In onderwijs (en daarbuiten) dromen we van ‘far transfer’, wat kortweg neerkomt op dat je door het ene te leren beter wordt in ook iets anders. Leren programmeren zou dan helpen voor algemeen probleemoplossend vermogen (maar wellicht niet), leren schaken zou je slimmer maken, enz. En niet te vergeten ‘far transfer’ is het uitgangspunt achter de vele braintraining spelletjes waarbij je geheugen zou verbeteren door het spelen (maar wellicht niet).

Af en toe zijn er wel studies die een mogelijk positief effect suggereren (bijvoorbeeld deze studie), maar 1 studie maakt de lente niet en daarom voerden Giovanni Sala en Fernand Gobet niet 1 maar 3 meta-analyses uit rond dit thema, namelijk voor schaken, geheugentraining en muziek. En goed nieuws: er was duidelijk klein tot gemiddeld effect te vinden.

Maar… er viel de onderzoekers iets op: hoe beter de onderzoeksopzet hoe kleiner werd het gevonden effect. Als je enkel naar de best uitgevoerde onderzoeken keek, verdwenen de effecten in de drie meta-analyses als sneeuw voor de zon.

De conclusie volgens Sala en Gobet is eenvoudig: studeer wat je wil studeren, reken niet op far transfer.

Abstract van het onderzoek:

Chess masters and expert musicians appear to be, on average, more intelligent than the general population. Some researchers have thus claimed that playing chess or learning music enhances children’s cognitive abilities and academic attainment. We here present two meta-analyses assessing the effect of chess and music instruction on children’s cognitive and academic skills. A third meta-analysis evaluated the effects of working memory training—a cognitive skill correlated with music and chess expertise—on the same variables. The results show small to moderate effects. However, the effect sizes are inversely related to the quality of the experimental design (e.g., presence of active control groups). This pattern of results casts serious doubts on the effectiveness of chess, music, and working memory training. We discuss the theoretical and practical implications of these findings; extend the debate to other types of training such as spatial training, brain training, and video games; and conclude that far transfer of learning rarely occurs.

Join the conversation! 1 Comment

  1. […] Bij het schaakspel moet je snel en systematisch de mogelijkheden van een stelling kunnen overzien. Daar is training voor nodig, een goed geheugen en abstractievermogen omdat je de alternatieve zetten niet op het echte bord mag uitproberen. Voorstanders van schaaklessen op school benadrukken dat een kind door te schaken ook allerlei andere vaardigheden leert. Logisch en abstract nadenken, zich verdiepen in de opties die een ander heeft, plannen en vooruit denken, ruimtelijk inzicht en omgaan met tegenslagen. Onderwijskundigen spreken in zulke gevallen van ‘transfer’: wat geleerd is in een bepaalde situatie (bijvoorbeeld bij schaken) wordt toegepast in andere nieuwe situaties (bij overleg bijvoorbeeld inschatten hoe een ander zal reageren). In veel analyses van transfereffecten worden wel verbanden gevonden (correlaties) maar geen duidelijke causaliteit. ( klik hier voor achtergrondblog ) […]

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Category

onderwijs, onderzoek