Een Curriculum van Grote Vragen

De discussie over een nieuw curriculum voor het Nederlandse onderwijs heeft met het programma Onderwijs 2032 onmiskenbaar een stap vooruit gemaakt. Voor het eerst sinds lange tijd wordt serieus nagedacht over de inhoud van het onderwijs. Echter, voorzover we het vanaf de zijlijn kunnen beoordelen levert dat tot nu toe voornamelijk wensenlijstjes op van allerlei belangengroepen en goedbedoelende individuen. Dat zijn soms heel goede, soms halfbakken bijdragen die een ding gemeen hebben: het zijn kleine aanpassingen, die de kern van waar onderwijs over gaat niet veranderen.

Mijn bezwaren tegen Onderwijs 2032 gaan verder. Die gaan over het ontbreken van de belangrijkste vragen over wat goed onderwijs zou moeten zijn en de sterk economische focus van het programma.

Ik wil een alternatief curriculum voorstellen dat een aantal van die bezwaren ondervangt. Dat is een curriculum van Grote Vragen, een curriculum om jonge mensen te helpen op weg naar een volwassen rol in de wereld.

Dit is een bewerking van mijn inleiding tijdens de studieochtend bij het NIVOZ, Het curriculum als bron en richting op 28 mei, aangevuld met opmerkingen die Gert Biesta die ochtend in zijn inleiding maakte.

IMG_2345Laten we om te beginnen kijken naar de vragen die in het programma Onderwijs 2032 niet gesteld worden: ‘Wat verstaan we onder goed onderwijs en waartoe dient het?’ Vervolgens moeten we ons afvragen waarom een verandering van het curriculum nodig is. En tenslotte op welke uitgangspunten een nieuw curriculum gebaseerd moet zijn.

Onderwijs 2032

Het programma Onderwijs 2032 beoogt een nieuw curriculum te ontwerpen naar aanleiding van de vraag

“Hoe kunnen we kinderen die nu naar school gaan, zo goed mogelijk voorbereiden op de samenleving en arbeidsmarkt van 2032?”.

Een van de uitgangspunten is dat de technologie zich dusdanig snel ontwikkelt dat het noodzakelijk is om het curriculum opnieuw te ontwikkelen dan wel aan te passen aan de 21ste eeuw. Daarbij worden vaak de 21st century skills’ genoemd: samenwerken, creativiteit, ict-geletterdheid, communiceren, probleemoplossend vermogen, kritisch denken en sociale en culturele vaardigheden. Afgezien van de derde vaardigheid (ict-geletterdheid – en zelfs die) kunnen we ons afvragen wat er zo 21ste eeuws aan is. Hartger Wassink noemt ze terecht ‘4e eeuw voor Christus’-vaardigheden.

Een ander is de impliciete vooronderstelling dat we kunnen voorspellen welke kennis en vaardigheden voor de maatschappij van de toekomst nodig zijn. Daarbij worden vaak creativiteit en probleemoplossend vermogen genoemd als eigenschappen van de flexibele werknemer van de toekomst.

Een, eveneens economische, vooronderstelling – geformuleerd door staatssecretaris Dekker, de opdrachtgever van Onderwijs 2032 – is dat het onderwijs dient om de concurrentiepositie van Nederland op de wereldmarkt te versterken.

Laat ik duidelijk zijn, er is niets op tegen om na te denken over de eisen die de democratische samenleving aan het onderwijs stelt. Er is ook niets op tegen om na te denken over de vraag hoe we jonge mensen kunnen voorbereiden op de arbeidsmarkt. Maar het is maar een van de doelstellingen van goed onderwijs.

Wij moeten in het onderwijs dan ook weerstand bieden tegen eisen vanuit politiek en bedrijfsleven. Daar is een goede reden voor. Het opleiden van kinderen vanaf Groep 1 tot aan het eindexamen duurt langer dan de verkiezingsprogramma’s en businessplannen vooruit kunnen kijken.

Dat betekent dat wij de koers van het onderwijs niet moeten laten bepalen door de politiek of het bedrijfsleven, maar dat wij leraren zelf nadenken over de vraag waar het in het onderwijs om moet gaan. Wij kunnen van alle belanghebbenden het beste vooruitkijken over perioden die langer duren dan de politieke of economische waan van de dag.

De belangrijkste vraag –­ de vraag die we eerst moeten stellen voordat we nadenken over een nieuw curriculum – wordt in het programma Onderwijs 2032 voorzover bekend niet gesteld. Dat is de vraag wat we verstaan onder goed onderwijs en waartoe het dient.

Goed onderwijs

De drie functies van goed onderwijs zijn volgens Gert Biesta:

  • kwalificatie: het overdragen en verwerven van kennis, vaardigheden, houdingen;
  • socialisatie: inleiden in en zich verhouden tot tradities en praktijken – wie je bent;
  • persoonsvorming: de vorming van het persoon-zijn – hoe je bent.

Deze drie functies zijn bij goed onderwijs steeds in balans. In het huidige onderwijs ligt de nadruk teveel op de eerste functie, kwalificatie, en dan met name op die dingen die goed meetbaar zijn. De twee andere functies die nu een ondergeschikte rol hebben, krijgen in het hier voorgestelde curriculum een gelijkwaardige rol.

Hirkena Eysimbulyar teaches a pre-school class under a tree in the middle of the Kaisut Desert near Korr. Nick and Lyn Swanapoel with AIM have worked for 30 years in the hot, dry desert of Korr among the Rendille tribe in Korr, northern Kenya. It took 13 years to see their first convert. They realized at one point that literacy was the key to sharing Jesus and seeing people come to Christ. Literacy classes are held under trees in the middle of the desert, taught by women and men who themselves went through the literacy classes and became Christians. MAF has been a much needed service for the Swanapoels in this remote region.

 Het doel van onderwijs en opvoeding is jonge mensen te helpen op een volwassen manier in de wereld te zijn. Daarbij verstaan we onder volwassenheid niet zozeer het (biologische en geestelijke) ontwikkelingsproces als wel een manier van zijn. Die houdt in dat ik niet op mezelf gericht ben, maar in staat ben om een stap opzij te doen voor een ander of voor het andere. Niet de vervulling van mijn eigen wensen en verlangens staat voorop, maar de vraag wat wenselijk is: voor mijzelf, de democratische samenleving en de wereld.

Om hen te helpen op weg naar volwassenheid hebben wij opvoeders en onderwijzers de taak om de op-zichzelf-gerichtheid van jonge mensen te ‘onderbreken’. Dit is waar het op neer komt in een existentieel curriculum, zoals Biesta zich dat voorstelt.

(Voor een uitgebreidere bespreking van Biesta’s opvattingen over goed onderwijs, zie een eerdere post op deze blog, een essay en zijn boek ‘Het prachtige risico van onderwijs.)

Waarom een nieuw curriculum?

De oorspronkelijke betekenis van het woord curriculum is zoiets als ‘af te leggen weg’. Het gaat dus niet zozeer om de dingen of feiten je moet weten en welke vaardigheden je moet beheersen, maar over de weg ergens naar toe. En dat ergens is in de eerste plaats volwassenheid, een volwassen plaats innemen in de wereld.

Aan het huidige curriculum kleven een aantal bezwaren. Het is, als gezegd, teveel gericht op kwalificatie en te weinig op socialisatie en persoonsvorming. De weg naar volwassenheid speelt daarin nauwelijks een rol. Enkele andere bezwaren bespreek ik verderop.

Existentieel curriculum

Als antwoord op deze bezwaren stelt Biesta een existentieel curriculum voor, dat

… het kind de kans [geeft] om in de wereld te komen. Dat is de taak van de school: niet bij jezelf blijven, maar buiten jezelf komen, in een plurale wereld. Het is jouw levenstaak om […] een volwassen relatie aan te gaan met de ander en het andere.

Dat is de opdracht die we aan goed onderwijs zouden moeten geven: jonge mensen leren op een volwassen manier in de wereld te staan.

Dat betekent dat de inhoud en vorm van een existentieel curriculum uiteindelijk worden benaderd vanuit de vraag van de persoonsvorming: de vraag hoe je op een volwassen manier in de wereld wil zijn. Die wereld – een kleine planeet met veel mensen en een eindige draagkracht – en de mensheid – met beperkte mogelijkheden om oplossingen te vinden voor ongelijkheid – vragen ons om een volwassen standpunt in te nemen. Die vraag geven wij aan jonge mensen door: “Wat vraagt dit van mij?”

Grote Vragen

rotskunst2Deze ideeën wil ik concreet maken met mijn voorstel voor een curriculum van Grote Vragen. Daarmee bedoel ik vragen die mensen al vanaf het onststaan van de menselijke soort hebben gesteld. We moeten natuurlijk voorzichtig zijn met speculeren over onze voorouders – denk aan mythen over de ‘natuurlijke’ rollen van mannen (jagers) en vrouwen (verzamelaars). Maar we kunnen er gevoeglijk vanuit gaan dat neandertalers en Homo sapiens vragen stelden over de zon, de maan, de sterren, planten en dieren, oorsprong en zin van het leven. Niet als een leuke vrijetijdsbesteding, maar uit noodzaak, om te overleven.

Dat is wat mensen van andere diersoorten onderscheidt. Wij stellen vragen over onze omgeving, over ons zelf, over leven en dood, over zingeving en waarden. Die vragen zouden wat mij betreft de kern van het curriculum moeten vormen.

Waarom een curriculum van vragen?

Waarom geen canon die voorschrijft wat jonge mensen moeten leren? Een leerplan, zoals dat op dit moment gangbaar is en dat in detail aangeeft welke eindtermen in het primair en voortgezet onderwijs moeten worden gehaald?

Wat mij betreft gaat het in het huidige onderwijs teveel over de antwoorden en veel te weinig over de vragen. Die antwoorden worden min of meer als dogma’s gepresenteerd die onze leerlingen domweg moeten leren, als ze willen slagen voor het eindexamen. We belonen de leerlingen die de ‘goede’ antwoorden geven (die in het antwoordenboekje staan) en stimuleren te weinig die leerlingen die lastige en interessante vragen stellen. Die vragen hebben niet altijd een eenduidig antwoord, maar zijn wel de vragen waarmee we onze kennis kunnen vergroten.

Wanneer we meteen de antwoorden geven, zoals in veel lesmethoden gebeurt, slaan we de deur naar het leerproces dicht. Goede vragen – vooral wanneer leerlingen die zelf hebben bedacht – openen talloze deuren naar rijke vergezichten. Eén simpele vraag kan de start zijn van een lessenserie of project waarbij verschillende vakken betrokken zijn, zodat kinderen veel meer kunnen leren dan wanneer we hen alleen de vragen en antwoorden uit een leerboek aanbieden.

Het is dus de kunst om onze leerlingen te leren wat goede of mooie vragen zijn en hoe ze die zelf kunnen stellen.

Een ander probleem met het huidige curriculum is dat het niet interessant genoeg is voor jonge mensen – het sluit te weinig aan bij de wereld buiten school. Het is, met andere woorden, te weinig relevant. Dat is ook wat ik van mijn leerlingen hoor. Bovendien is er weinig tot geen samenhang tussen de vakken onderling en evenmin tussen de onderwerpen die we binnen een vak behandelen.

Wat zijn Grote Vragen?

Grote Vragen of essentiële vragen zijn vragen die gaan over oorsprong, betekenis, ethiek en zingeving. Het zijn bijvoorbeeld vragen over het ontstaan van het universum, het zonnestelsel, de Aarde, het leven, de mensheid.

Vragen over de zin van het bestaan, over menselijke relaties, taal en communicatie, technologie. Ethische vragen over goed en kwaad, arm en rijk, de relatie mens en natuur. Vragen over schoonheid.

Vragen die beginnen met waarom, waardoor, wat…als en hoe, naast de meer gebruikelijke wie, wat, waar en wanneer.

Die vragen zijn relevant, niet alleen omdat ze ons leren hoe het universum, het leven en de mensheid zijn ontstaan en functioneren, maar ook omdat ze licht werpen op recente en toekomstige ontwikkelingen op het gebied van klimaat, biodiversiteit, grondstoffen, voedsel, armoede en welvaart, oorlog en vrede.

Zo’n curriculum bestaat uit een collectie vragen die steeds verder groeit, omdat mensen steeds nieuwe vragen stellen. Zo bouwen we een curriculum van vragen op vanaf het begin van de basisschool tot het eind van het voortgezet onderwijs. Dezelfde vragen keren steeds weer terug en, naarmate de kennis en vaardigheden van onze leerlingen toenemen, worden ze op een steeds hoger niveau onderzocht.

De vragen staan niet op zichzelf. Om ze te kunnen onderzoeken is het belangrijk om inzicht te krijgen in de samenhangen tussen verwante domeinen, zoals filosofie, ethiek, sociaalwetenschappelijk, natuurwetenschappelijk en wiskundig denken, design denken, technologie, taal en communicatie, kunst, sport enz.

De kunst van vragen stellen maakt jonge mensen autonoom, omdat ze daarmee niet afhankelijk zijn van informatie die hen wordt aangeboden, maar die informatie zelfstandig kritisch kunnen toetsen. Bovendien is vragen stellen de basis van creativiteit en het bedenken van oplossingen.

Een curriculum van Grote Vragen kan zo een belangrijke bijdrage zijn in de ontwikkeling van jonge mensen, zowel voor wat betreft hun kennis en vaardigheden als hun rol in een democratische maatschappij en hun persoonlijke vorming tot kritisch en autonoom individu.

Voorbeelden

Het is interessant dat jonge mensen dit soort vragen uit zichzelf al stellen.

De vraag: “Hoe ziet ‘niets’ eruit?” was de aanleiding voor een heel interessant boek over het ontstaan van het heelal en quantummechanica, ‘In Einsteins Achtertuin’ door Amanda Gefter.

Er was eens een jongen van 16 die zich afvroeg: “Wat zou ik zien wanneer ik met een lichtstraal mee zou reizen?” Enkele jaren later had diezelfde jongen al doordenkend op deze vraag de relativiteitstheorie bedacht. Dat was100 jaar geleden.

Zulke vragen krijgen pas echt betekenis wanneer we ze vanuit verschillende perspectieven bekijken, waarbij we over de grenzen van de traditionele schoolvakken heen gaan. Voor de leerlingen wordt zo duidelijk wat die verschillende vakken met elkaar verbindt en hoe ze zich verhouden tot de ‘echte wereld’, de wereld buiten school. Van los zand verandert het curriculum in een samenhangend geheel, waarbinnen ze vragen kunnen stellen over hun eigen plaats en rol daarin.

Zo kan de vraag hoe de mens functioneert – waarbij het bijvoorbeeld gaat om vragen over gezondheid, sexualiteit en voortplanting – worden beantwoord vanuit de biologie, neurologie en psychologie, maar ook vanuit een ethisch en cultureel perspectief.

M51HST-GendlerMVragen over het ontstaan en de geschiedenis van het heelal kunnen we onderzoeken door natuurkunde, wiskunde, scheikunde en (exo-)biologie te combineren, maar kunnen tegelijkertijd inspiratie zijn om beeldende kunst of muziek te maken, science fiction te lezen en te schrijven.

De geschiedenis van de Aarde gaat niet alleen over natuurkundige en scheikundige processen – plaattektoniek, vulkanisme, gebergtevorming, erosie. De samenstelling van de atmosfeer, de oceanen en gesteenten, worden sterk beïnvloed door de levende natuur. Het duidelijkst is dat natuurlijk te zien aan de manier waarop de mens de Aarde verandert. En daarmee komen we met de Grote Vraag over ontstaan en geschiedenis van de Aarde in de tegenwoordige tijd – het Anthropoceen – en kunnen we allerlei vragen stellen die de terreinen van de technologie, politiek, economie en ethiek bestrijken.

De vraag of de mensheid uniek is in het heelal geeft aanleiding tot tal van fundamentele vragen, zoals: Wat is leven? Waaraan kunnen we zien of er leven is bij andere sterren? Wat is de zin van ons bestaan?

Onbeantwoordbare vragen

Niet alle Grote Vragen zijn beantwoordbaar. Neem de vraag: “Wat is de oorsprong en basis van maatschappelijke ongelijkheid?” Denk daarbij aan de kasten in India, slavernij, sociaaleconomische elites en lagere klassen, racisme, seksuele discriminatie. Als antwoord op die vraag zijn in de loop van de geschiedenis allerlei imaginaire hiërarchieën bedacht, die steunen op biologische, religieuze en historische mythen. Zie daarvoor het interessante boek ‘Sapiens’ van Yuval Noah Harari.

Hoewel op deze vraag geen simpel, eenduidig antwoord is, kan het onderzoeken van die vraag wel tot groter begrip leiden, namelijk dat er geen natuurlijke of biologische oorzaak is voor ongelijkheid, dat er geen rationele basis is voor het glazen plafond en lagere beloning van vrouwen, voor raciale ongelijkheid, voor de slechte verticale mobiliteit van de onderklasse. Alle verklaringen voor de universeel voorkomende verschillen tussen mannen en vrouwen (buiten de biologische) blijken op mythen gebaseerd te zijn.

Door zulke onbeantwoordbare vragen wel te stellen komen we verder in ons begrip en dichter bij oplossingen voor problemen als radicalisering van moslimjongeren, schoolverlaters.

HamletGrote Vragen komen we ook tegen in de Grote Verhalen uit de wereldliteratuur en de religies, de Ilias en Odyssee, de Bijbel, de Torah, de Koran, de Mahabharata en Ramayana, Dreamtime en Songlines, het Gilgamesh epos, sprookjes, de Edda, het Nibelungenlied, het werk van Shakespeare. In plaats van leerlingen te dwingen die verhalen te lezen “omdat het goed is voor je algemene ontwikkeling” of “omdat het in het examenprogramma staat” kunnen we beginnen met een Grote Vraag, bijvoorbeeld over macht of liefde, en daar een tekst bij zoeken. Dan begrijpen onze leerlingen dat de vragen die ze zelf hebben universele vragen zijn, waarop in de loop van de eeuwen allerlei mooie pogingen tot antwoorden zijn gedaan.

Grote Vragen worden niet één keer gesteld in de schoolloopbaan van een kind, maar keren regelmatig terug, steeds op een hoger niveau. In de onderbouw van het primair onderwijs blijven de vragen nog vaak dicht in de buurt van de kinderlijke belevingswereld en zijn de mogelijkheden voor kinderen om ze te onderzoeken beperkt. Dan kun je in de klas Grote Verhalen vertellen, die weer aanleiding kunnen zijn voor talloze nieuwe vragen. Zo kan een vraag over het ontstaan van het heelal leiden tot een verhaal over de Oerknal, wat weer aanleiding is om samen na te denken over getallen: Wat is duizend, miljoen, miljard, biljoen? Over afstanden: Hoe ver zijn de planeten van de zon? Hoe ver is de dichtstbijzijnde ster? Hoe lang duurt een reis naar de Poolster?

Naarmate kinderen opgroeien en hun kennis toeneemt, kunnen ze op een meer volwassen manier vragen stellen, dat wil zeggen dat ze niet alleen vanuit hun eigen behoeften denken, maar ook rekening houden met de behoeften van anderen en verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen handelen.

Identiteit

Anders dan een centraal, in beton gegoten canon van kennis en vaardigheden voor de 21ste eeuw is het hier voorgestelde curriculum een globaal raamwerk dat aan individuele scholen veel ruimte biedt om het volgens hun eigen visie in te vullen. Scholen hebben daarbij de mogelijkheid een eigen unieke identiteit te ontwikkelen. Dan hebben kinderen en ouders daadwerkelijk iets om te kiezen. De vraag welke scholen goed, beter of excellent zijn is dan zinloos. Wat een goede school is voor mijn kind hoeft niet de goede school te zijn voor een ander kind.

Een curriculum van Grote Vragen is, zoals Jelmer Evers dat noemt (zie ook hier), een ‘permanente openbare beta’, omdat het voortdurend in ontwikkeling is. De verantwoordelijkheid voor die ontwikkeling ligt bij leraren.

Bronnen

Gert Biesta (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg: Uitgeverij Phronese.

Biesta, Gert J.J., and Mark Priestley (2013). A curriculum for the twenty-first century? in Reinventing the curriculum. New trends in curriculum policy and practice, edited by Mark Priestley and Gert J.J. Biesta. London: Bloomsbury.

Yuval Noah Harari (2014). Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid. Amsterdam: Thomas Rap.

Bas Heijne (2008). Grote Vragen. De nieuwe eeuw tussen hoop en vrees. Amsterdam: Prometheus

Jay McTighe & Grant Wiggins (2013). Essential Questions: Opening Doors To Student Understanding. Alexandria, VA: ASCD

Peter Westbroek (2013). De ontdekking van de Aarde. Het grote verhaal van een kleine planeet. Amsterdam: Balans

About Dick van der Wateren

Ik sta voor de klas op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem en begeleid dagelijks talentvolle en begaafde leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, of coach leerlingen die een probleem hebben waar we samen een oplossing voor vinden. Daarnaast ontwikkel ik digitaal lesmateriaal en video's voor Flip de Klas. Buiten het onderwijs heb ik een jarenlange ervaring als aardwetenschapper (o.a. in Antarctica en Afrika) en wetenschapsvoorlichter. Werken met jongeren is mijn passie. Voor mij zijn pubers zo'n beetje de leukste mensen. Ze hebben een enorme levenslust, zijn creatief, hebben originele ideeën - soms op het bizarre af - en kunnen zich nog alle kanten op ontwikkelen. Ik beschouw het als een voorrecht aan die ontwikkeling te kunnen bijdragen.

32 Reacties to “Een Curriculum van Grote Vragen”

  1. Beste Collega, Beste Dick

    Ik ben echt diep onder de indruk van je concept “Curriculum van Grote Vragen”. De zoektocht naar de samenhang der dingen vanuit overkoepelende vragen of probleemstellingen is in mijn ogen de kern van waardevol onderwijs. Ook ik heb een bijdrage geleverd aan het platform onsonderwijs2032 en pleit daarin voor (ruimte voor) samenwerking in alle onderwijsfasen. Cruciaal voor een eventuele implementatie van deze manier van werken is de wijze waarop leraren worden opgeleid: zijn ze na het halen van hun bevoegdheid in staat om door het systeem heen te denken en over de grenzen van hun eigen vak/klas heen te kijken? Het Curriculum van Grote Vragen, als antwoord op de vraag hoe ons onderwijs eruit zou moeten zien, mag wat mij betreft de leidraad worden op alle lerarenopleidingen in Nederland! Echte onderwijsmensen weten als geen ander: sturen op resultaten heeft geen zin, vanuit een overkoepelende visie werken aan de integrale ontwikkeling van jonge mensen des te meer!

    Hulde!

    Drs. Nick Breur
    Docent Klassieke Talen en VWO-coördinator op het Einstein Lyceum te Hoogvliet

    Liked by 1 persoon

  2. Mooie poging om de discusssie op een hoger plan te krijgen!

    Op Geluksdoctorandus.nl probeer ik hetzelfde, zie bijvoorbeeld: http://geluksdoctorandus.nl/de-grammatica-van-een-gelukkige-school/

    Ook ik grijp daarbij terug naar een driedeling als die van Gert Biesta, maar geef er een iets andere draai aan. Juist die invalshoek zou wel eens heel mooi kunnen zijn om de ‘Grote Vragen’ te ordenen.

    Dan gaat het om:
    1. Hoe ga ik om met mijzelf (en met mijn verlangens)? Ik noem dit het eerste persoons perspectief, het sluit aan bij wat Biesta persoonsvorming noemt. Het is méér dan talentontwikkeling!
    2. Hoe ga ik om met anderen (en hun verlangens)? Het tweede persoons perspectief, bij Biesta socialisatie genoemd.
    3. Hoe ga ik om met de wereld? Het derde persoons perspectief, bij Biesta kwalificatie genoemd.

    Het is niet altijd makkelijk om de bovengenoemde Grote Vragen in een dergelijk schema in te delen. Maar gedeeltelijk kan dit ook iets over die vragen zeggen. Zijn ze rechtstreeks relevant voor ons leven of zijn het wijdere, zoekende vragen over hoe alles in elkaar zit en wat de betekenis ervan is? (Ook deze laatste verdienen een plaats in het onderwijs, maar misschien toch een wat andere…)

    Verder: bij Grote Vragen mogen natuurlijk ook Grote Antwoorden worden gegeven, d.w.z. allerlei antwoorden, al dan niet in de vorm van aanleerbare bekwaamheden, die daarop door de tijd heen zijn (door)gegeven en die soms heel vruchtbaar zijn gebleken (we hebben in al die eeuwen ten slotte wel wat geleerd). Maar die Grote Antwoorden zijn dan bronnen, waaruit we kunnen putten, op de vragen blijven ook nieuwe antwoorden mogelijk.

    Tot zover een paar aanvullende gedachten, die de discussie over school vanuit een perspectief dat afstand neemt van al die wensenlijstjes, hopelijk kunnen versterken.

    Like

  3. Het moet me toch van het hart. Waarom krijg telkens bij de gepubliceerde stukken op dit blog het vervelende gevoel dat jullie het allemaal beter weten dan de rest. Er zitten hele goede stukken, ook dit stuk, bij, maar ik heb er een hekel aan als je mensen afserveert als goedbedoelende individuen.

    Like

    • Gebeurt dat dan, dat afserveren? Bewust? Ik heb het gevoel dat er hier heel respectvol met elkaar wordt gediscussieerd (als het tot een discussie komt …). Lees in bovenstaande niks badinerends

      Like

  4. Mooi verhaal, Dick

    Ik zit een beetje met een implementatievraag /-questie. Ik zou in dit geval graag willen dat als de werkelijkheid niet past bij de theorie, we de werkelijkheid maar moeten aanpassen. Maar gemakkelijk is dat niet🙂

    Bestaande curricula zijn doorgaans subject-centered. Dat is jammer, omdat het de werkelijkheid compartimentaliseert in eenheden die op school wel, maar in het echte leven niet gescheiden zijn. Een ‘Grote Vragen’ – curriculum (elk question-based design) is daar een antwoord op. Mooi.

    Maar de bestaande praktijken van scholen, leraren en lerarenopleidingen maken dat enig subject-design (daar zijn ook weer varianten in denkbaar) domweg veel efficiënter is – qua organisatie, bemensing, opleiding, enz. Ik bedoel: ik stoei graag met lln en grote vragen, maar ik weet hoegenaamd niets van platentektoniek. Bovendien zullen kinderen – grote vragen of niet – toch echt moeten oefenen in cultuurtechnieken, lassen, Griekse declinaties, huidverzorging, schwere Wörter, enz.

    Ik kan zo’n ‘Grote Vragen’-systeem (of kleine vragen, levensvragen, praktijkvragen, maker-vragen, enz.) al met al alleen voor me zien als een extra organiserend principe dat vakken of vakgebieden thematisch / qua denkprocedures (steeds tijdelijk) aan elkaar koppelt en herschikt. Hoe stel jij je dat voor??

    (TIP: met Jelmer en anderen ben ik ooit druk doende geweest het IBMYP op een Nederlandse TTO-school ingevoerd te krijgen. Dat model – dat ook in Ontario vrijwel geheel is overgenomen – probeert elementen van Grote Vragen met bestaande vakgebieden en een kindgerichte aanpak te combineren – ik licht dat de 13e in Leusden ook toe)

    Like

  5. P.S. Je herinnert je een eerder blog waarin ik m’n zorg uitsprak over de ‘psychologisering’ van onderwijs & curricula & het al dan niet ontwikkelingspsycholgisch dichttimmeren van inhouden. Het fijne van je Grote Vragen-systematiek is, dat je scholen, maar vooral ook leerlingen zelf kunt laten aandragen welke vragen voor hen de Grote zijn (waarmee het ook geschikt is in po en mbo, enz.). Als je echter – omgekeerd – heel dwingend gaat bepalen voor leerlingen wat de Grote Vragen zouden moeten zijn, dan weet ik niet of de gehoopte ontmoeting tot stand komt. Het eindexamenonderwerp filosofie havo van dit jaar (over ‘Mondiale Rachtvaardigheid’) is zo een voorbeeld van hoe het niet moet (op het havo)

    Like

    • Hallo Alderik
      Je eerste reactie kan ik niet helemaal volgen. Dat moet je me in Leusden nog maar eens uitleggen.
      Wat betreft je tweede reactie, mijn voorstel houdt een globaal curriculum in, een collectie vragen die in de loop van 12 jaar onderwijs aan de orde kunnen komen. In wezen doet het er niet zoveel toe welke vragen je onderzoekt. Er zijn er zoveel dat alles waarvan we vinden dat jonge mensen die moeten leren – en nog veel meer – gedurende de schoolcarriëre van een kind wel voorbij komt.
      Ik had in dit stuk nog een paragraaf kunnen wijden aan de vraag wat kinderen nog wel moeten kennen en kunnen. Dat komt in een uitgebreidere versie van dit stuk. Maar in het kort komt het erop neer dat je op elk moment het proces van vragen stellen kunt onderbreken, wanneer je vaststelt dat bepaalde kennis of vaardigheden onderbreken. Dan is het tijd voor “cultuurtechnieken, lassen, Griekse declinaties, huidverzorging, schwere Wörter, enz.” Het voordeel is dat je je leerlingen dan niet hoeft uit te leggen waarom die kennis en vaardigheden relevant zijn. Dat volgt uit de vraag waar je al die tijd mee bezig bent.
      Wat betreft plaattektoniek. De vraag is niet of jij daarvan verstand moet hebben. Laat dat maar aan mij over. Dat is het voordeel van vakoverstijgende projecten dat je met collega’s samenwerkt die verschillende expertises hebben.
      Stel dat wij samen de vraag willen onderzoeken hoe levende en niet-levende processen op Aarde elkaar beïnvloeden. Dan zou ik me in mijn lessen kunnen buigen over de vraag of en hoe de levende natuur, inclusief de mens, plaattektoniek, oceanen en de atmosfeer beïnvloeden. Jij zou je in jouw lessen kunnen bezighouden met historische en ethische vragen over de manier waarop de mens het milieu op Aarde beïnvloedt.
      Er valt nog veel meer te zeggen over de vragen die we in opleidingen voor een ambacht of een verzorgend beroep kunnen stellen. Maar ook daar kun je stellen dat je beter bent in je werk naarmate je betere vragen kunt stellen.
      Met andere woorden, het gaat niet om de antwoorden, maar on de juiste vragen. Als we dat aan jonge mensen kunnen meegeven, kunnen we het onderwijs voor hen interessanter maken.

      Like

  6. Met interesse gelezen.

    Vriendelijke groet,

    Like

  7. Dit is op Onderwijs initiatief Gendringen herblogden reageerde:
    Mooi stuk hoor. Lezen.

    Like

  8. Hoi Dick,

    Goed stuk! Vragen zijn essentieel in het leven, vooral, omdat we zo weinig antwoorden hebben…
    Voor mij moet het niet zozeer om de grote vragen gaan, maar om vragen die beweging veroorzaken, vragen die je vooruit helpen in je leven. Soms zijn juist eenvoudige dagelijkse vraagstukken voor mij meer mindblowing dan de grootste filosofische dilemma’s.

    Op welke vraag zoek jij het antwoord?

    Like

    • Dank je, Hanno
      De Grote Vragen zijn bedoeld als alternatief voor een curriculum dat van groep 1 t/m het eindexamen is dichtgemetseld met kennis en vaardigheden die een jong mens in de 21e eeuw moet leren.
      Eén zo’n vraag leidt tot een waterval van andere vragen, waaronder de levensvragen die jij bedoelt. Het een sluit het ander dus niet uit. Integendeel, die soorten vragen komen op een natuurlijke manier uit elkaar voort.
      Dus als jij een school hebt waar het je vooral om die laatste vragen gaat, zoals ik Mijn School in Doetinchem heb leren kennen, staat het je volkomen vrij om daar mee door te gaan.
      De Grote Vragen kunnen je richting geven bij de opleiding die je wilt vormgeven. Bovendien, veel van de vragen die jij met je leerlingen op dit moment al onderzoekt, zou ik persoonlijk wel Grote Vragen noemen. En vergis je niet, het gaat niet zozeer om filosofische vragen, maar ook om heel praktische.

      Like

      • Hoi Dick,

        Dat is een boeiend proces! Ik zou graag met je meedenken in het curricullum. Ik geloof ook in dat je beter kunt leren om te vragen, dan om te leren te antwoorden. Vragen veroorzaken beweging. Dan ga je ook uitde discussie of stelling name en naar het onderzoeken en vinden van gezamelijk gedragen waarden. Het zou toch fantastisch zijn als we met onze leerlingen en studenten samen een vragend curricullum ontwikkelen wat door de vraag in beweging blijft!

        Je antwoord op mijn vraag heb ik nog niet gehad en daarom stel ik hem nog even iets anders:

        Wat is jouw grote vraag?

        Like

      • Hallo Hanno
        Dank voor je enthousiaste reactie.
        Ik heb zelf niet één grote vraag, maar meerdere. Vanuit mijn vak zou ik vragen willen stellen over het ontstaan en de ontwikkeling van het heelal, de Aarde, het leven en de mensheid. Dat biedt al allerlei mogelijkheden voor jarenlang leren en ontdekken in de natuurwetenschappen en de menswetenschappen. Ik zou ook de onbeantwoorde vraag willen stellen over ongelijkheid (economisch, cultureel, seksueel enz.) omdat die vraag ons verder helpt om te begrijpen hoe mensen functioneren (psychologisch, sociologisch, economisch). Zo kan ik nog veel meer vragen bedenken.
        Jouw vragen gaan, als ik het goed begrijp, meer over levensvragen op individueel niveau. Die kun je op dat niveau onderzoeken, maar ook in een breder kader plaatsen en dan ben je weer een stap verder op weg naar begrip.
        Gert Biesta draait het om. Hij wijst erop dat de wereld en de democratische maatschappij vragen stellen aan ons. Denk aan ecologie, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, armoede, oorlog en vrede.
        Dus je kunt twee soorten Grote Vragen stellen. Een om de wereld om ons heen te begrijpen en de andere om onze positie als verantwoordelijke volwassene te bepalen ten opzichte van die wereld.

        Like

  9. Een geweldig idee! Welke school durft het curriculum zo in te richten? Wel vergt het veel van de volwassenheid van de leraar. Kan hij ruimte maken voor verschillende mens- en wereldvisies? Kunnen we het uithouden als er geen antwoord is? De oerknal als materiële verklaring van het ontstaan van de aarde bijvoorbeeld is voor mij een deel van het verhaal. Een leraar moet zich dus bewust zijn van zijn eigen wereldbeeld om het uit te kunnen breiden of tijdelijk opzij te kunnen zetten om ruimte te maken voor vragen. Maar het stellen van grote vragen lijkt me een oneindig veel interessanter uitgangspunt van onderwijs dan de programma’s die onze kinderen nu gedwongen moeten volgen. Dus Dick, hartelijk dank voor dit prachtige stuk!

    Like

  10. Ik ben het helemaal met de schrijver eens. Maar… het geschetste curriculum bestaat al, althans grotendeels. Alle vernieuwingen die nu mondjesmaat in Nederland worden geïntroduceerd, zoals inquiry-led learning, learning in authentic contexts, interdisciplinary learning etc, worden al jarenlang met succes toegepast in de internationale programma’s van het IB (International Baccaleureate): het Primary Years Program (PYP), Middle Years Programme (MYP) en Diploma Programme (DP).

    Zo is in het PYP vrijwel alle lesstof ingebed in de volgende zes thema’s:
    – Who we are.
    – Where we are in place and time.
    – How we express ourselves.
    – How the world works.
    – How we organize ourselves.
    – Sharing the planet.

    In het Middle Years Programme ligt de nadruk meer op globale contexten, zoals:
    – Identities and relationships
    – Personal and cultural identity
    – Orientations in space and time
    – Scientific and technical innovation
    – Fairness and development
    – Globalization and sustainability.

    Docententeams ontwikkelen thema’s die binnen een van deze globale contexten passen. Binnen die thema’s stellen docenten en studenten feitelijke, conceptuele en discutabele vragen, te vergelijken met de Grote Vragen van Dick van der Wateren. Goed uitgevoerd is het een prachtig programma.

    Meer informatie via: http://ibo.org/en/programmes/middle-years-programme/curriculum/

    Like

    • Beste Anne
      Dank voor je reactie. Ik pretendeer niet bepaald de uitvinder te zijn van dit idee. In allerlei vormen en op allerlei plaatsen zijn in de loop van ruim een eeuw onderwijsvernieuwingen dit soort gedachten ontwikkeld en uitgevoerd. Ik weet dat op Internationale Scholen een dergelijk curriculum gangbaar is. Maar dat is mijn punt: op de meeste andere Nederlandse niet. Daar gaat het voornamelijk om de antwoorden en niet of nauwelijks om de vragen, laat staan de vragen die kinderen zelf stellen.
      Mijn vragen aan Internationale Scholen:
      Hoe zijn jullie ervaringen met Grote Vragen? Zijn er vakken waarbij het lastiger is vanuit die vragen te werken?
      In welke mate zijn Grote Vragen leidend in jullie curricula? Je zegt zelf: grotendeels. Zouden ze nog rigoreuzer kunnen worden doorgevoerd?
      Groet. Dick

      Like

      • Hallo Dick,

        Wat ik jammer vind, is dat Nederlandse scholen naar mijn idee weinig over de grens kijken. Het IB heeft een prachtig trainingsprogramma dat docenten opleidt om thematisch te werken, in globale contexten, met feitelijke, conceptuele en discutabele vragen als uitgangspunt. Waarom het wiel opnieuw uitvinden? Ik zeg niet dat het IB ideaal is, en er zijn ook andere manieren om hetzelfde te bereiken, maar het is al helemaal uitgewerkt en heeft zichzelf bewezen, dat is een voordeel.

        Het nadeel van vraaggestuurd onderwijs is m.i. dat het langer duurt om dezelfde feitelijke kennis op te doen. M.a.w. op traditionele scholen leren leerlingen meer. Maar voor veel vernieuwende scholen zal dit geen probleem zijn omdat de nadruk niet meer wordt gelegd op feitelijke kennis, maar op vakoverstijgende, conceptuele kennis en kritisch en probleemoplossend denken. Bedenk wel wat dit betekent: het kan zomaar zijn dat een eindexamenleerling briljant is in kritisch denken, maar niet weet wie Stalin was. Dat is voor veel ouders en docenten even wennen.

        Je vraag over verschillende vakken op internationale scholen kan ik niet beantwoorden, omdat ik alleen docent Nederlands ben.

        Like

      • Hallo Anne
        Het International Baccalaureate is zeker een goed voorbeeld voor Nederlandse scholen, vooral de manier waarop het curriculum tot stand komt en verder wordt ontwikkeld. Daar kunnen we veel van leren.
        Wat betreft feitelijke kennis, de leraar kan (en moet, wat mij betreft) geregeld ingrijpen en het proces van vragen stellen onderbreken, wanneer hij/zij samen met de leerlingen vaststelt dat bepaalde kennis nodig is om verder te kunnen. Grote Vragen laat kinderen niet helemaal los, maar is juist bedoeld om veel kennis en vaardigheden op te doen, terwijl steeds de vraag voorop staat wat relevant is.
        En verder blijft altijd het dilemma, welke kennis moeten kinderen wel leren en welke niet. In het examenprogramma aardrijkskunde is het Nederlandse landschap geschrapt. Ik vind dat idioot, maar anderen blijkbaar niet. Je kunt afspreken dat ze moeten weten wie Stalin is, maar dan ook Lenin, Mao of Castro?
        Tenslotte, ik zeg het wel vaker, het doet er niet toe wát ze leren, als ze maar veel leren.

        Like

  11. Mooie blog, prachtige gedachten.

    Doet me denken aan iemand die ooit zei: “Truth is a pathless land”.

    Op facebook schreef ik er dit over:

    “Niet alle Grote Vragen zijn beantwoordbaar.” Ziedaar de antwoord-verslaving. Jiddhu Krishnamurti was een van de mensen die begrepen dat andermans antwoord niet helpt. Dat de vraag steeds opnieuw, in en door elk individueel persoon, op gezette tijden zich aandient. Samen-leving betekent dat we elkaar de vraag stellen, zonder welk antwoord dan ook te accepteren – inclusief onze eigen antwoorden. Vragen scheppen een creatieve ruimte waarin iets kan veranderen; antwoorden sluiten die creatieve ruimte.
    [Bron: https://www.facebook.com/woepwoep/posts/10152858567531927%5D

    Hartelijke groeten,
    Ronald Wopereis
    (o.a. ben ik penningmeester van Stichting Beelddenken Nederland;
    beelddenkers zijn bij uitstek mensen (kinderen en volwassenen) die vragen stellen;
    Einstein schijnt ook een beelddenker te zijn geweest.

    Like

  12. Gefeliciteerd! Geweldig dat er radicaal over onderwijs wordt gedacht en geschreven en dat die denkers en schrijvers ook de nek uit durven steken om dat te realiseren: ‘to practice what you preach’ zou veel vaker moeten gebeuren. Plus dat ik de energie en de tijdsinvestering die ermee gemoeid zijn ook enorm bewonder.
    Dat (gemeend) gezegd zijnde nu een paar vraagtekens en een beetje kritiek op dít stuk dat – wie weet – een verkorte versie is van een ander stuk waarin al mijn vragen worden beantwoord.

    Socialisatie en persoonsvorming
    Ik ben het eens met het expliciet verbreden van het onderwijs naar socialisatie en persoonsvorming omdat ik denk dat scholen dat toch al onvermijdelijk doen en wel omdat die dingen in elke subcultuur gebeuren, maar dan grotendeels onbewust. Allerlei waarden en houdingen worden in de dagelijkse omgang overgedragen omdat men dat nu eenmaal zo doet. Ik noem maar wat ergs: voor welke dingen om je heen neem je verantwoordelijkheid en hoe ver ga je daarin? Als medeleerlingen of leerkrachten ongewenste en/of verboden intimiteiten begaan, meisjes neerbuigend behandelen of sjoemelen met de beoordelingen en “je” (leraar of leerling) merkt dat, wat doe je dan en hoe doe je dat? Zeggen ‘dat is mijn zaak niet’, rapporteren aan ‘het gezag’, zelf ingrijpen door, hetzij iemand tot de orde te roepen hetzij iemand hulp te bieden? Bij elke stap doe je een keuze en die keuzes te zamen bepalen de gewoonten op dat punt en daarmee een deel van de moraal in de cultuur die de school is/heeft.
    Ik bedoel: socialisatie en persoonsvorming doe je niet zozeer met behulp van regels stellen en er samen over discussiëren (hoewel dat ook moet), maar zitten verweven in al het gedrag van iedereen, neergeslagen in een (steeds in beweging zijnde) subcultuur waarin je met enig zoeken normen en waarden kan ontdekken. Daarmee echt aan de slag gaan vereist vooral bewustwording van het eigen gedrag en de eigen motieven en de processen die zich in alle culturen voordoen.

    Onder ‘Goed onderwijs’ zie ik een alinea die zegt dat altruïsme – of liever, het omgekeerde van egocentrisme – de volwassen manier moet zijn van in het leven staan. Terwijl de basisgedachte van dit onderwijs is dat de vragen belangrijker zijn dan de antwoorden, wordt hier opeens een nogal stellig antwoord gegeven op een essentiële levensvraag. Eigen wensen en verlangens kunnen heel goed die naar een betere wereld zijn, of betrekking hebben op het welzijn van de eigen groep ipv het individu. Eigenbelang en algemeen belang hebben een veel complexere relatie met elkaar dan de tegenstelling die hier wordt gesuggereerd. Dus: ook hier, het principe volgen van vragen ipv (dogmatisch) antwoorden.

    De tekst onder ‘Onbeantwoordbare vragen’ getuigt m.i. van een enorme blinde vlek. Ik zie werkelijk niet in waarom de vraag naar de oorsprong van het heelal wel en die naar de oorsprong van maatschappelijke ongelijkheid niet beantwoordbaar zou zijn. Dat er in de loop van de geschiedenis allerlei legitimerende mythes bestonden, bedoeld om de ware oorsprong van ongelijkheid (meestal iets met moord en doodslag) te verhullen, mag geen reden zijn om die waarheid niet te willen vinden en is geen reden waarom die verklaring niet zou bestaan. Als ik het goed zie worden sociologische vragen (ongelijkheid/onderdrukking op basis van klasse, sekse, ras , stam, cultuur/geloof) als onbeantwoordbaar beschouwd en natuurkundige/biologische als beantwoordbaar. Nou ja, iets genuanceerder: er is “geen simpel en eenduidig antwoord op”. En de evolutie van de planeet en het leven erop? Wel simpel en eenduidig verklaard? Nergens zoveel mythevorming over als over het ontstaan van de aarde en het leven, toch?
    Enigszins gechargeerd wordt voor de grote vragen over het heelal en het leven verwezen naar Einstein en Darwin en voor de grote historische en sociologische vragen naar de Bijbel en de Odyssee. Alsof Comte, Durkheim, Marx, Weber, Kuhn en Elias nooit hebben bestaan. Hier zien we overigens het misverstand van bijna alle natuurwetenschappers, namelijk dat er maar één soort wetenschappelijke verklaring bestaat, de natuurwetenschappelijke. Die kun je niet toepassen op de maatschappij en daarom blijft alles wat daar gebeurt onverklaarbaar en onverklaard.

    Er moet naar mijn smaak dus veel meer sociologie, antropologie en liefst ook kennisfilosofie in het onderwijsconcept worden verwerkt. (Dit is geen sollicitatie; ik heb andere bezigheden.)

    Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Een Curriculum van Grote Vragen | ICT en Onderw... - 1 juni 2015

    […] De discussie over een nieuw curriculum voor het Nederlandse onderwijs heeft met het programma Onderwijs 2032 onmiskenbaar een stap vooruit gemaakt. Voor het eerst sinds lange tijd wordt serieus nag…  […]

    Like

  2. Vragen bij Uluru #blimage | Dick van der Wateren's Blog - 2 augustus 2015

    […] is mijn overtuiging dat het onderwijs de opdracht heeft dit soort vragen serieus te nemen. In een andere blog schreef ik over een curriculum dat helemaal opgebouwd is rond, wat ik noem, de Grote Vragen. Dat is […]

    Like

  3. Een Curriculum van Grote Vragen | RobScoops | ... - 11 augustus 2015

    […] De discussie over een nieuw curriculum voor het Nederlandse onderwijs heeft met het programma Onderwijs 2032 onmiskenbaar een stap vooruit gemaakt. Voor het eerst sinds lange tijd wordt serieus nag…  […]

    Like

  4. De Akademia. Plan voor een nieuwe school in Amsterdam | Dick van der Wateren's Blog - 6 september 2015

    […] De Akademia is een brede, multiculturele scholengemeenschap ‘zonder muren’ voor primair en voortgezet onderwijs (vmbo/havo/vwo), waar jonge mensen leren breed, kritisch en creatief te denken. Op de Akademia begint onderwijs bij nieuwsgierigheid, verwondering en spel: zichtbaar in het curriculum dat permanent in ontwikkeling is. Dat is het curriculum van Grote Vragen, een doorgaande leerlijn vanaf groep 1 tot aan het VO-eindexamen. Grote Vragen zijn de ‘eeuwige’ vragen en verhalen over de wereld, de mensheid, de natuur en technologie. (Lees over mijn ideeën over het curriculum van Grote Vragen hier.) […]

    Like

  5. De Akademia. Plan voor een nieuwe school in Amsterdam | akademiaamsterdam - 18 september 2015

    […] De Akademia is een brede, multiculturele scholengemeenschap ‘zonder muren’ voor primair en voortgezet onderwijs (vmbo/havo/vwo), waar jonge mensen leren breed, kritisch en creatief te denken. Op de Akademia begint onderwijs bij nieuwsgierigheid, verwondering en spel: zichtbaar in het curriculum dat permanent in ontwikkeling is. Dat is het curriculum van Grote Vragen, een doorgaande leerlijn vanaf groep 1 tot aan het VO-eindexamen. Grote Vragen zijn de ‘eeuwige’ vragen en verhalen over de wereld, de mensheid, de natuur en technologie. (Lees over mijn ideeën over het curriculum van Grote Vragen hier.) […]

    Like

  6. Grote Vragen in de klas | Akademia Amsterdam - 18 oktober 2015

    […]  Leerlingen laten knikkers vallen in een bak met meel en bootsen zo inslagkraters na. Ik begin met vertellen dat ik het liefst onderwijs zou willen geven vanuit Grote Vragen en dat ik plannen maak voor een school die zo werkt. Het is heel opmerkelijk dat de leerlingen, zonder dat ik er veel over uitleg, meteen begrijpen wat Grote Vragen zijn. Ze noemen: Hoe is het heelal ontstaan? Hoe is de Aarde ontstaan? Wat is de zin van het leven? Precies de vragen waar ik zelf ook op ben uitgekomen: de ‘eeuwige vragen’ van de mensheid. (Zie ook het schoolplan van De Akademia en post over curriculum van Grote Vragen.) […]

    Like

  7. Grote Vragen in de klas | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 22 oktober 2015

    […] Ik begin met vertellen dat ik het liefst onderwijs zou willen geven vanuit Grote Vragen en dat ik plannen maak voor een school die zo werkt. Het is heel opmerkelijk dat de leerlingen, zonder dat ik er veel over uitleg, meteen begrijpen wat Grote Vragen zijn. Ze noemen: Hoe is het heelal ontstaan? Hoe is de Aarde ontstaan? Wat is de zin van het leven? Precies de vragen waar ik zelf ook op ben uitgekomen: de ‘eeuwige vragen’ van de mensheid. (Zie ook het schoolplan van De Akademia en post over curriculum van Grote Vragen.) […]

    Like

  8. Ons Onderwijs2032. Neem je ruimte | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 24 januari 2016

    […] Het Volkskrantstuk maakt niet helemaal duidelijk wat de veronderstelde stelselwijziging inhoudt. Vermoedelijk wordt bedoeld het advies aan scholen om meer vakoverstijgend te werken. Schnabel et al. pleiten voor het loslaten van de klassieke vakkenindeling en het onderwijs te ontwerpen vanuit de kennisgebieden Mens en Maatschappij, Natuur en Technologie en Taal en Cultuur (de drie bovenste bolletjes in het diagram hieronder). Een heel zinnig advies dat leraren en leerlingen in staat stelt de vragen (van oeroud tot actueel) te bestuderen die voor nu en de komende decennia relevant zijn. De Grote Vragen. […]

    Like

  9. Ons Onderwijs2032. Neem je ruimte | Manuela Bazen-Steenkamp - 25 januari 2016

    […] Het Volkskrantstuk maakt niet helemaal duidelijk wat de veronderstelde stelselwijziging inhoudt. Vermoedelijk wordt bedoeld het advies aan scholen om meer vakoverstijgend te werken. Schnabel et al. pleiten voor het loslaten van de klassieke vakkenindeling en het onderwijs te ontwerpen vanuit de kennisgebieden Mens en Maatschappij, Natuur en Technologie en Taal en Cultuur (de drie bovenste bolletjes in het diagram hieronder). Een heel zinnig advies dat leraren en leerlingen in staat stelt de vragen (van oeroud tot actueel) te bestuderen die voor nu en de komende decennia relevant zijn. De Grote Vragen. […]

    Like

  10. Ons Onderwijs2032. Neem je ruimte - Onderwijscoöperatie - 18 mei 2016

    […] Het Volkskrantstuk maakt niet helemaal duidelijk wat de veronderstelde stelselwijziging inhoudt. Vermoedelijk wordt bedoeld het advies aan scholen om meer vakoverstijgend te werken. Schnabel et al. pleiten voor het loslaten van de klassieke vakkenindeling en het onderwijs te ontwerpen vanuit de kennisgebieden Mens en Maatschappij, Natuur en Technologie en Taal en Cultuur (de drie bovenste bolletjes in het diagram hieronder). Een heel zinnig advies dat leraren en leerlingen in staat stelt de vragen (van oeroud tot actueel) te bestuderen die voor nu en de komende decennia relevant zijn. De Grote Vragen. […]

    Like

  11. Een Curriculum van Grote Vragen - Onderwijscoöperatie - 18 mei 2016

    […] Lees verder hier>> […]

    Like

  12. Ons Onderwijs2032: neem je ruimte - Onderwijscoöperatie - 22 juni 2016

    […] Het Volkskrantstuk maakt niet helemaal duidelijk wat de veronderstelde stelselwijziging inhoudt. Vermoedelijk wordt bedoeld het advies aan scholen om meer vakoverstijgend te werken. Schnabel et al. pleiten voor het loslaten van de klassieke vakkenindeling en het onderwijs te ontwerpen vanuit de kennisgebieden Mens en Maatschappij, Natuur en Technologie en Taal en Cultuur (de drie bovenste bolletjes in de diagram). Een heel zinnig advies dat leraren en leerlingen in staat stelt de vragen, van oeroud tot actueel, te bestuderen die voor nu en de komende decennia relevant zijn: de Grote Vragen. […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: