Veel scholen betrekken leerlingen bij de evaluatie van hun leraren. Maar is dat eigenlijk zo verstandig? In het decembernummer van Didactief schreef ik deze column over het gebruik van beoordelingen door studenten voor docent- en schoolbeleid.

Bij zowel de selectie als de beoordelingen van leraren spelen subjectieve oordelen een steeds grotere rol. Maar kan dat zomaar? Hoe betrouwbaar zijn die beoordelingen door collega’s of leerlingen? Onlangs verscheen hierover een mooie metastudie.

Helaas ben ik – en samen met mij een reeks onderzoekingen – niet zo positief over hoe betrouwbaar beoordelingen van leraren door leerlingen zijn. Het LAKS (Landelijk Aktie Komitee Scholieren) schrijft bijvoorbeeld: ’Een belangrijke plek voor leerlingenparticipatie is de aanstelling en de boordeling van docenten. Leerlingen zouden een belangrijke rol moeten krijgen in het aanstellen en beoordelen van docenten. Scholen kunnen een goed beeld krijgen van het functioneren van docenten door leerlingen jaarlijks een enquête over hun docenten in te laten vullen…Het LAKS is [daarom] een groot voorstander van LED: Leerlingen Evalueren Docenten.’ Het LAKS heeft er zelfs een handboek voor gemaakt. Best raar als je naar onderzoek over de betrouwbaarheid van zulke leerlingevaluaties kijkt. Hier een kleine bloemlezing.

Neem de metastudie van Uttl, White en Wong Gonzalez uit 2016 waarin zij concluderen dat er geen enkele correlatie is (nou ja, .03, maar dat is statistisch gezien gelijk aan NUL) tussen de beoordelingen van studenten en wat zij leren. Je zou denken dat de maat voor een goede leraar/lerares is dat je veel van hem of haar leert, toch?! De onderzoekers schrijven: ´Het hele idee dat het mogelijk is om de effectiviteit van het doceren te meten door het stellen van een aantal vragen aan de lerenden over hoe zij de lessen ervoeren, is onrealistisch’. En: ‘leerlingen leren niet meer of beter van docenten met hoge beoordelingen.’

Twintig jaar eerder vonden Krautman en Sander in een studie over de relatie tussen het gegeven cijfer en de beoordeling van leraren dat beoordelingen sterk samenhangen met het (verwachte) cijfer dat zij geven. Krautman cum suis spreken van het ‘kopen’ door leraren van gunstiger beoordelingen door mild te beoordelen, waarbij ‘cijferinflatie’ mogelijk op de loer ligt.

Vierentwintig jaar daarvoor – we zijn inmiddels in 1972 – schreven Rodin en Rodin in Science over de relatie tussen subjectieve en objectieve maten voor een goede leraar. De drie leraren die de laagste subjectieve (anonieme) beoordelingen kregen, behaalden de hoogste objectieve beoordelingen (meting van hoeveel er werkelijk geleerd werd). Zij poneren dat de reden hiervoor misschien is dat leerlingen een hekel hebben aan leraren die hen (te) hard laten werken, dat wil zeggen harder dan zij zelf willen. Conclusie van de auteurs: ‘Als de hoeveelheid die geleerd wordt hoofdonderdeel is van goed onderwijs, dan moeten wij tot de conclusie komen dat beoordeling door de leerling geen valide manier is om dat te meten.’

En tot slot blijkt de gegeven beoordeling zelfs af te hangen van het geslacht van de leraar. Een reeks onderzoekingen laat zien dat een lerares anders (vaak lager) wordt beoordeeld dan haar mannelijke collega. In een recente studie in een online omgeving (waar dus het geslacht van de leraar niet met eigen ogen te bepalen was), kregen leraren van wie werd verteld dat het mannen waren betere beoordelingen dan wanneer verteld werd dat het om vrouwen ging – zelfs als het in beide gevallen een vrouw was! Als je een beetje lol wilt beleven, raad ik je aan om naar de blog van Ben Schmidt te gaan waar je met een interactief programma kunt nagaan welke woorden gebruikt worden op RateMyProfessors.com (veertien miljoen beoordelingen) om mannelijke versus vrouwelijke docenten te karakteriseren. Mannen worden bijvoorbeeld gezien als briljant en geniaal, vrouwen als bazig en lastig.

Misschien moet de ‘ruime meerderheid van vo-scholen die leerlingen betrekt bij de evaluatie van docenten’ zoals de AVS rapporteert zich even achter de oren krabben en de oren niet zo sterk laten hangen naar de wensen en dromen van LAKS.

Volg mij op Twitter: P_A_Kirschner

Herblog naar hartenlust!

14
Reageer op dit artikel

avatar
8 Comment threads
6 Thread replies
0 Volgers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
8 Comment authors
Deze meta-analyse legt een kleine bom onder docentenevaluaties door studenten | X, Y of Einstein?Paul KirschnerDirk van der WulpTon van der ValkTim Recent comment authors

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
trackback

[…] studie van Uttl, White en Gonzales passeerde al eerder mijn pad maar gisteren deelde Casper ze omdat het werk nu op ScienceDirect staat. Waarover gaat het? Deze […]

Dirk van der Wulp
Editor

Hoi Paul,
Ik meen deze bewering eerder ook langs te hebben zien komen en dan mét literatuurverwijzing. Ben dat helaas kwijt. Heb jij voor mij een referentie naar of kopie van dat recente onderzoek? Ben erg benieuwd naar de precieze formuleringen van de uitkomsten. Ben ook benieuwd of dit dan tevens betekent dat, en of onderzocht is of, meer motivatie dan niet tot beter presteren zou leiden. Nooit, soms wel, meestal?
Dirk van der Wulp

Ton van der Valk
Gast
Ton van der Valk

Beste Paul, Wat ik graag wil onderzoeken is of het meten van de motivatie van leerlingen voor hun verschillende vakken wel een goede voorspelling geeft van betere prestaties (en meer welzijn) op termijn. Zie de onderzoeksagenda van het project Motivatiespiegel.nl Verder ben ik het dus wel eens met je analyse. Docenten beoordelen heeft geen nut. Docenten feedback en informatie geven (niet via de schoolleiding) heeft wel nut. Alleen praten, zoals Dick vd Wateren voorstaat, is goed, maar aanvulling met objectieve informatie van alle leerlingen in de klas kan geen kwaad. Anders hoor je misschien alleen wat in je verwachtingen past.… Lees verder »

Jouke Jan de Boer
Gast
Jouke Jan de Boer

Beste Paul Zoals zo vaak in het leven ligt de waarheid niet geheel aan de ene kant ( leerlingen kunnen hun docenten helemaal niet goed beoordelen) en ook niet aan de andere ( leerlingen beoordelen hun docenten altijd op een juiste wijze) Toch kan ik bogen op heel veel ervaring met beoordelingen van docenten Door hun leerlingen Daaruit is mij gebleken dat bij de beide uitersten, namelijk heel goede en heel slechte docenten, de leerlingen bijna unaniem deze beoordeling kunnen geven Ook hebben leerlingen veel respect voor docenten die veel van hen vragen, als daarbij tenminste liefde voor het vak… Lees verder »

Dick van der Wateren
Beheerder

Het beste wat je over deze studies kunt zeggen is dat ze kennelijk op de verkeerde manier leerlingen hun leraren hebben laten beoordelen. Een paar simpele vragen in een enquete beantwoorden, zoals het meestal gaat, of, erger nog, het geven van een cijfer doet geen recht aan de kwaliteit van een leraar. Mijn ervaring en van die van veel collega’s, is dat wanneer je met je leerlingen een gesprek hebt over je lessen je heel waardevolle feedback krijgt. Neem je leerlingen serieus, luister naar ze en doe er je voordeel mee. Leerlingen weten heel goed wat goede lessen zijn en… Lees verder »

trackback

[…] Veel scholen betrekken leerlingen bij de evaluatie van hun leraren. Maar is dat eigenlijk zo verstandig? In het decembernummer van Didactief schreef ik deze column over het gebruik van beoordelinge…  […]

janien
Gast

Dit is op The Sausage Machine herblogden reageerde: Gerelateerd. Over gender gesproken. Professor Kirschners artikel leidt me even down memory lane. Zo’n halve eeuw terug, ik volgde de ‘aggregatie voor het hoger secundair onderwijs’, zeg de lerarenopleiding bovenop mijn studie Germaanse filologie aan de KU Leuven. Met alle respect voor mijn professoren van toen he: voor het handvolletje stagelessen in de scholen kozen onze (mannelijke) stagemeesters voor ons vrouwelijke studenten jongensscholen … omdat we daar zonder problemen, d.i. met open armen (en koffie en koek) ontvangen werden! Dat was voor de grote feminiseringsgolf in het onderwijs. Even later kwam co-educatie:… Lees verder »

Pedro
Auteur

Dit is op X, Y of Einstein? herblogden reageerde:

Wou zelf nog bloggen over die recente meta-studie, maar Paul was me voor.

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

onderwijs, onderzoek

Tags

, , ,