Vandaag gaat mijn promotor, co-auteur en goede vriend Paul Kirschner met emeritaat. Ik schreef volgend stuk voor zijn afscheid:

De voorbije 10 jaar schreven Paul Kirschner, Casper Hulshof en ikzelf twee boeken waarin we de belangrijkste onderwijsmythes bespreken (De Bruyckere, Kirschner, & Hulshof, 2015, 2019). Hierbij trachten we onze eigen mening zoveel mogelijk te beperken, een opmerkzame lezer zal bijvoorbeeld merken dat we in ons eerste boek zelfontdekkend leren niet als mythe bestempelen maar genuanceerd labelen met als verklaring dat er discussie blijft bestaan. Hiermee verwijzen we wel naar Kirschner, Sweller & Clarck (2006), maar erkennen we tegelijk dat de consensus in wetenschappelijke kringen nog niet bereikt is.

Toch kan een mens moedeloos worden als weer maar eens een rapport verschijnt zoals De Staat van de Leerling in 2017 meervoudige intelligenties en beelddenken aan bod komen. Het rapport werd niet gemaakt door de Nederlands onderwijsinspectie, maar wel door hen verspreid. Of als er nog maar eens een artikel over computer based learning verschijnt waarin de auteurs niet eens de moeite namen om de cognitieve wetenschap te checken en leerstijlen gewoon als waar aannemen. Je kan dan een artikel als antwoord schrijven (Kirschner, 2017), om dan vast te stellen dat snel er na in hetzelfde tijdschrift een nieuw artikel verschijnt dat dezelfde fout maakt.

Het is gezond je af te vragen of we wel goed bezig zijn. In een recente blogpost stelt Robert Slavin (2019) zich bijvoorbeeld de vraag of het leraren veel helpt te weten dat leerstijlen niet bestaan. Op welke manier wordt het les geven daar effectief beter van? Het is een echo van wat eerder Newton en Miah (2017) schreven.

Eerder toonde onderzoek al het gevaar van mythbusting waarbij mensen vooral de herhaling die de oorspronkelijke mythe groot maakte, onthouden en niet per se de ontkrachting (Peter, & Koch, 2016). Vlasceanu en Coman (2018) toonden daarom het belang van ‘redirect’, waarbij naast de ontkrachting er ook werk gemaakt wordt van aandacht voor het correcte.

Het is een evolutie die ook zichtbaar is in het werk van zowel Paul als mezelf. Naast het onderzoeken en ontkrachten van mythes, valt op hoe de aandacht evenzeer gaat naar wat wel kan werken in onderwijs. Ik schrijf bewust ‘kan’ werken, omdat Dylan Wiliam parafraserend in onderwijs niet alles werkt, en bijna niks altijd werkt.

Naast het mythewerk, kwam er ook boeken zoals Ten steps to complex learning (Van Merrienboer, & Kirschner, 2017), Klaskit (De Bruyckere, 2017) en andere schouders van reuzen waar op gestaan kan worden. Het toegankelijk maken van werkbare inzichten uit de cognitieve psychologie en onderwijskunde, is inderdaad een even belangrijke taak als het ontkrachten van broodje aap verhalen.

Ik wil argumenteren dat beide belangrijk zijn en blijven, zowel voor het wetenschappelijke bedrijf als voor de onderwijspraktijk. Als er iets is waar mythbusters zoals Paul, ikzelf en ondertussen vele anderen voor gezorgd hebben, is dat de kans wellicht groot geworden is dat als er weer maar eens iemand de onderwijspiramide deelt op LinkedIn, er iemand reageert dat deze fout is, zelfs heel af en toe met een link naar onderzoek die dit aantoont.

De voorbije jaren hebben we beide gemerkt, dat het aantal vragen die we kregen van leerkrachten wereldwijd toenam. Deze vragen vormden mee de basis van ons tweede mytheboek. Het bleken zeer diverse vragen maar waarin steeds gepeild werd naar de correctheid van statements waarmee deze docenten geconfronteerd werden. Het is een kritische geest die ons onderwijs maar ten goede kan komen. Het kan best zijn dat het nog steeds enkelingen zijn in een team, maar die enkelingen brengen gezonde twijfel aan tafel, waardoor discussies beter kunnen gevoerd worden en hopelijk beslissingen meer weloverwogen kunnen genomen worden.

Ondertussen zijn er mooie initiatieven zoals de Toolkit van de Education Endownment Foundation waarin genuanceerde, onderbouwde inzichten gedeeld worden om die onderwijsdiscussies op de werkvloer nog beter te stofferen opdat er een evidence-informed aanpak kan groeien.

Net zoals ik bewust net ‘kan werken’ schreef, noteerde ik net ook bewust ‘evidence-informed’ en niet ‘evidence-based’. Het laatste hoofdstuk van ons tweede mytheboek gaat niet voor niks over Evidence-Based Education als een mythe.

Net zoals we de voorbije jaren gemerkt hebben dat mythbusting een trucje kan worden om iets dat je niet bevalt te proberen onderuit te halen, beschrijven we in ons boek hoe kort door de bocht interpretaties van het werk van bijvoorbeeld John Hattie kan leiden tot misbruik van wetenschappelijke inzichten die kunnen leiden tot het ondoordacht invoeren van grotere klassen of het afschaffen van huiswerk want de wetenschap heeft gezegd…

Dit brengt me bij het belangrijkste inzicht dat Paul en het werken aan de voormelde boeken en studies me heeft bijgebracht. Je kan en moet onderzoek doen. Je moet in gesprek gaan met medewetenschappers en fouten en foute redenering mogen aangetoond worden. Evenzeer is het belangrijk positief te reageren op straffe, nieuwe inzichten of geslaagde replicaties. Maar dit alles is maar maximaal de helft van de communicatie die wetenschappers moeten voeren.

De vertaling van dit alles maken naar de leraren, directies en onderwijsondersteuners is minstens even belangrijk, zo niet belangrijker. Niet om zaken op te leggen, maar om hen te informeren met respect voor hun context en professionaliteit.

Moeten we onderwijsmythes blijven bestrijden? Ja, we moeten blijven strijden voor de waarheid, maar niet enkel door wat incorrect is te ontkrachten of te nuanceren, maar ook door wat relevant is te delen en te verspreiden.

Ondertussen zie ik een Amerikaans-Nederlandse ridder met een Fins zwaard de horizon tegemoet rijden, op naar nieuwe strijdgronden.

Referenties:

  • De Bruyckere, P., Kirschner, P. A., & Hulshof, C. D. (2015). Urban myths about learning and education. New York, NY: Academic Press.
  • De Bruyckere, P. (2017). Klaskit. Leuven: LannooCampus.
  • De Bruyckere, P., Kirschner, P. A., & Hulshof, C. (2019). More Urban Myths About Learning and Education: Challenging Eduquacks, Extraordinary Claims, and Alternative Facts. London, New York, NY: Routledge.
  • Kirschner, P. A. (2017). Stop propagating the learning styles myth. Computers & Education106, 166-171.
  • Kirschner, P. A., Sweller, J., & Clark, R. E. (2006). Why minimal guidance during instruction does not work: An analysis of the failure of constructivist, discovery, problem-based, experiential, and inquiry-based teaching. Educational psychologist41(2), 75-86.
  • Newton, P. M., & Miah, M. (2017). Evidence-based higher education–is the learning styles ‘myth’important?. Frontiers in psychology8, 444.
  • Peter, C., & Koch, T. (2016). When debunking scientific myths fails (and when it does not) The backfire effect in the context of journalistic coverage and immediate judgments as prevention strategy. Science Communication38(1), 3-25.
  • Slavin, R. (2019). What kinds of teacher knowledge matter most. Retrieved from https://robertslavinsblog.wordpress.com/2019/09/12/what-kinds-of-teacher-knowledge-matter-most/
  • Van Merriënboer, J. J., & Kirschner, P. A. (2017). Ten steps to complex learning: A systematic approach to four-component instructional design. New York, NY: Routledge.
  • Vlasceanu, M., & Coman, A. (2018). Mnemonic accessibility affects statement believability: The effect of listening to others selectively practicing beliefs. Cognition180, 238-245.
0 0 vote
Article Rating
Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments

Category

evidence-based, onderwijs, onderzoek