Jan Bransen schreef op zijn blog: Onder druk van de coronacrisis buigt het onderwijs zich op dit moment over het toetsen op afstand. Menigeen vraagt zich daarbij af hoe je dat veilig kunt doen, en dan denkt bijna iedereen aan hoe je fraude kunt voorkomen. Toetsen is blijkbaar vooral een kwestie van wantrouwen en veiligheid een kwestie van surveilleren. Ik vind dat vreemd. Waarom staan leraren en leerlingen tijdens het toetsen tegenover elkaar? Een veilig onderwijsklimaat vraagt om wederzijds vertrouwen. Dat zou toch ook voor het toetsen moeten gelden?

Voorlopig ziet het er naar uit dat de scholen nog wel een tijd gesloten blijven. Leerlingen blijken heel verschillend te reageren op dit gedwongen thuiszitten. Sommigen zijn blij met de grotere autonomie die ze in een klap hebben gekregen en laten zien dat ze zichzelf uitstekend kunnen organiseren. Anderen hebben daar meer moeite mee. Zij moeten hun dag ineens zelf structureren, zelf aan de slag gaan ook zonder de voortdurende druk van so-tjes en proefwerken, en ook nog eens weerstand bieden aan afleidingen. Voor die leerlingen en hun ouders heeft Lydia Sevenster een aantal tips om van het afstandsonderwijs een succes te maken.

Kinderen en jongeren kunnen ons in deze bijzondere tijden, wanneer we goed naar hen luisteren, veel leren. Bijvoorbeeld waar het in het leven om gaat en waarom onderwijs belangrijk is. Ze mopperen misschien wel op school maar als het er op aan komt missen ze nu hun meester en juf, het contact, de aandacht en de zorg. Het echte contact in de klas blijkt onmisbaar en nauwelijks te vervangen door afstandsonderwijs. Kris van den Branden, medewerkers en studenten hebben een website opgezet waar ze jonge mensen essentiële vragen stellen, de5vragen.com. Hier zijn verslag.

Door het COVID-19 virus moeten veel leerlingen en studenten de komende tijd onderwijs op afstand volgen. Informatie wordt overgedragen via (live) video’s en opdrachten worden op papier meegegeven of digitaal gemaakt. Wat alleen een uitdaging kan zijn, is het toetsen. Op welke manier kun je goed online toetsen? In dit artikel enkele inzichten en tools.

In dit interview belicht Wilfred Rubens de voor- en nadelen van leren op afstand met behulp van online technologie. Het lijkt zeker geen oplossing voor normale situaties, maar kan helpen in bijzondere omstandigheden, zoals wanneer een kind langdurig ziek is, of zoals nu tijdens een pandemie waarbij iedereen thuis moet blijven. We zullen ervoor moeten waken dat dit als het nieuwe normale wordt geaccepteerd en als dé oplossing van het lerarentekort.Met name claims over gepersonaliseerd leren dienen we kritisch te bekijken.Stof tot nadenken.

We leven in vreemde tijden. Ik ben niet de eerste die dit vaststelt. De coronacrisis heeft voor het onderwijs onverwachte gevolgen. Dankzij onvoorstelbare inspanningen van hun leraren hebben meer dan twee miljoen leerlingen, onderwijs op afstand dat in korte tijd uit de grond is gestampt en dat zo te zien heel redelijk functioneert. Dat vraagt […]

Op maandag 27 januari hield Hester IJsseling haar lectorale rede Bezield en bezielend onderwijs. Pedagogiek van onderbreking en verbinding aan de Thomas More Hogeschool in Rotterdam. Volgens IJsseling zijn bezieling en onderbreking onderdeel van leraar-zijn. ‘Juist in momenten van frictie zit ruimte waarin kinderen kunnen verschijnen en waarin je kinderen kunt ontmoeten.’ Met haar lectoraat wil IJsseling praktijken ontwikkelen om met leraren stil te staan bij wat er gebeurt als ze onderbroken worden. Ook wil ze hen aanmoedigen om meer vanuit het hart en vertrouwen te gaan werken.

iPabo-lector Annerieke Boland opende in november de jaarlijkse Jenaplanconferentie met haar keynote over de wereldverkenningen van het jonge kind. Die vroege stappen in de wereld – van het ontdekken van je schaduw tot het samen bedenken van spelregels – zet een kind al spelend. Anneriekes boodschap: maak van een kleuter niet te vroeg een schoolkind: ‘Er is niks mis met kijken naar taal en rekenen, maar dat zit allemaal al ín het spel van jonge kinderen. Als je goed kijkt naar hun spel, zie je dat dáár het leren gebeurt.’

De drie voorgaande afleveringen van deze reeks hebben de bedoeling een aantal misverstanden over kennis, leren en denken in het onderwijs te verhelderen. Ik kwam tot de conclusie dat de volgorde zou moeten zijn: eerst denken, dat leidt tot leren en daarmee tot groeiende kennis, waarna de cyclus weer opnieuw begint. Kennis is daarmee niet een statisch gegeven, maar een levend geheel dat in samenwerking van leraren en leerlingen voortdurend groeit. In deze epiloog wil ik hardop denken over manieren om dat in de praktijk te brengen.

Kunnen en durven we ons oordeel over een kind, een leerling uit te stellen en zo de ruimte en de tijd te creëren voor iets wat we niet voor mogelijk hadden gehouden? Zijn we ons bewust van hoe wij in onze praktijk ten opzichte van kinderen staan: geduldig en vasthoudend of ongeduldig en daarmee vluchtig en oppervlakkig? Joop Berding schrijft over zijn nieuwe boek Opvoeding en onderwijs tussen geduld en ongeduld.