Rekentoets

Interview aan mij door Monique Evers, Limburgs Dagblad, woensdag 21 januari 2015

 

Onze kinderen hebben moeite met rekenen, zegt prof. dr. Paul A. Kirschner, hoogleraar onderwijspsychologie aan de Open Universiteit in Heerlen. „Om daar wat aan te doen hebben ze in ‘Den Haag’ een stok achter de deur bedacht: de rekentoets. Maar een toets zorgt er niet voor dat de kinderen beter leren rekenen. Nee, we hebben het hier over twintig jaar slecht rekenonderwijs. Dáár moet je wat aan doen.” De komst van die rekentoets begon een aantal jaren geleden met de constatering dat studenten van de Pabo, de juffen en meesters van de toekomst, niet goed konden rekenen. Die studenten moeten straks wel onze kinderen en kleinkinderen leren rekenen. „Dus krijgen Pabostudenten nu een rekentoets. En drie kansen om hem over te doen. Als ze de toets dan halen, kunnen ze rekenen op het niveau van ongeveer groep 8. Op dat moment vinden wij ze kennelijk geschikt om rekenonderwijs op de basisschool te geven. Ze hebben dan het minimale in huis.”

Daar komt bij, zegt Kirschner, dat bijna alle basisscholen tegenwoordig de kinderen het zogenaamde realistisch rekenen leren. Ze tellen knikkers en delen pizza’s. Kinderen leren rekenen in een context. Het idee is dat als ze zich er iets bij voorstellen, ze beter zullen rekenen. „Maar ik vind dat je kinderen moet leren om te automatiseren. Hoofdrekenen dus. Dat is zonder rekenmachine. Want dat is ook zo’n punt. Bij die nieuwe rekentoetsen mag je bij een groot deel van de opgaven een rekenmachine gebruiken.”

„Kijk hier, een som waarbij je het migratiesaldo moet uitrekenen. Er komen termen als emigratie en immigratie in voor. Daar moet je dan wel de betekenis van kennen. Is dit rekenen? Wat wordt hier eigenlijk getoetst, lezen, rekenen…?

Het is vooral een leestoets waar je een rekenmachine bij mag gebruiken”, zegt hij. Die rekentoets, mits die goed zou zijn, lijkt te zijn gemaakt om te constateren dat het fout is gegaan met ons rekenonderwijs, volgens Kirschner. „Want heel veel scholieren haalden de toets niet.Wat zegt dat over de toets? Wat zegt dat over het rekenonderwijs?”

Hoe zal het nu verder gaan? „Teach to the test, daar zal het wel op neerkomen. Scholen zullen kinderen een spoedcursus geven waarin ze toewerken naar de rekentoets. Er zullen ouders zijn die hun kinderen gaan of laten bijspijkeren. Commerciële bureaus zullen een gat in de markt zien”, voorspelt Kirschner. „Maar de vraag is natuurlijk: hebben we de kinderen goed leren rekenen? Ze leren het niet goed op de basisschool, ze leren het nauwelijks op de middelbare school en aan het eind gaat we testen. Waar ben je dan mee bezig?”

Dus moeten we wat de hoogleraar betreft af van het realistisch rekenen. „Automatiseren en uit het hoofd rekenen. Laten we de kinderen leren hoe de schaakstukken lopen, voordat we met ze gaan schaken.”

 

Join the conversation! 2 Comments

  1. De inhoud van dit artikel is herkenbaar. We zitten op de opleiding voor leerkrachten van de basisschool ook met studenten die moeite hebben met het oplossen van complexe rekenvraagstukken . omdat de begrippen in de sommen onduidelijk voor hen zijn.

    Reply
  2. […] De kwaliteit van de instroom is één mogelijke verklaring. Een andere, zeer plausibele, verklaring is te vinden in de kwaliteit van de rekentoets. Vanuit verschillende kanten is er zeer stevige kritiek op de kwaliteit van de opgaven gekomen. Hoogleraar Paul Kirschner hierover: […]

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

onderwijs, onderzoek

Tags