De drie voorgaande afleveringen van deze reeks hebben de bedoeling een aantal misverstanden over kennis, leren en denken in het onderwijs te verhelderen. Ik kwam tot de conclusie dat de volgorde zou moeten zijn: eerst denken, dat leidt tot leren en daarmee tot groeiende kennis, waarna de cyclus weer opnieuw begint. Kennis is daarmee niet een statisch gegeven, maar een levend geheel dat in samenwerking van leraren en leerlingen voortdurend groeit. In deze epiloog wil ik hardop denken over manieren om dat in de praktijk te brengen.

Kunnen en durven we ons oordeel over een kind, een leerling uit te stellen en zo de ruimte en de tijd te creëren voor iets wat we niet voor mogelijk hadden gehouden? Zijn we ons bewust van hoe wij in onze praktijk ten opzichte van kinderen staan: geduldig en vasthoudend of ongeduldig en daarmee vluchtig en oppervlakkig? Joop Berding schrijft over zijn nieuwe boek Opvoeding en onderwijs tussen geduld en ongeduld.

Nadat ik in de eerste twee afleveringen van deze reeks vragen heb onderzocht over kennis en leren, is in deze derde aflevering de beurt aan denken. Wat is denken? Waarom denken mensen? Waarom moeten we jonge mensen leren denken? Is het niet voldoende dat jonge mensen op school kennis opdoen?

In deze serie stukken onderzoek ik vooronderstellingen over kennis, leren en denken waarop de overtuiging is gebaseerd dat kinderen pas kunnen denken (en vragen stellen) als ze voldoende kennis hebben; als ze voldoende hebben geleerd. Aflevering 1 ging over kennis. In deze aflevering bevraag ik ideeën over leren, niet vanuit een leerpsychologisch perspectief maar vanuit mijn perspectief als leraar.

Er bestaat een misverstand over denken en kennis. In gesprekken met leraren en onderzoekers hoor ik zeggen dat we jonge mensen pas kunnen laten denken wanneer ze voldoende kennis hebben opgedaan. Daar zit een kern van waarheid in, maar een andere dan wordt bedoeld. Achter deze redenering zitten vooronderstellingen over kennis, leren en denken die de moeite waard zijn om te onderzoeken.

Theo Thijssen met zijn laatste klas.

In dit stuk pleit Jan Fasen ervoor de leraar en de leerling als mens centraal te zetten. Niet als een onderwijsvernieuwing, maar als een niet langer te vermijden noodzakelijk herstel van wat we uit het oog zijn verloren toen we besloten om scholen te organiseren en te perfectioneren volgens de principes van efficiënt, goedkoop en massa. Met zijn eigen scholen laat hij zien hoe het ook anders kan.

Wat kunnen we leren van Theo Thijssen, de schoolmeester die bijna 100 jaar geleden Schoolland, De Gelukkige Klas en, natuurlijk, Kees de Jongen schreef? Hij was een ouderwetse, warme meester die zich het lot van zijn, vaak straatarme, kinderen aantrok en hen wilde helpen zich te ontwikkelen.

Door een vervelende storing van WordPress hebben de abonnees van Onderzoek Onderwijs al een tijd geen nieuwsbrief gekregen. Om dat goed te maken, hier een overzicht van de artikelen die de laatste maand zijn verschenen. Laten we leentjebuur spelen! van Johan De Wilde. Velen hebben zich al gebogen over de spreekwoordelijke kloof tussen het onderwijsonderzoek […]

Scholen in het voortgezet onderwijs hebben veel mogelijkheden tot hun beschikking om hun leerlingen te motiveren. Meer dan ze in de praktijk blijken toe te passen. In het rapport ‘Motivatie om te leren’ geeft de Onderwijsinspectie een aantal tips om motivatie van leerlingen te verbeteren. Bijvoorbeeld binnen de lessen meer uitdaging bieden, en aan leerlingen duidelijker maken wat het nut is van opdrachten en toetsen.

Bij het afscheid van Sjef Drummen, onderwijskunstenaar te Roermond, werd mij gevraagd of ik antwoord wilde geven op de vraag wat leerlingen nodig hebben om voorbereid te zijn op de hedendaagse samenleving. Het is een vraag waar ‘curriculum.nu’ zich over buigt, een vraag die de onderwijswereld bezighoudt en verscheurt. Toch is het een vraag die geen antwoord verdient, die eigenlijk ontvraagd moet worden, die stilletjes van het podium van onze aandacht zou moeten verdwijnen, omdat zij ons zinloos begoochelt.