Vanmorgen publiceerden mijn Odisee-collega’s Jaantje Verbruggen en Marlies Algoet onderstaand blogbericht op Kleutergewijs. Bij deze deel ik het ook hier. Misschien vindt u ook inspiratie in de andere materialen die ze samen met onze collega Lieve Van Severen en andere projectpartners in het project Boeken troef! ontwikkelden. Het zou me niet verbazen, want zelf vond ik de presentaties en discussies op de vergaderingen van hun stuurgroep altijd bijzonder inspirerend. Veel lees- en leerplezier.

Sommige kinderen groeien op in een omgeving die rijk is aan gevarieerde teksten. Er wordt dagelijks gelezen en voorgelezen, er zijn kranten en tijdschriften, er worden gesprekken gevoerd over onderwerpen waar iedereen even over moet nadenken. Ze kunnen vragen stellen en leren op die manier veel over de wereld om hen heen. Zo leren ze ook veel woorden.

Voor andere kinderen is de school de enige plek waar ze rijke taal tegenkomen, waar ze voorgelezen worden en in gesprek kunnen gaan over allerlei onderwerpen op allerlei niveaus. Op momenten dat ze niet naar school kunnen, missen ze – zoals tijdens de recente lockdowns bleek – deze taalinput. In dergelijke situaties ontbreekt het de kinderen aan kansen om hun woordenschat en hun ‘talige ervaring’ uit te breiden. Belangrijke kennis die nodig is om steeds complexere woorden en zinnen te begrijpen.

De scholensluiting heeft laten zien hoe groot de kansenongelijkheid binnen het onderwijs is. Omdat veel kinderen afhankelijk zijn van de school om zich talig te kunnen ontwikkelen, is het van belang dat het taalaanbod daar rijk is.

Uit Rijke teksten, rijke lezers door Tjalling Brouwers, 2021

We zijn, zowaar tijdens de voorleesweek, aanbeland bij het vierde en laatste deel van ons leesmaterialenkwartet.

In deel 1 (januari 2021), deel 2 (februari 2021) en deel 3 (mei 2021) trachtten we je te inspireren om agenda’s, atlassen, catalogi, encyclopedieën, fabels, fotoboeken, handleidingen, informatieve boeken, kunstkijkboeken, partituren, silent books en tijdschriften in te zetten in de kleuterklas. We gaven je ook enkele tips rond hoe je functioneel en succesvol kan werken rond poëzie met kleuters.

In dit laatste deel van onze A-tot-Z-leesmaterialenblogs belichten we graag enkele verrassende manieren om met sprookjes te werken in de kleuterklas, en geven we je ter afsluiting een gemakkelijke checklist mee om door het rijk en gevarieerd leesaanbod in je klas te gaan – een belangrijk criterium van een krachtige leesomgeving.

Veel (voor)lees(materiaal)- en afvinkplezier!

Houden je kleuters van sprookjes, dan geven we graag enkele tips mee om op verrassende manieren aan de slag te gaan met deze volksverhalen in de kleuterklas.

Ten eerste verwijzen we graag naar het blogbericht Er was eens (Claes, 2017), ten tweede geven we tips rond Assepoester, twee koningen en drie biggen:

Een populair sprookje als Assepoester leent zich uitstekend om, samen met de kleuters, in andere sprookjes te duiken. Neem er eens een modern sprookje bij, zoals de onovertroffen hedendaagse klassieker Koning en Koning (de Haan & Nijland, 2000). Als je beide sprookjes enkele malen aan de kleuters hebt voorgelezen, kan je zelfs met de jongste kinderen een venndiagram maken om te laten zien wat ‘hetzelfde’ en wat ‘anders’ is aan de sprookjes Assepoester en Koning en Koning. Je kan zo samen de overeenkomsten en verschillen bespreken.

Om met kleuters vanuit een bestaand sprookje op verkenning te gaan in andere sprookjes, kun je ook met een klein groepje in de boekenhoek gaan snuisteren, en gezellig samen lezen en ontdekken. Denk voor Assepoester bv. aan het Marokkaanse sprookje Rommada uit Sprookjes met de kleur van henna dat je kan voorlezen (Wille & d’Or, 2019); of De mooie Wassilisa uit De sprookjesverteller: Russische sprookjes (Tjong-Khing, 2020). Kleuters die ervan houden om met de juf of meester én een boek in een gezellige hoek te kruipen, zullen jou maar al te graag deze sprookjes horen voorlezen – om samen met jou op zoek te gaan naar herkenbare elementen uit het Assepoester-sprookje.

Via sprookjes breng je de kleuters dus ook in contact met cultureel erfgoed van hier en elders. Na het lezen van een aantal sprookjes, kun je met de kleuters ook nadenken over de typische structuur en inhouden van een sprookje. Sprookjes van vroeger beginnen heel vaak met ‘Er was eens’ of ‘In een land, hier heel ver vandaan’ en eindigen vaak met ‘en ze leefden nog lang en gelukkig.’ Dikwijls is er een jongen of een meisje dat in allerlei problemen raakt, maar op het einde toch heel sterk en krachtig blijkt te zijn, of gered wordt. Moderne sprookjes durven met de inhoud en met de vorm van oude sprookjes wel eens spelen. Wat maakt dan dat moderne sprookjes toch nog sprookjes zijn?  Als dat geen interessante denkvraag is?

(doelen) Met sprookjes werk je aan meerdere doelen. Ten eerste oefenen de kleuters hun luisterhouding en begrijpend luisteren – belangrijke voorlopers van begrijpend lezen. Daarnaast lenen sprookjes zich prima tot verhaalanalyse, omdat ze telkens op dezelfde wijze zijn opgebouwd. Sprookjes hebben een duidelijk begin, midden en einde en kleuters leren zo op een gemakkelijke manier hoe een verhaal is opgebouwd. Het duidelijke ‘goede’ en ‘slechte’ in een sprookje past ook perfect bij de kleuterleeftijd en helpt de kleuters bij het opbouwen van hun innerlijk moreel kompas. De kleuters maken bovendien kennis met belangrijk erfgoed, want dat zijn de oude volkssprookjes immers. Bij het vergelijken van overeenkomstige sprookjes in verschillende landen en culturen werk je meteen aan werelderfgoed, aan literaire competenties en vergroot je de interculturele bagage van de kleuters. Oude met nieuwe sprookjes en sprookjes uit verschillende culturen vergelijken, scherpt het denkvermogen. En misschien nog het belangrijkste: luisteren naar sprookjes, dat is samen genieten. 

En voor de kleuters die het aankunnen: overweeg eens een stukje voor te lezen uit de fenomenale Gruwelijke rijmen van Roald Dahl: niet enkel vorm (illustraties) en taalgebruik (schrijfstijl, woordkeuze …) verschillen, zelfs de inhoud! Let op: niet voor gevoelige zieltjes. 

Houden jouw kleuters meer van dierensprookjes, zoals De drie biggetjes?

Lees dan zeker nog eens de tips die je krijgt in het blogbericht Wie is er bang van de boze wolf? (Claes, 2015), om STEMmig rond dit sprookje te werken met de kleuters.

Of ga, zoals juf Philippine dat deed, aan de slag met twee verschillende versies van dit sprookje:

Juf Philippine bood afwisselend deze twee versies aan tijdens voorlees- en vertelmomenten. Na enkele voorleessessies ging ze bij de kleuters na of de volgorde van de gebouwde huizen in elke versie hetzelfde is (stro – hout – baksteen), en welke wolf ze de meest angstaanjagende vonden en waarom. Heel ongedwongen liet ze de kleuters op die manier diep nadenken: de kleuters vergeleken, analyseerden en evalueerden vorm en inhoud. Nadien trok ze met een klein groepje kleuters naar de boekenhoek om nog wat verder in te gaan op de twee versies: zo gingen ze na in welk van de twee verhalen de kleuters het liefst zouden meespelen; welk personage ze dan wilden zijn … Alweer kregen de kleuters diepe denkkansen (toepassen en creëren) én werd hun fantasie diep aangeboord. Er werden ook twee afbeeldingen geselecteerd om nog wat diepgaander te bestuderen: Wat is hetzelfde, wat is anders? De kleuters werd ook gevraagd daarbij eens goed te luisteren: horen ze ergens een verschil als de leerkracht de tekst bij die prenten voorleest? (‘hut van stro’ vs. ‘strohuisje’, ‘het vloog zo de lucht in’ vs. ‘de hut van stro is licht. Hij stort in’). Twee eenvoudige sprookjes, maar wat een rijkdom aan denk-, taal- en literaire kansen!

De kleuters kregen nadien ook de mogelijkheid om in duo’s of individueel verdiepend aan de slag te gaan met werkblaadjes bij deze twee prentenboeken. Voorbeelden van die werkblaadjes:

  • de ene kleuter krijgt een turfblaadje met de wolf uit de ene versie, de andere kleuter met de wolf uit de andere versie. Ze nemen de toegewezen versie door, en zetten een kruisje telkens ze hun wolf afgebeeld zien. Nadien vergelijken ze hun blaadjes: in welk boek komt de wolf het vaakst voor?;
  • in eenzelfde versie gaat de kleuter na welke big het meest/minst voorkomt;
  • de kleuter verbindt de juiste big met het juiste huisje uit het boek;
  • … en voor de krakken: grondig zoeken geblazen: welke big uit het ene boek hoort bij welk huisje uit het andere boek?

(doelen) Twee versies van een sprookje vergelijken, biedt literaire kansen (“Hé, die zegt dat anders!”), kansen op meer woordenschatverwerving en kansen rond begrijpend luisteren. Er worden spreekmomenten gecreëerd en de kleuters duiken diep in de taxonomie van Bloom (analyseren, redeneren, creëren). Ze kijken en vergelijken bovendien aandachtig de prenten en zoomen eventueel in op de verschillende tekenstijlen. Ze merken hoe sprookjes opgebouwd worden op een typische manier – wijs hen bv. ook eens op het belang van het getal drie – en dat vertellers zich in een vast stramien kleine vrijheden permitteren, om toch hun eigen stempel op het sprookje te drukken. De extra spelletjes lokken de kinderen de boekenhoek in, mooi meegenomen!

Ga je aan de slag met één of meerdere van de bovenstaande tips? Aarzel niet om daar een (foto)verslagje van te maken, en door te sturen naar De Boekenhouder … Wie weet krijgen jouw kleuters, kleuterklas of -school wel een mooi plekje op https://boekenhouder.be/ !

Wat vertellen een eerste, en een tweede, en een derde blik op het leesaanbod in jouw klas jou?

Kunnen de kleuters van jouw klas grasduinen door, lezen in, aan de gang gaan met een afwisselend, bont, breed, divers, gemengd, gevarieerd, gul, heterogeen, rijk(elijk), ruim, uitgebreid, veelomvattend, verscheiden, welig en tierig assortiment aan (prenten)boeken en andere leesmaterialen?

Een degelijk en deugdelijk leesaanbod is één van de pijlers van een krachtige leesomgeving, waarmee je investeert in de autonome leesmotivatie – kleuters ervaren door motiverende opdrachtjes de (prenten)boeken en andere leesmaterialen als nuttig en zinvol.

Op de website van De Boekenhouder kan je al even een uitgebreid observatieschema voor je leesaanbod downloaden. Wil je echter sneller een algemeen zicht hebben op welke (prenten)boeken en andere leesmaterialen deel uitmaken van jouw leesaanbod, dan kun je ze op deze nieuwe checklist turven.

Jouw gehele leesaanbod hoeft zeker niet voortdurend aan álle criteria te voldoen, dat is schier onmogelijk (en dan zouden we ook algauw spreken van een overaanbod). Met deze opsomming willen we je vooral helpen om een zicht te krijgen op de vele mogelijkheden wat (prenten)boeken en andere leesmaterialen betreft – pas wanneer je weet wat er allemaal op de markt is voor gebruik in de kleuterklas, kan je een passend aanbod samenstellen. We willen je ook een leidraad geven om wat meer variatie te brengen in je leesaanbod. Zo kunnen we je hopelijk inspireren om telkens opnieuw, samen met de kleuters, in het leesaanbod te duiken.

Een kleine handleiding voor de checklist leesaanbod:

Ga met deze lijst langs je leesaanbod – zowel in als buiten de boekenhoek, doorheen het hele klasgebeuren dus. Ook de andere plekken op school waar jouw kleuters toegang hebben tot leesmaterialen, horen hierbij – gang, eetzaal, turnzaal …

Deze ‘toer’ doorheen je leesmaterialen kan je tot drie keer toe herhalen, met drie keer een andere focus. Bij elke ronde onderwerp je je leesaanbod aan belangrijke criteria van een rijk en gevarieerd leesaanbod, beschreven in de Doorgaande Leeslijn (2020).

Voldoen de boeken en teksten en leesmaterialen die deel uitmaken van jouw leesaanbod aan deze criteria, anders gezegd: kon je veel aanvinken … dan heb je alvast een rijk en gevarieerd leesaanbod dat de lees-, leef- en belevingswereld van de kleuters kan verbreden!

  • Chambers, A. (2013). Leespraat: Vertel eens & De leesomgeving. Leidschendam: NBD Biblion.
  • Christoffels, I., Baay, P., Bijlsma, I., & Levels, M. (2016). Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede. Stichting Lezen en Schrijven. Expertisecentrum Beroepsonderwijs: ’s-Hertogenbosch.
  • Mazarese, Ch. & en Verheyden, L. (2005). Verhalen zijn vensters op de wereld. ICO-iseer je aanbod! Kleuters & ik, Jrg. 21/3 – 2004-2005 of via de website van het Centrum voor Taal en Onderwijs, http://www.cteno.be/?idWs=15 
  • Poland, M. (2006). Jouw verhaal is mijn venster. Wereld van het jonge kind, jrg. 33 (7), 204-208. (te downloaden via https://www.hjk-online.nl/nummer/maart-2006/)
  • Smith, M. W., & Dickinson, D. K. (2002). Early Language & Literacy Classroom Observation (ELLCO) Toolkit, Research Edition [with] User’s Guide.
  • Verley, V. (2010).  Prentenboeken als invalshoek om te leren omgaan met diversiteit. Deze interessante bundel vind je op de website van het Steunpunt Diversiteit en Leren, http://www.diversiteitenleren.be/nl/home 
  • Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Laatst geraadpleegd november 2021 via  https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/geletterdheid-bij-mensen-in-armoede

Dit blogbericht werd opgesteld door Jaantje Verbruggen en Marlies Algoet in het kader van Boeken troef! – een Lezen op School-project gefinancierd door de Vlaamse overheid.

0 0 votes
Article Rating

Docent in de professionele Bacheloropleiding Kleuteronderwijs Odisee, staflid van de Dienst Onderwijs en Kwaliteit van de hele hogeschool en coördinator van www.MyCompass.be breed geïnteresseerd in onderwijskundige thema's, maar bijzonder in startende leraren en informeel leren. werkte voorheen in binnen- en buitenland als leraar, vormingswerker, projectcoördinator en onderwijsadviseur.

Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments

About johandewilde

Docent in de professionele Bacheloropleiding Kleuteronderwijs Odisee, staflid van de Dienst Onderwijs en Kwaliteit van de hele hogeschool en coördinator van www.MyCompass.be breed geïnteresseerd in onderwijskundige thema's, maar bijzonder in startende leraren en informeel leren. werkte voorheen in binnen- en buitenland als leraar, vormingswerker, projectcoördinator en onderwijsadviseur.

Category

onderwijs