bewerkt en wilde hem de URL daarvan sturen, maar tevergeefs. Voor een of andere reden had ik het niet geblogd. Dus…

Beste Paul,

Ik geef biologie op een lyceum in het oosten van het land. Mijn vraag betreft de ideale duur van een les. Ik heb er vaak last van dat onze uren maar 50 minuten duren. Ik kan nooit een keer echt doorpakken op een onderwerp. En ik vind 50 minuten ook niet bevorderlijk voor de focus van de leerling. Is er een ideale tijdspanne waarin leerlingen tot optimaal leren komen?

Hilde, docente Biologie

 

Beste Hilde,

Zoals de meester ooit zei: ‘Elke nadeel heb z’n voordeel.’ Wat bedoel ik hiermee? Laat ik beginnen met te zeggen dat er geen ideale tijdspanne is waarin leerlingen optimaal kunnen leren. Ieder leerling is anders dan alle andere leerlingen zowel wat betreft intelligentie als voorkennis als motivatie als … De ene leerling snapt iets meteen terwijl een andere leerling daarvoor veel tijd nodig heeft. En bij een ander lesonderdeel kan dat weer precies andersom zijn. Individuele verschillen spelen een zeer grote rol. Wat de ene ‘boeit’ is voor de andere ‘boeien!’.

Onderwerpen verschillen, niveaus zijn anders, de mate van abstractie varieert, et cetera. Ook de wijze van doceren speelt een rol. Je kunt een leerlinge leren determineren of een dier een zoogdier is door haar de vijf basiskenmerken van zoogdieren te leren en daarna te laten toepassen (deze inductieve aanpak gaat heel snel) of hetzelfde proberen te bereiken door eerst veel voorbeelden te geven en haar de kenmerken deductief te laten ontdekken (dit doet heel lang en kan misschien het beste in een groep plaatsvinden). In de wereld van de wetenschap wordt dit vaak aangeduid als RULEG (het geven van de regel (rule) gevolgd door voorbeelden (examples)) versus EGRULE (het geven van voorbeelden gevolgd door de regel).

Verder, ook iedere taak of ieder leerdoel in een les is weer anders. Het leren van een concept kan in een ogenblik plaatsvinden, het goed leren toepassen daarvan meer tijd, en het verwerven van een complexe vaardigheid soms jaren. Ook is het zo dat het voor het verwerven van de ene vaardigheid heel vaak achter elkaar oefenen gunstig is terwijl het verwerven van een andere vaardigheid juist vraagt om oefening, gespreid in de tijd. En sommige vaardigheden zijn zo complex dat zij niet als geheel geoefend kunnen worden maar als deelvaardigheden beter geoefend kunnen worden. In mijn boek Ten steps to complex learning komt dit uitvoerig aan de orde.

En om het nog moeilijker te maken, deze drie dingen (met vele andere) beïnvloeden / interacteren met elkaar. Onbegonnen werk dus.

En nu over de tijd zelf. Zeer recent onderzoek laat zien dat gedurende de les (en het gaat hier over lessen die circa een uur duren) loop je een groot risico dat de aandacht voor wat jij vertelt verslapt en dat de leerlingen aan heel iets anders beginnen te denken. De onderzoekers noemden dit: gedachtendwaling. Hoe langer de lerenden bezig waren, des te groter de kans op dwaling en des te slechter zij leerden. Maar de oplossing was niet kortere lesuren, maar enerzijds het inbouwen van rustpauzes of veranderingen in de les (bv. het oplossen van een Sudoku kan genoeg zijn) en anderzijds de les zo op te bouwen dat het missen van iets vroeg in de les het leren van daaropvolgende zaken niet belemmert.

Met andere woorden, kortere of langere lesuren zijn misschien niet het probleem, maar eerder dat iets anders moet gebeuren in de les. Of zoals de meester ook ooit zei: “Soms moet er iets gebeuren voor dat er iets gebeurt.”

 

Volg mij op Twitter: @P_A_Kirschner

…en graag deze blog helpen verspreiden!

16
Reageer op dit artikel

avatar
10 Comment threads
6 Thread replies
0 Volgers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
8 Comment authors
G van GinkelHet Ideale Lesuur | Master Leren & Innovere...Paul Kirschnerpeter te riele (@peterteriele)Rob Alberts Recent comment authors

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
trackback

[…] Afgelopen week stuurde Dick van der Wateren een vraag van een docent en wilde weten of ik die vraag wilde proberen te beantwoorden. De docent wilde weten of er onderzoek is geweest naar hoe lang een les zou moeten duren. In zijn email schreef hij “Er is ongetwijfeld onderzoek gedaan naar een optimum lengte van een les (die ongetwijfeld verschilt per soort vak, niveau van de opleiding, het programma en leeftijd van de leerling). Kunnen jullie mij een of meerdere artikelen aanraden die hierover gaan?” Helaas voor hem is zulk onderzoek – naar mijn beste weten – er niet… Lees verder »

peter te riele (@peterteriele)
Gast

In goed onderwijs gaat het misschien wel om het stellen van de juiste leervragen. Wat is jouw doel? Als docent en als leerling/student! Dan is de vraag: ‘Wat is een ideaal lesuur?’ al gemakkelijker te beantwoorden. Dan gaat het niet meer over duur, maar doel en middel. Dan gaat de vraag ook onmiddellijk dieper. Wie en wat bepaalt het curriculum? Welke didactiek moet worden gekozen? Gaat het slechts om kennis, vaardigheden, competentie of dieper naar attitude en (levens)houding. Is er sprake van reproduceren van (tijdelijke) kennis of wordt er gevraagd om creativiteit, passie en motivatie? En dan hebben we het… Lees verder »

peter te riele (@peterteriele)
Gast

In goed onderwijs gaat het misschien wel om het stellen van de juiste leervragen. Was jouw doel? Als docent en als leerling/student! Dan is de vraag: Wat is een ideaal lesuur? al gemakkelijker te beantwoorden. Dan gaat het niet meer over duur, maar doel en middel. Dan gaat de vraag ook onmiddellijk dieper. Wie en wat bepaalt het curriculum? Welke didactiek moet worden gekozen? Gaat het slechts om kennis, vaardigheden, competentie of dieper naar attitude en (levenshouding). Is er sprake van reproduceren van (tijdelijke) kennis of wordt er gevraagd om creativiteit, passie en motivatie? En dan hebben we het nog… Lees verder »

G van Ginkel
Gast
G van Ginkel

Dag Paul,
Vergis ik me nou of heb je deductief en inductief hier per abuis omgedraaid?

Lutz Lohse
Gast
Lutz Lohse

Zou het kunnen dat 50 minuten lessen zijn ontstaan uit het feit dat monniken (die de eerste scholen stichten) om het uur moesten bidden? Maakwerk, huiswerk, leerwerk….. Wat is eigenlijk een les? De discussie blijft vaak hangen rondom de schoolorganisatie en hoe we lesstof organiseren. Of er dan nog iets in de lange termijn hersenen van de leerlingen terecht komt is maar de vraag. Als de cijfers van SE en het CSE maar niet te ver uit elkaar liggen. Aan welke lessen herinner je zich drie maanden naar het eindexamen? Hoe moeten en kunnen we personaliseren en differentieren in 50… Lees verder »

Rob Alberts
Gast

Bij kinderen met een labeltje merk ik toch dat regelmaat en duidelijkheid helpt. De ordening ondersteunt hun leren. Bij sommigen geeft een weekend al teveel rumoer. Bij de meesten zijn de schoolvakanties te lang.
Voor de bewegelijke kinderen geef ik juist bewust soms een loopopdracht …

Maar grotere en langdurige projecten horen in mijn ogen zeker ook in een schooljaar!

Vriendelijke groet,

Pedro
Auteur

Dit is op X, Y of Einstein? herblogden reageerde:

Duurt een les best 30, 50, 60 minuten? Misschien 2 uur? Zo simpel is het niet…

Rob Alberts
Gast

Voor maakwerk geef ik graag tijdens mijn lessen de ruimte. Dit geeft de mogelijkheid om individueel te ondersteunen.
Voor leerwerk blijft het lastig als er maar een contactmoment per week is. Er is dan voor de leerling minder ruimte en tijd voor extra hulp.
Bij een contactmoment per week is een strakke schoolplanning noodzakelijk. Lesuitval geeft dan teveel achterstand.

Vriendelijke groet,

Gerard Koolstra
Gast
Gerard Koolstra

In de praktijk gaat het om de verdeling van beschikbare lestijd over de week. Als er bijv. 180 minuten per week beschikbaar zijn voor een bepaald vak zijn een paar mogelijkheden: twee keer per week 90 min, drie keer per week 60 min of vier keer per week 45 min. Gekoppeld aan de lesuren is vaak (huis)werk , vier lessen per week betekent – niet noodzakelijk, maar in de praktijk wel vaak – ook vier keer buiten de les werken. Over het ‘rendement’ van de verschillende verdelingen zou toch iets te zeggen moeten zijn ? Als ik me niet vergis… Lees verder »

lerenhoezo
Gast

Dit is op Leren.Hoe?Zo! herblogd.

Rob Alberts
Gast

50, 100, 70 of 140 minuten in een les geven elk hun eigen dynamiek.
Herkenbare routines in een les vind ik belangrijk.
Actief of passief informatie opnemen afgewisseld met zelfstandig individueel of in groepsverband werken maken elke lestijd geslaagd.

Het aanvoelen wanneer er gewisseld moet worden doe ik deels op tijd en deels op gevoel.

Vriendelijke groet,

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

onderwijs

Tags