Wereldgericht onderwijs en schoolleiderschap – Essay naar aanleiding van het boek van Gert Biesta 3

Inleiding

Gert Biesta’s boek Wereldgericht Onderwijs biedt diepgaande inzichten over de rol van onderwijs in de vorming van individuen als subjecten. Dit artikel verkent deze inzichten verder, met een focus op het belang van ontmoeting, verantwoordelijkheid, en de rol van de leraar en schoolleider in het bevorderen van wereldgericht onderwijs.

De Kracht van Ontmoeting

Een centraal thema in Biesta’s werk is het idee dat onderwijs niet alleen draait om kennisoverdracht, maar ook om het ontmoeten van de ander. Deze ontmoetingen bieden leerlingen de mogelijkheid om hun eigen positie te heroverwegen en zich te ontwikkelen als subjecten. Ontmoetingen zijn momenten van confrontatie met het onbekende en het onvoorspelbare, die leerlingen uitdagen om buiten hun eigen kaders te denken en te handelen.

Biesta benadrukt dat deze ontmoetingen niet altijd comfortabel zijn. Ze vereisen een openheid voor het onbekende en een bereidheid om je eigen zekerheden los te laten. Dit vraagt om een onderwijsomgeving die ruimte biedt voor dergelijke ontmoetingen en die leerlingen ondersteunt in het omgaan met de onzekerheid die hiermee gepaard gaat.

Verantwoordelijkheid en Vrijheid

Onderwijs moet volgens Biesta gericht zijn op het ontwikkelen van vrijheid en verantwoordelijkheid bij leerlingen. Dit houdt in dat leerlingen leren om hun eigen keuzes te maken en de consequenties daarvan te dragen. Deze ontwikkeling vindt plaats in de interactie met anderen, waarbij ze leren rekening te houden met de ander en verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen handelen.

Biesta gebruikt de Parks-Eichmann paradox om dit punt te illustreren. Rosa Parks gebruikte haar vrijheid om tegen onrecht te strijden, terwijl Adolf Eichmann zijn vrijheid opgaf door blindelings bevelen op te volgen. Onderwijs moet leerlingen helpen om hun eigen vrijheid te ontdekken en te gebruiken op een verantwoorde manier, door hen te leren hoe ze zelf keuzes kunnen maken en de gevolgen daarvan kunnen dragen.

De Rol van de Leraar

De leraar speelt een cruciale rol in het faciliteren van ontmoetingen en het bevorderen van vrijheid en verantwoordelijkheid bij leerlingen. Dit vraagt om een onderwijspraktijk die niet alleen gericht is op kennisoverdracht, maar ook op het creëren van ruimte voor persoonlijke groei en ontwikkeling. Leraren moeten leerlingen begeleiden in hun zoektocht naar hun eigen identiteit en hen ondersteunen in het omgaan met de onzekerheden die hiermee gepaard gaan.

Biesta benadrukt dat leraren hierbij zelf ook subjecten zijn, die hun eigen overtuigingen en waarden meenemen in hun interacties met leerlingen. Dit vraagt om een reflectieve houding, waarbij leraren zich bewust zijn van hun eigen posities en hoe deze hun onderwijspraktijk beïnvloeden. Professioneel zelfverstaan, zoals beschreven door Geert Kelchtermans, speelt hierbij een cruciale rol.

De Rol van de Schoolleider

Schoolleiders hebben de verantwoordelijkheid om een omgeving te creëren waarin leraren en leerlingen de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen als subjecten. Dit vraagt om een leiderschapsstijl die gericht is op het ondersteunen van persoonlijke en professionele groei, en die ruimte biedt voor ontmoeting en reflectie. Schoolleiders moeten het voorbeeld geven in het omgaan met onzekerheden en het bevorderen van een cultuur van openheid en respect.

Biesta benadrukt dat schoolleiders een sleutelrol spelen in het vormgeven van het curriculum en de schoolcultuur. Ze moeten ervoor zorgen dat het curriculum niet alleen gericht is op kennisoverdracht, maar ook op de persoonsvorming van zowel leerlingen als leraren. Dit vraagt om een holistische benadering, waarbij aandacht is voor de verschillende dimensies van het onderwijsproces.

Curriculum en Persoonsvorming

Een curriculum dat gericht is op persoonsvorming biedt ruimte voor ontmoeting en reflectie. Het daagt leerlingen uit om hun eigen posities te heroverwegen en zich te ontwikkelen als subjecten. Dit vraagt om een dynamisch en flexibel curriculum, dat ruimte biedt voor persoonlijke groei en ontwikkeling. Biesta pleit voor een curriculum dat niet alleen gericht is op het overbrengen van kennis, maar ook op het bevorderen van vrijheid en verantwoordelijkheid.

Conclusie

Biesta’s concept van wereldgericht onderwijs biedt een waardevol kader voor het heroverwegen van de rol van ontmoeting, verantwoordelijkheid, en persoonsvorming in het onderwijs. Het curriculum moet niet alleen gericht zijn op kennisoverdracht, maar ook op het bevorderen van persoonlijke groei en ontwikkeling. Leraren en schoolleiders spelen hierbij een cruciale rol, door een omgeving te creëren die ruimte biedt voor ontmoeting en reflectie. Door aandacht te besteden aan de persoonlijke dimensie van het onderwijs, kunnen we een rijker en betekenisvoller leerproces voor alle betrokkenen bevorderen.

Lees het volledige artikel op Wij-leren.nl via deze link: https://wij-leren.nl/wereldgericht-onderwijs-schoolleiderschap-3.php

Deel 4, laatste deel van dit essay: En wat doen we met de ouders?, De driehoek van het curriculum en het ‘derde punt’, en De rol van de schoolleider.

Hartger Wassink's avatar

Over Hartger Wassink

Onderzoeker en adviseur De Professionele Dialoog.

10 Reacties naar “Wereldgericht onderwijs en schoolleiderschap – Essay naar aanleiding van het boek van Gert Biesta 3”

  1. Onbekend's avatar

    Interessant essay, dank daarvoor.

    Het enige waar ik mee zit: zo lang er zaken bestaan als eindtermen, examens, statistieken met benchmarks en percentielen, zou ik niet weten hoe we subjecficatie tot speerpunt van het bv onderwijs kunnen maken. 

    Anders gezegd: als we de huidige nadruk op kwalificatie verschuiven naar subjectificatie, dan denk ik dat weinig leerlingen hem hun diploma zullen behalen.

    Kortom, dit verhaal moet in mijn ogen vooral bij de beleidsmakers van de overheid terecht komen. Zij bepalen de huidige nadruk op kwalificatie, niet de docenten.

    Pas als de in het artikel genoemde hoepels worden afgeschaft en de poging van de overheid om alles te objectiveren (meten is weten) ten grave wordt gedragen, dan ontstaat er ruimte om aan subjectificatie te werken. 

    Nu is die tijd er niet: we mogen al blij zijn als we de leerlingen goed kunnen voorbereiden op de kwalificatieronde die eindexamen heet.

    Like

    • Onbekend's avatar

      Met permissie: die tijd is er wel, voorbeelden van scholen waar leraren er wel bewust mee omgaan laten dat zien. En het punt van mijn artikel is: als we er geen bewust aandacht aan besteden, dan is die subjectificatie er nog steeds. Alleen is de uitkomst ervan dan iets, waar geen professionele reflectie op is. Een punt van mijn essay is ook: alleen kwalificatie bestaat niet. Dus ik begrijp je verzuchting dat het alleen al goed voorbereiden op het eindexamen zo’n klus is. Maar ook daarin speelt subjectificatie een rol. Je bent als leraar sub-ject aan die situatie: de druk van toetsen en examens. De vraag is welk voorbeeld je wilt zijn voor je leerlingen in hoe je daarmee omgaat. En het is niet makkelijk hoor, dat begrijp ik heel goed. Misschien is het zo beschouwd wel makkelijker om niet bewust aan subjectificatie te doen.

      Like

      • Onbekend's avatar

        Zou je me een aantal van die scholen kunnen noemen? Ik ken namelijk geen scholen waar het accent niet op kwalificatie ligt en die wel goede examenresultaten hebben.

        Dat socialisatie en subjectificatie vanzelf plaatsvinden als men op school met kwalificatie bezig is, is evident. Maar daarmee zijn het dus gevolgen van kwalificerend onderwijs geworden; en geen doelen van onderwijs.

        Maar dan heb ik toch nog een vraag: wat is nu precies het oogmerk van je artikel? Leraren ervan bewust maken dat ze altijd met socialisatie en subjectificatie bezig zijn, ook als ze dat niet door hebben? Het belang van een verschuiving in de aandacht van kwaliteit naar subjectificatie proberen te bewerkstelligen? Iets anders?

        Like

      • Onbekend's avatar
        Hartger Wassink 29 december 2022 bij 10:50

        Alle Agora-scholen, maar ook bijvoorbeeld wat Gert Verbrugghen doet op het Alfrink College, of veel Vrijescholen of de Alan Turingschool. Als het maar om een bewuste reflectie gaat op de interactie tussen leraren en leerlingen en op welke manier je daarmee leerlingen tot ‘vrije mensen’ wilt maken. Dat kan op verschillende manieren.
        Socialisatie, subjectificatie en kwalificatie zijn overigens alledrie altijd aan de orde. Je kunt kwalificatie als ‘ingang’ nemen, en je kunt (zo lees ik Biesta) vervolgens je onderwijs meer verdieping geven door je bewust te zijn van hoe socialisatie en subjectificatie vervolgens aan de orde zijn. In die zin zijn dat inderdaad gevolgen van kwalificerend onderwijs. Daar is ook niets mis mee.
        Mijn punt is dat met name het doeldomein van subjectificatie onbereflecteerd blijft, en dat we daarmee kansen missen om onderwijs meer betekenisvol te maken. (Het specifieke punt dat ik maak, is dat subjectificatie ingewikkeld gevonden wordt, omdat het ook iets van de persoonlijke ontwikkeling van de leraar vraagt — daar zit niet iedereen op te wachten).

        Like

      • Onbekend's avatar

        Hadden die Agorascholen niet hele slechte examenresultaten? Die andere scholen zal ik eens bekijken.

        Dank voor je reacties en je artikel.

        Like

      • Onbekend's avatar
        Hartger Wassink 29 december 2022 bij 11:10

        Je reactie laat een kernprobleem zien met het onderwijsdebat, namelijk dat het vooral ideologisch gevoerd wordt, niet op basis van argumentatie. Het verbaast me iedere keer dat het blijkbaar acceptabel is om in zo’n zin ‘die Agorascholen’ af te doen. Het mag van mij hoor, niemand verplicht je je mening te onderbouwen met feiten door je breder te informeren dan je eigen onbewuste voorkeuren je ingeven. Maar met zo’n houding brengen we de kwaliteit van onderwijs niet verder ben ik bang. Ik wens je succes met je werk.

        Like

      • Onbekend's avatar

        Oei, proef ik nu enige irritatie? En baseer jij die hele reactie over ideologie op het gebruik van het aanwijzend voornaamwoord ‘die’?

        Ik bedoelde met ‘die’ de door jou genoemde Agorascholen. Het verwijst dus naar jouw reactie; niet naar ‘die belachelijke en niet serieus te nemen scholen’, wat jij in mijn reactie lijkt te lezen.

        En welke argumenten bedoel je? Slechte examenresultaten lijken me toch een goed argument, binnen een resultatenkader waaraan scholen worden afgemeten?

        Like

      • Onbekend's avatar
        Hartger Wassink 29 december 2022 bij 11:34

        Ja je proeft irritatie. In de eerste plaats omdat die resultaten helemaal niet slecht zijn, dat zou je kunnen weten als je je daar maar een heel klein beetje in verdiept had. Ik vind het persoonlijk irritant als mensen dat soort tendentieuze berichten reproduceren. Het spijt me, daar heb ik gewoon niet veel geduld mee. En in de tweede plaats omdat het een van redeneerlijnen in mijn essay is, dat je het belang van eindexamenresultaten zou moeten relativeren. Dat punt is blijkbaar niet goed overgekomen en dat heb ik dan mezelf te verwijten. Dus die irritatie geldt dan mezelf.
        Het doel van dit essay is om op inhoudelijke gronden een thema te verkennen met zorgvuldige argumenten, en dan valt zo’n (in mijn ogen) gemakzuchtige opmerking gewoon even verkeerd, het spijt me.

        Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Wereldgericht onderwijs en schoolleiderschap – Essay naar aanleiding van het boek van Gert Biesta 1 | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 28 december 2022

    […] Deel 3: Vrijheid en verantwoordelijkheid, Het ‘ik’ van de leerling en het huidige curriculum, en Het ‘ik’ van de leraar en het systeem. […]

    Like

  2. Wereldgericht onderwijs en schoolleiderschap – Essay naar aanleiding van het boek van Gert Biesta 2 | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 3 juli 2024

    […] Deel 3 van dit essay: Vrijheid en verantwoordelijkheid, Het ‘ik’ van de leerling en het huidige curriculum, en Het ‘ik’ van de leraar en het systeem. […]

    Like

Geef een reactie op Hartger Wassink Reactie annuleren