Het Voorbereiden van Leerlingen op (Nog) Niet Bestaande Banen

Recentelijk heb ik het rapport “Het Voorbereiden van Leerlingen op (Nog) Niet Bestaande Banen” afgerond en gepubliceerd. Het onderzoek werd uitgevoerd binnen mijn recente NIAS-fellowship en was gefinancierd door de NSvP: Innovatief in Werk. Hieronder staat de Management Samenvatting van het rapport.

Is er iets aan de hand als het gaat om het opleiden van leerlingen voor hun steeds langere en onzekerder (arbeids)toekomst? Volgens de openingsalinea van The Future of Jobs: Employment, Skills and Workforce Strategy for the Fourth Industrial Revolution (2016, p. 3) van de World Economic Forum wel.

Ontwrichtende veranderingen in de gangbare businessmodellen zullen een grote invloed hebben op het arbeidsmarkt in de komende jaren. De meest gevraagde beroepen of specialiteiten in veel bedrijfstakken van nu bestonden tien of zelfs vijf jaar geleden niet, en het tempo van deze veranderingen versnelt. Wij schatten in dat 65%[1] van de kinderen die vandaag naar de basisschool gaan uiteindelijk een nieuw soort baan zullen aannemen die nu nog niet bestaat. In een dergelijk snel veranderende arbeidsmarkt is het kunnen anticiperen en voorbereiden op de toekomstige vaardigheids- en werk gerelateerde eisen / behoeften steeds belangrijker voor bedrijven, overheden en particulieren … Anticiperen en voorbereiden op deze transitie is daarom cruciaal.

Het rapport stelt verder dat:

De steeds snellere technologische, demografische en sociaaleconomische ontwrichting transformeert de industrie- en bedrijfsmodellen, verandert de vaardigheden die werknemers nodig hebben en verkort de houdbaarheid van de vaardigheden waarover die werknemers beschikken. (p. 19)
Tijdens de vorige industriële revoluties, heeft het vaak decennia gekost om de nodige opleidings- / trainingssystemen en arbeidsmarktorganisaties [EN: labour market institutions] te bouwen om belangrijke nieuwe vaardigheden op grote schaal te ontwikkelen. Gezien het tempo en de omvang van de ontwrichting veroorzaakt door de Vierde Industriële Revolutie, is dit gewoon geen optie. (p. 20)

En in Nederland heeft de PO-Raad ook enige zorgen geuit in hun nota Nú investeren in onderwijs van morgen: Manifest voor ict in het funderend onderwijs[2]:

De digitale economie is geen utopie meer maar realiteit. Nieuwe banen, nieuwe vormen van samenwerken en nieuwe technologieën bepalen hoe de arbeidsmarkt en het leven er straks uitzien voor kinderen die nu de basisschoolleeftijd hebben of op de middelbare school zitten. Het is noodzakelijk hen hierop voor te bereiden en leerlingen de kennis en vaardigheden te geven om optimaal te kunnen functioneren in een digitale maatschappij.

Dit rapport dat uitgevoerd is als deel van een NIAS-fellowship onderzoek met de titel Het voorbereiden van leerlingen op (nog) niet bestaande baan hoopt een eerste, op onderzoek geïnformeerde stap te zijn in de richting van een oplossing voor dit probleem. Het probeert een mogelijke aanpak te geven voor het oplossen van een groot maatschappelijk dilemma, namelijk: Hoe kunnen wij jeugdigen opleiden voor een (arbeids)toekomst waarin de beroepen waarvoor zij worden opgeleid enerzijds waarschijnlijk op korte termijn kunnen / zullen verdwijnen en anderzijds voor beroepen die nog niet bestaan en/of waar wij zelfs geen idee van hebben.

 

De opzet is als volgt:

Na een tweetal hoofdstukken (Hoofdstukken 2 en 3) over de achtergronden van en voorspellingen over het probleem vindt de lezer een weergave van een empirisch onderzoek onder experts over (1) welke maatregelen – volgens hen – moeten worden getroffen in / door het onderwijs om het probleem op te lossen, (2) welke thematische clusters er te bespeuren zijn ten aanzien van de voorgestelde oplossingen, (3) wat het belang is van de verschillende clusters voor het oplossen van het probleem, en (4) hoe haalbaar / implementeerbaar de verschillende clusters zijn.

 

In grote lijnen zien wij dat:

Er onduidelijkheid is over welke kennis, vaardigheden en attitudes nodig zijn voor het wapenen van jeugdigen tegen het probleem en de gevolgen daarvan. Duidelijk is wel dat leerlingen voorzien moeten worden van een stevige kennis- en vaardigheidsbasis om toekomstbestendig te kunnen leren.

Er veel gesproken en geschreven wordt over zogenoemde 21e-eeuwse vaardigheden maar een analyse daarvan laat zien dat deze vaardigheden duidelijk noch eenduidig zijn, dat zij steeds veranderen zowel qua aantal als inhoud, en dat zij voor het grootste deel vaardigheden zijn die ook in de 20e en zelfs in het 19e eeuw noodzakelijk waren. Eigenlijk zijn de enige vaardigheden die echt als 21e-eeuws aangemerkt kunnen worden:

  • Informatiegeletterdheid: het kunnen zoeken, identificeren, evalueren (van de kwaliteit en betrouwbaarheid van bronnen) en effectief gebruiken van verkregen informatie en
  • Informatiemanagement: het kunnen vastleggen, beheren en delen van verkregen informatie.

Belangrijker is te spreken over toekomstbestendig leren (Walma van der Molen, 2017): Het verwerven van de vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op een stabiele, bestendige manier te blijven leren in onze snel veranderende wereld.

De school / Het onderwijs heeft hierbij een belangrijke taak maar het is de vraag of de school / het onderwijs daarvoor goed uitgerust is. Hoofdredenen hiervoor zijn: (1) de school reageert te traag om de veranderingen in het toekomstige arbeidsmarkt goed in het curriculum te verwerken, (2) de scholen zijn niet goed uitgerust op hun taak leerlingen voor hun onzekere (arbeids)toekomst op te leiden c.q. voor te bereiden, en (3) het gebruik van ict is niet goed geïntegreerd in het onderwijs en het is de vraag of docenten zelf over de nodige ict-kennis en –vaardigheden beschikken om hun leerlingen op een toekomstbestendige wijze op te leiden.

Met behulp van computers, software, ontwikkelingen op het gebied van analysetechnieken voor grote databestanden (data analytics) en machinaal leren kunnen ieder jaar complexere taken worden uitgevoerd en het gebruik van nieuwe technologie wordt steeds goedkoper en voor een breder publiek of werkveld toegankelijk.

Tot en met het einde van de 20e eeuw was automatisering en daarna computerisering van functies aanvankelijk vooral gericht op routinematige en fysieke taken en daarna ook op routinematige cognitieve taken (zie het linkerdeel van onderstaande figuur afgeleid van Frey en Osborne, 2013). Nu, en in de voorspelbare toekomst, door de inzet van computers, is het mogelijk op het gebied van non-routine taken (zie het rechterdeel van onderstaande figuur).

De verschuiving van de linker naar de rechterhelft van de figuur ligt, volgens hen, aan de groei en volwassenwording van kunstmatige intelligentie, analyse van grote databestanden (data analytics) en machinaal leren. Dergelijke ontwikkelingen zorgen ervoor dat we in de nabije toekomst waarschijnlijk minder mensen nodig zullen hebben in functies die niet-routinematige fysieke en cognitieve vaardigheden vereisen.

Het is aannemelijk dat veel (v)mbo-beroepen leerlingen opleiden op voor banen waarvan wij nu weten dat zij – gezien de ‘robotisering’ (zowel fysiek als virtueel in de vorm van internet ‘bots’) – op zeer korte termijn niet of nauwelijks meer door mensen zullen worden uitgevoerd. Een voorbeeld: Volgens de MBO Raad[3] stond in 2016 van de 475.000 mbo-leerlingen 14,8% (circa 70.300 leerlingen) ingeschreven bij de richting Voedsel, Groen en Gastvrijheid en 11,4% (circa 54.150 leerlingen) bij de richting Zakelijke Dienstverlening en Veiligheid. Dat betekent dat bijna 125.000 MBO-studenten een opleiding volgen die opleidt tot ondersteunend, representatief administratief werk, of financieel-administratieve of juridische beroepen op middenniveau, waarvan de kans zeer groot is dat zij in de zeer nabije toekomst (bijna) volledig geautomatiseerd zullen worden.

Een Group Concept Mapping procedure (zie Hoofdstukken 3, 4, en 5) onder experts over de hele wereld heeft een vijftiental clusters van ideeën geïdentificeerd waaraan het onderwijs zou moeten werken om te zorgen dat de leerlingen van vandaag toekomstbestendig worden. De clusters zijn: Kritisch Denken, Transfer van Vaardigheden, Hogere-Orde Denken, Competenties (Kennis, Vaardigheden, Attitudes), Metacognitie en Reflectie, Versterken van het Gevoel van Kunnen (Zelfbeeld), Leren in Authentieke Situaties, Integratie van School en Beroep, Samenwerking, Docentprofessionalisering, Informatiegeletterdheid, Herontwerp de School, Geletterdheid (in Brede Zin), Informatievaardigheden en Leren voor de Toekomst (zie het volgende figuur).

Nadat de clusters zijn geformeerd, zijn alle ideeën beoordeeld op twee ‘waarden’, namelijk hoe belangrijk zij zijn en hoe haalbaar het is om ze te implementeren. Deze procedure leverde de volgende patroonvergelijking op:

Aan de linkerkant staat hoe de ideeën binnen de clusters beoordeeld zijn op de waarde ‘belang’ en aan de rechterkant de beoordeling op de waarde ‘haalbaarheid’. Belangrijkste / meest haalbare staat bovenaan, aflopend naar minst belangrijke / minst haalbare cluster onderaan. Wij zien hier dat wat men hogere orde vaardigheden noemt (Metacognitie & Reflectie, Transfer van Vaardigheden en Kritisch Denken) de belangrijkste clusters van ideeën bevatten maar dat deze vaardigheden tegelijkertijd door de respondenten beoordeeld worden als moeilijk te implementeren. Daarentegen vinden de respondenten dat de makkelijkste te implementeren clusters te maken hebben met wat men tot 21e-eeuwse vaardigheden zou kunnen rekenen (Geletterdheid in Brede Zin, Informatievaardigheden, Samenwerking) maar dat zij die clusters als niet van groot belang beoordelen bij een school- of curriculumherziening.

Een gevolg hiervan zou kunnen zijn dat bij het uitzetten van een onderwijsbeleid voor de komende jaren (en hier spreken wij over tien tot vijftien jaar) dat men kiest voor een drietrapsprocedure. De eerste trap houdt in dat er gekozen wordt om het fundament te leggen bij leerlingen waarmee zij in de toekomst kunnen functioneren, namelijk door te zorgen dat zij over de nodige basiskennis beschikken om verder op voort te bouwen. De tweede trap er op gericht zijn dat de leerlingen op een hoog niveau met deze kennisbasis kunnen denken en werken, dat zij het gevoel krijgen dat zij iets kunnen doen met wat zij hebben geleerd [EN: efficacy building], dat zij beschikken over de nodige competenties (kennis, vaardigheden, attitudes) voor zowel het werken als het verder leren en dat zij samen kunnen werken met anderen om problemen op te lossen of taken uit te voeren. De derde trap, voortbouwend op de eerste twee, moet er voor zorgen dat de door de respondenten genoemde zeer belangrijke aandachtspunten zoals metacognitie en reflectie, transfer van vaardigheden en het kritisch kunnen denken door leerlingen bereikt kunnen worden. Deze aanpak is niet alleen zinvol maar, gezien het feit dat de derde trap voortbouwt op de tweede die, op zijn beurt, op de eerste voortbouwt een noodzakelijke aanpak is!

Walma van der Molen, J. H. (2017, in press). Talenten voeden. Wat zijn de ingrediënten voor toekomstbestendig leren? Deventer, The Netherlands: Uitgave TechYourFuture, Nederlandse Vereniging voor Psychotechniek.

[1]     McLeod, S. & Fisch, K. (no date). Shift Happens. https://shifthappens.wikispaces.com.

[2]     https://www.poraad.nl/file/7921/download?token=hfGmpw2Y

[3]     https://www.mboraad.nl/het-mbo/feiten-en-cijfers/studenten

Over Paul Kirschner

Paul A. Kirschner is Universiteishoogleraar aan de Open Universiteit. Daarvoor was hij hoogleraar Onderwijspsychologie en directeur van het Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programma aan het Welten-instituut (OU).. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is tegenwoordig lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011 en is tevens Fellow van de American Educational Research Association (en de eerste Europeaan die deze eer ontving). Hij is redacteur bij de hoog aangeschreven wetenschappelijke tijdschriften Journal of Computer Assisted Learning en Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten) en voor Van 12-18. In maart verscheen zijn nieuwe boek Urban Myths about Learning and Education. Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden.

16 Reacties naar “Het Voorbereiden van Leerlingen op (Nog) Niet Bestaande Banen”

  1. heldere samenvatting Paul

    Like

  2. Is ooit nagegaan wat volgens de beoefenaars van nieuwe beroepen de kennis en vaardigheden zijn geweest die hen hebben geholpen?

    Like

  3. Fijn zo’n heldere samenvatting, heb ook maar even je volledig rapport gedownload. Nieuwe term toekomstbestendig leren moet nog even landen, maar dekt wel beter de lading dan 21ste eeuwse vaardigheden. Figuur met belang en haalbaarheid is inzichtelijk. Nu moeten we er mee aan de slag, te beginnen in het P.O. Inzet ICT is hierbij van groot belang, ben dus ook wel benieuwd wat er overblijft van het manifest van PO-raad. Misschien is dit een mooie doorstart na de doodgeslagen discussie over Onderwijs 2032, wat ik persoonlijk heel jammer vindt. Op mijn school werken we i.i.g. met de begrippen aardig, vaardig en waardig en dat gaan we verder uitbouwen. Werk aan de winkel voor de komende jaren.

    Like

  4. Het overkomt me niet vaak, maar dit rapport heb ik in één adem uitgelezen!
    Dit is een MUST READ voor iedereen in het onderwijs, die daarvoor wordt opgeleid én hun opleiders. Natuurlijk in de eerste plaats (V)MBO, maar ook andere sectoren kunnen hier hun voordeel mee doen.
    Ook complimenten voor de toegankelijke manier van schrijven.
    Daarnaast mooi hoe de Group Concept Mapping (GCM) methode wordt toegelicht.
    Al met al een in mijn ogen zeer waardevol rapport!

    Ik ben zelf wel wat positiever ten aanzien van leerlingen, ingeschreven bij de richting Voedsel, Groen en Gastvrijheid. We zien nog altijd graag koks die het eten voor ons bereiden en gastheren en gastvrouwen die het uitserveren.
    Zakelijk dienstverlening zal zeker teruglopen, maar voor de afdeling Veiligheid zie ik eerder groei. Maar het blijft lastig voorspellen, vooral als het over de toekomst gaat… 😉

    Like

  5. Ik wil dit inspirerende rapport dieper lezen, herlezen en aan anderen ter hand stellen. Maar dat kan mijn printer niet aan. Kan ik het ouderwetsch gewoon op papier bestellen? Bij de OU misschien?

    Like

  6. Wat een helder geschreven rapport. Inzichtelijk verbeeld zijn belang en haalbaarheid. Dit rapport biedt handvatten voor verder denken en stappen zetten, over kwaliteit en fundament van het onderwijs dat wij geven en niet alleen voor het vmbo. Complimenten! Ga dit rapport zeker verder onder de aandacht brengen en bespreken. Reeds gedeeld op linked in. Wordt ook daar goed opgepikt.
    Met vriendelijke groet,
    Marijke Hendriks

    Like

      • Nu ik het stuk afgedrukt heb, kon ik het zorgvuldiger en aandachtiger lezen.
        Maar waardering is daarmee gegroeid.
        Op de eerste plaats zag ik in de procedure dat de groep “experts” werkelijk mensen waren die geworteld waren in het onderwijs, met meer jaren ervaring. Dat is een verademing, als je het vergelijkt wie bezig zijn geweest met Onderwijs2032 en de opvolger daarvan Curriculum.nu. (Bij dit laatste is een groot bureau opgezet van mensen die het onderwijs niet van binnenuit kennen).
        Op de tweede plaats lijken de conclusies zeer realistisch, er is niet alleen rekening gehouden met wat wenselijk zou zijn, maar ook met wat realiseerbaar is.
        Drie. En inderdaad, er zijn inspirerende ideeën uitgekomen om het onderwijs verder te ontwikkelen, zeker op het V(MBO) waar mensen nu worden opgeleid voor beroepen die in dramatische snelheid gaan verdwijnen. En die niet met een computertje in de hand langskomen, zoals ik kon ervaren, om een apparaat te repareren, en dat niet konden maar wel wisten voor welke voordelige prijs een nieuw kon aanschaffen. Een deskundige reparateur kon het euvel vervolgens wel duurzaam repareren. ICT-vaardigheden aanleren was dus hier helemaal zonder veel verstand gebeurd.

        Enkele opmerkingen.
        Ik begrijp het schemaatje (afgeleid van Frey en Osborn) niet helemaal Ik zie daar handelingen, maar begrijp niet wat “octrooirecht” daartussen doet. Dat is toch geen vaardigheid?
        De merkwaardige en toch wel destructieve rol van Kennisnet en het SLO komen ter sprake. Zij produceren merkwaardige schema’s die mensen op het verkeerde been zetten.
        Vakoverschrijdend leren zal op basis van vakken ernaast moeten gebeuren. Misschien zoals dat nu in Finland gebeurt, via een ‘project’ om de zoveel maanden? Mijn ervaring als vakdidacticus aan de VU heeft me geleerd dat het niet zo simpel is. Ik kreeg daar op een bepaald moment de opdracht een gamma-project op te zetten waar studentleraren van verschillende gamma-afdelingen moesten samenwerken. Op de eerste plaats bleek dat die nog niet genoeg kennis hadden van hun vakgebied. De wetenschap was nog niet genoeg vakdidactisch vertaald. En daarnaast wilden ze na verloop van tijd steeds mijn studenten erbij hebben omdat ze altijd op maatschappijleer als samenbindende, brugfunctie beschouwden.
        Wat als werkelijk 21e eeuwse vaardigheden wordt aangemerkt, wordt in mijn vak – en door mij persoonlijk in het ontwikkelen van methoden- al sinds de jaren 80 gepraktiseerd: de informatiegeletterdheid en informatiemanagement. Ik vind dat dus ook van alle tijden. De heer Erasmus moet het ook gekund hebben.
        Interessant is de roep tot blijvende bijscholing. Maar het Register dat er aankomt, zal daar hopeloos in mislukken. Intelligente cursussen komen in het aanbod nauwelijks voor, althans voor mijn vak. Ik heb de Onderwijscooperatie meermalen voorgehouden dat ze op zoek moest naar cursussen op universiteiten en hogescholen waarin de State of The Art in de onderliggende wetenschappen voor vakken werden behandeld. En, zoals ik in het stuk hier zie, Ohlsson-geïnspireerde kennis. Maar niets van dit al, er wordt een stortvloed aan commerciële, makkelijk verkoopbaar cursusmateriaal over die arme leraren uitgestort. (En dan is het Register ook nog eens een strafregister, waarin leraren makkelijke, veel puntenopleverende zullen uitzoeken).
        Dan is de kritiek op de inkrimping van de studieduur ook nog eens een belangrijk punt: MBO-4 naar drie jaar. Ik hoorde van scholen waar leraren maatschappijleer nog maar eens in de zoveel tijd een uurtje mogen verzorgen!
        Ik zie allerlei aanzettingepunten voor de nieuwe methode die ik samen met enkele collega’s schrijf voor het nieuw opgezette vak MW. Dat ga ik zo snel mogelijk met hen doornemen.
        Tenslotte, op pagina 25 staat het woordje “werkeloos” waar “werkloos en werkeloos” horen te staan.
        Laten we hopen dat dit stuk inspirerend en leidend zal worden in een wekelijk curriculumverbetering.

        Liked by 1 persoon

  7. Nog even, ik zie dat ik mijn reactie op veel punten stilistisch kan verbeteren. Maar ik zie niet hoe dat moet. Het toont voor mij aan hoe digitaal lezen en reageren zo zijn beperkingen kent.

    Like

  8. Ik heb het met veel plezier gelezen! Zowel de onderzoeksvraag als de onderzoeksmethode waren voor mij een reden om het in één keer uit te lezen en weer te herlezen. Daarnaast onderschrijven wij op onze basisschool de drietrapsmethode uit de conclusie. Vaak ziet men op twitter de discussie voorbijkomen over het onderwijzen van gedegen feitenkennis tegenover het aanleren van (metacognitieve) vaardigheden. Maar het één kan echt niet zonder het ander.

    Ik hou mij dagelijks bezig met het HOE van deze drietrap in de klas. Hoe leren wij het beste feiten onthouden, hoe oefenen wij vaardigheden als communiceren en samenwerken en hoe coachen we reflectie of kritisch denken. Dat is een hele ontdekkingsreis waarbij wij als leerkracht net zoveel van de leerling leren als zij van ons.

    Like

  9. Dit is op X, Y of Einstein? herblogden reageerde:

    Had wel al geblogd over dit rapport, maar deel het nog graag even hier omdat het een onderwerp is dat vaak de media haalt, maar niet altijd even onderbouwd.

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je volledige naam en achternaam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: