Het (on)gelijk van het schooladvies

De inkt van ‘De staat van het onderwijs’ is nog maar nauwelijks droog of er is al weer ophef over. Zo ook over het schooladvies dat door leraren in groep 8 wordt gegeven. De ongelijkheid in het onderwijs neemt toe en dat zou te maken kunnen hebben met de (te) subjectieve schooladviezen nu het schooladvies leidend is.

Op de site van de rijksoverheid is het volgende te lezen:

“In groep 8 geeft de basisschool advies over de middelbare school die past bij het niveau van uw kind. De school kijkt daarvoor onder andere naar leerprestaties en aanleg en ontwikkeling op de basisschool. Sinds 2015 is het schooladvies leidend bij de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs.”

Afgewogen schooladvies

Het schooladvies bevat dus meer dan alleen toetsresultaten en leerprestaties. De leraar, meestal in overleg met collega’s van groep 7, intern begeleider en directie neemt dus ook andere factoren mee: intelligentie, werkhouding, motivatie, huiswerk-attitude, onderwijs- en instructiebehoeften, benodigde onderwijstijd etc. Dit worden de zogenaamde ‘zachte’, niet-toetsbare factoren genoemd. En dat was nu precies de bedoeling van het voorstel van de Staatssecretaris. De leraar ziet de hele film, een toets is slechts een foto. Mag ik het dan raar vinden dat men verbaasd is dat een schooladvies niet altijd volledig overeenkomt met het advies dat alleen op de Eindtoets is gebaseerd? Dat was toch de bedoeling…? Niet om kinderen expres een ander advies te geven, maar wel een meer afgewogen advies.

Handelingsgericht werken

In het kader van Passend onderwijs werken veel scholen volgens het concept van Handelingsgericht werken. Dit heeft als uitgangspunt dat ieder kind eigen specifieke onderwijs behoefte heeft: de ene leerling heeft meer of minder leertijd en intensievere instructie of begeleiding nodig dan het andere. Een kind ontwikkelt zich in verschillende systemen: op school en buiten school. Er is sprake van een wisselwerking tussen de verschillende systemen en in overleg met ouders en soms met derden wordt de aanpak voortdurend gereflecteerd om zo de onderwijsbehoefte actueel te houden. Basisscholen stemmen hun onderwijs dus minimaal acht jaar continu af op de individuele leerling binnen de kaders die mogelijk zijn. Verwacht men vanuit de politiek nu dat men bij het geven van een schooladvies deze werkwijze deletet en de leerling reduceert tot een toetsscore?

Advies weer leidend?

De minister reageerde als volgt: “Er spelen dus eigen opvattingen van leraren mee en dat is zeer zeer ongewenst.”, Deze reactie lijkt op het eerste gezicht een logisch, maar ze heeft het wel over het afgewogen advies van een hoogopgeleide professional. Laat de minister zich zelf nooit leiden door haar eigen opvatting? Als oplossing moet de toets volgens de bewindslieden weer een grotere rol gaan spelen bij de schooladviezen. Na één jaar wordt de klok die zij zelf hebben opgewonden, weer teruggezet. Dat is een ondermijning van de beroepsgroep.

Het lijkt eerder een afleidingsmanoeuvre van een ander probleem wat diezelfde week het nieuws haalde, namelijk de problemen als gevolg van het leenstelsel. De politiek correcte, maar gespeelde verontwaardiging over de ongelijkheid in het onderwijs mag misschien goed overkomen bij de achterban en het grote publiek, het is het gevolg van jarenlang onderwijsbeleid. Wat mij betreft mag de hand in eigen boezem gestoken worden in plaats van de vinger te wijzen naar de leraren.

Mogelijke Oplossing

Een leraar gebruikt voor het schooladvies al zijn ervaring, deskundigheid en last, but not least zijn integriteit. Soms speelt twijfel een rol, natuurlijk. Een leraar die nooit twijfelt over een advies, zou niet menselijk zijn. Daarom is het belangrijk dat dubbele adviezen gegeven worden en dat kinderen in brede brugklassen kunnen doorgroeien. Kinderen die nog later ‘rijpen’ zouden makkelijker moeten kunnen stapelen. Dit zijn kansen die vroeger ‘gewoon’ tot de mogelijkheden behoorden, maar door neoliberaal onderwijsbeleid zijn verdampt. Dit weer mogelijk maken, is een mogelijke kortetermijnoplossing waar niet eens direct een stelselwijziging voor nodig is.

Daarnaast zou de maatschappij een andere mindset kunnen ontwikkelen over het VMBO en het MBO. ‘Men’ (en dus ook sommige ouders) zijn nogal eens van mening dat het VMBO een prima opleiding is, …behalve voor hún kind. En dat is jammer. Niet alleen voor veel kinderen, maar ook voor de maatschappij die goede vakmensen nodig heeft. Hoogopgeleide ouders vergeten soms dat zij zelf het product van het ‘stapelen’ zijn. Beïnvloed door dit enigszins selectieve geheugen zijn zij van mening dat hun kroost toch minstens een havoadvies zou moeten krijgen. Ouders die de weg zonder ‘stapelen’ hebben doorlopen en dus rechtstreeks van de basisschool het VWO in stroomden, spelen weleens met de gedachte dat de intelligentie van hun kind de optelsom is van hun beider genetische pakketjes.

The Bell Curve

Nu is er een zekere correlatie tussen de intelligentie en erfelijkheid en tussen sociaaleconomische status en schooladviezen. Maar ook hier wordt weer, als zo vaak, de fout gemaakt dat correlatie niet hetzelfde is als causaliteit. Er bij voorbaat van uitgaan dat leerlingen van hoogopgeleide ouders dus minimaal havoleerlingen zijn, is nergens op gebaseerd. En het omgekeerde dus ook niet: kinderen van laagopgeleide ouders behoren niet per definitie een laag schooladvies te krijgen. Wanneer we deze fout zouden maken, verzanden we in een discussie die enigszins lijkt op het debat dat in de VS ontstond naar aanleiding van het uitkomen van The Bell Curve (1994). Ook daar werd correlatie verward met causaliteit. De auteurs Herrnstein en Murray stelden dat intelligentie een goede voorspeller is voor allerlei maatschappelijke variabelen zoals inkomen, ongewenste zwangerschap, misdaad. Deze maatschappelijke problemen kwamen immers vaker voor bij het lager opgeleide gedeelte van de bevolking. Door de voorstanders van The Bell Curve werd geheel voorbijgegaan aan het feit dat de mensen uit de sociaal lagere milieus mogelijk wel intelligent waren, maar nooit de kans hadden gekregen om deze te ontwikkelen. Deze laatste situatie moeten we in Nederland te allen tijde voorkomen: het onderwijs is bij uitstek de plaats waar kansen voor kinderen liggen en leraren zijn bij uitstek de professionals die deze kansen mogelijk proberen te maken. Een discussie over de adviezen zoals die nu plaatsvindt, helpt daar niet bij.

Symboolpolitiek

De oplossing die de minister nu voorstelt is té makkelijk en populistisch voor een probleem dat veel complexer is. De minister wekt de suggestie dat de school er naast zit met hun advies als de Eindtoets hoger uitvalt. Een advies is de slotsom van een proces waarin meerdere factoren zijn meegewogen. Nu kan het dus zijn dat er een correlatie is tussen een lager schooladvies en lager opgeleide ouders, maar de motivatie voor dat lagere schooladvies kan een heel andere zijn: extra instructiebehoefte, gebrek aan motivatie, extra onderwijstijd. Eén factor eruit lichten en daar sociaalwenselijk je zorg over uitspreken getuigt niet van veel nuance. Uit onderzoek blijkt dat kinderen uit gezinnen met een minder financiële middelen meer kans hebben om vroegtijdig de school te verlaten zelfs als de jongere op school goed kan meekomen. De armoede bestrijden heeft misschien wel veel meer effect op gelijke kansen dan het naar voren halen van de Eindtoets.

De subjectieve, vooringenomen redenering bij het geven van adviezen (laag advies bij kinderen van laagopgeleide ouders) ben ik in al mijn jaren dat ik in het onderwijs werkzaam nooit tegengekomen. Ik heb al honderden voorlopige en definitieve adviezen gegeven en dat altijd zonder Cito Eindtoets. De scholen waar ik gewerkt heb, behoorden namelijk tot het kleine percentage scholen dat geen eindtoets deed. Bij het geven van een schooladvies is een goede communicatie van belang. Voor ouders is de wens soms de vader van de gedachte. Uitleggen hoe het advies tot stand is gekomen, welke overwegingen hebben meegespeeld, kan veel duidelijk maken. Dan hoeft een advies geen strijd te zijn en is een advies gebaseerd op een Eindtoets niet nodig en bovendien te één-dimensionaal. Adviseren is afgewogen mensenwerk en is bovendien driedimensionaal!

Commerciële onderwijsbureaus zullen wel opgelucht ademhalen als de Eindtoets in in ere wordt hersteld. Zij kunnen kinderen weer volop trainen in het maken van een goede Eindtoets en spinnen daar garen bij. Of de Eindtoets dus zo emanciperend werkt, is nog maar de vraag. Ouders uit een sociaal armere omgeving hebben daar namelijk niet de financiële middelen voor. Je hoeft niet drie keer te raden wie hier zijn voordeel mee doet. Hoewel voordeel? Ik benijd de leerling niet die een kunstmatig hoog advies heeft gekregen en dat vervolgens in het VO moet waarmaken.

Conclusie

Het insinueren dat de leraren van groep 8 leerlingen subjectieve adviezen geven die de ongelijke kansen vergroten, dat zij zich ook nog eens laten ‘intimideren’ door mondige hoogopgeleide ouders als het advies te laag uitvalt, is niet alleen ondermijnend, maar getuigt niet van veel vertrouwen in de beroepsgroep. De integriteit van de leraar wordt hier in twijfel getrokken. Daarnaast is het ook nog eens beschamend, omdat het zwaarder wegen van het schooladvies het beleid is dat zelf door de bewindsmensen is ingezet. Als het schooladvies verplicht moet worden aangepast bij een hoger resultaat op een Eindtoets, verwordt de Eindtoets tot een toetsinstrument om de leraar te toetsen die het advies gegeven heeft. En hoe bewijst men dat de leraar er überhaupt naast zat?

Om de procedure te evalueren zou het schooladvies niet vergeleken moeten worden met het advies dat uit de Eindtoets rolt. Dat dit af en toe verschilt, is minder vreemd dan op het eerste gezicht lijkt. De politiek moet een iets langere adem hebben en minder paniekvoetbal spelen. Als er iets te evalueren valt, stel ik het volgende voor: vergelijk op welk niveau de leerlingen na het afronden van het VO uitstromen met het schooladvies wat in groep 8 gegeven is. Alleen op die manier worden leraren en leerlingen enigszins recht gedaan.

Daarnaast moeten we accepteren dat onderwijs geen exacte wetenschap is en dat leraren geen glazen bol hebben. Zij proberen met al hun objectiviteit op basis van vele parameters een afgewogen schooladvies te geven aan kinderen die nog volop in ontwikkeling zijn. Behalve intelligentie, doorzettingsvermogen, instructiebehoefte, leertijd, motivatie etc. fietst er ook nog zoiets als puberteit door heen. Alleen daarom al moeten we in dit land met vroege selectie brede, dakpanbrugklassen hebben met mogelijkheden tot op- en afstromen zonder dat scholen daarop afgerekend worden.

About Marjolein Zwik

Leerkracht basisonderwijs, Master SEN Specialist leren, Bachelor fysiotherapie

16 Reacties to “Het (on)gelijk van het schooladvies”

  1. Dit is zo uit mijn (onderwijs)hart gegrepen! Op diezelfde site van de Rijksoverheid verscheen n.a.v. de toen aanstaande nieuwe werkwijze voor de tot standkoming van het schooladvies een interview met Herman Bijsterbosch en Feije Hooglandt (coördinerend inspecteurs van resp. PO en VO) een interview met als titel:
    Leerling gebaat bij correct schooladvies. Hieronder enkele citaten.

    “Het basisschooladvies komt zorgvuldig totstand

    Het lijkt dat sommige scholen voor voortgezet onderwijs twijfelen aan de kwaliteit van het basisschooladvies. Is dat terecht?

    Herman: We hebben vorig jaar onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het basisschooladvies. Op de meeste scholen blijkt dat advies op een zorgvuldige manier tot stand te komen. Ook heeft het een grote voorspellende waarde: driekwart van de leerlingen komt in het derde jaar van het voortgezet onderwijs terecht op het geadviseerde niveau. Van de overige leerlingen komt de helft hoger en de helft lager uit. We waren blij met deze uitkomst, want leerlingen zijn gebaat bij een correct advies.

    Fije: Er zijn natuurlijk wel verschillen tussen basisscholen. Als een vo-school merkt dat leerlingen van een bepaalde basisschool vaak lager uitkomen dan geadviseerd, dan is het belangrijk dat zij met die basisschool in gesprek gaat. Ze moeten samen bespreken hoe de basisschool tot betere adviezen kan komen. .

    Objectieve gegevens en professionele inschatting

    Bestaat de kans dat basisscholen bezwijken voor de druk van ouders, nu het schooladvies leidend geworden is?

    Herman: 44 procent van de schoolleiders zei vorig jaar druk te ervaren van ouders om het advies naar boven bij te stellen. Dat wil niet zeggen dat ze voor die druk bezwijken. Bijna alle scholen beschikken over een ruime hoeveelheid objectieve gegevens, zoals de resultaten uit het leerlingvolgsysteem. Samen met de professionele inschatting van de leerkrachten leidt dat bijna altijd tot een goed advies, dat scholen ook goed aan ouders kunnen uitleggen.

    Overigens hebben de basisscholen met de nieuwe regelgeving een zwaardere verantwoordelijkheid gekregen. We rekenen erop dat ze die ook nemen.
    Bijvoorbeeld door zelf jaarlijks in de gaten te houden of hun adviezen goed uitpakken. Daarmee kunnen ze de advisering verder verbeteren.”

    En dat laatste omschrijft de ervaring die wij hebben met onze collega’s in het PO. De inkt van bovenstaand interview is nauwelijks droog of het moet alweer anders. Oneliners doen het goed en de leraar heeft het weer gedaan. Misschien moet de minister wat vaker met hen praten in plaats van over hen.

    Gretha Dam, directeur VO school

    Like

  2. Een mooi evenwichtig artikel.
    Of daarmee iedereen tevreden zal zijn?

    Vriendelijke groet,

    Like

  3. Volkomen terechte analyse. Wij gaan al 25 jaar uit van het advies van de basisschool. Cito wordt alleen besproken bij een grote discrepantie met het advies. En we zijn daar bijzonder tevreden over. Wat me irriteert aan het veranderde standpunt is dat er wederom sprake is van een fundamenteel wantrouwen t.o.v. de leerkrachten. En dat in een tijd dat dezelfde politiek zegt dat het onderwijs weer terug moet naar de docenten.
    Wellicht wordt het eens tijd om in het voortgezet onderwijs een kritische blik te werpen op het curriculum en de individuele begeleiding van leerlingen om de motivatie van kinderen hoog te houden. Het programma is nog steeds gebaseerd op de jaren zestig. Welke gelegenheid wordt daar geboden voor de optimale ontwikkeling van jongeren op basis van capaciteit en affiniteit?
    Dus aub geen verwijten aan de groepsleerkrachten. De sleutel zit veeleer in een grondige aanpak van het vo curriculum, de verbinding van het onderwijs met de maatschappelijke en economische context en het doorbreken van generieke programma’s en beoordelingen.
    Zolang het onderwijs de verschillen niet accepteert blijft de politiek verzanden in algemene verwijten en hoogdravende uitspraken over de professionaliteit van onderwijsgevenden zonder daar daadwerkelijk ruimte aan te geven. Een merkwaardige paradox.

    Liked by 1 persoon

  4. Ik ben een buitenstaander in de onderwijswereld, maar er moeten mij toch een paar dingen van het hart. Ik heb de discussie rond de schooladviezen gevolgd en me verdiept in de verschenen rapporten en de technische onderbouwingen die daaraan ten grondslag liggen (technisch rapport svho 2014 2015 onderwijskansen.pdf)
    Daaruit blijkt dat er grote correlatie bestaat tussen verandering Cito en onderwijs advies. Er is na de wijziging in het leidend zijn van de Cito naar leidend zijn van het schooladvies een knik opgetreden naar omlaag in schooladvies en dan met name voor de kinderen van laagopgeleiden. Dit is geen waardeoordeel, maar gewoon rekenwerk.
    Dit verschijnsel doet zich ook voor rond herzieningen van schooladviezen.

    Bijstelling van de adviezen heeft vaker plaatsgevonden bij leerlingen van laag opgeleide ouders dan bij leerlingen van hoogopgeleide ouders, respectievelijk bij 3,9 en 2,7 procent. Echter deze leerlingen kwamen op basis van de prestaties op de eindtoets ook vaker in aanmerking voor een bijstelling. Bij ruim 20 procent van de leerlingen van laagopgeleide ouders was het eerste advies minimaal een niveau lager dan te verwachten op basis van de toets. Bij groep de hoogst opgeleide ouders was dit nog geen 9 procent. Bekijkt men de kans dat het advies wordt bijgesteld binnen de groep leerlingen die de toets beter heeft gemaakt dan het eerste advies dan zien we juist dat leerlingen van hoogopgeleide (autochtone) ouders vaker een bijgesteld advies krijgen dan leerlingen van laagopgeleide ouders. Met andere woorden leerlinge van hoogopgeleide ouders krijgen vaker een hoger eerste advies en mocht de toets een hoger advies adviseren dan wordt er bij deze groep vaker bijgesteld.

    Ongelijkheid is iets dat zich al jaren voordoet, hierin is de school een afspiegeling van de maatschappij. School zegt wel gelijke kansen te bieden, maar door de sociale verhoudingen en verschillen is dat in de praktijk niet uitvoerbaar.

    Wat nu bereikt wordt door de Cito weer leidend te maken is dat we weer teruggaan naar de oorspronkelijke ongelijkheid.
    Hoe gaan we de bestaande sociale en maatschappelijke ongelijkheid te lijf ? Dat moet de vraag zijn denk ik . Of willen we dat niet ?

    Like

    • Dat willen we zeker wel. De weg er naar toe is m.i. niet de toets weer leidend maken en dan denken dat dat de juiste weg is. Dat is een schijnzekerheid. Het artikel maakt ook duidelijk dat er vele facetten zitten aan de ongelijkheid an sich en daarnaast aan het geven van schooladviezen. Bewustwording van deze ongelijkheid is de eerste stap. Ervaring in het geven van schooladviezen een tweede. Veel leraren hebben hier door het oude systeem mogelijk nog weinig ervaring mee. Dat bouw je niet op door na twee te roepen dat het mislukt is. Ik verwacht van een minister steun, geen afwaardering. Ze kan ook eens benadrukken wat er goed gaat. Er zijn ook genoeg onderzoeken die uitwijzen dat leraren juist goede adviezen geven. Dank voor de aanvulling en het perspectief!

      Like

  5. Ik ben het eens met de bijdrage van Koos de Boer. De feiten uit het onderzoek spreken duidelijke taal: kinderen van laagopgeleide ouders zijn slechter af als het advies van de leerkrachten leidend wordt. Dan over de bewering dat leerkrachten in het basisonderwijs hoogopgeleide professionals zijn. Daar valt het een en ander op af te dingen. Ik heb zelf de ambachtsschool (u leest het goed) gedaan, drie HBO-opleidingen (waaronder de Pabo), en een universitaire opleiding. De Pabo was met met stip verreweg de slechtste (in mijn ogen: laagste) opleiding die ik ooit gevolgd heb. De jaren die ik als leerkracht in het basisonderwijs gewerkt heb, hebben mij niet in de opvatting gesterkt dat leerkrachten in het basisonderwijs hoogopgeleide professionals zijn. Die zitten er zeker bij, maar dat is m.i. helaas niet de meerderheid. Ook het stuk van Marjolijn Zwik getuigt niet van professionaliteit, en veel van instemmende reacties op dit stuk. Wetenschappelijk onderzoek dat gewoon de feiten laat zien doet niet ter zake, de eigen ‘honderden’ ervaringen zijn maatgevend, de emoties worden flink opgespeeld. Ik zou willen dat leerkrachten in het basisonderwijs inderdaad hoogopgeleide professionals waren.

    Like

  6. Beste Alois,

    Jammer dat u mijn professionaliteit in twijfel trekt. Ik beschouw mijn ‘honderden’ ervaringen niet als maatgevend, maar beschrijf mijn eigen ervaring in deze alinea. Zoals u uw eigen ervaring als maat neemt om de Pabo als verreweg de slechtste opleiding te beschouwen. Toch beschouw ik leraren die minstens een bachelor en tegenwoordig ook vaak een master hebben afgerond als ‘hoogopgeleide’ professionals. Dat de kwaliteit van de Pabo’s in het verleden periodes hebben gekend van mindere kwaliteit kan ik beamen. Om de meerderheid van de leerkrachten in het basisonderwijs daarom als niet hoogopgeleide professionals aan te merken is wederom uw eigen mening en ervaring. Ik laat zeker geen wetenschappelijke onderzoeken buiten beschouwing, maar zoals in een eerdere reactie reeds werd geschreven: er zijn ook onderzoeken die het tegendeel bewijzen, namelijk dat leraren wel goede adviezen geven. Het onderzoek dat Koos de Boer aanhaalt is belangrijk, maar wel een eerste statische verwerking na één jaar ervaring met schooladviezen. Ik ben benieuwd hoe de statistieken er uit zagen één jaar nadat de Cito toets ooit was ingevoerd. Was dat direct een doorslaand succes? Lees mijn reactie op Koos de Boer. Ik heb de indruk dat u de nuance in mijn stuk mist. Fijn om te lezen dat u wel gebruik heeft kunnen maken van de mogelijkheid om na de ambachtsschool te stapelen. Zoals ik in mijn stuk ook al aangaf: belangrijk dat die mogelijkheid er is. U bent blijkbaar het levende voorbeeld van dit succes.
    De vraag van Rob Alberts kan ik inmiddels beantwoorden: niet iedereen zal tevreden zijn.
    Dank voor uw perspectief.

    Met vriendelijke groet, Marjolein Zwik

    Liked by 1 persoon

  7. Ter aanvulling: de onderwijsinspectie concludeerde eind 2014 dat het advies van de leerkracht over het algemeen betrouwbaarder is dan de Citoscore. Driekwart van de leerlingen zit na drie jaar voortgezet onderwijs op het schooltype dat de leerkracht adviseerde. En dat is een hoger percentage dan advisering op basis van de Citotoets.

    Like

  8. Ik mis in de heisa rond schooladvies versus opleiding van de ouders de oorzaken of redenen voor het verschil in advies. Het oordeel van de leraar als oorzaak lijkt me slechts een zwakke afgeleide correlatie. Heeft iemand een idee?
    Verder durf ik persoonlijk de bevindingen uit het rapport van de inspectie niet zo te generaliseren. Sommige media en politici doen dat wel, maar ik betwijfel of hun oordeel vanuit voldoende evidentie is bepaald.

    Like

  9. Even een kort intro omtrent mijn persoon. Ik ben sinds 2 jaar met pensioen en sinds een jaar betrokken bij de stichting CodeUur. Ik heb gewerkt als Maintenance Engineer (E) voor de Marine. Ik volg alle discussies die spelen omtrent onderwijs en kijk daarnaar met (uiteraard) technische en buitenstaandersblik. Van de zaken die mij opvallen in die discussies is het gebrek aan oplossingsgerichtheid wel de voor mij meest in het oog springende.
    De onderzoek conclusie is duidelijk ,de kloof tussen verschillende sociale groepen mbt schoolkeuze is vergroot met als oorzaak wijzigingen rond de Cito toets ,de correlatie is sterk. Ik denk dan ,gedreven door mijn technische achtergrond “er is een parameter gewijzigd, gevolg de kloof tussen sociale groepen is vergroot, dus ga weer terug naar een bekende situatie door die wijziging op te heffen.”
    Het onderzoek laat ook duidelijk zien dat voor de wijziging Citotoets de kloof tussen sociale groeperingen ook overduidelijk aanwezig was. Laten we ons dan daar op richten, proberen die sociale groepen te benaderen en bereiken. We kunnen van mensen met zelf nauwelijks meer dan PO niet verwachten dat ze hun kinderen begeleiden om zo betere resultaten te bereiken. Hoe kunnen we die groepen bereiken (altijd in oplossingen denken ) Er komen een paar mogelijkheden bij me op.
    Klasgrootte in achterstands wijken verkleinen
    Lestijden verlengen in die wijken
    Ouders van kinderen met te verwachten leerachterstand actief benaderen en bijscholing aanbieden op dezelfde school als de kinderen (kinderen volgen dan vanzelf hoop ik , is niet gesteund door onderzoek denk ik )
    Dit zijn zomaar wat zaken die bij me opkomen er zullen er ongetwijfeld meer volgen. Ik word niet gehinderd door ook maar enige onderwijskundige kennis en probeer hier gewoon met gezond verstand naar te kijken en over na te denken. Normaal gesproken meng ik me niet in discussies maar nu kan ik het niet meer laten. Ik ben immers toch ook een produkt van de jaren 50 en de activistische jaren 60

    Like

  10. Beste Marjolein,

    Ja, toch knap dat iemand met de ambachtsschool (vast ook afkomstig uit een arbeidersgezin) het nog tot de universiteit heeft kunnen schoppen. Ik heb alleen de ambachtsschool na het vwo gedaan en mijn vader was psychiater. En nee, ik heb mij niet omhoog geploeterd door te stapelen. Ik heb gewoon gedaan wat ik leuk en zinnig vond. Maar je illustreert perfect waar het om gaat, nl hoe snel mensen (en leerkrachten) oordelen op zogenaamde afkomst. Heel geestig. En treurig natuurlijk, want veel kinderen krijgen daardoor niet de kansen die ze wel zouden moeten krijgen. Daarom is het belangrijk dat de toetsen leidend blijven in het schooladvies, wat niet wil zeggen dat het oordeel van leerkrachten niet moet worden meegewogen.

    Zeker, je hebt gelijk als het het gaat om het aanhalen van mijn eigen ervaringen. Daarom nog wat uitkomsten uit onderzoek. Allereerst de laatste blog van Paul Kirschner, waarin hij weer eens laat zien wat er schort aan de opleidingen tot leerkracht. En dat leerkrachten in grote meerderheid geloven in fabels als leerstijlen, meervoudige intelligentie, enzoverder is door hem en anderen genoegzaam aangetoond. En erger nog, leerkrachten baseren hun onderwijs daarop.

    Landen met hoogopgeleide professionals voor de klas (Finland, Singapore) presteren beter in hun onderwijs. En Nederland hoort daar helaas niet (meer) bij. We zijn dan ook gestaag gezakt in de rankings, en dat heeft veel met het opleidingsniveau van leerkrachten in het basisonderwijs te maken. Tot 1968 was een vwo diploma (of HBS) verplicht voor toelating tot de toenmalige kweekschool. Nu de reken- en taaltoets op de Pabo’s is ingevoerd is de instroom met meer dan een derde gezakt. Dat betekent ook dat een groot deel van leerkrachten die nu voor de klas staan in feite voor de Citotoets zou zakken die ze zelf bij de kinderen moeten afnemen. Nee, Nederland behoort niet tot de landen waar de meerderheid van de leerkrachten in het basisonderwijs hoogopgeleide professionals zijn. En dat is een slechte zaak.

    Tenslotte beweer ik niet dat je onprofessioneel bent. Ik vind je reactie op de bevindingen van de onderwijsinspectie e.a. wel onprofessioneel, en ook die van veel leerkrachten uit het basisonderwijs. Want de afkomst van kinderen speelt een rol in het oordeel van leerkrachten over kinderen, en dat leerkrachten worden overruled door ouders die hoger opgeleid zijn dat zijzelf gebeurt. De ongelijkheid in het onderwijs (en samenleving), en de langzame maar gestage daling van de kwaliteit van het onderwijs in Nederland is een feit. Daar zijn meerdere oorzaken voor, en de kwaliteit van de leerkrachten is daar één van. Verontwaardigd roepen dat dit laatste geen rol speelt vind ik onprofessioneel, en niet in het belang van de kinderen.

    Like

    • Beste Alois,

      In uw eerste alinea illustreert u precies waar het om gaat. Ik baseerde mijn veronderstelling dat u gestapeld zou hebben op de beperkte informatie die u mij in de eerste reactie had gegeven. Ik oordeelde op de foto in plaats van op de film: het topje van de ijsberg. Zo is een kind ook veel meer dan een toetsscore. Daar zit ook een heel verhaal achter. Op het complete plaatje baseren scholen hun advies en de toetsresultaten door de jaren heen zijn daar een onderdeel van. Ik heb dus niet geoordeeld op uw afkomst. Aangenomen dat u uit een arbeidersgezin komt heb ik nooit gedaan en ik vind de eerste zin van uw reactie dan ook op zijn minst een ongegronde aanname.

      We kunnen elkaar helemaal vinden in het feit dat kinderen de kansen moeten krijgen die bij hun mogelijkheden passen. De impliciete verwijzing dat mijn reactie precies illustreert dat kinderen daardoor niet deze kansen zouden krijgen, vind ik verre van geestig.

      Dat er veel onderwijsmythes en fabels de ronde doen in de maatschappij en in het onderwijs ben ik volledig met u eens. Dat is onder andere de reden dat ik me heb aangesloten bij dit blogcollectief: om met andere auteurs deze fabels te bestrijden en onderwijsmensen zo veel mogelijk aan het denken te zetten. Zonder overigens de illusie te hebben dat men het over alles honderd procent eens zal worden.

      Het niveau van de Pabo’s heeft ook mij en vele collega’s zorgen gebaard. De beroepsgroep zelf heeft hier over vaak aan bel getrokken. Uw conclusie dat een groot deel van de leerkrachten die nu voor de klas staan, zakken voor de Citotoets, is wel een hele krasse en erg generaliserend. Ook niet gebaseerd op enig onderzoek, maar uw aanname. Klein detail: voor de Citotoets kun je niet zakken of slagen en we spreken tegenwoordig van de Eindtoets PO, daar er meerdere aanbieders zijn en niet alleen Cito.

      De taal-en rekentoets is al veel langer van kracht. Deze is alleen verschoven van tijdstip. In het verleden werden deze toesten tijdens de studie gedaan en volgde bij onvoldoende niveau een negatief studieadvies. Een student had dan al minstens een jaar studie achter de rug. Dat tussentijds uitstromen wil men voortaan voorkomen door de toets als toelatingseis te laten fungeren. Gek genoeg bevordert dat het verkleinen van stapelen en kansen voor lager opgeleiden en lijkt het de ongelijkheid te vergroten. Het zijn namelijk met name de MBO-studenten die struikelen op de gestelde eisen. Desalniettemin is dat geen reden om de eisen te verlagen. Ik ben het geheel met u eens dat leerkrachten voldoende (evidence-informed) pedagogische en didactische bagage moeten hebben en ver boven de leerstof moeten staan die zij zelf onderwijzen.

      Verontwaardigd roepen dat de kwaliteit van de leerkrachten nooit een rol speelt heb ik mijns inziens nooit gedaan. Ontkennen daarvan heeft sowieso geen zin: in elke sector zijn goede en minder goede professionals werkzaam. Ik ben ook wel eens een slechte dokter tegen het lijf gelopen, die toch ook zijn studie medicijnen met succes had afgerond. Via scholing, professionalisering en functioneringsgesprekken worden deze minder goede leerkrachten gecoacht.

      Dat mijn mening gedeeld wordt, blijkt o.a. uit onderstaand artikel:
      http://www.joop.nl/opinies/onderadvisering-vraagt-meer-eindtoets#sthash.HPlVA3Qm.uxfs&st_refDomain=t.co&st_refQuery=/2AdPmne7t9

      Een verdere discussie zou weliswaar boeiend kunnen zijn, maar vind ik eerlijk gezegd buiten de bedoeling van deze blog vallen. Ik vermoed ook dat over goede advisering en het scheppen van volledig gelijke kansen het laatste woord nog niet gezegd is in ons land. Bedankt voor uw reacties.

      Met vriendelijk groet, Marjolein Zwik

      Like

  11. Diederik Samsom toont eindelijk visie en onderbouwt die visie met een praktijkvoorbeeld
    View story at Medium.com

    Like

  12. Prima artikel, dat ook mooi de kortzichtigheid van de politiek aangeeft.
    Ten aanzien commentaren: van universitair geschoolde leraren in het po en een vergelijk met Singapore of Finland: je moet als maatschappij ook bereid zijn om deze mensen beter te betalen. Dat is nu in Nederland niet of nauwelijks het geval. Daarnaast, wat meet je qua resultaat? Het gaat niet alleen om kennis, maar ook om het bijbrengen van vaardigheden als burgerschap, creativiteit, kritisch denken etc..
    En waar het gaat om hoger opgeleide ouders die leerkrachten overrulen, ik denk dat dit wel meevalt. Een goede leraar, gesteund door de schoolleiding, zal niet zondermeer overstag gaan. Vergeet ook niet dat het niet alleen gaat om de hogere opleiding van de ouders, maar veelal om de betrokkenheid van deze ouders. Iets wat vaak samenvalt.

    Like

  13. beste Marjolein,

    Bedankt voor je reactie. Oordelen op basis van een foto is in alle gevallen niet verstandig. Dus zowel het beeld van de leerkracht als de toetsuitslag moeten deel uitmaken van het advies voor de vervolgopleiding. Maar de toets moet daarin leidend zijn, zie ook Jaap Dronkers. Over wat die toetsen meten valt overigens ook nog wel het nodige te zeggen. Dat is voor een deel (Nederlandse) culturele kennis, die kinderen van hoogopgeleide (Nederlandse) ouders van huis uit mee krijgen. Als toetsuitslagen voor culturele bias gecorrigeerd zouden worden, zou het verschil tussen toetsuitslag en leerkrachtadvies nog weleens veel groter kunnen zijn.
    Ik weet dat je niet voor de Citotoets kunt zakken, dat er meerdere (eind)toetsen zijn en ben op de hoogte van de ontwikkelingen in het toetsen van rekenen en taal op de Pabo, en trouwens inmiddels worden ook vakken als aardrijkskunde e.d. getoetst. Godzijdank.
    Ik werk al vrij lang in het onderwijs, en op grond daarvan heb ik mijn bedenkingen over het opleidingsniveau en professionaliteit van leerkrachten in het basisonderwijs. En uiteraard zijn daar zeker uitzonderingen op. Maar je hebt gelijk, dat is een andere discussie. Het lijkt mij wel goed als die discussie ook op deze blog gevoerd zou worden, maar misschien is dat een brug te ver.

    Vriendelijke groet, Alois

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: