Sterftecijfers en examencijfers publiceren. Geen goed idee

Op 8 oktober, tijdens het Lerarencongres van de Onderwijscoöperatie, is de presentatie van het boek ‘Het Alternatief – Weg met de afrekencultuur in het onderwijs!’, onder redactie van René Kneyber en Jelmer Evers. Voor dat boek schreef ik het hoofdstuk ‘Zin en onzin van testen, vergelijken en afrekenen’. Hier alvast een voorproefje.

Minister Schippers van Volksgezondheid kondigde begin juni aan dat ziekenhuizen voortaan verplicht worden hun sterftecijfers te publiceren. Op het eerste gezicht een goed idee. Je wilt tenslotte de beste dokters aan je bed als je ziek bent en niet onverhoeds in een ziekenhuis belanden waar bijna geen patiënt de behandeling overleeft.
Ook ouders die een school zoeken voor hun kind willen terecht dat er een goede kans is dat het met een diploma van school gaat. Als ouder wil je dan wel eens zien hoe die school scoort. Staatssecretaris Dekker van Onderwijs heeft besloten de Cito-scores van alle basisscholen openbaar te maken. Prima, zou je denken. Het wordt tijd dat de scholen met de billen bloot gaan. Bij nader inzien toch niet zo’n goed idee, betoogt de Britse onderwijsvernieuwer, oud-leraar en oud-hoogleraar Dylan Wiliam.

Wiliam schreef onlangs een essay (Are there “Good” schools and “Bad” schools?) in het boek ‘Bad Education – Debunking Myths in Education’ onder redactie van Philip Adey en Justin Dillon. Daarin legt hij uit waarom openbaar maken van sterftecijfers van ziekenhuizen tot misverstanden kan leiden en waarom hetzelfde geldt voor de publicatie van examenresultaten van scholen.

De ruwe sterftecijfers van een ziekenhuis hangen van veel factoren af, waarvan maar een paar direct te maken hebben met de kwaliteit van de zorg en de bekwaamheid van de artsen en verpleegkundigen. Als ik een ziekenhuis moet kiezen voor mijn hartoperatie, zou het niet slim zijn om alleen naar de sterftecijfers te kijken. Dat er in een bepaald ziekenhuis weinig mensen dood gaan betekent nog niet dat daar de beste cardiochirurgen werken. Misschien stuurt dat ziekenhuis de lastige gevallen door naar een gespecialiseerd ziekenhuis, waar ik uiteindelijk beter terecht ben, maar waar in verhouding ook meer patiënten overlijden.

Ruwe sterftecijfers zijn dan ook een heel slechte indicatie van de kwaliteit van een ziekenhuis. Zie ook artikel op NOS.nl (met dank aan Martin Dogger). Immers, dan zou het Anthonie van Leeuwenhoek een van de slechtste ziekenhuizen van Nederland zijn, want daar gaan veel patiënten dood. Daarom wordt meestal een of andere vorm van weging toegepast, waarbij het aantal sterfgevallen over een periode wordt vergeleken met de te verwachten aantallen voor een bepaalde ziekte. Daarvoor bestaan verschillende, min of meer geavanceerde statistische methoden, waarbij bijvoorbeeld ook wordt gecorrigeerd naar leeftijd van de patiënten, geslacht enzovoorts. Een daarvan is de HSMR, Hospital Standardized Mortality Ratio, die voor de meeste Nederlandse ziekenhuizen wordt gepubliceerd.

De gemiddelde HSMR-score is 100. De scores voor Nederlandse ziekenhuizen liepen in 2010 uiteen van 59 tot 129, maar de meeste ziekenhuizen scoren rond de 100. Er zijn verschillende redenen waarom ook deze gecorrigeerde cijfers geen betrouwbaar beeld geven van de kwaliteit van een ziekenhuis.

