In deze gastbijdrage zet Barend Last enkele kritische kanttekeningen bij het laatste PISA rapport, en met name bij de manier waarop dat in de media en in de politiek is ontvangen. Er wordt gesproken over onderwijsramp en catastrofe en in een verkrampte reactie daarop worden maatregelen aangekondigd die het probleem, voorspelbaar, alleen maar erger maken.
We leven in een pandemie van misinformatie. Maar de consumptie daarvan wordt bepaald door de vraag, niet het aanbod. Aanbod van fictieve informatie was er namelijk altijd al. Onze bibliotheken staan vol met romans die per definitie niet-feitelijk zijn, maar omdat we weten dat die als zodanig bedoeld zijn, kunnen we er verstandig (en kritisch) mee omgaan. Wanneer we dat echter niet weten, ontstaat een risico op misleiding.
De recente ophef rondom de PISA-resultaten, de internationale onderwijsranking, illustreert hoe het mis kan gaan. Want ondanks nuancering van bijvoorbeeld hoogleraar Gert Biesta in Trouw of onderzoek van het Centraal Planbureau over de methodologische beperkingen van dergelijke internationale vergelijkingsonderzoeken, worden de resultaten gretig opgeblazen tot indicator van onderwijskwaliteit of gebruikt ter validatie van eigen overtuigingen.
Misinformatie
Hoe kan het dat deze resultaten als zoete koek worden aangenomen? Daarvoor is het nodig om stil te staan bij hoe misinformatie werkt. Misinformatie betreft volgens de AIVD valse of misleidende informatie die niet goed wordt begrepen en wordt verspreid zonder verder schadelijke bedoelingen.In het geval van desinformatie verspreidt iemand of een organisatie doelbewust misleidende informatie en doet dat vaak met kwade bedoelingen. De intentie is om willens en wetens meningen te beïnvloeden, geld te verdienen of de samenleving, democratie of volksgezondheid te schaden.
Er is hierover de laatste tijd veel te doen. Zo heeft Autoriteit Persoonsgegevens (AP) in het onlangs verschenen najaarsrapport zorgen geuit over een toename in aantallen en kwaliteit van des- en misinformatie door de opkomst van generatieve kunstmatige intelligentie (AI). Een logische gedachte, gezien dergelijke AI inmiddels betrouwbaardere teksten genereert dan de mens. Maar in een recent commentaar in Misinformation Review beschrijven drie onderzoekers dat meer en betere misinformatie niet leidt tot hogere consumptie van misinformatie. Wat dan wel? De vraag lijkt belangrijker dan het aanbod.
En nu wordt het interessant. Want hoewel het PISA-resultaat op zichzelf niet zozeer onder de noemer misinformatie valt, geldt dat wel voor de manier waarop dit in de media, beleidsstukken en zelfs een kamerbrief wordt gepresenteerd. Daarin lijkt sensatiezucht het te winnen van realiteitszin: kranten overstromen met opiniestukken over wat er anders moet aan het onderwijs om te voorkomen dat we straks in een land van analfabeten leven.
Neem het pleidooi van Sezgin Cihangir in NRC die Ronald Plasterk oproept om in zijn formatiegesprekken deze “cognitieve catastrofe” mee te nemen omdat Nederland “aan het verdommen” zou zijn. Natuurlijk brengt hij belangrijke punten onder het voetlicht, maar de door hem gekozen framing is naast slim gekozen ook behoorlijk misleidend.
Wondermedicijn
In een ander stuk van De Volkskrant wordt de Alan Turingschool als goed voorbeeld gepresenteerd van hoe het wél moet. Geweldig hoe ze het daar doen en de resultaten die ze ermee boeken. Absoluut. Alleen ook met de impliciete boodschap dat elke andere (minder goed presterende) school het ook zo zou moeten doen. Niets mis met hun effectieve aanpak maar, enigszins paradoxaal, is dit goede voorbeeld op zichzelf géén goed voorbeeld. Het presenteren van één aanpak als universele oplossing is immers opnieuw misleidend.
Belangrijker is om de werkende principes erachter te onderzoeken, ruimte te krijgen voor experiment en het op orde krijgen van de randvoorwaarden om als school zelf een goede benadering te ontwikkelen (evidence-informed, uiteraard). Het is zoals wijlen hoogleraar Leren en Instructie Jeroen van Merrienboer zei: “Alles werkt ergens, niets werkt overal”. Ziedaar: het PISA-resultaat wordt in de media gebruikt ter validering van een uniforme aanpak.
Politiek instrument
Laten we eerlijk zijn: de PISA-resultaten zijn op z’n minst problematisch en fungeren meer als politiek instrument dan als een betrouwbaar onderwijsrapport. Ze worden gebruikt als symptomatische afleiding van de echte kwalen in ons onderwijssysteem. Want ontegenzeggelijk is er veel te doen in het onderwijs: van tekorten tot de toetscultuur, en natuurlijk óók leesvaardigheden. Maar we laten ons liever misleiden door tot misinformatie geboetseerde interpretaties, en gebruiken die gemakshalve voor het rechtvaardigen van onze eigen mening om vervolgens het publieke debat te bestoken met als feiten verpakte meningen. De krant als publieke echokamer.
De PISA-ophef toont daarmee haarfijn aan hoe vatbaar we zijn voor misinformatie. We smullen ervan, zolang we het maar in lijn kunnen leggen met onze eigen ideeën. Zo niet, dan passen we het aan. ‘Functioneel analfabeet’ klinkt simpelweg beter dan ‘onvoldoende geletterd’. Zo worden we overspoeld met halve waarheden en vertekende beelden, die dienen als afleiding van onze werkelijke problemen.
Leesprobleem
Het is daarom ironisch: PISA meet leesvaardigheid, maar sommige mensen lijken niet in staat om te lezen wat er werkelijk in dat rapport staat en datgene kritisch te beschouwen. Zo wordt duidelijk dat niet het aanbod van misinformatie parten speelt, maar onze hunkering naar simplistische verklaringen, bevestigingsbias en het gemak van wijzen met een vinger – zonder dat daar ook maar één generatieve AI-tool aan te pas is gekomen.
Evenmin is de afnemende leesvaardigheid een probleem van het onderwijs, maar eerder van een prestatiegerichte samenleving die de schuld van zich afschuift en gemakshalve bij het onderwijs dumpt. Meer misinformatie zal ons niet opeens meer onzin laten slikken; het echte probleem is niet het aanbod maar de vraag. En die is maar al te gretig.
Barend Last (1986) is schrijver, spreker, docent en onderwijsadviseur. Van 2018 tot 2023 was hij verbonden als onderwijskundig specialist bij de Universiteit van Maastricht, waar hij zich vooral bezighield met onderwijsinnovatie en docentondersteuning. Sinds begin 2023 werkt hij als zelfstandige.
Barend is auteur van verschillende (kinder)boeken en artikelen, en werkt hij als freelance voorlezer bij De Voorleeshoek. Af en toe vindt hij ook ergens wat van. En soms wordt dat dan ook ergens gepubliceerd.
Barend treedt regelmatig op als spreker en trainer, met name op het gebied van onderwijsontwerp, blended learning en kunstmatige intelligentie (ai). In 2021 won hij een SURF Onderwijsaward. en in 2023 haalde zijn boek ‘Gif in het Dierenrijk’ de top 3 voor de Nederlandse Kinderjuryprijs voor het beste kinderboek van 2023.

9 januari 2024 


In 2002 raakte Duitsland in shock na een slecht Pisa-rapport over de staat van het onderwijs. Het inspireerde cartoonisten tot een reeks grappige en soms relativerende spotprenten, gebundeld in het boekje Pisa-Alarm. Een idee voor onze tekenaars?
LikeLike
Wat is de boodschap van meneer Last?
ELK kind dat met onvoldoende basisvaardigheden de basisschool verlaat is er een teveel. Beperkte beheersing van taal, lezen, rekenen, samenleving betekent vaak een persoonlijk drama, en de kennis is op latere leeftijd nauwelijks nog te verwerven. Wat mij betreft moeten we in alle gemiddelden vooral het individu blijven zien en dient elke school als doel te hebben NUL leerlingen onder 1F en zoveel mogelijk leerlingen 2F/1S.
LikeLike