Huiswerk in het basisonderwijs? (een praktijkonderzoek)

 

Onderstaand praktijkonderzoekje is zeer beperkt, niet empirisch, en zeker niet representatief. Het is eerder een casus: een vorm van reflection-on-action. Dit is niet wetenschappelijk, maar ik wil het desondanks delen. Ik ben namelijk vóór experimenten op een kleine schaal van ‘baat het niet, dan schaadt het niet’, die daarnaast ook nog eens lopende het experiment bijgestuurd kunnen worden, in geval negatieve effecten merkbaar zijn. Door deze te delen, kunnen anderen er mogelijk hun voordeel meedoen en erop voortborduren. 

 

Huiswerk

Het geven van huiswerk heeft voor- en nadelen. Andere auteurs hebben daar al over bericht (Biesta/Hattie, Kirschner en Van der Veen). Dat zijn redenen om goed na te denken of je wel of geen huiswerk opgeeft en wat jouw doel van dat opgegeven huiswerk is. Het doel van huiswerk kan zijn dat je een leerling wil leren plannen of laten inzien dat er buiten schooltijd ook inspanningen gedaan moeten worden om tot voldoende leerresultaat te komen en om bepaalde lesstof te beheersen. Het huiswerk moet dan aan bepaalde voorwaarden voldoen:

  1. Er moet voldoende begrip zijn, zodat er thuis geen fouten ingeoefend worden;
  2. Het bestaat meestal uit herhaling;
  3. Zonder huiswerk wordt het niet voldoende beheerst, de prikkel tot het maken/leren is er dan namelijk niet.

 

Toen en nu

Jarenlang heb ik bovenbouwgroepen (7 en 8) gehad en deze leerlingen zijn op die leeftijd inmiddels gewend aan het voorbereiden van een toets voor de vakken topografie, aardrijkskunde, natuuronderwijs en geschiedenis. Dit gebeurt veelal aan de hand van een samenvatting die ook nog eens op een stencil wordt verstrekt. Heel anders dan in mijn eigen schooltijd, waar je met behulp van het lesboek de toets voorbereidde en zelf koos voor het wel of niet maken van een samenvatting.

Het valt me altijd op dat in de huidige samenvattingen door de uitgevers alle antwoorden op de methodegebonden toetsen zijn verwerkt. Dat klinkt logisch, maar is het dat ook? Als je zelf een samenvatting maakt, weet je niet of daar alle antwoorden in terug te vinden zijn. Er moet dus meer gedaan worden om je goed voor te bereiden en dat gebeurt ook. Tijdens het maken van een samenvatting neem je ondertussen het hele hoofdstuk nog eens grondig door. Daardoor worden makkelijker verbanden gelegd en bereik je meer verdieping.

Door het nauwgezet volgen van de methode kun je leerlingen ook zeer strategisch gedrag aanleren. Als je de bijgeleverde samenvatting goed leert, kun je een hoog cijfer scoren of je tijdens de lessen nu wel of niet betrokken meedoet. Hierdoor wordt het leren nog oppervlakkiger en nog meer gericht op de korte termijn. Tijdens de lessen merk je als leraar dat (met name) jij hard aan het werk bent om de betrokkenheid te vergroten bij die leerlingen die niet van nature in een bepaald vak geïnteresseerd zijn. Natuurlijk heeft elke bevlogen leraar het liefst allemaal intrinsiek gemotiveerde leerlingen die zijn inspirerende lessen met grote betrokkenheid volgen, maar de praktijk is soms wat weerbarstiger.

 

Teaching to the test

Het gebruiken van methodegebonden toetsen in combinatie met reeds uitgewerkte samenvattingen waar alle antwoorden op toetsvragen in verwerkt zijn, is dus niets anders dan ‘teaching to the test’. Om dat te doorbreken, zou je dus deze combinatie moeten loskoppelen. En dat kan. Als leraar heb je namelijk de autonomie om zelf te bepalen hoe je de stof aanbiedt, of je wel of geen huiswerk opgeeft en hoe je de lesstof toetst. Door het gebruik van methodes wordt dat weleens vergeten, maar leraren horen de methode niet slaafs te volgen, maar zelf keuzes te maken: methode is middel, maar geen doel.

Ik maak regelmatig gebruik van de mogelijkheid om de koppeling ‘voorgekauwde samenvatting en methodegebonden toets’ te doorbreken. Je kunt zelf een toets maken (in welke vorm dan ook, als je als leerkracht maar de informatie krijgt waar je naar op zoek bent: beheersen de leerlingen de lesstof voldoende) of je kunt de gekopieerde samenvatting niet mee naar huis geven. De eerste mogelijkheid levert soms de bizarre feedback van ouders op dat niet alle antwoorden op de toetsvragen in de samenvatting stonden: “Mijn kind had het dus niet kunnen weten.” Men vergeet dan dat de lesstof wel in de klas aan bod is geweest en hun kinderen er actief mee bezig zijn geweest.

De tweede optie kan voor een zekere onrust zorgen: “Moeten ze thuis niet leren? Kunnen ze dan wel een toets maken.” Dat leerlingen dat bij een reken- en taaltoets ook doen, is blijkbaar nooit opgevallen.

 

Plan B

Dit jaar (schooljaar 2016-2017) gaf ik les aan groep 5. Omdat deze leerlingen in de voorafgaande jaren nog niet in aanraking met huiswerk voor wereldoriënterende vakken zijn gekomen, was dit voor mij de kans om gebruik te maken van plan B: geen samenvattingen als huiswerk meegeven. Een andere motivatie is dat het hier gaat om jonge kinderen (tussen 7 en 10 jaar oud) die nog volop (buiten)spelen en huiswerk kan dat gaan belemmeren. Nog een jaar onbevangenheid zonder (leer)huiswerk, maar met meer speeltijd vind ik een win-winsituatie, zo lang het leren niet nadelig wordt beïnvloed.

Ik realiseer me dat deze jonge leerlingen voor het eerst structureel in aanraking komen met deze vakken. Dit heeft het voordeel dat de nieuwsgierigheid en daarmee de betrokkenheid, zeker aan het begin van het jaar, groot is. Maar voor het maken van een toets is meer nodig: herhaling.

Voor deze herhaling maakte ik gebruik van een herhalingsles, waarin alle stof nog eens kort aan bod kwam. Deze les maakt deel uit van de methode. Het materiaal dat ik daarvoor gebruikte, waren dan ook het lesboek, de samenvatting, een werkboek, aangevuld met korte filmpjes over de lesstof (o.a. van Schooltv) en mijn eigen aanvullingen en verhalen. Alles bleef op school, niets ging mee naar huis. De samenvatting deden ze in hun laatje en konden de kinderen tussendoor of tijdens het zelfstandig werken nog eens op eigen initiatief doorlezen. De toets volgde op een onaangekondigd moment, later in de week.

Op het lesrooster en jaarplanning werd niet meer tijd ingepland dan gebruikelijk was voor het desbetreffende vak.

 

Resultaten

 Nu het schooljaar er op zit, heb ik alle resultaten verzameld. Voor de vakken geschiedenis, aardrijkskunde en natuuronderwijs zijn dit schooljaar 14 methodegebonden toetsen gemaakt door mijn klas, bestaande uit 33 leerlingen. Dat zijn in totaal 462 toetsresultaten. Het gemiddelde van de klas per toets was altijd voldoende, waarbij 6,0 het laagste (eenmalig) en 8,5 het hoogste was. De klassengemiddelden van de toetsen van natuuronderwijs waren het best: tussen 7,5 en 8,5.

Het toetsresultaat met het laagste klassengemiddelde (6,0) was een geschiedenistoets aan het eind van jaar. Verklaring hiervoor zoek ik in de te grote spreiding van de lessen. Het hoofdstuk waarin de lesstof werd behandeld werd onderbroken door vrije dagen, zodat er enkele keren twee à drie weken tussen twee opeenvolgende lessen zat. Dit was niet anders op te lossen, dan aan het begin van de les ruimschoots aandacht te besteden aan de terugkoppeling op de vorige les. Ik merkte echter wel dat de leerlingen er ‘minder in zaten’ dan normaal gesproken. De terugkoppeling en herhaling was intensief, van verdieping was daardoor minder sprake.

In totaal zijn er 11 onvoldoendes (n=462) gescoord: 2,4%. Deze onvoldoendes zijn verspreid over 4 leerlingen. Voor geschiedenis zijn er 8 onvoldoendes gescoord (aantal toetsen: 165) wat neerkomt op 4,8%. Bij aardrijkskunde zijn er 3 onvoldoendes gescoord (aantal toetsen: 198): 1,5% en bij natuuronderwijs zijn er geen onvoldoendes gescoord.In totaal zijn er 198 toetsen met ‘goed’ (cijfer tussen 8,5 en 10) beoordeeld: 43%.

Gedurende het schooljaar (experiment) heb ik geen moment het gevoel gehad dat de leerlingen werden benadeeld en dat de resultaten beter zouden zijn, als zij zich wel thuis hadden kunnen voorbereiden. Tijdens regelmatige gesprekken met kinderen gaven zij dit zelf ook aan. Leerlingen wisten meestal goed te vertellen waarom een toets goed ging of waarom niet. Dat varieerde van ‘niet altijd zo goed opgelet tijdens de les’ tot ‘het achteraf niet goed begrijpen’ of overslaan van een vraag.

 

Leerlingen aan het woord

Om de leerlingen te betrekken en naar hun mening te vragen, heb ik hun (n=33) twee korte stellingen voorgelegd, die zij met ‘ja’ of ‘nee’ konden beantwoorden:

    1. Ik vond het dit jaar fijn om de toetsen van natuur, geschiedenis en aardrijkskunde zonder huiswerk te maken;
    2. Volgend jaar bereid ik de toetsen liever thuis voor. Ik krijg dan huiswerk.

Bijna driekwart van de leerlingen (72%) beantwoorde de eerste stelling met ‘ja’: zij vonden het prima om zonder huiswerk de toetsen te maken. De meeste kinderen schreven spontaan op dat ze daardoor meer tijd over hebben om te spelen. Iets meer leerlingen dan verwacht, namelijk 36% en niet de overige 28%, geeft aan om volgend jaar de toetsen toch thuis voor te willen bereiden (stelling 2). De kinderen die tot deze 36% behoren, geven aan dat ze denken zich thuis beter te kunnen concentreren of willen thuis geholpen worden een ouder.

 

Ik vond het dit jaar fijn om de toetsen van natuur, geschiedenis en aardrijkskunde zonder huiswerk te maken.
ja nee
24 (72%) 9 (28%)

 

Volgend jaar leer ik de toetsen liever thuis. Ik krijg dan huiswerk.
ja nee
21 (64%) 12 (36%)

 

Conclusie

 Het niet geven van huiswerk kan goede resultaten voor de vakken aardrijkskunde, natuur en geschiedenis tot gevolg hebben en hoeft niet nadelig uit te pakken voor kinderen tussen de 7 en 10 jaar oud. Het merendeel van de leerlingen ervaren dat positief en willen volgend jaar dezelfde voorbereiding. Wel gaven meerdere leerlingen aan dat het actief meedoen en opletten in de les heel belangrijk is en dat ze daardoor aan de goede resultaten komen.

Leuk voor de leerkrachten was de opmerking dat de lessen ook ‘leuk en interessant’ waren en dat het goed werd uitgelegd.

Natuurlijk realiseer ik me dat er geen controlegroep was. Dit is met praktijkonderzoek in het onderwijs altijd een probleem: de samenstelling van een controlegroep is per definitie niet gelijk aan de experimentele groep. Maar zoals ik in de inleiding al aangaf, ik pretendeer niet wetenschappelijk te zijn. Ik zoom hier in op mijn eigen praktijk, met deze ervaringen, deze leerstof, deze methodegebonden toetsen, deze groep leerlingen.

Volgend jaar geef ik weer les aan groep 5. Door deze ervaring heb ik genoeg reden om terughoudend te zijn met huiswerk op deze leeftijd. Natuurlijk zal ik die leerlingen ook weer monitoren. Maatwerk is makkelijk toe te passen: als een leerling onvoldoende resultaten laat zien, kan in overleg met ouders en kind makkelijk overgegaan worden tot huiswerk voor deze vakken. In welke vorm? Dat is voor volgend jaar.

Over Marjolein Zwik

Leerkracht basisonderwijs, Master SEN Specialist leren, Bachelor fysiotherapie

Eén reactie naar “Huiswerk in het basisonderwijs? (een praktijkonderzoek)”

  1. Ik lees deze blog nu pas. Ik vermoed dat heel veel leraren op deze manier onderwijs geven, alleen niet zo expliciet. Ik herinner me dat ikzelf vroeger ook zo werkte, maar inderdaad niet zo goed doordacht. Waarom zouden we dit eigenlijk geen wetenschappelijk onderzoek kunnen noemen, denk ik nu. Omdat het niet generaliseerbaar is? De uitkomsten gelden voor deze kinderen in deze groep. Het onderzoek richt zich op het bijzondere. Het zou interessant zijn om het onderzoek volgend jaar weer te doen. En misschien zijn er collega’s die in hun groepen ook het onderzoek willen doen. Daarmee verbreed je je onderzoekservaringen naar een grotere groep kinderen.

    Wat ik zo mooi van het onderzoek vind is de reflection-on-action van waaruit het plaats vindt en dat ook weer aanleiding geeft tot verdere reflecties. Volgens mij die reflectie cruciaal. Als leraar beoog je vormingsprocessen bij kinderen op gang te brengen, waarbij het altijd om deze kinderen gaat, in deze omstandigheden, uit deze gezinnen. Dat zijn pedagogische reflecties: waardegeladen pedagogische reflectie die meer behelzen dan effectiviteit en efficiëntie. Het gaat immers om de vorming van kinderen. Daarbij speelt niet alleen de school een rol, maar ook de omgeving waarin de kinderen opgroeien, maar vooral ook: de ervaringen van de kinderen zelf, hun denken, hun inzet, hun betrokkenheid. Gaat het uiteindelijk in het onderzoek ook niet daarom?

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je volledige naam en achternaam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: