Van onderwijs mogen we verwachten dat het de leerling geen oordelen opdringt, maar de leerling leert om zelf te oordelenen om geïnformeerd en kritisch te oordelen. Van burgerschapsonderwijs mogen we hetzelfde verwachten. Juist van burgerschapsonderwijs, lijkt me. Toch bezondigt veel van dit onderwijs zich aan het opdringen van oordelen.

Sprekend voorbeeld van wat vaak gebeurt, is “Sint + Piet”, een gratis les voor het VMBO van De Digitale Scheurkalender:

Hoe ga je om met de zwartepietendiscussie in de klas? De les ‘Sint + Piet’ bekijkt het fenomeen Zwarte Piet vanuit kunst en historische feiten. Benieuwd naar de les?

Log in op digitalescheurkalender.com met wachtwoord: burgerschap. Mocht je feedback hebben op deze les, of de andere burgerschapslessen van de Digitale Scheurkalender Burgerschap, dan hoor ik het graag!

De makers staan open voor feedback. Mooi. 

Les

Voor wie de les niet kent en niet online kan of wil bekijken, volgt eerst een stapsgewijs overzichtje van hoe de les gaat. Aansluitend leg ik in twee stappen uit waarom de les niet deugt. Nou ja … waarom ik vind dat die beter kan.

  1. De les begint met een animatie van Brian Elstak waarin Sinterklaas afrekent met zijn Zwarte Pieten. Hij ziet het leed dat ze veroorzaken en maakt korte metten met ze. In een agressieve, gewelddadige scene die bijna de gehele animatie beslaat, betoont Sint zich een bedreven vechtsporter. De zwarte knechten verzetten zich heftig, maar Sint schakelt ze vakkundig uit. Na afloop van het filmpje volgt een dia met de vraag: Wat wil de maker met dit filmpje zeggen, denk jij?
  2. Een dia met twee foto’s van alternatief gekleurde Pieten: twee vrolijk uitgedoste en lachende jeugdigen, de ene met een groen gezicht en de andere met vegen. Daaronder de hamvraag: Welke kleur moet Piet zijn? Tegenstanders zien Zwarte Piet als symbool van racisme. Voorstanders zien Zwarte Piet als onschuldige traditie.
  3. Een fragment uit Sesamstraat waaruit naar voren komt dat er in 1987 al kritiek was op Zwarte Piet. Gerda Havertong, Surinaams van oorsprong, legt aan Pino uit waarom: “Ik heb er genoeg van om voor Pieterbaas uitgemaakt te worden!”. Pino had geen idee: “Ik wist echt niet dat je het zo erg vond”. Dat snapt Gerda dan ook wel weer. Ze stelt voor er iets aan te doen: “Zullen we de Sint vragen of hij ervoor zorgt dat al die malle praatjes ophouden?”. Dat vindt Pino een goed plan.
  4. Na Sesamstraat volgt meer geschiedenis: hoe de knecht van Sint door de tijd heen veranderde, dat hij oorspronkelijk niet zwart van kleur was en elders nog weer anders was. Het eindigt met een grafiek waaruit op te maken valt dat het aantal mensen dat van oordeel is dat Zwarte Piet moet blijven, de laatste jaren aanzienlijk kleiner wordt.
  5. Aansluitend kunnen de leerlingen twee versies van “O, kom er eens kijken” beluisteren, een opname uit 1959 en een recente uitvoering. Daarbij moeten ze de vraag beantwoorden: “Welk liedje past bij de tijd van nu?”. De oude opname klinkt belegen, als een soort draaiorgel; de recente opname klinkt fris en professioneel.
  6. De laatste stap in de les is de opdracht om zelf te bedenken hoe het sinterklaasfeest anders kan. “De Sinterklaastraditie is vaak veranderd”. Dus dat kan ook nu weer. “Bedenk iets dat voor iedereen een feestje is.”
  7. De afsluitende dia in de les vertoont de groet: “Dag, burger!”.

Fuik

De uitdrukkelijke suggestie in de les is dat de leerlingen vrij zijn in hun meningsvorming:  

“Is Sinterklaas een onschuldig kinderfeest waar je niets aan moet veranderen? Of is Zwarte Piet racistisch? Deze les gaat het niet om wie gelijk heeft. Hierover mag jij je eigen mening vormen.” (dia halverwege).

Maar de meningsvorming wordt sterk gestuurd. De animatie waarmee de les opent (stap 1), zet de toon. In een heldhaftige vechtpartij verslaat een sympathieke oude baas een stel louche typen, onmiskenbaar gemeneriken. De Zwarte Pieten zijn de bad guys. Meteen daarna (stap 2) de foto van de vrolijke vriendelijke kleurrijke Pieten met de vraag welke kleur Piet moet zijn. In zo’n lescontext is het weinig aantrekkelijk om voor je mening uit te komen, als je van mening bent dat de zwartheid van Piet een onschuldige traditie is.

Stel, je vindt desondanks als leerling nog steeds dat Zwarte Piet mag, omdat het traditie is, hoewel je het misschien niet hebt durven uiten. Dan krijg je vervolgens aangeleerd dat dit argument niet klopt. Het is geen traditie. Het was ooit anders en het kan anders. De traditie verandert steeds. Dus de traditie kan nu ook anders (stappen 3 en 4). De logica is onontkoombaar. Zwarte Pieten zijn bad guys. Traditie is geen tegenargument. Het verschil tussen de oude en de recente versie van “O, kom er eens kijken” (stap 5) pepert de boodschap er nog eens in. Met de tijd meegaan is vanzelfsprekend beter. Je mág niet vinden wat je vindt als je vindt dat Zwarte Piet mag.

Ook in de afrondende opdracht (stap 6) is de vraag ‘Zwarte Piet mag wel of niet’ geen vraag meer. Leerlingen moeten bedenken hoe het anders kan. De traditie veranderde steeds al en het moet voor iedereen een feestje zijn, dus … De opdracht biedt geen opening voor uitbeelding van de mening dat Zwarte Piet mag blijven –als er al een leerling zou zijn die er nog op vertrouwt dat hij dit mag vinden en het lef heeft om dat uit te uitbeelden. 

De les is opgezet als fuik. De suggestie is dat het niet gaat om wie gelijk heeft, maar dat iedereen zijn eigen mening vormt. Deze openheid wordt door de vorm en inhoud van de les volkomen tenietgedaan. De leerlingen wordt aangepraat en ingeprent dat één mening de enig juiste is: Zwarte Piet mag niet. Na de afrondende opdracht waarin elk leerling moet laten zien dat hij hiermee instemt, sluit de les af met de veelzeggende groet: “Dag, burger!”

Burgerschap verdien je door instemming met de voorgeschreven mening. 

Een les die opgezet is als fuik, waarin onder het mom van openheid de mening van de leerling gevormd wordt in plaats van dat de leerling geleerd wordt zelf zijn mening te vormen … zo’n les is geen onderwijs. 

Begrijp me niet verkeerd. Ook ik ben tegen Zwarte Piet omdat deze folklore aanleiding geeft tot racistische associaties. Maar ik ben evenzeer tegen hersenspoelen en tegen onderwijs dat zich leent voor hersenspoelen. 

Racisme

Het ligt voor de hand om in het kader van burgerschapsonderwijs iets te doen met racisme. Wil het goed onderwijs zijn, dan vereist dit ‘iets doen met’ op z’n minst aandacht voor de structurele maatschappelijke en culturele factoren waarmee racisme samenhangt. Niet elke leeractiviteit in verband met racisme hoeft expliciet en uitgebreid op achterliggende factoren in te gaan, maar elk van die leeractiviteiten moet wel ingebed zijn in een programma dat daar aandacht voor heeft. Risico bij een losse les zoals deze is dat dit niet gebeurt.

Bekijken we de les op zichzelf dan geeft het een vlak en vertekend beeld van racisme. Leerlingen worden niet uitgenodigd om te onderzoeken wat de oorzaken zijn van de racistische associaties bij de zwartheid van Piet, uit welke gewelddadige geschiedenis en onrechtvaardige verhoudingenze voortkomen. Racisme wordt teruggebracht tot vervelend verschijnsel: onaangenaam, zoals belediging onaangenaam is. “Ik heb er genoeg van om voor Pieterbaas uitgemaakt te worden!” Het structurele karakter wordt miskend; het wordt als misverstand gepresenteerd. “Ik wist echt niet dat je het zo erg vond”. Racisme zo onschuldig als “malle praatjes”. Geen wonder dat de oplossing van het probleem eenvoudig is: een briefje schrijven aan de baas voldoet; Sinterklaas lost het wel op. Of de kleur van Piet veranderen en klaar is Kees.

Ironischerwijs begint de les met een animatie die racistische associaties onbedoeld bevestigt, althans, dat is mijn indruk. Sinterklaas komt niet spontaan tot zijn “I’m done with this shit”. Aanleiding is een vijftal gezichten van slachtoffers van racisme: verlegen en verschrikte Antilliaanse, Surinaamse, Afrikaanse gezichten, de aanblik is verdrietig, meelijwekkend. Nogal wiedes en terecht dat Sinterklaas zich hun lot aantrekt en in het geweer komt. Kappen met Zwarte Piet. Uitschakelen met grof geweld. Maar eh … Wat is dit voor beeldvorming? Sint als superman. De blanke man die voor de arme stakkers opkomt, de blanke man die het fikst, in zijn eentje. Daar hoeft geen arme stakker aan te pas te komen.

De animatie is om deze reden goed te gebruiken in burgerschapsvorming, maar dan met de opzet om deze beeldvorming kritisch te onderzoeken, bijvoorbeeld historisch en cultureel te contextualiseren. En leerlingen zodoende de gelegenheid te geven bagage en gereedschap te krijgen om tot eigen oordeelsvorming te komen met betrekking tot racisme. Ik ben bang dat dit niet de bedoeling is van de makers van de les “Sint + Piet”.

Uitlui

De twee gebreken van deze burgerschapsles, zowel de fuik-achtige opzet als het versimpelen van maatschappelijke conflicten en problemen, komen te vaak voor in burgerschaps-vormingsmateriaal. Dat kan en moet echt beter. Het is jammer dat de wet- en regelgeving over de burgerschapsopdracht dit soort onderwijs alle ruimte laat. Het nieuwe wetsartikel moest voor aanscherping zorgen, maar blijft in dit opzicht tandeloos.

4.9 8 votes
Article Rating

Piet van der Ploeg is als docent en onderzoeker verbonden aan de Faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doet onderzoek naar onderwijsethiek, Daltononderwijs en burgerschapsvorming. Hij doceert History and Philosophy of Education en Ethics of Education.

Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

8 Reacties
nieuwste
oudste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments

About Piet van der Ploeg

Piet van der Ploeg is als docent en onderzoeker verbonden aan de Faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doet onderzoek naar onderwijsethiek, Daltononderwijs en burgerschapsvorming. Hij doceert History and Philosophy of Education en Ethics of Education.

Category

onderwijs, pedagogiek, primair onderwjs, voortgezet onderwijs

Tags

, , , ,