Wat cognitieve psychologie ons kan leren voor de dagelijkse lespraktijk 2

In mijn vorige post ben ik begonnen met de bespreking van twee artikelen van de hand van Alison Gopnik en heb die gelegd naast het boek ‘Why don’t students like school?’ Van Daniel Willingham. Ik ga daar in deze post mee verder en neem het artikel ‘Self-Directed Learning : A Cognitive and Computational Perspective’ van Gureckis en Markant erbij.

Een antwoord op de vraag, waardoor kinderen een (groot) deel van hun nieuwsgierigheid en leergierigheid op school kwijt raken, kan zijn dat we hen op school niet toestaan te spelen. Dat wordt kinderachtig genoemd, of storend gedrag. Of ze komen met allemaal vragen waar op dat moment geen plaats voor is in het lesplan.

Het is heel interessant om te zien wat er gebeurt als jongeren in hun eindexamenjaar zelfstandig onderzoek moeten doen voor hun profielwerkstuk. (Zie een verslag over leerlijnen op mijn school hier en hier.) We vragen ze dan weer in de rol te stappen van die nieuwsgierige, onderzoekende kleuter die ze ooit waren. Dat maakt hen vaak heel onzeker, omdat ze niet weten of de antwoorden die ze vinden de juiste zijn. Bovendien doen we een groot beroep op creatieve vermogens, die we in de voorafgaande jaren helaas maar heel beperkt hebben gestimuleerd. Het gevolg is dan ook dat sommige leerlingen in grote verwarring raken en niet weten hoe ze het moeten aanpakken. Dat vraagt weer om een geduldige en liefdevolle begeleiding, maar het is jammer dat ze pas aan het einde van hun schoolloopbaan ervaren hoe het is om op eigen kracht bijzondere dingen te ontdekken.

Creativiteit

De Amerikaanse hoogleraar psychologie Peter Gray schreef onlangs in zijn blog Freedom to Learn een alarmerend verhaal over de achteruitgang van creativiteit onder Amerikaanse scholieren. Het is misschien niet algemeen bekend, maar creativiteit is meetbaar, met behulp van tests die je kunt vergelijken met de meer gebruikelijke IQ-tests. Dit zijn de Torrance Tests of Creative Thinking (TTCT), ontwikkeld in de jaren ’50. Iedere test die precies één juist antwoord op een vraag heeft, of maar één juiste weg naar een oplossing, is per definitie geen creativiteitstest.

Bij creativiteit gaat het dus om het bedenken van zoveel mogelijk oplossingen voor een probleem. De bedenker van de tests, E. Paul Torrance, had ontdekt dat oorlogspiloten meer succes hadden naarmate ze creativer waren. Een artikel uit 2010 (geciteerd in Grays blog) toonde met een longitidunaal onderzoek aan dat een hoge score op de TTCT-schaal op jonge leeftijd succes in het volwassen leven betrouwbaar voorspelt. Gray concludeert dat de TTCT de beste voorspeller is voor latere prestaties die ooit is bedacht. Er is een duidelijke correlatie tussen hoge testscores en op volwassen leeftijd geproduceerde aantallen boeken, dansvoorstellingen, schilderijen, software, wetenschappelijke artikelen, bouwkundige constructies, reclamecampagnes enz.

De reden voor de gemeten achteruitgang in creativiteit op Amerikaanse scholen ziet Gray in de steeds grotere beperkingen die kinderen opgelegd krijgen:

Creativity is nurtured by freedom and stifled by the continuous monitoring, evaluation, adult-direction, and pressure to conform that restrict children’s lives today. In the real world few questions have one right answer, few problems have one right solution; that’s why creativity is crucial to success in the real world. But more and more we are subjecting children to an educational system that assumes one right answer to every question and one correct solution to every problem, a system that punishes children (and their teachers too) for daring to try different routes. We are also […] increasingly depriving children of free time outside of school to play, explore, be bored, overcome boredom, fail, overcome failure — that is, to do all that they must do in order to develop their full creative potential.

Dat jongeren daar letterlijk ziek en depressief van kunnen worden heb ik meermalen van nabij kunnen meemaken. Maar minstens zo erg is dat een generatie opgroeit die niet is toegerust voor de eisen van deze tijd, waarin meer dan ooit een beroep wordt gedaan op onze creativiteit.

Vrijheid

In het onderzoek, dat we een paar jaar geleden op het ECL Haarlem gedaan hebben in het kader van het project Talent, was een van de wensen van leerlingen die er het meeste uit sprong, grotere vrijheid om zelf te bepalen hoe en wanneer ze iets zouden leren. Vooral de bovenbouwers zien de ideale school als een omgeving waar leerlingen vrij zijn lessen bij te wonen wanneer ze dat nodig hebben en zoveel mogelijk zelfstandig te studeren.

In hun artikel in Perspectives on Psychological Science geven Todd Gureckis en Douglas Markant antwoord op de vraag op welke manier grotere vrijheid voor lerenden zou kunnen leiden tot een effectiever leerproces. Hun artikel combineert nieuwe ontwikkelingen in de cognitieve psychologie met nieuwe inzichten in machinaal leren. Self-Directed Learning, of zelfsturend leren, is een concept dat al zo’n dertig jaar bestaat. Onder zelfsturing wordt meestal verstaan een proces waarbij de leerling zelf het initiatief neemt voor het leerproces, plant, toetst, evalueert en reflecteert, met of zonder hulp van anderen. Het is daarmee een actieve onderwijsvorm, in tegenstelling tot de passieve, meer traditioneel klassikale lessen. Gureckis en Markant beperken zich in hun onderzoek tot één dimensie: wat er gebeurt als we de leerling zelf laten bepalen welke informatie hij wil opnemen.

Aan de hand van een aantal slim opgezette experimenten tonen ze aan dat leerlingen in een actieve of zelfsturende leersituatie meer leren in een kortere tijd. Waar leerlingen in de passieve leersituatie beperkt worden door de aangeboden informatiestroom, kunnen ze in het actieve geval zelf kiezen wat ze wanneer leren. Zo kunnen ze besluiten informatie te verzamelen waarmee ze hun onzekerheid over een onderwerp verminderen, bijvoorbeeld door zich te richten op wat ze nog niet weten en over te slaan wat ze al wel weten.

Ook bij eenvoudiger leertaken zoals uit het hoofd leren van woordjes of begrippen blijkt de vrijheid om zelf te bepalen wat je wanneer leert een positief effect te hebben. Dan is het wel belangrijk dat leerlingen bekend zijn met verschillende leerstrategieën, bijvoorbeeld dat het beter is een aantal malen gedurende korte tijd woordjes te stampen, dan in een keer alles tegelijk.

Bij het leren begrijpen van causale verbanden is het effect van zelfsturend leren nog groter. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een zelf uitgevoerd experiment veel betere kennis oplevert dan een leersituatie waarbij de leerling alleen passief kan toekijken.

Waarom actief leren beter werkt dan passief leren is inmiddels ook neurologisch verklaard. Het geheugen verbetert daarbij doordat een aantoonbaar groter aantal hersengebieden wordt gestimuleerd om samen te werken in nieuwe netwerken. De psychologische verklaring zit in de aantrekkingskracht van een vrije keuze, grotere betrokkenheid bij de leertaak en verbetering van het geheugen door actief onderzoeken – “Memory is the residue of thought” (Willingham, 2009). Gureckis en Markant gebruiken daarnaast ontdekkingen op het gebied van machinaal leren om te laten zien waarom zelfsturend leren effectiever is dan passief leren.

Een wel heel spectaculair voorbeeld van het succes van zelfsturend leren is het werk van Sugata Mitra (2012): Beyond the Hole in the Wall: Discover the Power of Self-Organized Learning. In zijn Hole-in-the-Wall experiment plaatste Mitra op verschillende plaatsen in arme buurten in India computers in een muur en liet het aan kinderen zelf over wat ze daarvan leerden. In latere experimenten liet hij schoolklassen zonder enige instructie nadenken over moeilijke onderwerpen. De resultaten waren verbluffend. Kinderen, die bijvoorbeeld zelfstandig vragen over genetica moesten uitzoeken, scoorden in tests even goed als kinderen die meer traditionele lessen volgden op een dure school. In deze TED-lezing legt Sugata Mitra uit hoe het werkt.

Een nadeel van zelfsturend leren kan zijn dat leerlingen de verkeerde dingen leren, bijvoorbeeld verkeerde conclusies trekken uit een experiment, en geen feedback krijgen die hen corrigeert. Wanneer we zelfsturend leren toepassen, zullen we voldoende gelegenheid voor feedback moeten inbouwen. Om effectief te zijn moet die feedback belonend en niet bestraffend zijn. Met andere woorden, fouten en onjuiste conclusies kunnen het beste worden aangegrepen als aansporing voor de leerling om verder te leren en ontdekken en zo min mogelijk om over de leerling te oordelen.

Over ontdekkend leren wil ik nog eens uitvoeriger schrijven, want daarover hebben Gureckis en Markant nog meer interessants te zeggen.

Onderwijs verbeteren, of veranderen?

De voor de hand liggende vraag is nu: Is het binnen het bestaande onderwijssysteem mogelijk om kinderen onderwijs te geven dat wel aansluit bij hun natuurlijke ontdekkingszin en leergierigheid, of moet dat systeem daarvoor radicaal veranderen?
Dat is nou typisch een vraag waarvan ik hoop dat mijn collega’s op deze groepsblog die oppakken.

______________________________

Bronnen

Peter Gray, 17 september 2012. As Children’s Freedom Has Declined, So Has Their Creativity. Blog Freedom to Learn http://www.psychologytoday.com/blog/freedom-learn/201209/children-s-freedom-has-declined-so-has-their-creativity

Todd M. Gureckis and Douglas B. Markant, 2012. Self-Directed Learning : A Cognitive and Computational Perspective. Perspectives on Psychological Science, 7: 464. http://pps.sagepub.com/content/7/5/464

Sugata Mitra, 2012. Beyond the Hole in the Wall: Discover the Power of Self-Organized Learning (TED Books). Kindle Edition. ASIN: B0070YZSFQ.

Daniel T. Willingham, 2009. Why Don’t Students Like School: A Cognitive Scientist Answers Questions About How the Mind Works and What It Means for the Classroom. San Francisco. Jossey-Bass. ISBN 978-0470591963.

About Dick van der Wateren

Ik sta voor de klas op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem en begeleid dagelijks talentvolle en begaafde leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, of coach leerlingen die een probleem hebben waar we samen een oplossing voor vinden. Daarnaast ontwikkel ik digitaal lesmateriaal en video's voor Flip de Klas. Buiten het onderwijs heb ik een jarenlange ervaring als aardwetenschapper (o.a. in Antarctica en Afrika) en wetenschapsvoorlichter. Werken met jongeren is mijn passie. Voor mij zijn pubers zo'n beetje de leukste mensen. Ze hebben een enorme levenslust, zijn creatief, hebben originele ideeën - soms op het bizarre af - en kunnen zich nog alle kanten op ontwikkelen. Ik beschouw het als een voorrecht aan die ontwikkeling te kunnen bijdragen.

Eén reactie to “Wat cognitieve psychologie ons kan leren voor de dagelijkse lespraktijk 2”

  1. Uit mijn hart gegrepen deze blog. Alle onderwijsveranderingsprocessen uit de laatste twee decennia stoelden op dit zelfsturend leren principe. Maar geen van de bewegingen was in staat het onderwijs werkelijk te veranderen. De reden: scholen (beleidsmakers, schoolleiding en leraren) willen wel dat leerlingen ‘zelfsturend’ zijn maar wel op de manier en met de leerstofinhouden die zij voorschrijven. En echte zelfsturing vraagt ook om het respecteren van de keuzes die de leerling zelf maakt!

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: