Deze blog schreef ik oorspronkelijk voor het aprilnummer van het blad Didactief waar ik iedere maand iets schrijf over m.i. spraakmakend wetenschappelijk onderzoek en wat de betekenis daarvan is in/voor het onderwijs. Hier een iets uitgebreider versie.

Soms heb je iets geschreven en vind je later nog meer mooie artikelen over hetzelfde onderwerp. Zo verging het mij met enkele columns in Didactief. Omdat de wetenschappelijke inzichten zich verder blijven ontwikkelen keer ik voor deze ene keer terug naar eerdere columns – maar met nieuwe onderzoekresultaten.

Eerst keer ik terug naar iets van vorige maand (die het nodige stof deed opwaaien, gedeeltelijk door de door de redactie opgeplakte titel waar ik niets van wist). Daar besprak ik twee waarheden als koeien die toch minder waar bleken te zijn. Één ‘waarheid’ ging over hoe verhoogde intrinsieke motivatie – rotsvaste pijler van zelfbeschikkingsadepten – geen positief effect had op rekenprestaties, terwijl het omgekeerde wel het geval was: succes in rekenen had een significant positief effect op intrinsieke motivatie. De andere ‘waarheid’ ging over hoe betrokkenheid – stevige hoeksteen van ontdekkingsleeradepten –tot minder in plaats van meer leren leidde in de natuurwetenschappen. Daarna las ik het artikel van Emma Carey en drie collega’s in Frontiers in Psychology[1] over wat zij noemden de kip-of-eirelatie tussen rekenangst en rekenprestatie. In tegenstelling tot motivatie is die relatie, tenminste wat rekenen betreft, lijkt wel wederkerig. Rekenangst leidt tot een verminderde rekenprestatie én slecht presteren in het rekenen leidt tot angst daarvoor. Met andere woorden, de vraag voor leraren moet eerder zijn ‘Hoe help ik leerlingen hun rekenangst te verminderen?’ dan ‘Hoe motiveer ik leerlingen om te rekenen?’ of ‘Hoe maak ik rekenen interessanter of relevanter voor mijn leerlingen?’

Vorig jaar oktober schreef ik over digital natives en noemde ik een aantal ‘verontrustende’ onderzoeksresultaten, onder meer dat veel wisselen van taken, al dan niet gedurende het leren (per abuis ‘multitasken’ genoemd), samen gaat met oppervlakkig en minder goed leren, concentratieproblemen en zelfs leidt tot een gedrag dat veel op verslaving lijkt. Sindsdien heb ik alleen maar meer artikelen gelezen over de negatieve gedragspsychologische aspecten van overmatig internetgebruik. Bijvoorbeeld het onderzoek van Hugues Sampasa-Kanyinga en zijn collega’s van Ottawa (Canada) Public Health. Zij bestudeerden[2] de relatie tussen de hoeveelheid tijd kinderen en adolescenten besteden aan het gebruik van sociale netwerken (zoals Twitter, Facebook en Instagram) en hun psychologische gesteldheid. Zij vonden dat intensief gebruik daarvan verband hield met een lage beoordeling van de eigen mentale gezondheid, met het ervaren van meer psychologische stress en zelfs met zelfmoordgedachten. Omdat het onderzoek over correlaties gaat is, is het natuurlijk de vraag wat oorzaak is en wat gevolg. Zijn kinderen en adolescenten met een problematische psychologisch gesteldheid aangetrokken tot veel gebruik van sociale media of leidt veel gebruik van sociale media tot psychologische problemen? In ieder geval reden tot waakzaamheid.

Ook voor mijn stuk over typen versus schrijven vond ik meer bewijskracht. Ik schreef dat jonge kinderen letters beter leerden herkennen en lezen als zij ze leerden door met de hand te schrijven en dat oudere leerlingen/studenten beter aantekeningen met de pen in plaats van op de pc kunnen maken als zij goed wilde leren. In de Journal of Writing Research[3], rapporteerden Annen Mangen en drie Noorse collega’s over onderzoek naar verschillen in het onthouden van woorden bij lerenden die gebruikmaken van pen-en-papier, een toetsenbord en een iPad. Hun resultaten lieten zien dat er geen verschil was voor het herkennen van de woorden, maar dat er een significant positief effect was voor pen-en-papier voor het herinneren (free recall) van de woorden. Weer enig bewijs voor het dichtklappen van laptop en iPad gedurende bepaalde soorten leren.

Met andere woorden, alle drie de onderwerpen zijn en blijven actueel. Het laatste woord is nog niet uitgesproken, maar de resultaten blijven in dezelfde richting wijzen. Voor volgende maand beloof ik weer een nieuw onderwerp. Wensen of vragen? Laat het me vooral weten!

 

Herblog naar hartenlust!

Je kan mij ook op Twitter volgen @P_A_Kirschner

 

[1] Carey, E., Hill, F., Devine, A., & Szücs, D. (2015). The Chicken or the Egg? The direction of the relationship between mathematics anxiety and mathematics performance. Frontiers in Psychology, 6, 1987. http://doi.org/10.3389/fpsyg.2015.01987

[2] Sampasa-Kanyinga Hugues and Lewis Rosamund F. (2015). Frequent use of social networking sites is associated with poor psychological functioning among children and adolescents. Cyberpsychology, Behavior, and Social Networking, 18, 380-385. doi:10.1089/cyber.2015.0055

[3] Mangen, A., Anda, L.G., Oxborough, G.H., & Brønnick, K. (2015). Handwriting versus keyboard writing: Effect on word recall. Journal of Writing Research, 7(2), 227-247. doi: 10.17239/jowr-2015.07.02.1

Join the conversation! 1 Comment

  1. […] twee keer geblogd over het verschil tussen schrijven met pen/potlood of met een laptop (zie hier en hier) en dat pen/potlood beter is voor het leren. Deze blog – die ook verschijnt in verkorte vorm bij […]

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

evidence-based, onderwijs, onderzoek

Tags

, , , , , ,