“There is a fundamental error in separating the parts from the whole, the mistake of atomizing what should not be atomized. Unity and complementarity constitute reality.”–Werner Heisenberg

Al een tijdje wil ik wat meer schrijven over onderwijsonderzoek en wat ik daar wel eens in mis. Niet alleen in het onderzoek zelf, ook in de bespreking ervan in vakliteratuur en media voor een breed publiek. Ik loop daarbij aan tegen een paar tegenstrijdigheden, waar ik er hier enkele kort wil noemen en met een voorbeeld wil illustreren. Tot slot wil ik iets proberen te zeggen over hoe we de leemte op zouden kunnen vullen. Zonder een definitieve oplossing te bieden overigens. Ik neem me voor hier de komende tijd wat nader op in te gaan (ook met meer bronnen). Mede als voorbereiding op een workshop die ik op de ResearchED mag geven, in januari 2018 in Amsterdam.

Er zijn drie tegenstrijdigheden die ik in (de bespreking van) onderwijsonderzoek zie, en hier wil bespreken.

Onderwijs als complex responsief systeem

In de eerste plaats is er het besef dat onderwijs als een complex responsief systeem beschouwd moet worden, zoals de natuur een complex systeem is, of het menselijk lichaam. Gangbaar onderzoek, dat gericht is op fragmentatie in variabelen en mechanische oorzaak-gevolg relaties tussen die variabelen, schiet tekort om recht te doen aan die complexiteit. Complexe, levende systemen kunnen we beter begrijpen door telkens te wisselen tussen detail en geheel, en ervan uit te gaan dat relaties altijd wederkerig zijn: ieder ‘gevolg’ is weer een oorzaak van iets anders.

Dit is in scholen waarneembaar als we bijvoorbeeld kijken naar een begrip als differentiatie. Niet alleen is differentiatie een gevolg van een ervaren probleem (verschillen in aanleg en onderwijsbehoefte), maar ook een oorzaak van ervaren ongelijkheid (door leerlingen) en de opvatting van leraren over de capaciteiten van leerlingen (die weer aanleiding geven tot nieuwe differentiatie). Zo is differentiatie zowel oplossing als probleem, een aspect dat maar weinig onderkend wordt. Zie hiervoor de recente oratie van Eddie Denessen.

Onderwijs en de morele dimensie

De tweede tegenstrijdigheid die ik zie, is dat onderwijs, omdat het om mensen gaat, onvermijdelijk een morele dimensie kent. Die is altijd aan de orde, of we nu willen of niet. Iedere keuze die we maken, is ook een morele keuze. Dat geldt voor leraren in de klas, maar ook voor onderzoekers. Iedere definitie, iedere operationalisering is (ook) een morele keuze.

Veel van de hardnekkige vragen en problemen in het onderwijs zijn vooral ook morele problemen. Het gaat dan niet zozeer om de vraag ‘wat werkt?’ of ‘wat is effectief?’, maar : ‘wat is het goede?’ en ‘wie mag dat bepalen?’ Zie hiervoor de oratie van Cok Bakker.

Een voorbeeld is de vroege selectie in het Nederlandse onderwijs, die kansenongelijkheid in de hand werkt. We onderzoeken voortdurend wat het effect van allerlei maatregelen is op de ‘doorstroom’ van leerlingen, en het ‘rendement’ in termen van diploma’s op ‘hoog’ en ‘laag’ niveau en de bijbehorende gemiddelde cijfers voor vakken (let op de morele lading van de gebruikte terminologie).

De vraag echter of de vroege overgang van po naar vo en de bijbehorende (internationaal unieke) differentiatie naar zeven niveaus (vmbo-b, -k, -g, -t, havo, vwo, gymnasium) wenselijk is in het licht van deze ongelijkheid, heb ik op wetenschappelijk niveau nog niet gesteld gezien. De praktijk is hier hard bezig wetenschap en beleid in te halen: Verus berichtte vorige week dat liefst 80 besturen bezig zijn met een vorm van 10-14 onderwijs. Op enkele plaatsen is hier al jarenlange ervaring mee. Serieus wetenschappelijk onderzoek, dat houvast zou kunnen bieden op de morele dimensie van de wenselijkheid van deze vernieuwing (dus niet alleen de effectiviteit ervan), ontbreekt. Gezien de miljoenen die in onderwijsonderzoek gestoken worden, het feit dat de problematiek al decennia bekend is, en dat we eveneens al tientallen jaren zoeken naar manieren om praktijkrelevanter onderzoek te doen, is dat vooral beschamend voor onderwijsonderzoekers.

Onderwijs en de persoon van de leraar

De derde tegenstrijdigheid die ik zie, volgt uit de eerste twee, namelijk dat we in onderwijsonderzoek nauwelijks aandacht besteden aan wat dit vraagt van de persoon van de leraar. Het complexe karakter van onderwijs als systeem en de alomtegenwoordigheid van morele dilemma’s vraagt van leraren dat ze in staat zijn om onzekerheid te hanteren en hun subjectieve keuzes (die ze de hele dag door maken) te expliciteren en onderbouwen. Zie hiervoor de oratie van Paulien Meijer (en alweer die van Cok Bakker).

Veel van de vragen waar leraren, zeker beginnende leraren, mee kampen, zijn vooral morele vragen. Bij het vraagstuk van ‘orde’ in de klas (probleem nummer 1 van de beginnende leraar) gaat het niet alleen om het instrumentele aspect van ‘klassenmanagement’, maar ook om de morele vraag waartoe die orde dient. Welk beeld over de ‘ideale’ mens en maatschappij spreekt daar uit? Welke onderliggende opvatting hoe leerlingen participeren in die maatschappij? Welk beeld over wat ‘leren’ is en wat ‘vorming’ en wie daarin welke verantwoordelijkheid heeft?
Al te vaak lopen de gesprekken hierover vast in ideologische karrensporen van ‘progressief’ en ’(neo-)traditioneel’ onderwijs. Grofweg gezegd: ruimte voor de leerling en zelf-ontdekkend leren versus de alwetende leraar die aan de stille klas met effectieve methoden objectieve kennis overdraagt. In de praktijk liggen die grenzen echter niet zo scherp, zoals deze blog laat zien.

Naar een omvattend kader

Waar onderzoek tekort schiet, in mijn ogen, is het bieden van een omvattend kader om houvast te geven in de ideologische discussie. Dat begint, en dan zijn we terug bij de eerste twee paradoxen, bij de erkenning dat er geen definitieve oplossingen zijn (vanwege de complexiteit van het systeem) en dat de morele dimensie altijd aan de orde is.

Dat betekent dat we zouden moeten zoeken naar een omvattend onderwijstheorie, die niet alleen kijkt naar technisch-instrumentele leerprocessen, en evenmin alleen naar normatief-ideologische uitgangspunten voor wat ‘goed onderwijs’ zou moeten zijn, maar die beide aspecten omvat. Het vraagt om een doordenking van wat we met ‘kennis’ bedoelen als het over onderwijs gaat, en wat ‘benutting’ van die kennis betekent.

Richtingen voor een alternatief

Ik wil tot slot een paar opmerkingen maken over hoe we hier concreet mee aan de slag zouden kunnen gaan.

  • In de eerste plaats betekent het, dat we uit moeten gaan van de handelingspraktijk van onderwijs. Onderwijs ‘gebeurt’ in concrete situaties, en hoewel abstraheren daarvan in een bepaald opzicht nuttig is, zijn die abstracties nutteloos als niet telkens ook weer terug wordt gekeken naar reële situaties waar leraren en leerlingen samen bezig zijn.
  • In de tweede plaats betekent het, dat we in onderwijsonderzoek ons altijd bewust moeten zijn van verschillende dimensies die tegelijkertijd aan de orde zijn. Ik noemde al de instrumentele versus de normatieve dimensie. Een ander behulpzaam kader is wellicht het onderscheid in drie kennismodi van Harry Kunneman: objectieve, situationele en waardegebonden kennis. Over de eerste schrijven en praten we in ‘gangbaar’ onderzoek, over de tweede in wat we dan ‘praktijkgericht’ onderzoek noemen, de derde is nauwelijks aanwezig in onderzoek. Toch zijn ze alledrie altijd aan de orde, in al het onderzoek.
  • In de derde plaats betekent het, dat we, naast het abstraherende, objectiverende, fragmentarische onderzoek, we de balans met beschrijvend, interpretatief en narratief onderzoek moeten herstellen. We weten, gek genoeg, maar heel weinig van wat er in de klas en in de school precies gebeurt. We onderzoeken vooral de papieren eindproducten, of, zoals Trudy Dehue dat noemt, bepaalde ‘reïficaties’ van de werkelijkheid. Die werkelijkheid zelf biedt echter een veel grotere rijkdom aan te onderzoeken processen en aspecten, dan we nu meenemen.
  • In de vierde plaats betekent het, dat we serieus werk moeten maken van leraren (en leerlingen) als mede-onderzoekers. Te vaak zijn leraren en leerlingen alleen maar onderzoekssubjecten, die zich het liefst zo strikt mogelijk aan de interventie-instructie moeten houden, alsof het om dubbelblind gerandomiseerd onderzoek naar medicijnen zou gaan. Dat is niet houdbaar (zelfs niet in onderzoek naar medicijnen, maar dat terzijde), juist omdat onderwijs geen mechanisch-instrumenteel proces is, maar een grotendeels onvoorspelbaar ontwikkelingsproces waarin leerlingen en leraren samen telkens iets nieuws creëren. We zouden het ‘subject-zijn’ van leraren en leerlingen veel serieuzer moeten nemen.

Deze thema’s wil ik de komende tijd af en toe aan de orde stellen, aan de hand van concrete voorbeelden uit de onderzoeks- en onderwijspraktijk. Ik zal dan ook wat uitgebreider bronnen aanhalen, ik besef dat ik dat nu wellicht te weinig gedaan heb. Reacties en suggesties als altijd van harte welkom.

 

31
Reageer op dit artikel

avatar
19 Comment threads
12 Thread replies
0 Volgers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
12 Comment authors
Niet Iedereen Haat Directe Instructie | Blogcollectief Onderzoek OnderwijsWat hebben we aan onderwijsonderzoek? Antwoord aan Monique Marreveld | Blogcollectief Onderzoek OnderwijsWaarden in onderwijsonderzoek | Blogcollectief Onderzoek OnderwijsOnderwijsonderzoek is mensenwerk | 2 BE JAMMEDDick van der Wateren Recent comment authors

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
trackback

[…] Voor een zinvolle dialoog, gesteld dat je daarvoor openstaat, lijkt het me goed af te spreken wat we bedoelen met goed onderwijs. Voor mij en veel van mijn collega’s is dat meer dan alleen kennisoverdracht. Zelfs wanneer je meent dat dat precies de essentie is van onderwijs, kom je er niet omheen dat leraren onvermijdelijk de hele dag bezig zijn met opvoeden. Dan kun je daar maar beter goed over nadenken. Helaas is pedagogiek, door de nadruk op de cognitieve aspecten van onderwijs en op empirisch onderwijsonderzoek, de laatste decennia bijna helemaal verdwenen uit de lerarenopleidingen. Hartger Wassink schreef… Lees verder »

trackback

[…] is Hartger Wassink overkomen met zijn stuk ‘Over de tegenstrijdigheden in onderwijsonderzoek, en mogelijke alternatieven’ waarop jij weer reageerde met ‘Onderwijsonderzoek is niet voor luiwammesen’. Ook hij kreeg […]

trackback

[…] Zo, dat was een pittige reactie van Monique Marreveld op mijn eerdere bijdrage aan dit blog. Ik moest er eerst even van bijkomen omdat ik zo’n felle reactie niet verwacht had. […]

trackback

[…] ik de uitnodiging kreeg voor deze bijeenkomst had ik net het blog Over de tegenstrijdigheden in onderwijsonderzoek, en mogelijke alternatieven van Hartger Wassink gelezen. Ik vond het een goed evenwichtig blog. Onderwijs is complex, schrijft […]

Monique Marreveld, hoofdredacteur Didactief
Gast

De redactie van Didactief verwijst voor haar reactie naar deze link:
https://didactiefonline.nl/blog/redactie/onderwijsonderzoek-is-niet-voor-luiwammesen

Dick van der Wateren
Beheerder

Dit commentaar schreef ik eerder op de blog van Didactief Online bij Moniques reactie op Hartger Beste Monique, In jouw stuk, in eerdere reacties op het stuk van Hartger (Wassink) waar je naar verwijst en op een stuk van mijzelf https://onderzoekonderwijs.net/2017/12/09/wat-hebben-we-aan-onderwijsonderzoek/, met name ook op Twitter, valt me op dat onderwijsonderzoekers en jij als hun beschermvrouwe als een wesp gestoken reageren op een aantal voorzichtige suggesties om onderwijsonderzoek eens anders aan te pakken. Het wordt als een persoonlijke aanval op onderzoekers opgevat en niet als een discussie tussen professionals. Heel jammer. De tegenargumenten worden dan meteen onnodig persoonlijk. Ik weet… Lees verder »

trackback

[…] hoe leerlingen zich ontwikkelen op zowel de cognitieve als niet-cognitieve domeinen. Zowel Hartger Wassink als onze nieuwe blogger Rineke van Daalen denken in die richting. Hartger benadrukt o.a. dat […]

Wouter Pols
Auteur

Hier kan ik me helemaal in vinden, dit is precies wat ik bedoel.

Martin Bootsma
Gast
Martin Bootsma

Ik weet niet of ik me ervoor moet schamen of niet, maar ik begrijp van dit blog tittel noch jota. Ik word als iemand die in de praktijk van het onderwijs staat en die dagelijks mag ervaren dat het vak een complexe handeling is, op geen enkele wijze aangesproken door de woorden hierboven. Kunt u, en ik vraag dit zonder enig cynisme, dit uitleggen in eenvoudige taal?

Dick van der Wateren
Beheerder

Leuke discussie, inderdaad. Hartger en ook de andere deelnemers aan de discussie hebben het steeds over onderwijsonderzoek als academische bezigheid. Heel goed en het wordt ook hoog tijd dat academische onderzoekers hun blik verruimen van het instrumentele, kwantitatieve naar het pedagogische, normatieve onderzoek. Ik heb al vaak op deze plek vastgesteld dat ik als leraar niet veel opschiet met de resultaten van onderzoek. Veel van de dingen die ik in mijn praktijk meemaak roepen vragen op waar onderwijsonderzoekers geen antwoord op hebben, of waar ze niets mee kunnen. Mijn verlangen als docent gaat verder dan wat Hartger hier schetst. Ik… Lees verder »

Wouter Pols
Auteur

Beste Hartger, Als opleider ben ik steeds meer waarde gaan hechten aan het denken van leraren. Voelende, handelende en denkende leraren geven onderwijs, geen machines. Vanuit dat voelen, handelen en denken interacteren leraren met hun leerlingen; van daaruit voeden ze op en geven onderwijs. Sinds 2015 doen we vanuit het lectoraat van Ellen Klatter een fenomenologisch-hermeneutisch onderzoek naar het denken van mbo-leraren. Dat onderzoek bestaat uit socratische gesprekken met mbo-teams. In die gesprekken staan ‘pedagogische momenten’ (Van Manen) centraal. Dat zijn momenten waarop leraren onvoorbereid moeten reageren. Juist bij zullen momenten is ‘stil weten’ in het spel. Tot nu toe… Lees verder »

Wouter Pols
Auteur

Een eerdere reactie is onverwacht verdwenen. Dit is inderdaad een zeer interessante discussie. Ferdinand Mertens schreef: Niet te snel naar een alternatief – eerst het probleem nog wat scherper. Daar ben ik het geheel en al mee eens. Leraren doen over het algemeen weinig met wetenschappelijk onderzoek. Het zijn voornamelijk beleidsmakers en begeleidingsdiensten die met onderzoek aan de haal gaan. Waarom eigenlijk? Wat men vaak vergeet is dat onderwijs een praktijk is: een historisch-culturele praktijk. Die praktijk is uitermate complex, niet alleen afhankelijk van de (bijzondere) achtergronden van de deelnemers (leraren, directie, leerlingen en hun ouders), maar ook van de… Lees verder »

Wouter Pols
Auteur

Dit is inderdaad een zeer interessante discussie. Ferdinand Mertens start de discussie met: Niet te snel met een alternatief – eerst het probleem nog wat scherper. Daar ben ik het geheel en al mee eens. Ik heb me altijd al afgevraagd waarom de resultaten van het onderwijsonderzoek zo weinig door leraren worden opgepakt. Het onderwijsbeleid laat zich door onderwijsonderzoek leiden, maar leraren doen dat veel minder. Waarom? Dat heeft volgens mij alles te maken met de aard van de onderwijspraktijk. Volgens mij is dat ook de inzet van de blog van Hartger Wassink. De onderwijspraktijk is een cultuur-historische praktijk. Ik… Lees verder »

Frits Simon
Gast

Beste Ben,

Wellicht ben je ter oriëntatie geholpen met een recent artikel van mij in Kwalon 2017,22-2, waarin ik vanuit een complex responsieve proces benadering van Stacey c.s. verhelder wat van een onderzoeker verwacht mag worden en wat dat kan/zou moeten betekenen voor de relatie met de ‘onderzochten’

Flip Schrameijer
Auteur

Beste Frits, Een (hyper)linkje zou dan handig zijn…

Frits Simon
Gast

Beste Flip, Via tijdschriftkwalon.nl is het artikel bereikbaar, maar blijkbaar alleen als je een abonnement hebt (via je instituut).

benwilbrink
Gast

Hartger 😉

benwilbrink
Gast

Alsof we nog maar weinig van onderwijs weten. Dat meen je niet, Hertger.

Josee briaire
Gast
Josee briaire

Kijk eens naar de traditie van actie onderzoek van nijerode

JLvG0507
Gast
JLvG0507

Er wordt binnen scholen (MBO-HBO) veel onderzoek gedaan of er worden veel projecten georganiseerd. Wat mij opvalt is dat die projecten heel vaak een stille dood sterven en/of half-half worden geïmplementeerd. Daarnaast is er vaak binnen deze scholen totaal geen overzicht wie nu wat doet, wat het doel is e.d. Hierdoor lopen binnen scholen soms 2 of meerdere projecten die mogelijk hetzelfde doel hebben. Iedere opleiding of opleidingscluster heeft zo zijn stokpaardjes en wil dat niet delen met anderen, blijkt dan. Of de overal leiding is niet krachtig genoeg om af te dwingen dat projecten beter op elkaar afgestemd worden.… Lees verder »

ferdinand mertens
Gast
ferdinand mertens

Zeer interessant! Niet te snel naar een alternatief – eerst het probleem nog wat scherper..

Category

onderwijs, onderzoek, praktijk