Kleine ziekenhuizen vertonen een grotere variatie in sterftecijfers van jaar tot jaar. Een ziekenhuis dat met een verpleeghuis fuseert, zoals het Haagse Bronovo, kan van het ene op het andere jaar zijn HSMR zien stijgen omdat in verpleeghuizen nu eenmaal relatief veel patiënten sterven. In dat jaar is niet ineens de medische kwaliteit achteruit gegaan. Er is een interessant regionaal verschil in ziekenhuissterfte. Zo sterven in Limburg significant meer mensen in het ziekenhuis dan in bijvoorbeeld Groningen (van den Bosch e.a. 2013). Het ligt niet voor de hand dat Limburgse dokters slechter zijn dan Groningse. Aan dit verschil liggen vermoedelijk culturele en religieuze invloeden ten grondslag. Er zijn nog meer (medisch-specialistische) redenen waarom de HSMR kritisch moet worden bekeken (bijv. Pleizier e.a. 2010), die ik hier verder niet zal bespreken. Hoofdzaak is dat zelfs de gewogen sterftecijfers niet zonder meer als kwaliteitsindicator kunnen worden gebruikt. Publicatie daarvan zou moeten worden vergezeld van een uitvoerige toelichting.

Let op: het zijn de statistische experts zelf die kritiek hebben op deze manier van ziekenhuizen vergelijken. Dat komen we ook tegen bij publicatie van examencijfers en Citoscores en in het algemeen bij het vergelijken en beoordelen van scholen en docenten op basis van de resultaten van hun leerlingen.

Er bestaan geen ‘goede’ en ‘slechte’ scholen (Dylan Wiliam, 2012)

Voor mijn bijdrage aan ‘Het Alternatief’ onderzocht ik een aantal vragen over testen en het openbaar maken van Cito-scores en examenresultaten, die nu heel actueel zijn.

Om te beginnen is het ironisch dat Cito zelf het enthousiasme van Sander Dekker, om de gemiddelde Cito-scores van scholen te publiceren, niet deelt. Integendeel, die noemt dat in een goed leesbaar rapport onzin (Cito, 2013). Dat zijn toch de experts, zou je denken, waar Dekker naar zou moeten luisteren. Die experts leggen geduldig uit dat de kwaliteit van het onderwijs maar voor een deel de hoogte van de Cito-score van leerlingen bepaalt. De schoolresultaten van een individuele leerling hangen sterk af van andere factoren, met name de sociaal-economische achtergond van de ouders. Kinderen van hoogopgeleide ouders hebben een voorsprong op hun leeftijdgenootjes, die tot uitdrukking komt in de Cito-scores. De samenstelling van de schoolpopulatie is dan ook van grote invloed op de gemiddelde score van een school, maar zegt weinig over de kwaliteit van het onderwijs van die school.

Wanneer toch wordt besloten de Cito-scores te publiceren – en dat is op verzoek van RTL Nieuws gebeurd – moet worden bedacht dat de schoolscores dicht bij elkaar liggen (Cito, 2013):

De gemiddelde schoolscores op de Citotoets liggen dermate dicht bij elkaar, dat een kleine verandering in de score leidt tot een grote verandering in de rangordepositie van een school. Zo hebben de nummers 1.954 tot en met 2.687 dezelfde gemiddelde schoolscore afgerond op één cijfer achter de komma.

Met andere woorden, de scores verschillen niet significant van elkaar en een rangorde op basis van die getallen is dan ook onzinnig. Er is geen verschil in kwaliteit tussen nummer 1.954 en 2.687, laat staan tussen 1.954 en 1.955. Het zelfde geldt voor de ‘top’ van de ranglijst.

Toeval speelt een grote rol bij de plaatsing in de scholenranglijst (Cito, 2012):

De score van een individuele leerling kan een groot effect hebben op de schoolscore en daarmee op de rangordepositie van een school. Dit is mede het gevolg van de beperkte grootte van de groepen 8 in de scholen. Als in het ene schooljaar net een heel sterke of een heel zwakke leerling zit, kan dit grote gevolgen hebben voor de rangordepositie van de school.
en:
Hoe kleiner de school, des te groter het effect. [E]en kleine school (5-10 leerlingen) [zou] van plek 4.251 naar plek 1.021 gaan als de zwakste leerling niet mee zou hebben gedaan.

Niet in de laatste plaats moeten we bedenken dat de Cito-toetsen bedoeld zijn als hulpmiddel voor docenten en scholen om de vorderingen van hun leerlingen te volgen, niet om die scholen en docenten daarop af te rekenen.

De Dronkerslijstjes

Nu kan men tegenwerpen dat RTL niet de ruwe scores publiceert. Daarover zeggen ze zelf:

Omdat de scores niet zomaar te vergelijken zijn, publiceert RTL Nieuws geen simpele ranglijst met de hoogste Cito-scores. De resultaten van alle scholen zijn door RTL Nieuws samen met professor Jaap Dronkers van de Universiteit van Maastricht vergeleken met scores van vergelijkbare scholen. Dat resulteert in een rapportcijfer voor iedere school.

Die rapportcijfers kennen we al van de schoolcijferlijst voor het VO van Jaap Dronkers (www.schoolcijferlijst.nl), die jaarlijks wordt gepubliceerd in de Volkskrant (voorheen in Trouw). Dronkers en zijn medewerkers gebruiken de gegevens die de Onderwijsinspectie jaarlijks publiceert van alle Nederlandse middelbare scholen. Het schoolcijfer wordt berekend met vier indicatoren: het eindexamencijfer, het cijfer voldoende vakken, bonuspunten toegevoegde waarde en bonuspunten SE-cijfers. Voor details van de berekening verwijs ik naar hun website.

Het toeval, waarover Cito (2013) spreekt, blijkt een grote rol te spelen bij de Schoolcijferlijst van Dronkers. Voor ‘Het Alternatief’ heb ik de Dronkerscijfers van een aantal willekeurige scholen over een aantal jaren bekeken. Wat opvalt zijn de grote fluctuaties van jaar tot jaar en de verschillen tussen de afdelingen van één school. Dat zien we bij heel veel scholen. Bij sommige van de door mij onderzochte scholen springen de cijfers wel heel wild op en neer, van een 3 (soms zelfs een 2) naar een 6 of een 7, om dan weer een paar punten omlaag te duikelen. Daarbij is geen enkel verband te zien tussen bijvoorbeeld het vmbo en het havo op dezelfde school. Wie langer dan een jaar op een school heeft gewerkt zal dat heel onwaarschijnlijk vinden. Het zal zelden voorkomen dat de onderwijskwaliteit van een school het ene jaar extreem slecht is en het volgende ruim voldoende en het daaropvolgende jaar weer naar matig of onvoldoende.

Eén voorbeeld. Voor de rest verwijs ik naar het boek. In dit voorbeeld gaat het om een scholengemeenschap in het zuiden van het land met twee dependances. (N.B. ik noem geen namen. Scholen hebben genoeg te lijden gehad van de rapportcijfers die ze van Dronkers kregen.)

20130914-100820.jpg

Met school F is iets opmerkelijks aan de hand. Dit is een scholengemeenschap in het zuiden met drie vestigingen in de zelfde plaats, met een vmbo-gt-afdeling in het hoofdgebouw (onderste reeks cijfers), waar ook de havo en vwo zitten. Ook hier zien we weer het beeld van cijfers die in één jaar 2 of 3 punten omhoog of omlaag gaan. Daarnaast zien we in 2006 en 2007 een verschil van 4 punten tussen de vmbo-gt in de hoofdvestiging en de vmbo-k in een nevenvestiging.

20130914-100919.jpg

Kijken we hoe het in het hoofdgebouw van school F in die zeven jaar gegaan is, dan wordt het nog raadselachtiger. Een school die erin slaagt op de lijsten van Dronkers 8, 9 en 10 te scoren op de havo en het vwo, scoort gemiddeld onvoldoende voor vmbo-gt. Werkt geen van die, voortreffelijke havo- en vwo-docenten op het vmbo? Niet waarschijnlijk. Ongetwijfeld zal er door de schoolleiding nagedacht zijn over deze opmerkelijke cijfers. Het ligt niet meteen voor de hand te twijfelen aan de kwaliteit van het onderwijs op deze school. Daar valt niets zinnigs over te zeggen zonder nader onderzoek naar factoren die de verschillen verklaren tussen afdelingen onderling en de woeste golfbewegingen door de jaren heen.

Mijn conclusie is dan ook:

Dit alles maakt de onderzoeksmethode van Dronkers niet helemaal onbruikbaar, al kun je na het voorgaande grote vraagtekens zetten bij de status van ‘kwaliteitsmeter’ die de jaarlijkse lijst heeft gekregen. Als Dronkers een bijdrage wil leveren aan de verbetering van het Nederlandse onderwijs, wat ik aanneem, dan doet hij er goed aan de gegevens zo te presenteren dat een school daar ook werkelijk wat aan heeft. Alleen punten geven, die door de media dan weer gretig worden opgepakt om scholen en leraren aan de schandpaal te nagelen, is op zijn zachtst gezegd weinig productief.

Van wantrouwen naar vertrouwen

Tenslotte dit. Het is mij een raadsel waarom de Nederlandse overheid de zelfde weg moet inslaan, die de VS jaren geleden ging (met ‘No Child Left Behind’ van George W. Bush en Obama’s ‘Race to the Top) en waarvan de rampzalige gevolgen nu overduidelijk worden. Het zou kunnen voortkomen uit een begrijpelijke behoefte de kwaliteit van het onderwijs te controleren. Het leidt echter tot een managementstijl gebaseerd op wantrouwen en een onwrikbaar geloof in cijfers, die weer onherroepelijk het tegenovergestelde oplevert van wat de overheid beoogt. Staatssecretaris Dekker zou er goed aan doen het voorbeeld te volgen van de Schotse Minister van Onderwijs, die enige jaren geleden besloot de scholenlijstjes à la Dronkers (‘league tables’) niet langer te publiceren. In de woorden van de toenmalige Schotse minister van onderwijs Peter Peacock:

League tables owe their origins to a time past when the political currency was about competition between schools and about designing a system at a time when competition would be one of the main features of education. […] We’re not in that situation now. I believe in universal excellence in schools and we should not have to have a league table to try and choose a school. (Mail Online, 25 september 2003)

De huidige Schotse minister van onderwijs, Mike Russell, bevestigt nog eens waarom de lijsten niet door zijn ministerie worden gepubliceerd:

At its worst, the league table mentality insists that measurement can only be meaningful if it is used in judgemental comparisons, although it does not understand that such comparisons are nearly impossible given diversity of cohorts, communities and cultures. (The Scotsman 29 maart 2013)

Een alternatieve – en moedige – vorm van leiding geven in de onderwijswereld is de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit te leggen bij de onderwijsprofessionals zelf. Daarover zeg ik in ‘Het Alternatief’:

[Het is] van belang dat docenten eigenaar worden van de kwaliteitsbewaking in het onderwijs. Hierbij kan men denken aan: collegiale intervisie, feedback van ervaren docenten en schoolleiders, bijscholing, beoordeling van docenten door leerlingen, samenwerking binnen scholen en van scholen onderling, visitatie zoals bij universiteiten, een lerarenraad (naar het voorbeeld van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en andere geregistreerde beroepen) en een ombudspersoon.

Zo komt de expertise van iedereen die bij het onderwijs betrokken is optimaal tot zijn recht en draagt bij aan verbetering van de kwaliteit ervan. Simpel testen, vergelijken en afrekenen leidt onherroepelijk tot rampen.

Dat is de boodschap die alle auteurs van ‘Het Alternatief’ in verschillende bewoordingen brengen: “In plaats van te kijken naar resultaten moeten we gaan sturen op vakmanschap en vertrouwen.”

__________________________________

Bronnen

Alphen S. van en Jaap Dronkers, 2011. Trouw schoolprestaties 2010, 1-19. http://www.schoolcijferlijst.nl/RESULTATEN 2010.htm

Wim van den Bosch, Maarten Boers en Cordula Wagner, 2013. Ziekenhuissterfte geografisch bepaald: Limburgers overlijden vaker in ziekenhuis dan Groningers. Medisch Contact, 68, nr. 13: 658-661.

Cito, 2013. ‘De onzin van rangordelijstjes op basis van de Citotoets’. Arnhem: Cito. http://www.cito.nl/~/media/cito_nl/Files/Over Cito/cito_pers_onzin_rangordelijstjes_op_basis_eindtoets_cito.ashx.

Richard Lilford & Peter Pronovost, 2010. Using hospital mortality rates to judge hospital performance: a bad idea that just won’t go away. British Medical Journal. BMJ 2010;340:c2016

C. Machiel Pleizier, Willem Geerlings, Daniël Pieter, Jelis Boiten, 2010. Patiëntenmix beïnvloedt HSMR. Medisch Contact 65, nr. 36: 1777-1779.

Dick van der Wateren, 2013. Zin en onzin van testen, vergelijken en afrekenen. In: René Kneyber en Jelmer Evers, red. Het Alternatief – Weg met de afrekencultuur in het onderwijs! Amsterdam. Uitg. Boom.

Dylan Wiliam, 2012. Are there “Good” schools and “Bad” schools? In: Adey P, Dillon J, eds. Bad Education – Debunking Myths in Education. Maidenhead, UK: Open University Press: 3–15.

About Dick van der Wateren

Ik sta voor de klas op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem en begeleid dagelijks talentvolle en begaafde leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, of coach leerlingen die een probleem hebben waar we samen een oplossing voor vinden. Daarnaast ontwikkel ik digitaal lesmateriaal en video's voor Flip de Klas. Buiten het onderwijs heb ik een jarenlange ervaring als aardwetenschapper (o.a. in Antarctica en Afrika) en wetenschapsvoorlichter. Werken met jongeren is mijn passie. Voor mij zijn pubers zo'n beetje de leukste mensen. Ze hebben een enorme levenslust, zijn creatief, hebben originele ideeën - soms op het bizarre af - en kunnen zich nog alle kanten op ontwikkelen. Ik beschouw het als een voorrecht aan die ontwikkeling te kunnen bijdragen.

21 Reacties to “Sterftecijfers en examencijfers publiceren. Geen goed idee”

  1. Leuke bijdrage! Ik vrees dat het een vorm van “confirmation bias” is (ik ben het eens met de inhoud en DUS vind ik het een goede blog) maar dan toch. Misschien zijn het wel onvermijdelijke golfbewegingen waarbij organisaties eerst alle vrijheid krijgen, dan zijn er een paar misstanden en voelen politici zich geroepen om het probleem op te lossen, waarna cijfermania ontstaat. De vergelijking met ziekenhuizen is mooi. Zowel over een ziekenhuis als over een school wil je wel iets weten en die gewogen cijfers kunnen dan wel degelijk helpen bij het nemen van beslissingen. Maar vermoedelijk ontbreekt het mensen in de meeste gevallen aan tijd en expertise om die cijfers in het brede verband te zien. Dus cijfers eerder als start van nadere analyse (“wat is er aan de hand op school F”) dan een hogere waarheid. Goed analyseren of publiceren meer kwaad dan goed doet, dat lijkt me dan wel zinvol.

    Like

    • Hallo Esther,
      Ik zie niet helemaal waar je heen wilt. Je zegt: “… vermoedelijk ontbreekt het mensen in de meeste gevallen aan tijd en expertise om die cijfers in het brede verband te zien.” Het is niet aan krantenlezers, tv-kijkers, ouders en andere gewone burgers om die cijfers eens rustig te analyseren. De verantwoordelijkheid voor een juiste weergave van onderwijsresultaten ligt bij degenen die ze publiceren. Dekker, RTL en Dronkers kunnen die niet afdoen met de opmerking dat ze het zo niet bedoeld hebben.
      In de eerste plaats kun je vaststellen dat zulke rangordelijstjes volkomen arbitrair zijn en dat toeval een grote rol speelt bij de plaatsing in die rangorde.
      In de tweede plaats kunnen de verantwoordelijken nog zo vaak zeggen dat ze geen top-tienlijstjes van de beste scholen van Nederland willen, maar als je die scholenlijsten presenteert met cijfers van 1 tot 10 zal iedereen dat lezen als rapportcijfers. En dan is een school met een 9,4 een betere school dan een met een 9,3. Dan kun je wel zeggen dat de mensen daar door heen moeten kijken en begrijpen dat er geen significant verschil is tussen die twee, maar wie doet dat. De kranten, de tv-journaals, allemaal interpreteren het als simpele rapportcijfers voor scholen. Dat kon Dekker weten toen hij die cijfers vrijgaf en voor de gevolgen daarvan is hij verantwoordelijk.

      Like

  2. Dank voor de mooie onderbouwing. Van Diest zegt over ideale schoolorganisaties ongeveer hetzelfde. (Via: https://manuelasteenkamp.wordpress.com/2013/09/12/samen-bouwen-aan-een-plg1-cultuur/)

    Like

    • Dank je wel. Jouw post over Cups Songs bevalt me wel. Maar wat mij betreft hoef je niet te twijfelen aan het belang van je biologielessen. Die ervaring van samen liedjes zingen en spelen is heel belangrijk, maar ook leren zelf nadenken over leven, je lichaam, het milieu, erfelijkheid enz. is voor jonge mensen belangrijk. En uiteindelijk is het vooral de confrontatie met jou als volwassen rolmodel, die het voor jongeren de moeite waard maakt om in jouw lessen te zitten

      Like

  3. Goed werk Dick!

    Eerlijk gezegd snap ik de manier van werken van Jaap Dronkers niet.

    Ik zie met een oogopslag, dat zijn uitkomsten niet kunnen kloppen en dat had Jaap Dronkers ook moeten zien. Als je een thermometer maakt die -5 aanwijst en je ziet nergens ijs, dan weet je, dat je een ontwerpfout hebt gemaakt. Als je die vervolgens toch gaat verkopen, dan handel je toch niet zo zorgvuldig.

    In zijn lijst met de tien gemeenten met de “laagste toegevoegde waarde” zitten drie waddeneilanden en in zijn lijst met gemeenten met de hoogste toegevoegde waarde ondermeer, Muiden, Oegstgeest, Wassenaar, Blaricum en Bussum, Toen hij dit zag, had hij nog eens rustig over zijn ontwerp moeten nadenken: die is mislukt. Wat er met de Waddeneilanden aan de hand is kan ik hem zo vertellen: daar worden hoge inkomens verdiend in de recreatie en de horeca. Door de methode die Dronkers hanteert, worden de leerlingen op die scholen geacht veel beter te scoren, dan ze in werkelijkheid doen.

    De Nieuw-Zeelandse hoogleraar onderwijskunde Graham Nuthall heeft al heel lang geleden aangetoond, dat een toets niet de kennis van een leerling toetst, maar de bereidheid om een goed cijfer te halen.

    Jaap Dronkers heeft aangetoond, dat de leerlingen op de waddeneilanden, ondanks het gemiddeld hoge inkomen van hun ouders, schoolprestaties minder belangrijk vinden dan de leerlingen in Wassenaar. Over de kwaliteit van het onderwijs heeft hij, naar mijn mening, helemaal niets aangetoond.

    Dat had hij zelf moeten zien om vervolgens weer terug te gaan naar de tekentafel.

    Zijn manier van werken draagt niet bij aan het dichten van de kloof tussen onderzoek en praktijk.

    Ik ben er voorstander van, dat leraren, die aan groep acht lesgeven, de pre-toets van groep 7 en de cito toets naast elkaar leggen en de effectgrootte uitrekenen. Dan zien ze hoeveel groei ze realiseren. Dan hoef je ook niet zo ingewikkeld te corrigeren. Je ziet gewoon jouw effect.

    Jan Tishauser

    Like

    • Beter had ik het niet kunnen zeggen. Zo staat de lijst vol met dat soort vreemde discrepanties. RK onderwijs het beste. Limburg beter dan Drente. Montessori het allerbeste. Even doorzoeken en je komt de leikste dingen tegen.
      Als goede wetenschapper hoor je dan te vragen: wat willen de cijfers mij vertellen? En: waar kan ik me hebben vergist?

      Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Weg met de afrekencultuur in het onderwijs | Geraldine van Herk - 15 september 2013

    […] Weg met de afrekencultuur in het onderwijs […]

    Like

  2. Weg met de afrekencultuur in het onderwijs | Geraldine van Herk - 15 september 2013

    […] https://onderzoekonderwijs.net/2013/09/14/sterftecijfers-en-examencijfers-publiceren-geen-goed-idee/ […]

    Like

  3. The Purpose of Education? Ask Malala Yousafzai | Dick van der Wateren's Blog - 18 september 2013

    […] gesteld tijdens de storm die losbrak rond de publicatie van de Cito-cijfers door RTL Nieuws (zie bv hier) – moeten we eerst een paar andere vragen stellen. De vraag die aan alles vooraf gaat is: […]

    Like

  4. Pas op voor geprotocolleerd onderwijs | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 21 september 2013

    […] praktijk van het lesgeven toe te passen. In een discussie die Dick nogmaals aanzwengelde over de lijstjesterreur in het onderwijs werd een vergelijking gemaakt met de sterftelijstjes van ziekenhuizen. Van die […]

    Like

  5. De testgekte | Dick van der Wateren's Blog - 25 september 2013

    […] OnderzoekOnderwijs.net en elders (hier en hier) heb ik al uitvoerig stilgestaan bij de schadelijke gevolgen van scholen […]

    Like

  6. Welke politieke partij maakt zich druk om de test- en lijstjesterreur? | Flip Schrameijer - 3 oktober 2013

    […] De test- en lijstjesterreur levert geen enkele bijdrage aan de kwaliteit van het onderwijs. Integendeel:  scholen worden ‘afgerekend’ op cijfers die weinig tot niets met die onderwijskwaliteit te maken hebben. Zie onder meer hier. […]

    Like

  7. Het Alternatief. Begin van een nieuwe tijd in het onderwijs? | Dick van der Wateren's Blog - 3 oktober 2013

    […] na de perikelen rond de publicatie van de de Cito-scores door RTL Nieuws. Daarover schreef ik Sterftecijfers en examencijfers publiceren. Geen goed idee. Het tweede deel gaat over de berekening van ‘toegevoegde waarde’, waarmee in Nederland […]

    Like

  8. Zin en onzin van ‘Best Practices’ | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 6 oktober 2013

    […] twee eerdere blogs hebben Flip Schrameijer en ik (hier en hier) de vergelijking met de gezondheidszorg gemaakt. We kwamen o.a. tot de conclusie dat we […]

    Like

  9. Toegevoegde waarde meten is nog lang niet van de baan | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 14 november 2013

    […] soorten ranglijsten de plank jammerlijk misslaan heb ik, behalve in ‘Het Alternatief’ hier aangetoond. Ook vanuit wetenschappelijke hoek staat de ‘methode Dronkers’ onder […]

    Like

  10. #toetsgekte | OverOnderwijs - 25 november 2013

    […] schrijft Dick van der Wateren een goed hoofdstuk over de zin en onzin van toetsen en vergelijken. Deze blogpost is daar een voorproefje van. Natuurlijk wordt op het nieuws van de ranglijsten meegelift door […]

    Like

  11. Het gepruts van Jaap Dronkers | Het Alternatief - 29 mei 2014

    […] Dick niet langer op zijn tong bijten. Hij publiceerde alvast een aantal bevindingen op de website: onderwijsonderzoek.net Gaat dat […]

    Like

  12. Big Data en leesplezier | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 4 april 2015

    […] dollar winst gemaakt met hieraan gerelateerde activiteiten. Ik heb daarover uitvoerig geschreven hier, in ‘Het Alternatief’ (2013) en in de internationale uitgave van dat boek (2015). De […]

    Like

  13. Sociale herkomst en kwaliteit van VO scholen in 2015. Door Jaap Dronkers | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 10 januari 2016

    […] bekend zijn. Ze staan in mijn bijdrage aan ‘Het Alternatief’ en op onze groepsblog (hier, hier en hier). Ze betreffen zowel de methode van toegevoegde waarde meten als de beperkte kijk op […]

    Like

  14. Scholenranglijsten zijn onzin - Onderwijscoöperatie - 18 mei 2016

    […] Dick van der Wateren (2013). Sterftecijfers en examencijfers publiceren. Geen goed idee. Blogcollectief Onderzoek Onderwijs. https://onderzoekonderwijs.net/2013/09/14/sterftecijfers-en-examencijfers-publiceren-geen-goed-idee/ […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: