Met NRO op expeditie

nro-congres-2016-e-mail-headerHoe presenteer je onderwijs-onderzoek aan de betrokkenen en belangstellenden? Die vraag werd dit jaar voor de tweede keer beantwoord in de vorm van het tweede NRO-congres met de slogan “Samen op expeditie”.

Met 50 verschillende workshops in vier rondes, kon elke bezoeker een eigen route door de dag samenstellen. Opgewarmd door een groeps-muziekje, afgewisseld door de NRO-VOR publieks- en juryprijzen en afgesloten met een stand-up zanger word je op zo’n dag bijgepraat over de meest actuele stand van onderwijs-onderzoek binnen jouw belangstelling. Een mooie afwisseling dus, dat enerzijds het gevoel geeft van “we vormen samen het congres”, anderzijds redelijk maatwerk geeft naar interesse. En dat NRO congressen kan organiseren was mij al gebleken bij het Kennisnet-NRO congres van mei 2017, dit deed er niet voor onder.

Workshops

Het ochtendprogramma begon voor mij met de workshop van Joop Duivenvoorden en Leah Stoffelmeer over terugkijken met een tablet bij lessen bewegingsonderwijs. Deze presentatie had ik op het Kennisnet-NRO congres ook gezien, maar toen plenair. Nu in een kleine setting konden we met Joop en Leah in gesprek over de toepassing van het onderzoek in de praktijk. Daarnaast konden we zelf oefenen met de app O’See om zo de voor- en nadelen van het terugkijken zelf te ervaren. Met een nabespreking waarbij ook ingegaan werd op de praktische do’s and don’ts, een workshop die diepgang gaf aan de eerdere presentatie die ik gezien had.
Wat m.i. weinig aan de orde kwam, was de onderzoeks-kant bij dit project. Hoe doe je dit praktijk-gericht onderzoek bij een vak dat gericht is op motorische vaardigheden. Ook de transfer naar andere vakken, waaronder ook cognitieve vakken, bleef helaas onderbelicht.

De tweede workshop in de ochtend, gepresenteerd door Astrid Poorthuis, gaf een toepassing van de attributie-theorie van Weiner. Naar mijn mening een vrij conventionele invulling van de theorie, en meer productontwikkeling dan nieuw onderzoek. Moet ook gebeuren, maar voor mij op dat moment minder relevant. Stilletjes ging ik er vanuit dat deze theorie in elke lerarenopleiding of mentoraats-cursus impliciet of expliciet opgenomen zit.

Differentiëren in de klas was het thema van de workshop van Ditte Lockhorst, Debby van der Voort, Marjolijn van de Woestijne en Ineke van den Berg. Zij bouwden voort op het model Kwadrant voor leerlingbespreking en hebben hiervan een model gemaakt voor meer gerichte begeleiding van leerlingen in de klas. Wat ik mooi aan dat onderzoek vind, is dat het plaatsvindt in het VMBO-BB onderwijs, een vaak vergeten leerweg. Daarnaast sluit het ook aan bij het feit dat in Nederland onderwijs klassikaal gegeven wordt: er is nauwelijks gelegenheid voor individueel onderwijs. Door met behulp van het Kwadrant te groeperen, wordt de begeleiding in de klas sub-groepsgewijs aangepakt. Het leerling-bespreek-model krijgt hierdoor extra relevantie.
Jammer dat bij de rapportage van de onderzoeksresultaten vastgesteld moest worden, dat al die inspanning tot weinig extra opbrengst leidt. Grote variabele hierbij is en blijft de docent: die moet die groepsgewijze differentiatie in de klas maar willen, kunnen en ook doen. Scholing, training en teamontwikkeling zijn hierbij de sleutels tot verder succes, aldus de onderzoekers.
Wel werd er een houdingsverandering bij leerlingen vastgesteld: school werd voor hen belangrijker. Een uitkomst die bij deze groep leerlingen zeker van belang is.

Meer opbrengst werd gerapporteerd door Rodica Ernst-Militaur, Plonie Nijhof en Joris Ghysels. Zij hebben de Meta-methode (verder) uitgewerkt voor het wiskunde-onderwijs. Met dit onderzoek is door hen ook de NRO-VOR-Juryprijs gewonnen.
De Meta-methode is er op gericht om leerlingen meta-vragen te leren stellen over wiskunde: hoe ga ik dit probleem aanpakken, welke kennis heb ik nodig, welke stappen zijn te onderscheiden etc etc.
De methode geeft dan concrete invulling aan de aanwijzing dat je als vakdocent (expert), niet alleen de inhoud moet bespreken, maar ook de aanpak van het probleem. En dat is een mooie aanwijzing die ook ik tijdens mijn opleiding(en) gekregen heb, maar die nauwelijks concreet ingevuld werd. Met de notie dat een expert-aanpak altijd domeinspecifiek is, is er nu voor wiskunde dus wel en invulling van die aanwijzing. Daarmee wordt er m.i. een grote stap vooruit gezet in het wiskunde-onderwijs. Ik kan niet wachten totdat hierover een goede cursus aangeboden gaat worden.

Terugblik

Met deze vier workshops, voor mij in oplopende relevantie, heb ik een nuttige, leerzame dag gehad en ging ik met het gevoel van “hier wil ik meer van weten” naar huis.
Ik vind het knap hoe NRO door de programmering en de invulling een mooi programma heeft samengesteld dat enerzijds draait op docenten in samenwerking met onderzoekers, of onderzoekers in samenwerking met docenten. Daarmee is de verbinding tussen onderzoek, theorie en praktijk min of meer automatisch beklonken.
Wat niet constant van kwaliteit was, waren de presentaties zelf. Soms was de gebruikte AV- en ICT-techniek knullig, menig powerpoint werd volstrekt verkeerd gebruikt en time-management was ook problematisch. Je zou wensen dat NRO de verschillende sprekers hierbij wat meer zou sturen en/of ondersteunen. Soms moet je mensen tegen zichzelf in bescherming nemen.

Dat het een gevarieerde en boeiende dag was, bleek ook uit de prijsuitreikingen halverwege de dag. In de plenaire zaal streken een groot aantal pabo-studenten op de rij stoelen achter mij neer. Aan de naambordjes te zien, was dit een “moetje” vanuit de opleiding. Uit het commentaar bleek dat ze eigenlijk niet wisten wat ze deze dag en op dat moment konden verwachten. Hen was ook het verschil tussen thuis op de bank en in een congreszaal nog niet geheel duidelijk, het geleuter en het flauwe commentaar bleef maar doorgaan. Totdat de filmpjes van de kandidaten voor de prijzen gingen lopen: daar werd in een paar minuten mooi onderzoek gepresenteerd: het werd stil. Er werd fanatiek meegestemd en het onderzoek van de kandidaten enthousiast besproken. Zo boeiend kan onderzoek dus zijn. Wanneer deze dag, deze studenten, hiervoor warm gekregen heeft, en dat denk ik echt, komt het goed met het onderwijs in Nederland.

About Paul Ket

Paul Ket studeerde onderwijskunde aan de universiteit Twente en is, na 10 jaar werkzaam geweest te zijn in de universitaire wereld en als teamleider in het vmbo (Wellantcollege), sinds kort weer docent wiskunde, verbonden aan Revius Lyceum Doorn.

No comments yet... Be the first to leave a reply!

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: