Ik doe het niet vaak, een column op verzoek, maar omdat Bea Ros zo overtuigend kan zijn, deed ik dat voor een keer. Zij vroeg mij of ik een column kon schrijven voor het juninummer van Didactief over waarom onderwijsmythes zo hardnekkig zijn. Waarom zijn ze net als zombies bijna onmogelijk om uit te roeien? Ik heb me een tijdje geleden in deze materie verdiept voor Jongens Zijn Slimmer dan Meisjes XL dat ik samen met Pedro de Bruyckere en Casper Hulshof schreef en kwam ik op een aantal redenen. Hier volgen m.i. de belangrijste.

Een van de redenen heeft te maken met de functie van mythes in een cultuur en samenleving. Bronislaw Kasper Malinowski, een voorname 20e-eeuwse antropoloog, schreef: “In een cultuur vervullen mythes een onontbeerlijke rol door te zorgen voor de uitdrukking, versterking en ordening van geloof. Mythes waarborgen en versterken moraliteit en staan in voor de doeltreffendheid van rituelen en bevatten praktische regels die de mens leiden. Daarom zijn mythes een essentieel ingrediënt van de menselijke beschaving.” Probeer zoiets maar eens uit te roeien! Dat zal je moeilijk lukken.

Een tweede reden heeft vooral te maken met de beschikbaarheid van informatie. Keith Botelho legde in zijn boek Renaissance Earwitnesses een link tussen historia en storia (tussen geschiedenis en verhaal / gerucht), wat hij toeschrijft aan het feit dat sinds de introductie van de boekdrukkunst, alternatieve interpretaties van wat er in de samenleving speelde snel gedrukt en wijd verspreid werden. Hij stelt dat we door de opkomst van de drukcultuur in combinatie met verbeterde geletterdheid in het Engeland van de Renaissance kwetsbaarder werden voor geruchten en geroddel. In onze huidige sociaalgenetwerkte informatiemaatschappij met haar overaanbod van onmiddellijke en alomtegenwoordige informatie gepaard aan uitgebreide netwerken van gelijkgestemden, verspreiden meningen zich snel en versterken ze door herhaling en overdrijving, nog voordat ze bevestigd zijn. Bovendien hecht het brein meer geloof aan iets dat het meermaals van verschillende bronnen hoort (of meent te horen). Die ene stem die herhaald wordt, verandert in een koor en dat vergroot de geloofwaardigheid.

 

En dan hebben wij het Photoshop-effect. Elke zelfverklaarde expert kan zomaar alles publiceren wat hij of zij wil en die experts ‘komen langs alle kanten op ons af, via elk medium, in elke niche … We raadplegen experts vooral om iets te leren over iets waar we niets vanaf weten. De transactie is inherent verraderlijk, want door onze onwetendheid bevinden we ons in een nadelige positie. Hoe kunnen we weten of de “experts” die de publieke opinie domineren ook echt expert zijn?’ Volgens Farhad Manjoo in zijn boek Truth enough: Learning to live in a post-fact society “schuilt het echte gevaar van leven in een Photoshop-tijdperk niet in het groeiend aantal vervalste foto’s, maar in het feit dat echte foto’s als namaak worden afgedaan”. Met andere woorden, wanneer elke foto, elke account, elke expert, elke … twijfelachtig is, dan kunnen alle foto’s, alle accounts, alle experts, alle … worden weggewuifd en ‘hun unieke kracht om kritiek te leveren zal vervallen’.

En hoewel je zou denken dat als je komt met feiten die de mythe ontmaskeren dat je een stap verder zou komen maar wat blijkt? Weerlegging / falsifiëring van een misinformatie heeft – volgens Stephan Lewandosky en zijn collega’s – draagt paradoxaal genoeg tot de veerkrachtigheid van een overtuiging en wordt de mythe alleen maar versterkt!

Dit hangt samen met het feit dat wij leven in het zogeheten ‘post-truth’ of ‘post-fact’ tijdperk, waarin mensen – in naam van democratie en vrijheid van meningsuiting – een mening verwarren met een bewijs. Waarin wetenschap wordt gezien als ‘ook maar een mening’, expertise als elitair geldt en alle uitspraken als gelijkwaardig. Zoals Tom Nichols, hoogleraar aan de Amerikaanse Naval War College schreef in The Death of Expertise: ‘democratie is een systeem van regeren, niet een situatie van gelijkheid. Democratie betekent dat wij gelijke rechten hebben tegenover de overheid en in relatie tot elkaar. Maar gelijke rechten betekent niet gelijke talenten, gelijke vermogens of gelijke kennis. En het betekent zeker niet dat wat de ene zegt over iets even goed is wat ieder andere zegt.’

En alsof dit allemaal niet problematisch genoeg is, constateren Anderson en Kellam in hun studie naar de hardnekkigheid van meningen dat iemands overtuigingen gewoon blijven bestaan, zelfs als er data zijn die deze overtuigingen weerleggen of zelfs tegenspreken. En Noymer, die de hardnekkigheid van geruchten bestudeerde, stelt vast dat persistentie (hardnekkigheid) zelfs wordt versterkt door tegenbewijs! Hij stelt dat sceptici die actief een gerucht proberen te ontkrachten, de snelste weg zijn naar persistentie, een proces dat hij ‘autokatalyse’ noemt.

Met dit in het achterhoofd kan je je afvragen wat voor zin mijn blogs eigenlijk hebben. Kan ik er maar beter het zwijgen toe doen? NEEN! Mijn persistentie kan gevat worden in de volgende twee citaten: ‘Iedereen heeft recht op een eigen mening, maar niet op eigen feiten’ (Daniel Patrick Moynihan) en ‘No amount of belief makes something a fact’ (James Randi).

U bent nog lang niet van mij af!

Volg mij op Twitter: @P_A_Kirschner

Herblog als je wilt!

 

Referenties

Anderson, C. A., & Kellam, K. L. (1992). Belief perseverance, biased assimilation, and covariation detection: The effects of hypothetical social theories and new data. Personality and Social Psychology Bulletin, 18, 555-565.

Botelho, K. M. (2009). Renaissance earwitnesses: Rumor and early modern masculinity. New York, NY: Palgrave Macmillan.

Malinowski, B. K. (1954). Magic, science, and religion and other essays. Garden City, NY: Doubleday Anchor Books.

Lewandowsky, S., Ecker, U. K. H., Seifert, C., Schwarz, N., & Cook, J. (2012). Misinformation and its correction: Continued influence and successful debiasing. Psychological Science in the Public Interest, 13, 106–131.

Manjoo, F. (2008). True enough: Learning to live in a post-fact society. Hoboken, NJ: John Wiley & Sons.

Noymer, A. (2001). The transmission and persistence of ‘urban legends’: Sociological application of age-structured epidemic models. The Journal of Mathematical Sociology, 25, 299-323.

Join the conversation! 9 Comments

  1. Dank Paul!

    Wat me echter nog niet duidelijk wordt uit je verhaal, is waarom vooral *onderwijs*mythes zo hardnekkig lijken.

    Waarom hebben ‘flat earth societies’ hoogstens enkele duizenden leden, maar lijkt bijna iedere docent in leerstijlen te geloven?

    Reply
  2. Interessante nieuwe boeken op deze thematiek:

    Andrew Shtulman (2017). Scienceblind. Why our intuitive theories about the world are so often wrong. Basic Books https://sites.oxy.edu/shtulman/

    Steven Sloman & Philip Fernbach (2017). The knowledge illusion. Why we never think alone. Riverhead Books http://www.penguinrandomhouse.com/books/533524/the-knowledge-illusion-by-steven-sloman-and-philip-fernbach/?ref=PRHBF132F6613C4

    Reply
  3. Onderwijsmythes zijn inderdaad moeilijk uit te roeien. Dat hebben we ook zelf ervaren. Met Onderwijskrant besteedden we al jaren geleden bijdragen aan de mythes van de kennispiramide, van de meervoudige intelligentie van Gardner, van leerstijlen allerhande … (Vermunt inbegrepen). Maar tegelijk zagen we de ‘officiële’ bijscholingen over leerstijlen, meervoudige intelligentie … toenemen.

    Ook nefaste leerpsychologische visies zijn moeilijk uit te roeien. Vanaf 1986 al publiceerden we in Onderwijskrant tal van bijdragen over de nefaste gevolgen van het oprukkende constructivisme, de constructivistische wiskunde- en taaldidactiek, … 
    *Maar de bijscholingen en studiedagen over constructivisme namen sinds 2000  gevoelig toe. De Leuvense prof. F. Dochy was een van de gevierde sprekers
    *De constructivistische inslag in de ‘Uitgangspunten’ van de (Vlaamse) eindtermen (1995) en van de basiscompetenties voor toekomstige leerkrachten is overduidelijk.
     
    *De  leerplannen wiskunde 1997/98 1ste graad secundair (voortgezet) onderwijs propageerden voluit de constructivistische aanpak van het Nederlandse Freudenthal Instituut. De invloed van de Leuvense prof. Lieven Verschaffel en zijn medewerkers was hier overduidelijk. Maar de recente interpretatie van de eindtermentoets wiskunde werd eens te meer aan Verschaffel en Co toevertrouwd. 

    *Het constructivisme stond/staat al decennia centraal in de ‘taakgerichte’ taaldidactiek van het Leuvense taalcentrum van prof. Kris Van den Branden; en leidde ook tot een uitholling van het taalonderwijs.
    *De recente ZILL-leerplanvisie van de katholieke koepel is duidelijk geïnspireerd door het constructivisme …

    We stellen vast en appreciëren dat professoren als Paul Kirschner zich de voorbije jaren ook wel kritisch uitspreken over het constructivisme als leertheorie. Maar jammer genoeg vonden we de voorbije 25 jaar weinig medestanders voor de concrete strijd tegen het constructivisme binnen leerplannen wiskunde, taalonderwijs, ZILL-leerplanvisie, recente adviezen/rapporten over de toekomst van het Vlaams onderwijs en over de nieuwe eindtermen, tegen het officieel en breed toegejuichte pleidooi van prof. Kris Vanden Branden voor een copernicaanse hervorming van het volgens hem hopeloos verouderde Vlaams onderwijs … We vinden zo’n ‘concrete’ analyses en kritieken veel belangrijker en moediger dan het blijven jammeren in algemene termen over leerstijlen, constructivisme, ontdekkend leren …

    Reply
  4. Dit is op X, Y of Einstein? herblogden reageerde:

    Paul Kirschner schreef net deze bijdrage over (onderwijs)mythes.

    Reply
  5. Onderwijsmythen bestaan ook doordat scholen geloven dat ouders die mythen interessant vinden. Pas zei een aantal schoolleiders tegen mij: met goede resultaten voor de basisvaardigheden lukt het niet meer om ouders te bewegen hun kind naar jouw school te sturen. We moeten wel. Dit is een zorgelijke ontwikkeling. Verder: een goed boek om mythen in het onderwijs te ontkrachten is ‘Bad Education. Debunking myths in education’ dat samengesteld is door Philip Adey en Justin Dillon. Het boek is een uitgave van Open University Press.

    Reply
  6. Kleine opmerking: onderwijsmythes zijn als zombies op gedragen zich als zombies.

    Reply
  7. […] een van zijn laatste posts stelt Paul Kirschner de vraag: “Waarom gedragen onderwijsmythen zich als zombies?”. Paul en collega’s Pedro De Bruyckere en Casper Hulshof maken zich in hun blogs en in hun […]

    Reply
  8. […] recently also saw an article (only in Dutch, I think) that nicely complements my talk and I might integrate some of the sources in a future […]

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

onderwijs, onderzoek, psychologie

Tags