Waarom moeten kinderen naar school? Kinderen geven als antwoord: ‘Omdat het moet’. Volwassenen raken door de vraag in verlegenheid. Zo opent Geert de Vries’ dissertatie, Het pedagogisch regiem. Groei en grenzen van de geschoolde samenleving (1993).

Nut en noodzaak van scholen staan zelden ter discussie en het vermogen van scholen wordt sterk overschat. ‘School cannot compensate for society’. Onderwijs helpt onrechtvaardigheid, sociale ongelijkheid en armoede de wereld niet uit, de pandemie blijft de pandemie en de vroege selectie blijft de vroege selectie. Dat zijn kwesties waar de politiek mee aan de slag moet, iemand als wethouder Moorman.

N.B. Deze blog verscheen eerder op mijn site Kundig in het Midden.

Op het programma van het onderwijs staat ‘eerlijke selectie’ van kinderen voor het hoger onderwijs bovenaan de lijst met doelen, en misschien lukt het soms om een kind een duwtje te geven in die richting. Maar laten we ons over de ‘eerlijkheid’ van de selectie geen illusies maken. Scholen kunnen er niets aan doen dat die selectie in Nederland zo vroeg plaats vindt, en ze kunnen niets veranderen aan de tweedeling die deze selectie inhoudt: de splitsing tussen kinderen op het algemeen vormende en praktische onderwijs, en onvermijdelijk en onterecht een tweedeling in winners en losers.

De documentaire Klassen geeft een helder beeld van wat scholen wél en niet vermogen. Zo is het onrealistisch om van juffrouw Jolanda en Astrid te verwachten dat ze leerlingen ‘gelijke kansen’ kunnen bieden. Zij roeien met de riemen die ze hebben, in een onderwijsstelsel waarin de cito-toets de maat van alle dingen is, en het vwo en hoger onderwijs het hoogste goed. De ongelofelijk mooie en intiem gefilmde beelden laten zien, dat leerkrachten kinderen die in armoede leven kunnen steunen, maar aan de armoede zelf kunnen ze niets doen.

Wat scholen wél kunnen dat speelt zich af in de beslotenheid van de school en de klas, in interacties met de kinderen. Als het goed is kan school als een wereld op zich functioneren, een positieve enclave in een zee van onrechtvaardigheid. Het is indrukwekkend wat juffrouw Jolanda en Astrid op dat gebied voor elkaar krijgen. Beiden zijn dol op hun kinderen en ze hebben een warme en vertrouwelijke band met hen. De documentaire zoemt in op juf Jolanda en de tienjarige Anyssa. Jolanda weet dat Anyssa veel in haar mars heeft en ze is en detail op de hoogte van haar moeizame thuissituatie. Anyssa slaapt slecht, eet slecht, en vaak kan ze zich op school niet concentreren. Maar school is voor haar een toevluchtsoord. Daar is Jolanda, die altijd voor haar klaar staat en die haar dag in dag uit met al het mogelijke probeert te helpen. Welke schoolloopbaan Anyssa ook tegemoet gaat, Jolanda heeft haar een kernboodschap meegegeven. ‘Je doet ertoe en je bent tot veel in staat!’

Van juf Astrid krijgen we te zien wat ze in klassenverband kan bereiken. Bij de voorbereiding op een excursie naar de Hortus Botanicus geeft zij een prachtig staaltje van dat waartoe een goede leerkracht in een klas in staat is. De kinderen krijgen eerst een raadsel mee naar huis en het goede antwoord is ‘chocola, en dat is de start voor een les over cacaobonen. Waar komen cacaobonen vandaan, is chocola een natuurlijk product? De klas luistert geconcentreerd, de kinderen denken mee. Astrid maakt ze nieuwsgierig en motiveert ze. Eenmaal in de Hortus blijkt hoe goed de lessen hebben gewerkt. Een medewerker van de Hortus geeft een inleiding en de vragen die zij stelt kunnen de kinderen moeiteloos beantwoorden. Eenmaal buiten storten ze zich op de Heliconiaplant, die ze herkennen omdat ze er een opdracht over hebben gemaakt. Ze zijn trots op zichzelf en op elkaar.

In de klas en in de contacten gebeurt het, en dat maakt het zo verschrikkelijk wanneer corona uitbreekt en die contacten tussen de leerkrachten en leerlingen worden verschraald tot zoemen. Er zijn de technische fricties, zoals dat het geluid uitstaat of een wifi die ‘slechte verbinding’ aangeeft, maar vooral is er de sociale armoede die deze vorm van communicatie teweeg brengt – het snijdt je door je ziel. Wat online ontbreekt is het enthousiasme, de emotionele energie die in een klaslokaal ontstaat wanneer het lukt om leerlingen zich gezamenlijk op een onderwerp te laten concentreren. ‘Het blijft een iPad’, zegt juf Astrid, ‘het zijn geen kinderen’. En om zichzelf moed in te spreken: ‘Niet te veel over nadenken. Ik hoop dat het snel weer wordt opgelost.’

Inmiddels zijn we bijna een jaar verder en de scholen zijn nog steeds aan het zoemen. In de tussentijd zijn leerkrachten en kinderen in hun onderlinge contacten veel tekort gekomen. In een ruimte waar kinderen en leerkrachten in elkaars fysieke aanwezigheid verkeren lukt het honderd keer beter om een wereld op zich te creëren. Kinderen kunnen daarin nieuwsgierig en leergierig worden, ze kunnen eigenwaarde en zelfvertrouwen ontwikkelen. Daar ligt de basis van cognitieve, sociale en emotionele groei.

Op dit moment bestaat er grote bezorgdheid over de schade die corona aan kinderen en adolescenten heeft aangericht. ‘Een nationaal onderwijsplan’, ‘een Deltaplan voor het onderwijs’ – talloze ideeën komen langs: verleng de openingstijden van de school, verleng het jaar, laat kinderen een jaar zitten, geef ze bijles, organiseer een zomerschool, maak de selectie later. Het is een lijst met een open einde, in te vullen door mensen met kennis van zaken en fantasie. De neiging bestaat om die schade vooral in termen van achterstanden te bekijken, van ‘onderwijstijd’ en cito-scores.

Ik pleit ervoor om dat af te zwakken – net als Klaas Mulder elders in Sociale Vraagstukken doet. De schade is breder, dieper en anders dan ‘achterlopen voor de cito-toets’, en die zal er voor verschillende leerlingen verschillend uitzien. Zorg ervoor dat de school de functie van enclave en toevluchtsoord kan hernemen, bedenk zo veel mogelijk gelegenheden voor menselijk contact. Om kinderen te helpen met lezen, schrijven en rekenen, om naar ze te luisteren en met ze te praten. Om ze ervan te overtuigen dat ze tot veel in staat zijn.

4.7 7 votes
Article Rating
Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

2 Reacties
nieuwste
oudste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments

About Rineke van Daalen

I am a sociologist, who worked at the Department of Sociology of the University of Amsterdam. My field of interest is broad: children and how they develop by playing, learning and working; the middle classes and their work; changes in the model of home birth in the Netherlands; letters of complaint to government instititutions in relation to the welfare state; informal lunches as a collective arrangement at Dutch primary schools. My theoretical approach is a combination of interaction reserarch and figurational sociology. I work in the tradition of Norbert Elias, Johan Goudsblom, Abram de Swaan, Erving Goffman. My site: rinekevandaalen.nl. For some of my publications see: https://uva.academia.edu/rinekevandaalen

Latest Posts By Rineke van Daalen

Category

determinatie, onderwijs, pedagogiek, praktijk

Tags

, ,