De bliksemafleiders in de huidige onderwijsdiscussie

De administratielast wordt voortdurend genoemd als dé oorzaak van de werkdruk in het basisonderwijs, zeker in de media. Verschillende enquêtes van CNVO, AOb, DUO Onderwijsonderzoek i.s.m. De Monitor en onlangs nog de NOS zouden dat hebben aangetoond. En toch bekruipt mij iedere keer de vraag of dat wel zo is…

 

Schrijf gewoon wat minder op…?

Er wordt te veel geadministreerd in het basisonderwijs. Dat veel leerkrachten in enquêtes dus aangeven dat dit één van de oorzaken is, is niet verbazingwekkend. Het voortdurend inzoomen op deze administratiedruk als dé oorzaak leidt de aandacht af van andere factoren die óók uit de enquêtes naar voren komen en volgens Bartjens berekend en aangetoond kunnen worden. “Schrijf wat minder op en de werkdruk wordt beheersbaar” is niet alleen te simpel, maar ook goedkoop (lees: aantrekkelijk voor de rijksbegroting). Als dit dé oplossing was, hadden we dit echt allang zelf bedacht.

Hieronder wil ik enkele uitkomsten van de enquêtes eens tegen het licht houden. Is er werkelijk overweldigend bewijs dat alleen de administratie de grote veroorzaker van de werkdruk in het onderwijs is?

 

Onderzoek naar werkdruk en taken (CNVO, 7 juni 2013)

In dit onderzoek geeft 52% van de respondenten aan dat lesgebonden taken, zoals oudercontacten, lesvoorbereiding en handelingsplannen werkdruk veroorzaakt. Dit verbaast me niet aangezien ik al meerdere keren berekend heb dat de opslagfactor (35%) niet voldoende is. Als voor oudergesprekken niet apart uren worden toegekend in de normjaartaak, wringt dit helemaal.

Uit deze enquête komt ook naar voren dat 43% van mening is dat niet-lesgebonden taken verantwoordelijk zijn voor de werkdruk. Onduidelijk is of hieronder ook administratieve taken worden gerekend. Deze taken gaan ten koste van het lesgeven (62%). Tachtig procent vindt dat de school (te) veel activiteiten op zich neemt naast het lesgeven, maar ook vindt 78% dat het schoolbestuur en de schoolleider te veel taken aannemen voor de school. Uitgangspunt van de 40-urige werkweek was nu juist dat duidelijk werd gemaakt welke taken geschrapt moesten worden en waar de school zijn prioriteiten legt. Ik ben benieuwd of de uitkomst nu, in 2017, anders zou zijn.

De meeste leerkrachten geven aan dat het schrijven van handelingsplannen, groepsplannen en het bijhouden van het leerlingvolgsysteem best wat minder zou kunnen. Dit levert dan vermindering van de werkdruk op en dit zijn inderdaad administratieve taken.

Zorgelijk is dat 71% aangeeft dat de hoeveelheid taken niet past in hun individuele normjaartaak en ruim 92% geeft ook nog eens aan dat er gedurende het jaar nieuwe niet-lesgebonden taken bijkomen.

Conclusie: in deze enquête worden de administratie taken als één van de oorzaken aangegeven. Het is echter niet altijd duidelijk onder welke taken deze uren vallen en of er voldoende tijd wordt ingepland in de normjaartaak. Dit kan per school verschillen. Dit onderzoek geeft overduidelijk aan dat ook andere activiteiten/taken verantwoordelijk zijn en dat daar tijdens het schooljaar nog eens taken bijkomen.

 

Werkdruk in het basisonderwijs (DUO Onderwijsonderzoek i.s.m. De Monitor KRO-NCRV, januari 2016)

In dit onderzoek komt de administratieve druk als belangrijke oorzaak naar voren, maar ik constateer een aantal paradoxen. De meest genoemde oorzaak (80%) van de werkdruk is het aantal leerlingen in een klas dat extra aandacht vergt. Toch ziet men geen relatie met het aantal leerlingen waaraan de leerkracht lesgeeft, terwijl 56% van de respondenten de klassengrootte wel als een van oorzaken noemt. Mijn ervaring: hoe groter de klas, hoe groter de kans dat er meerdere leerlingen in zitten die extra aandacht nodig hebben. Dan reken ik nog niet mee dat een grote klas meer nakijkwerk, meer rapporten, meer oudergesprekken etc. met zich meebrengt.

Zorgelijk is dat ook in dit onderzoek veel leerkrachten aangeven dat hun taken niet hun aanstellingsnorm passen. Volgens DUO werken leerkrachten daarom gemiddeld 33% meer uren dan zij op grond van hun aanstellingsnorm hoeven te doen. Dit is eigenlijk het structureel ‘dicht lopen van de gaten’.

Als tweede oplossing voor het administratieknelpunt wordt er minder tijd besteed aan lesgevende taken, zoals het voorbereiden van lessen, nakijkwerk en het aandacht besteden aan leerlingen die meer begeleiding vergen (79%). In grote klassen en als gevolg van passend onderwijs zien we deze leerlingen juist vaker in het regulier onderwijs. Minder tijd besteden aan deze les voorbereidende taken raakt direct de kwaliteit van onderwijs en dit zou schoolleidingen, besturen en de politiek zorgen moeten baren.

De belangrijkste oorzaak waarvoor de overheid/politiek een oplossing zou moeten bieden worden genoemd: de klassengrootte, te weinig instroom van jonge leerkrachten en het aantal leerlingen in een klas dat extra aandacht vergt. Hier liggen kansen voor de formerende politieke partijen.

 

Cao 2017 enquête (AOb)

In deze enquête is gevraagd naar de beste manier om de werkdruk te verlagen. Kleinere klassen wordt door 78% van de ondervraagde basisschoolleerkrachten als oplossing aangegeven. Dit is meer dan het verminderen van administratieve taken: 66%. Uit dit onderzoek blijkt wel een aanmerkelijk verschil met het VO. Kleinere klassen staat hier ook op nummer één (ook 78%), maar de administratie wordt veel minder genoemd: 30%.

Conclusie: niet de administratieve taken zijn in dit onderzoek dé oorzaak van de werkdruk, eerder de klassengrootte. Grote klassen hebben ook een direct verband met een deel van én de hoeveelheid administratie: minder leerlingen betekent deels minder administratie. Veel makkelijker kan ik het niet maken.

 

NOS (april 2017)

Dit onderzoek is voor mij niet beschikbaar en ik baseer de getallen op het artikel ‘Basisschoolleraren: werkdruk vooral door administratieve rompslomp’. In dit artikel noemt 36% de administratieve last als de belangrijkste oorzaak van de werkdruk. Nog eens 29% noemt dit als tweede of derde oorzaak. Een groot aantal leerlingen met gedragsproblemen worden slechts door 15% genoemd en de klassengrootte is voor 13% de voornaamste reden. Zelf geeft de NOS aan dat het geen aselecte steekproef is en dat de uitkomsten niet representatief zijn voor alle leraren in het basisonderwijs. De getallen wijken ook zeer af van de andere onderzoeken die gericht onderwijsgevenden hebben genaderd.

De opzet en de vraagstelling van dit onderzoek zijn helaas niet duidelijk. Ik heb de NOS om inzage gevraagd van het gehele onderzoek, maar daar heb ik geen reactie op gehad.

 

Er zijn meer oorzaken voor de werkdruk

De resultaten van bovenstaande onderzoeken/enquêtes laten dus een genuanceerder beeld zien dan alleen de administratiedruk. Het beheersbaar maken van de werkdruk in het onderwijs en met name in het PO is dus gecompliceerder dan ‘wat minder schriftelijk vastleggen’. De klassengrootte wordt ook iedere keer genoemd en er wordt aangegeven dat er te veel taken zijn voor het aantal werkbare uren. Worden die taken toch gedaan, dan ik er dus sprake van ‘overwerk’. In de praktijk betekent dit meestal ‘onbetaalde arbeid’.

 

Tijdsbesteding leraren po en vo (AOb, januari 2017)

Een laatste onderzoek dat ik bestudeerd heb, is zeker niet het minst interessante: ‘Tijdsbesteding leraren po en vo’.

In dit onderzoek zijn onderwijsgevenden uit PO en VO benaderd om dagelijks hun activiteiten te noteren. De data die gedurende 8 maanden zijn verzameld, zijn in dit onderzoek verwerkt. Enkele conclusies:

  • Leraren werken structureel over (in PO 17% en in VO 6%);
  • Leraren werken door in vakanties;
  • Leraren hebben nauwelijks pauze;
  • Leraren hebben weinig tijd voor scholing en innovatie;
  • Contacten met ouders en administratie worden als zwaar ervaren.

Wat mij het meest in het oog sprong was het volgende sectordiagram:

Schermafbeelding 2017-05-04 om 15.35.01

Hieruit blijkt dat er gemiddeld 18 uur wordt lesgegeven en dat men 7 uur besteedt aan les voorbereiden en nakijken. Beide activiteiten (voorbereiden en nakijken) vallen onder de opslagfactor van 35%. Echter, 7 uur van in totaal 18 uur is al bijna 39%! Nu zijn dit gemiddelden, maar desalniettemin is dit verontrustend en maakt het duidelijk dat de opslagfactor in het PO veel te laag is.

Bovenstaand diagram maakt ook duidelijk waar de verdere werkdruk door wordt veroorzaakt: te veel taken die in te weinig tijd gedaan moeten worden. Het sectordiagram bestaat uit 10 sectoren/categorieën. Deze zijn in het onderzoek onderverdeeld in 24 deeltaken, weergegeven in een tabel. Veel van deze deeltaken worden in de praktijk vaak weggeschreven onder de opslagfactor: individuele leerlingenzorg, administratie bijwerken, werk gerelateerde mail lezen/afhandelen, leerlingvolgsysteem bijhouden, voorbereiden van gesprekken en vergaderingen, voorbereiden contact met externe instanties, overleg en contact met ouders anders dan reguliere ouderavonden (deze laatsten worden vaak wel als aparte schooltaak ingepland), vastleggen oudergesprekken, ouderavond voorbereiden, lokaal opruimen/schoonmaken, lokaal aankleden. Als bovenstaande taken niet apart worden ingepland in de normjaartaak, maar worden gerekend onder de opslagfactor, zou deze opslagfactor volgens de hier gegeven uren 120% moeten bedragen!

 

Salaris

Met het aanpakken van de werkdruk zijn we er nog niet. Willen we het beroep aantrekkelijk houden en een lerarentekort oplossen, zal een salaris geboden moeten worden dat enigszins concurrerend is met andere sectoren en recht doet aan het opleidingsniveau. Bevoegde leraren zijn zonder uitzondering bachelor of master opgeleid.

Natuurlijk zal menig leraar kiezen om de werkdruk aan te pakken als men de keuze zou moeten maken tussen werkdruk en salaris. Maar dat is een onredelijke keuze, die niet voorgelegd moet worden. In het basisonderwijs eist men een redelijk salaris wat niet alleen recht doet aan het opleidingsniveau, maar ook aan de complexiteit van het werk. Historisch is er tussen PO en VO een verschil in salarisschalen ontstaan, dat niet meer uitgelegd kan worden. Leraren in het basisonderwijs starten als bachelor in een LA schaal en kunnen eventueel na scholing, vaak een master of education, binnen of buiten hun eigen school/bestuur solliciteren naar een andere functie die gewaardeerd wordt met een LB schaal. Deze mogelijk is ontstaan door de functiemix. Voorwaarde is wel dat je meer dan 50% van je werktijdfactor voor de klas staat. Ik noem met nadruk ‘solliciteren’ in een van de vorige zinnen, omdat dat in mijn geval ook zo ging. Als er geen ruimte vanuit de functiemix is, is de kans groot dat je ondanks het behalen van de master nog in de LA schaal blijft. Een ‘master in LA’ lijkt onwaarschijnlijk, in het PO is het mogelijk. Je mag ongetwijfeld zeer gemotiveerd genoemd worden als je dan toch een studie volgt naast je baan.

 

LB, LC of LD

In het VO starten leraren als bachelor in de LB schaal en kunnen doorgroeien naar een LC of zelfs LD schaal. Vaak heeft dat ook te maken met het opleidingsniveau (eerstegraads of tweedegraads) en met de klassen waarin je lesgeeft. Toch zijn er scholen/besturen die tweedegraads leraren ‘gewoon’ inschalen in een LC schaal. Het is ze gegund. Ik noem dat goed werkgeverschap.

Schermafbeelding 2017-05-06 om 15.46.56

Eén van de actiepunten van ‘PO in actie’ is het afschaffen van de LA schaal in het basisonderwijs. Voor mij hoort daar ook het invoeren van de LC schaal voor de huidige LB’ers bij. Zoals uit bovenstaande blijkt, hebben deze leerkrachten extra verantwoordelijkheden, kennis en inspanningen moeten verrichten om in de LB schaal te komen en horen bij afschaffing van LA dan ook door te schuiven naar LC.

De lerarenvakbond ‘Leraren in actie’ steunt inmiddels ook het primair onderwijs en de groep ‘PO in actie’. Binnenkort kunnen ook leraren uit het basisonderwijs lid worden. Via deze blog wil ik de aandacht van LIA wel voor het volgende vragen: op de huidige site van LIA staat te lezen dat zij zich willen inzetten voor een fatsoenlijk salaris: startsalaris LC voor tweedegraads bevoegdheid en een startsalaris LD voor eerstegraads bevoegdheid. Het zou jammer zijn als de salarisschalen voor PO en VO daardoor weer uit elkaar gaan lopen.

 

Ten slotte

De overheid en anderen ontlopen te vaak hun verantwoordelijkheid en sturen de beroepsgroep voortdurend met een kluitje het riet in door de werkdruk en administratiedruk in één adem te noemen. Vervolgens beweert de (inmiddels demissionaire) staatssecretaris dat leraren vooral die taken moeten laten vallen die zij zelf onnodig vinden en waar ze niet beter van les gaan geven: “Leraren mogen ook wat vaker ‘nee’ verkopen. Ze mogen best wat kritischer zijn. Als een inspecteur een suggestie doet die enorm veel extra werk oplevert, kan een leraar toch ook zelf nadenken over nut en noodzaak daarvan?” (Kamerdebat 20 maart 2014, verslag vastgesteld 20 mei 2014). Ondertussen lijkt men vergeten dat de overheid, met in het kielzog de inspectie, in het verleden zelf regels heeft opgesteld waardoor die administratie en verantwoordingsdruk ontstaan is.

 

De bliksemafleiders

De administratiedruk is zeker van belang bij het veroorzaken van werkdruk in het onderwijs en met name in het basisonderwijs. Desondanks is het niet terecht om deze voortdurend als dé oorzaak of de belangrijkste oorzaak te noemen. Het is een stuk complexer. Vanuit de politiek is het tot op heden erg stil als het over het salaris gaat, zowel in de campagne als in de debatten.

Zo wordt de administratiedruk de bliksemafleider voor de werkelijke werkdruk en de werkdruk an sich de bliksemafleider voor de salarisongelijkheid.

 

Over Marjolein Zwik

Leerkracht basisonderwijs, Master SEN Specialist leren, Bachelor fysiotherapie

4 Reacties naar “De bliksemafleiders in de huidige onderwijsdiscussie”

Trackbacks/Pingbacks

  1. De uitgewerkte combinatie van politieke ‘waardering’ en werkdruk – Onderwijzerblog - 16 mei 2017

    […] door de zoveelste poging om een rookgordijn op te trekken. Eerder schreef Marjolein Zwik over de werkdruk als bliksemafleider. Ik ben het volledig met haar eens; door vooral nadruk te leggen op de administratieve last, missen […]

    Like

  2. De combinatie van politieke ‘waardering’ en werkdruk is uitgewerkt – Onderwijzerblog - 16 mei 2017

    […] door de zoveelste poging om een rookgordijn op te trekken. Eerder schreef Marjolein Zwik over de werkdruk als bliksemafleider. Ik ben het volledig met haar eens; door vooral nadruk te leggen op de administratieve last, missen […]

    Like

  3. De combinatie van politieke ‘waardering’ en werkdruk is uitgewerkt – KomenskyPost - 22 mei 2017

    […] door de zoveelste poging om een rookgordijn op te trekken. Eerder schreef Marjolein Zwik over de werkdruk als bliksemafleider. Ik ben het volledig met haar eens; door vooral nadruk te leggen op de administratieve last, missen […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je volledige naam en achternaam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: