Een Nieuw Curriculum voor 2032

Vandaag is het nieuwe project van staatssecretaris Sander Dekker van start gegaan, Onderwijs2032. Het is groots aangekondigd met een campagne op Twitter en Facebook, in de kranten, op de radio en bij De Wereld Draait Door. Terecht werd dit een grote stap voor het onderwijs genoemd, die het begin kan zijn van werkelijke verbeteringen. Daar is wel het een en ander aan vooraf gegaan.

In al het mediageweld dreigde de bijdrage van Het Alternatief een beetje ondergesneeuwd te raken. Is het niet vooral aan het initiatief van René Kneyber en Jelmer Evers te danken dat er nu serieus met leraren wordt gepraat? Net een jaar geleden zagen we hoe Minister Bussemaker tijdens een debat in de Tweede Kamer met een stukgelezen exemplaar van het boek stond te zwaaien, waar aan alle kanten gele briefjes uitstaken. Alle onderwijswoordvoerders van de kamerfracties hadden het boek gelezen. Vorige maand werd ‘Samen Leren’ gepresenteerd, een discussiestuk over onderwijsvernieuwing door negen onderwijsmensen (onder wie René en Jelmer) en een aantal kamerleden van de PvdA en de VVD. Voor het eerst sinds heel lange tijd wordt er door de politiek naar leraren geluisterd en met hen samengewerkt.

Ik wil Sander Dekkers verdiensten bij deze nieuwe ontwikkelingen niet bagatelliseren, maar het is toch vooral te danken aan de energie en vasthoudendheid van de groep rondom René en Jelmer en heel veel andere vernieuwingsgroepen dat er überhaupt realistisch wordt nagedacht over onderwijsvernieuwing.

Geen lapwerk, maar een degelijk bouwwerk

Wat zien we nu gebeuren? Zoals te voorspellen was, zien we allerlei mensen zich in de discussie mengen met soms heel goede, soms halfbakken bijdragen die een ding gemeen hebben: het zijn kleine aanpassingen, die de kern van waar onderwijs over gaat niet veranderen. Zo was er in De Wereld Draait Door een boswachter die vond dat kinderen meer naar buiten moeten, de natuur in. Op Twitter natuurlijk weer de nodige 21 Century Skills, filosofie op het vmbo, alle kinderen leren programmeren waar staats Dekker ook enthousiast over is, iedere school een 3D printer, iPadscholen, retorica bij Nederlands, Frans afschaffen en al het onderwijs in het Engels, Latijn afschaffen op het gymnasium (sic). Iedereen houdt er zo zijn eigen boodschappenlijstje op na.

Allemaal tot uw dienst en niets op tegen, maar het raakt niet de kern waarom het gaat. Ik wil absoluut niet zuur doen of cynisch. Integendeel, ik ben heel enthousiast over deze nieuwe ontwikkelingen. Maar ik zie maar heel weinig mensen nadenken op de schaal van het onderwijs als geheel op een manier die ons werkelijk verder helpt.

Een van hen is Gert Biesta, de filosoof en onderwijspedagoog, die in Luxemburg een leerstoel onderwijstheorie bezet. Zijn laatste boek is ‘The Beautiful Risk of Education’, dat komend voorjaar in Nederlandse vertaling verschijnt. Hij stelt daarin – en in eerdere publicaties – de vraag naar het doel van onderwijs, een vraag die in bijna alle discussies over onderwijsvernieuwing zorgvuldig vermeden wordt. Ik stel voor dat we zijn uitgangspunten over goed onderwijs als startpunt nemen voor onze gedachten over een nieuw curriculum.

Het huidige curriculum wordt vooral bepaald door wat voor de maatschappij nuttig is en dat lijkt nog erger te worden nu landen op de wereldmarkt strijden om de eerste plaats op PISA- en andere ranglijsten. Daarbij wordt goed onderwijs op een strict economische manier gedefinieerd, staat aanpassing van het individu aan de maatschappij voorop en niet de persoonlijke vorming. In die economische definitie is voornamelijk plaats voor datgene dat meetbaar is, met name rekenen/wiskunde en taal. Testen en afrekenen spelen in deze visie dan ook een grote rol.

Een nieuw curriculum

Ik wil pleiten voor een curriculum voor goed onderwijs volgens de definitie van Gert Biesta. Biesta stelt dat goed onderwijs drie domeinen omvat, kwalificatie, socialisatie en subjectificatie en evenwichtig verdeeld is over die drie domeinen. Kwalificatie is het onderwijzen van kennis en vaardigheden die je in je volwassen leven nodig hebt, waar in het huidige onderwijs meestal de nadruk op ligt. Socialisatie is de vorming tot lid van een gemeenschap en kennismaken met tradities en praktijken (bijv. sociaal-politiek, cultureel, professioneel). Subjectificatie is persoonlijke vorming tot een autonoom, verantwoordelijk en kritisch individu.

Voor mij als onderwijzer is het de uitdaging om voortdurend een balans te vinden tussen deze drie domeinen. Soms kan ik besluiten dat een van de drie domeinen tijdelijk belangrijker is, bijvoorbeeld wanneer ik mijn leerlingen moet helpen omgaan met vrijheid en verantwoordelijkheid. Op een ander moment, bijvoorbeeld in de examenperiode, kan kwalificatie tijdelijk de overhand krijgen. Maar op de lange termijn moeten deze drie domeinen in evenwicht zijn.

Daarvoor is een ‘existentieel curriculum’ nodig dat volgens Biesta:

… het kind de kans [geeft] om in de wereld te komen. Dat is de taak van de school: niet bij jezelf blijven, maar buiten jezelf komen, in een plurale wereld. Het is jouw levenstaak om […] een volwassen relatie aan te gaan met de ander en het andere.

Een existentieel curriculum is, met andere woorden, een curriculum dat vooral kijkt welke mogelijkheden verschillende vakken en vakgebieden bieden voor leerlingen om (aspecten van) de wereld te ontmoeten. Daarbij verstaan we onder wereld alles wat buiten de persoon bestaat, zowel de fysieke als de sociale wereld en zowel op kleine als op grote schaal.

De uitdaging is om een curriculum te bedenken waarbij ook in de ‘harde vakken’ aan deze voorwaarde wordt voldaan. Ik denk dan aan een omvattend kader waarbij wat we onze kinderen onderwijzen in verband wordt gebracht met de grote verhalen over het universum, de Aarde en de mensheid. Die gaan over vragen die mensen al heel lang stellen, zoals het ontstaan van het heelal, de Aarde, het leven, de mens en de zin van het bestaan. Vragen over arm en rijk, honger en overvloed, natuurrampen, oorlog en vrede. Dat gaat nog een stap verder dan het vak ‘Big History‘ dat door filosofe Constance van Hall op het A. Roland Holst College in Hilversum werd ontwikkeld. Geweldig project, maar ik zou willen dat alle vakken een plek krijgen in dat grote verhaal.

Zo kan een curriculum ontstaan dat werkelijk relevantie heeft voor onze leerlingen, iets dat nu in hoge mate aan ons onderwijs ontbreekt. Mijn ideale curriculum is dan beslist niet een centraal en tot in details voorgeschreven programma, maar een verhaal waarin de grote lijnen worden aangegeven, die op lokaal niveau worden uitgewerkt binnen de plaatselijke context en behoeften. Dat houdt meteen in dat ook de kwaliteitsbeoordeling en -bewaking op lokaal niveau plaatsvinden.

Is een nieuw curriculum genoeg?

Op 22 mei plaatste Jelmer Evers op deze groepsblog een post, Is een nieuw curriculum genoeg?, waar ik een commentaar op schreef dat ik hieronder enigszins gewijzigd weergeef.

Jelmer stelt het proces van curriculumontwikkeling voor als:

een permanente openbare beta [… w]aarbij de oplevering van een nieuw curriculum steeds als nieuwe mijlpaal dient.

Uitvoerders zijn ontwikkel- of design-gemeenschappen van leraren die in vakoverstijgende samenwerkingsverbanden werken aan een alomvattend curriculum.

Die ‘permanente openbare beta’, een open source curriculum dat voortdurend in ontwikkeling is en continu aan de praktijk wordt getoetst, is een van de baanbrekende aspecten van dit voorstel. Het tweede is de collectieve autonomie van leraren, die we al van ‘Het Alternatief’ kennen. En het derde is het impliciete voorstel om van het curriculum een existentieel curriculum te maken, waarbij vakoverstijgende verbanden worden gelegd.

Het lijkt me dat de aanpak die Jelmer hier voorstelt aan Biesta’s criteria van goed onderwijs voldoet. Bovendien lost die, naar mijn mening in een klap een aantal problemen in het onderwijs op.

Het eerste is het probleem dat de inhoud en de kwaliteit van het onderwijs worden bepaald door hogere bestuurslagen. Daarbij is de nadruk steeds meer op het economische en maatschappelijke nut van onderwijs komen te liggen en minder op de persoonlijke vorming.
Het tweede, dat net als het vorige samenhangt met een neoliberale visie op onderwijs, is de overdreven waarde die wordt toegekend aan de meetbaarheid van onderwijsresultaten. Het gevolg is dat onderwijs geleidelijk reduceert tot datgene dat meetbaar is.
Het derde is het probleem dat veel vernieuwingen in het onderwijs, voorgesteld als verbeteringen en oplossingen voor vermeende problemen, van bovenaf worden opgelegd. Vaak ontbreekt het de ‘vernieuwers’ aan kennis  en deskundigheid op het gebied van de onderwijspraktijk, met de bekende rampzalige gevolgen. Dit alles belemmert de professionele ontwikkeling van leraren, omdat ze zijn teruggebracht tot uitvoerders.
Het vierde, daarmee verwante, probleem is het grote aantal, hierboven al genoemde, heel- en halfbakken ideeën van mensen die zelf nooit (of lang geleden) voor de klas hebben gestaan. Vaak heel goed bedoelde maar weinig realistische voorstellen van ouders, die bezorgd zijn over het onderwijs dat hun kinderen krijgen. Daar moeten we zeker serieus naar luisteren, maar leraren zijn toch echt degenen die bij uitstek weten wat wel en niet werkt in de klas. Daarnaast zijn er de talloze bedrijven, adviesbureaus en instellingen die voor veel geld cursussen en producten aanbieden die problemen in het onderwijs zouden kunnen oplossen. Daarbij zitten fantastische instellingen, zoals bijv. Stichting LeerKracht, maar ook veel neuromythologische onzin, zoals de bekende breintrainingen, waarover we op deze blog regelmatig schrijven. Ook hier geldt weer: leraren zijn de eerst aangewezenen om te bepalen hoe een nieuw curriculum eruit moet zien en hoe het kan worden ingevoerd.

Regelmatig horen we – nu weer door staats Dekker en pas nog door de Onderwijsraad – oproepen om meer aandacht te schenken aan ‘21st century skills‘, waaronder dan wordt verstaan: probleemoplossend vermogen, kritisch denken, creativiteit, sociale vaardigheden, culturele sensitiviteit en digitale geletterdheid. Los van het feit dat dit (op de laatste na) vaardigheden zijn zo oud als de mensheid en dat we er bovendien niet aan moeten denken dat die skills straks ook weer door Cito getoetst gaan worden, de manier waarop die moeten worden ingevoerd voorspelt weer weinig goeds. Commerciële curriculumontwikkelaars staan al weer klaar om ons, arme leraren, uit de brand te helpen.

Jelmers voorstel

  1. Het zwaartepunt en de verantwoordelijkheid komt bij de docenten te liggen, die de inhoud van het curriculum bepalen. Die zijn het meest deskundig op hun eigen vakgebied en kunnen het beste overzien hoe zich dat tot andere vakgebieden verhoudt.
  2. Ook de verantwoordelijkheid voor de kwaliteitscontrole komt bij docenten te liggen, zoals bij andere beroepsgroepen gebruikelijk is. Nauwelijks verrassend voor een auteur van Het Alternatief.
  3. De door Jelmer genoemde ontwikkel- of design-gemeenschappen vormen de natuurlijke organisatievorm voor leraren, zowel binnen scholen als binnen samenwerkingsverbanden van scholen. Zulke design-gemeenschappen kunnen werken als een open source platform zoals dat voor software-ontwikkelaars, Github.
  4. Omdat het curriculum als open source wordt ontwikkeld lost dat meteen het probleem op van de veel te dure, beperkte en snel verouderende schoolboeken, die door uitgevers op de markt worden gebracht.
  5. Het door Jelmer Evers voorgestelde curriculum omvat alledrie domeinen van Biesta. Door – in tegenstelling tot de Onderwijsraad – ook het derde domein (subjectivering) erbij te betrekken, wordt het curriculum werkelijk relevant voor jonge mensen.
  6. Formatieve en summatieve toetsing, inclusief de eindexamens, zijn een integraal deel van dit alles omvattende curriculum.
  7. Het alom geprezen, maar in de praktijk nauwelijks gefaciliteerde, levenlang leren is een integraal onderdeel van de permanente curriculumontwikkeling zoals Jelmer Evers die voorstelt. En ook lerarenopleidingen zijn in dit voorstel geïntegreerd.
  8. Jelmer pleit voor een substantiële innovatiepot voor docenten, scholen en ontwikkelgemeenschappen, die direct de beschikking moeten hebben over deze fondsen.
  9. De Onderwijscoöperatie zou de spil moeten worden van curriculumvernieuwing.

Dit alles klinkt mij als muziek in de oren. Ik zie vergezichten van edcamps van alfa-, beta- en gammadocenten die vakoverstijgende curricula ontwikkelen die werkelijk relevant zijn voor jonge mensen die in deze tijd opgroeien. Ik hoop daar een bijdrage aan te kunnen geven.

Bronnen

Gert Biesta (2014). The beautiful risk of education. Boulder, Co: Paradigm Publishers. In september verschijnt de Nederlandse vertaling door René Kneyber.

René Kneyber en Jelmer Evers, 2013. Het Alternatief: Weg met de afrekencultuur in het onderwijs!, uitgeverij Boom, Amsterdam.

Onderwijsraad. (2014). Een eigentijds curriculum. Den Haag. hier downloaden

About Dick van der Wateren

Ik sta voor de klas op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem en begeleid dagelijks talentvolle en begaafde leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, of coach leerlingen die een probleem hebben waar we samen een oplossing voor vinden. Daarnaast ontwikkel ik digitaal lesmateriaal en video's voor Flip de Klas. Buiten het onderwijs heb ik een jarenlange ervaring als aardwetenschapper (o.a. in Antarctica en Afrika) en wetenschapsvoorlichter. Werken met jongeren is mijn passie. Voor mij zijn pubers zo'n beetje de leukste mensen. Ze hebben een enorme levenslust, zijn creatief, hebben originele ideeën - soms op het bizarre af - en kunnen zich nog alle kanten op ontwikkelen. Ik beschouw het als een voorrecht aan die ontwikkeling te kunnen bijdragen.

17 Reacties to “Een Nieuw Curriculum voor 2032”

  1. Dat docenten bijna altijd deskundig in hun vakgebied zijn staat buiten kuif, maar ze zijn in het algemeen niet *het meest* deskundig in hun eigen vakgebied. Dat hoeft ook niet: ze dienen voldoende deskundigheid te hebben om hun vak te onderwijzen, maar daarnaast ook voldoende deskundigheid om het onderwijs vorm te geven. Om een voorbeeld te geven: Mark Guzdial, onderzoeker naar het onderwijs in de informatica op Georgia Tech, stelt dat 1e graadsdocenten informatica niet dezelfde opleiding als bv software engineers hoeven te hebben, maar uiteraard wel veel meer kennis over onderwijs en didactiek van het vakgebied. Ik denk dat docenten zeker in grote mate bij curriculumontwikkeling moeten worden betrokken, maar ik betwijfel of je het inhoudelijke zwaartepunt bij docenten moet leggen?

    Like

    • Precies om die vaardigheden en kennis die jij terecht duidt moet dat wel. Onderwijs is een afweging tussen grofweg vakinhoud, didactiek en pedagogiek. Op dat snijpunt zijn docenten het meest deskundig. De grote lijnen moeten inderdaad multidisciplinair worden neergezet, waarbij docenten ook de realiteitszin in de gaten houden. Bij een meer gedetailleerde uitwerking in ontwikkelgemeenschappen is de grens van het didactisch en pedagogisch haalbare de leidraad. Dat is het terrein van docenten. Niet dat we het alleen moeten doen, maar wel leidend.

      Like

  2. Dank voor deze waardevolle uiteenzetting. Goed docentschap gaat over vakmanschap en meesterschap. De docent als inhoudelijk vakman. De docent als ouderwetse meester. De meester die leerlingen weet te boeien, te activeren, te betrekken. Die vanuit een pedagogische betrokkenheid zijn invloed aanwendt om de leerling te stimuleren het beste uit zichzelf te halen. Van praktijk onderwijs tot wetenschappelijk onderwijs. Dat is de kern van goed onderwijs. Op naar 2032.

    Like

  3. Wat maakt, dat als we nu nog niet weten wat de banen in 2032 van onze jeugd verwachten, we toch vast blijven houden aan het blijven ontwikkelen van een curriculum? Is er wel een geschikt curriculum? Bij enige twijfel zou het dus heel goed kunnen zijn dat het blijven ontwikkelen van een nieuw curriculum niet echt gaat zorgen voor verandering van het onderwijs. Echter alleen maar zorgt voor weer een ander curriculum.

    Like

    • Beste Sander.
      Dat van die banen over 10, 20 jaar die we nu nog niet kennen, is een van die mantra’s die we steeds horen. Die zijn natuurlijk wel waar, maar ook alweer niets nieuws. Bij alle grote technologische en daarmee samenhangende culturele, veranderingen bestaat de noodzaak van onderwijsvernieuwing. Tijdens de Industriële Revolutie bijvoorbeeld had je het zelfde kunnen zeggen, al ligt het tempo van de veranderingen nu vermoedelijk wat hoger. Ik pleit voor enige nuchterheid en afstandelijkheid bij de analyse van al die veronderstelde 21ste eeuwse veranderingen, die ingrijpende veranderingen van het onderwijs noodzakelijk zouden maken. Ik zeg niet dat veranderingen niet nodig zijn, maar dat we in alle rust moeten kijken welke werkelijk nodig zijn en waarom. Veel van de pleidooien voor onderwijsvernieuwing komen mij voor als onbesuisd en weinig doordacht.
      Terug naar je vraag. Misschien was mijn stuk niet duidelijk genoeg, maar wat ik bedoel te zeggen is dat we nu juist niet een volledig dichtgetimmerd nodig hebben, maar een omvattend verhaal, waarmee scholen hun eigen curriculum kunnen bouwen, aangepast aan de lokale omstandigheden en behoeften. Mijn voorstel is om dat curriculum op te zetten rond de vragen die mensen al duizenden jaren stellen over de natuur en hun eigen bestaan. Dat is de context waarbinnen de schoolvakken ook werkelijk relevantie krijgen voor onze leerlingen.

      Like

  4. Even iets anders. Jelmer Evers en René Kneyber worden iedere keer weer genoemd als een soort vertegenwoordiging van de leraren in Nederland. Zo worden ze in ieder geval in,iddels door de politiek wel gezien, volgens mij.
    Nu ben ik geen leraar, maar ik werk wel in het onderwijs en ook op een basisschool. Vanuit die rol doe ik mijn observatie en dan kijk ik naar twee leraren uit het voortgezet onderwijs die namens ‘alle leraren’ lijken te willen spreken. Ik weet niet zo zeker of dat opgaat voor het PO. Daar zitten de leraren volgens mij toch net weer even anders in elkaar. In bovenstaand stuk wordt de onderwijscoöperatie genoemd, maar die speelt in het PO helemaal niet zo’n rol. En ook het kijken vanuit ‘jouw’ vakgebied is raar in het PO. Men geeft immers gewoon alle vakken.

    Like

    • Ja. Irritant🙂 Voorzover ik de jongens ken hebben ze die pretentie niet. Maar iemand moet beginnen met de boel op te schudden en we kunnen niet ontkennen dat zij dat, met steun van veel anderen, hebben gedaan. We zitten met smart te wachten op meer leraren uit het po en het mbo die zich aansluiten. Mijn verhaal is inderdaad vanuit een vo-perspectief geschreven, daar heb je volkomen gelijk in. Ik voel me ook niet voldoende deskundig om namens onderwijs te spreken waar ik geen enkele ervaring heb.
      Met andere woorden, praat mee. Vul dit verhaal aan vanuit je eigen context. Of verander het. Maar laten we er een gezamenlijk project van maken.
      En overigens is ‘vakgebied’ hier ruim bedoeld. Het vak van basisschool-onderwijzer is een vakgebied met veel dimensies, die je in Biesta’s verhaal terug ziet.
      Ik hoop je spoedig te ontmoeten.

      Like

  5. Dit is op X, Y of Einstein? herblogden reageerde:

    Een zeer interessant stuk van Dick Van der Wateren, die ik zeker ook zou lezen in combinatie met dit ouder stuk van Alderik Visser. 2 dingen zijn duidelijk: als de oproep van de Nederlandse staatssecretaris dergelijke stukken als gevolg heeft dan is dit al een positief resultaat. Ten tweede: de invloed van Gert Biesta is momenteel zeer groot aan het worden.

    Like

  6. Beste Dick van der Wateren, prima verhaal. Die Biesta is een echte eyeopener voor mij. Dank daarvoor. Maar voor ‘Jelmers voorstel’ moet voor alle eerlijkheid toch even worden teruggegrepen op de ‘cultuurpedagogische discussie’ die Jan Dirk Imelman c.s. , laatstelijk in het boekje “De overheid als bovenmeester” (1999), het daglicht lieten zien. Ik bedoel, dat plan van het samenstellen van curricula door leraren & maatschappij bestond al. Mag dat worden meegenomen in de discussie? En wat mij betreft dan ook meteen maar mijn ideeën voor een algemeen verhaal in het onderwijs. (Zie mijn website.) Resulterend in ‘de’ (nu zo matig uitgevoerde) canon? De te grote bèta concentratie bij Big History kan daar nog wat van leren, als je het mij vraagt.

    Like

    • Beste Guido
      Dank voor je reactie. Zoals zoveel goede ideeën komt ook dit niet uit de lucht vallen. Veel van wat in de laatste honderd jaar is geschreven kom je steeds weer in een andere vorm tegen. Vandaar dat ik ook wat terughoudend ben met termen als 21st century skills.
      Wat betreft Big History heb je volkomen gelijk. De grote verhalen die mensen al duizenden jaren aan het kampvuur vertellen gaan niet alleen over bètadingen. Het gaat mij over de samenhang tussen al die verhalen alfa, bèta, gamma, die een nieuw curriculum tot een relevant geheel kan smeden.
      En verder, denk en praat vooral mee, bijvoorbeeld met Samen Leren.

      Like

  7. Beste Dick,

    dank voor jouw uitgebreide en interessante bijdrage. Ik kan op veel reageren, maar de kernvraag voor mij is hier wat we bedoelen met het curriculum. Als het curriculum de route is om de onderwijsdoelen te bereiken, dan ben ik het eens dat docenten een belangrijke rol moeten spelen (het gaat dan over het ” hoe”).
    Het lijkt mij echter nog geen uitgemaakte zaak en misschien zelfs wel ongewenst dat docenten de onderwijsdoelen bepalen (het “wat”). In die zin zijn docenten in mijn ogen de vakmensen die de door de maatschappij noodzakelijk geachte doelen van onderwijs op het hoogste niveau moeten realiseren. Als met curriculum wordt bedoeld de ” eindtermen” dan hoort daar een veel bredere inspraak bij dan uitsluitend docenten.
    Curriculum-ontwikkeling in een soort van beta (in de vormgeving van het “hoe”) is een interessante gedachte. Ik zou er niet voor zijn dit weer te institutionaliseren en b.v. de Onderwijscoorperatie hiervoor het platform te laten zijn.
    In ieder geval komt er steeds duidelijker een en ander los en gaat het misschien nu toch echt gebeuren dat al die geïnspireerde en geëngageerde mensen in het onderwijs (niet alleen (VO-) docenten overigens) dichter bij de echte realisatie komen van de passie voor de ontwikkeling van jonge mensen die hen heeft doen besluiten het onderwijs in te gaan. Los van alle waardering voor Het Alternatief, ook dit is op het conto van veel meer mensen te schrijven.
    Hopelijk komt dan het kind echt centraal te staan en niet het leerstofjaarklassensysteem, het rooster, de methode en het aanbodgestuurde onderwijs van nu (en in alle eerlijkheid, dat is ook een systeem dat ook door docenten in stand wordt gehouden).

    Theo Bekker

    Like

  8. Ja, inderdaad, hoopvol en toch altijd weer die programma’s. Waar is de kern: hoe leiden we mensen op voor hun leven (meer dan werk) in hun wereld? Hoe leren we ze omgaan met verlies, veranderende markten, werkeloosheid, nieuwe politieke realiteiten? Durven we toetsing los te laten, zoals bij Knowmads, meer op intrinsieke motivatie te vertrouwen zoals bij ‘de universiteit’ (radicaal alumni programma), school echt om te gooien, zoals bij geenschool. Durven we echt kritische zelfstandige denkers op te leiden. Durven we de boel echt om te gooien? Ik vraag me dit al een tijdje af. Met keiharde kritiek zoals hier: http://wayofthefool.blogspot.nl/2012/08/change-all-education.html en met suggesties voor wat wezenlijk erbij of in moet: http://wayofthefool.blogspot.nl/2012/08/the-learning-theatre.html

    Like

    • Hallo Floris
      Ik ben het grotendeels eens met de analyses in de twee stukken op je blog. Ik vraag me alleen af of je bereikt wat je wilt bereiken als je schrijft “The current educational system is a deadly monster that creates monsters.” Sommige mensen buiten het onderwijs zullen het met die omschrijving eens zijn, maar ik vrees dat je daarmee onderwijsmensen tegen je in het harnas jaagt. In zijn algemeenheid is het dan ook niet waar. Ik vat het maar als een hyperbool op.
      Je stuk is ontstaan vanuit dezelfde zorg die ik heb, namelijk dat kinderen voor ze naar school gaan heel onbevangen vragen stellen over de wereld en zelfstandig onderzoeken en experimenteren. Die onbevangenheid raken ze geleidelijk kwijt in de jaren die ze op school doorbrengen. We dwingen ze in een keurslijf dat maar weinig jonge mensen past en dat ten koste gaat van hun natuurlijke nieuwsgierigheid, creativiteit en autonomie. Jouw anecdote van de tekening waarin je de wolken fout tekende – volgens de juf moesten ze blauw zijn – illustreert dat.
      Je kritiek op de meetbaarheid onderschrijf ik, omdat een aantal heel essentiële onderwijsdoelen niet meetbaar zijn, althans niet door middel van standaardtoetsen. In de afvinklijsten van de Inspectie spelen ze ook nauwelijks een rol.
      Leerstijlen zijn niet zo algemeen geaccepteerd in het onderwijs als je suggereert en worden door geen enkel wetenschappelijk onderzoek bevestigd. Een onderwijsmythe dus.
      Niettemin, de veranderingen in het onderwijs, die noodzakelijk zijn en die duidelijk in de lucht hangen, zullen toch echt door leraren moeten worden ondersteund en uitgevoerd. Niemand buiten het onderwijs kan dat voor ons doen. En dan kan een omschrijving van school als een “dodelijk monster” juist de leraren afschrikken die je zo hard nodig hebt.

      Like

  9. ipv Biesta te verheerlijker ishet zinvoller na te gaan in hoeverre kerndoelen en examenprogramma’s zoals die nu vastliggen aan Biestas uitgangspunten voldoen – het aantal gaten en omissies in t huidige curriculum blijft beperkt – wat allemaal overgeslagen wordt in de klas is moeilijker in beeld te brengen al hebben de onderwijsuitgevers een heel behoorlijk zicht op wat in hun lesboeken binnen de categorie ‘alibi opdrachten’ valt: moet erin omdat de kerndoelen het voorschrijven, terwijl het gros van de leraren t overslaat.

    Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Een Curriculum van Grote Vragen | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 1 juni 2015

    […] curriculum van Grote Vragen is, zoals Jelmer Evers dat noemt (zie ook hier), een ‘permanente openbare beta’, omdat het voortdurend in ontwikkeling is. De […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: