In de media verschijnen berichten over de Onderwijsinspectie die zich in haar rapport De Staat van het Onderwijs 2019, dat op 10 april verscheen, zorgen zou maken over de kwaliteit van het onderwijs in vernieuwende scholen. Dat ligt iets genuanceerder, blijkt uit lezing van het rapport zelf.

Onder de titel ‘Leuk, al die profielen in het onderwijs, maar wordt er wel voldoende geleerd?’ schrijft De Volkskrant over “een wildgroei aan ‘hippe’ schoolconcepten waarvan niet duidelijk is of het onderwijs er beter van wordt.” Dat is een tamelijk tendentieuze benadering van de huidige onderwijsinnovatie. De Inspectie is in haar rapport aanmerkelijk genuanceerder.

In dit stuk, dat eerder verscheen op Platform HetKind van het NIVOZ, analyseert gastblogger Rob Martens de twee belangrijkste problemen die in de Staat van het Onderwijs te lezen zijn: het lerarentekort en het gebrek aan onderwijsonderzoek bij vernieuwende scholen.

Prof. dr. Rob Martens is sinds 1 januari 2018 wetenschappelijk directeur van het NIVOZ. Hij is tevens hoogleraar bij het Welten-instituut van de Open Universiteit.

De staat van het onderwijs die de onderwijsinspectie dit jaar heeft opgeleverd, lijkt in sommige opzichten op die van verleden jaar. In die zin dus niet veel nieuws. Weer treffen we in het fraai vormgegeven rapport vooral een pleidooi aan voor het eigen metier, namelijk, toetsen, meten, turven en onderling vergelijken als motor onder verbetering. Verleden jaar uitten velen daar hun twijfels over, en die gelden nu onverminderd.

Maar net als vorig jaar is het vrijwel volledig ontbreken van een relatie met het Nederlandse onderwijsonderzoek heel opvallend. De term onderwijsonderzoek komt in het stuk zelfs amper voor. Dat is niet zozeer een verwijt aan de inspectie, maar een gevolg van grote bezuinigingen op dat onderwijsonderzoek. Toch is er ook reden voor optimisme. De wal is het schip namelijk aan het keren.

Het rapport drukt namelijk flink op twee plekken waar het ook echt pijn doet. Het lijkt erop dat met onderwijs hetzelfde aan de hand is als met onderhoud van bruggen: het zijn zaken die ‘saai’ zijn. Het zijn lange termijn investeringen. Niet ‘sexy’. Een politicus zal liever een nieuwe brug openen, dan aan het einde van zijn bewindsperiode opnoemen dat hij braaf op de winkel heeft gepast en vooral bestaande bruggen goed onderhouden heeft.

Tot de wal het schip keert en we plotseling geschrokken constateren dat dit kortetermijn denken niet is vol te houden en bruggen, zoals vorig jaar bleek, daadwerkelijk op instorten staan. Bij ons onderwijs lijkt nu precies dat aan de hand, en het is terecht dat de inspectie dat in niet mis te verstane bewoordingen benoemt. De inspectie benoemt twee punten waar jarenlange bezuinigingen zich nu tegen ons keren.

1. Lerarentekort

Op de eerste plaats is er jaren beknibbeld op het vak van de leraar. Ieder jaar is de werkdruk en de regeldruk opgevoerd, van po tot en met wo, en ondanks de vele waarschuwingen hiertegen, beschouwen velen het onderwijs niet meer als een aantrekkelijke werkplek. Dat kun je heel wat jaren volhouden. Tot het moment waarop daadwerkelijk scholen leerlingen naar huis moeten sturen wegens een acuut lerarentekort, of de onderwijssector massaal in opstand komt tegen de slechte beloning en opgelopen werkdruk. Een probleem dat, aldus de inspectie, extra veel voorkomt op ‘zwarte scholen’. Een terechte zorg, hoewel dat er niet toe zou mogen leiden dat er nog meer geld uit krimpgebieden wordt weggesluisd naar de grote steden met hun specifieke problematiek. Leeglopende krimpscholen zijn net zo maatschappelijk ontwrichtend als zwarte scholen, met hun problemen om de onderwijskwaliteit te handhaven.

De inspectie vat de gevolgen van de aanhoudende bezuinigingen op het leraarschap kernachtig samen:

‘Goed onderwijs vormt het fundament van onze samenleving. Bij een tekort aan leraren ontstaat er niet alleen druk op de kwaliteit van het onderwijs, maar ook op de samenleving als geheel. Waar de kwaliteit in het geding is, raakt dit de toekomst van onze jeugd. Vooral in het basisonderwijs is nu al sprake van een fors lerarentekort.’

En dus:

‘De inspectie houdt er rekening mee dat het lerarentekort op termijn terug te zien is in de beoordeling van de kwaliteit van scholen.’

Investeringen in lerarensalarissen zijn misschien minder sexy dan investeringen in warmtepompen of in bredere snelwegen, maar de effecten ervan zijn enorm.

2. Onderwijsonderzoek

En dan het tweede punt, dat is de enorme bezuiniging die er geweest is op onderwijsonderzoek en de zogeheten onderwijsondersteuningsstructuur. Denk daarbij aan de landelijke pedagogische centra die in het verleden een belangrijke rol speelden bij het professioneel ondersteunen van onderwijsvernieuwing. Ze bestaan bijna niet meer. Het APS is failliet gegaan, KPC is inmiddels na haar faillissement nog maar een schim van wat het ooit was. Net zoals het wegbezuinigde Wetenschappelijk centrum voor lerarenonderzoek (LOOK), dat zich richtte op het bestrijden van het kwantitatieve en kwalitatieve lerarentekort. Dat bijvoorbeeld waarschuwde tegen een eenzijdig en niet gedragen lerarenregister. Als je door de ogenharen kijkt naar die ontwikkelingen, dan zie je duidelijk wat er aan de hand is: we betalen er nu de rekening voor. De inspectie verwoordt dit zo:

‘De afgelopen jaren zien we een toename in de concepten en profielen en ook in andere accenten die scholen leggen. Voor een groot deel gaat het om vernieuwing van bestaande scholen en opleidingen, soms om de oprichting van nieuwe scholen en opleidingen. Hierdoor kent het onderwijs in Nederland in vergelijking met andere landen veel vormen en varianten, met veel mogelijkheden voor leerlingen en studenten.’

Maar:

‘Tegelijkertijd zien we dat scholen veel experimenteren met extra aanbod en/of een andere aanpak. Alleen ontbreekt het vaak aan een goede en systematische evaluatie. Ook wordt de verscheidenheid van de doelen en een mogelijke uitruil tussen verschillende doelen onvoldoende in kaart gebracht. Hierdoor blijft de bijdrage van scholen aan kwaliteit in brede zin meestal verborgen en onduidelijk voor betrokkenen. ‘

En:

‘Verschillende opvattingen over de kwaliteit van het onderwijs zorgen er ook voor dat de innovatie van het onderwijsstelsel minder doelmatig verloopt. Het delen van kennis blijft hierdoor te beperkt. Wel is er een groot draagvlak voor een brede visie op onderwijskwaliteit. Toch is het voor veel scholen vaak zoeken naar wat dit concreet voor het onderwijs kan betekenen. Door de vele doelen en aanpakken worden succesvolle pogingen van onderwijsvernieuwingen slechts beperkt gedeeld. Dat komt omdat ze te contextgebonden zijn.’

Wat je hierin leest is dat de cruciale rol die goed, praktijkgericht onderwijsonderzoek had kunnen spelen nu node gemist wordt. Het publieke debat wordt daardoor nu – zoals zo vaak – overstemd door de hardst schreeuwenden. Tegenstanders van onderwijsvernieuwing winkelen wel heel selectief in de winkel van het onderwijsonderzoek en roepen eendimensionaal dat het enige dat werkt directe instructie is. De media die altijd graag onheilsprofeten aan het woord laten, bestendigen vooral het gekrakeel. Terwijl de werkelijkheid is dat er gewoon vrijwel geen onderwijsonderzoek meer plaatsvindt bij vernieuwende scholen. 

Onderzoek bij vernieuwing

Dat kan echt veel beter. Goed onderwijsonderzoek dus, dat geworteld is in de praktijk en begrijpt dat de meeste vragen die in het onderwijs leven uiterst complex en contextgebonden zijn, en dus niet op platte kortetermijnantwoorden zitten te wachten. En waarin onderwijsvernieuwing niet bij voorbaat weggehoond wordt, maar een respectvolle samenwerking wordt opgezet, ook vanuit het idee dat onderwijs niet kan blijven zoals het vijftig jaar geleden was. Daarvoor is de wereld waar scholen hun leerlingen op voor moeten bereiden, te veel veranderend. Dat vraagt om doordachte diversiteit en experimenten. Het kan niet anders.

Gelukkig begint dat besef nu steeds duidelijker door te dringen. Want vorige week publiceerden alle sectororganisaties in ons onderwijs, dus van primair onderwijs (PO raad) tot en met universiteiten (VSNU) gezamenlijk een hoopgevend rapport, waarin ze stellen dat onderwijs niet meer de lerende organisatie is die het zou moeten zijn. ‘Lerend onderwijs voor een lerend Nederland’ heet dat stuk. Er moet een nieuwe infrastructuur komen, die ertoe leidt dat praktijkvragen op een wetenschappelijke manier worden aangepakt en er een lerende cultuur ontstaat, zo bepleit het stuk. Met termen als vraagsturing, vraagarticulatie en kennisdeling. De scholen en universiteiten zijn er dus klaar voor. Ze willen vernieuwen, maar dan wel op een professionele en verantwoorde manier. En dat betekent: ondersteund door zorgvuldig, praktijkgericht, wetenschappelijk onderwijsonderzoek.

Gedegen onderwijsonderzoek dus, dat een sterke en respectvolle verbinding heeft met de dagelijkse praktijk in de klas en met lerarenopleidingen. Dat kan niet gratis. Maar alleen zo wordt een positieve dialoog op gang gebracht over innovaties in het onderwijs en de lerarenopleidingen. Na dit inspectierapport en de hartenkreet van de sectororganisaties is duidelijk, wie er nu aan zet is: de politiek, die moet inzien dat haar kiezers investeringen in onderwijs heel belangrijk vinden.

Join the conversation! 3 Comments

  1. Niemand zal het oneens zijn met het bovenstaande; toch valt er op andere manier ook veel te verbeteren aan het bestaande onderwijs: door niet lokaal plus leraar centraal te stellen, maar door op het het hele gebouw en op alle leerlingen te focussen als het gaat om samenzijn en leren. Want zeg nou zelf: nu is het vaak zo dat leerlingen, na het lesuur halsoverkop naar een ander lokaal rennen en geen tijd krijgen voor reflectie, alleen of met een vriendengroepje. Bekijk het onderwijs ook eens door de ogen van een leerling. Hier meer: https://www.mediawijzer.net/de-netwerkmaatschappij-22-netwerken-versterken/

    Reply
  2. Wat mij opvalt, is dat de scholen (of schoolfabrieken!) zelf weinig kritisch zijn op hun eigen interne organisatie en personeelsbeleid. Ik werk op een Mbo-school, maar zo zijn er velen, waar de interne organisatie nog net zo oud is als het onderwijs. Echter toen waren de scholen vele malen kleiner en georganiseerd als dorpsschooltjes. Ook de Niet-onderwijs afdelingen zijn vaak vervreemd van het primaire proces (onderwijs) binnen de scholen. Het zijn op zich zelf staande processen/afdelingen die het druk hebben om zichzelf in stand te houden.
    Daarnaast scoren scholen bij hun medewerkers tevredenheid onderzoek onder het onderwijzend personeel heel laag. Bij de NOP-afdeling vaak hoger.
    Zorg nou eens dat in het onderwijs, het primaire proces, de schaalvoordelen gebruikt worden, dat de leraar of docent niet het werk voor de NOP afdelingen moet doen of voorbereiden, zorg nou eens dat docenten of leraren zich kunnen richten op hun primaire taak. Zorg nou eens dat bezuinigingen niet eerst op het primaire proces worden doorgevoerd, maar op de ondersteunende diensten, zoals projectafdelingen, personeelszaken, voorlichting, buitenland avonturen, private avonturen die zelden rendabel zijn, etc. etc. Zorg dat er niet van die onfatsoenlijke contract-constructies worden gebruikt, waardoor onderwijzend personeel zich niet bepaald welkom voelt. Zorg nou eens dat de docenten weer lol in hun werk kunnen krijgen en dat zij gezien worden als het belangrijkste proces van een school.
    Hou nou eens op met die zogenaamde zelfsturende teams, waarin het lijkt alsof het onderwijs eigen baas kan zijn? Het verhoogd alleen de werkdruk en het leidt af van het primaire proces en als het puntje bij paaltje komt, heb je niets te vertellen….
    Zo….. dit was even wat ik kwijt wilde.

    Reply
    • Oh ja, nog 1!
      Stop nou eens met al die veranderingen en aanpassingen zo dicht achter elkaar. Elk kabinet heeft het wiel uitgevonden en dan moet het onderwijs zich maar weer aanpassen, zonder dat de vorige verandering al ingevoerd of echt geland is binnen de onderwijsorganisatie.

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

About Gastblogger

Gastbloggers publiceren op uitnodiging en op persoonlijke titel. Hun visie is niet noodzakelijkerwijs de visie van het Blogcollectief. Commerciële uitingen worden niet geplaatst.

Category

evidence-based, onderwijs, onderzoek

Tags