Deze blog is in verkorte vorm te lezen op de website van Didactief.

Regelmatig kom ik ons brein met bijkomende claims tegen. Blogs, kranten en tijdschriften praten over brain-based-leren, -doceren, -instructie, en ga zo maar door. Naast de media kom ik ook regelmatig instellingen en bedrijven tegen die cursussen, computerprogramma’s en apps meteen of andere vorm van breinoefening aanbieden. En de beloften zijn ook niet mis. Deze leer-, les- en trainingsaanpakken zouden leiden tot beter leren en een ‘gezonder’ brein.

Wat is hier mis? Ten eerste is het, op zijn zachts gezegd, een waardeloos pleonasme. Wij hebben het niet over leg-based wandelen, mouth-based eten, of ear-based horen. Wij lopen met onze benen , wij eten en drinken met onze mond, wij horen met onze oren, en wij leren met ons brein. Leren is per definitie brain-based! Simpel gezegd, bij leren komen prikkels van buiten via onze zintuigen bij ons binnen. Besteden wij aandacht aan een prikkel dan komt die via ons sensorisch geheugen terecht in ons werkgeheugen. Als wij daar iets mee doen (herhalen, uitbreiden, er over nadenken…) komt die in onze langetermijngeheugen waar die opgehangen wordt op een reeds bestaande schema of  er wordt een nieuwe schema ‘gestart’. En al deze ‘geheugens’ zijn in ons brein. Leren is een stabiele verandering in ons langetermijngeheugen en dat geheugen is deel van onze hersenen (Kirschner, Sweller, & Clark, 2006). Dus, al het leren is brain-based!

Ten tweede, er is een enorme kloof tussen enerzijds wat de neurowetenschappen weet c.q. ons kan vertellen en anderzijds hoe wij zulke kennis kunnen gebruiken in en voor het onderwijs of met betrekking to leren in algemenere zin. Ik zou hier veel over kunnen schrijven, maar niet beter dan Dan Willingham, beginnend met zijn artikel ‘Three problems in the marriage of neuroscience and education’ en zijn 2012 blog ‘Neuroscience Applied to Education: Mostly Unimpressive’.

Ten slotte, brain-training werkt gewoon niet. Pedro De Bruyckere, Casper Hulshof en ik hebben dit uitvoerig besproken in ons boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL. Wij concludeerden dat brain-training je alleen beter maakt in wat je getraind hebt (oefening baart kunst) maar had verder geen effect op andere dingen en zeker niet op dingen als intelligentie, geheugen, enz. “Voorlopig is het nog niet bewezen dat breintraining werkt en dus de algemene cognitieve vaardigheden, zoals vloeibare intelligentie, kan verbeteren. Geloof dus maar niet dat je slimmer wordt.”[1]

Gelukkig zijn er ook heldere stemmen die dit allemaal benadrukken zoals Dan Willingham, Lydia Krabbendam en Daniel Ansari. Dan Willingham schreef een blog over Bad news for brain training waarin hij uitlegde waarom het trainen van ons brein niet werkt en hoe het onderzoek dat dit wel laat zien vaak gewoon op het placebo-effect berust. De enige mensen die vooruit gingen waren mensen die dachten dat zij aan een onderzoek meededen om te laten zien hoe een training tot betere geheugenfuncties zou leiden. Zij hadden dus een bepaalde verwachting, namelijk verbetering. Als er een controlegroep was die bijvoorbeeld dacht dat ze deelnamen aan een experiment voor extra studiepunten, dan gebeurde er niets! Let wel, de inhoud van beiden waren EXACT hetzelfde; alleen de verwachtingen verschilden.

Twee uitnodiging voor hetzelfde onderzoek. Links met suggestie over het doel; rechts neutraal

Lydia Krabbendam, hoogleraar Psychologie en Onderwijs aan de VU, benadrukte in haar EARLI keynote dat volgens Hruby (2012) er drie valkuilen zijn die wij moeten vermijden als wij over de neurowetenschappen praten in verband met onderwijs en leren. De eerste was: Vermijd het gebruik van wat zij categoriefouten en neuro-realisme noemt (e.g., “Het lerende brein”, “Het vitale brein”. De overige twee waren: Respecteer andere disciplines (e.g., expertise over doceren en leren is aanwezig in andere disciplines en niet binnen de neurowetenschappen) en Wees bewust van het potentiele misbruik van en misconcepties over de neurowetenschappen en neem het serieus.

Tot slot zat ik in een vergadering van de Raad van Advies van CRADLE (Centre for Research and Development in Learning; Nanyang Technical University, Singapore). Bij die vergadering werd een dia over de zwaartepunten van hun onderzoek gepresenteerd. Een van de zwaartepunten was ‘Brain Literacy & Brain-based learning”. Voor dat ik iets kon zeggen zei Daniel Ansari, die een nationale leerstoel heeft in Ontwikkelingsgericht Cognitieve Neurowetenschap aan Western Ontario University, dat dit weg moest als CRADLE serieus genomen wilde worden. In zijn woorden, neurowetenschappers weten dat dit pure onzin is; het probleem is dat onderwijskundigen, docenten, politici, beleidsmakers, ouders,…zulke onzin geloven en ook graag slikken![2]

Luister a.u.b. naar de echte experts zoals echte neurowetenschappers en verwerp dergelijke onzin die brain-based heet. Zie het als een algemene trend naar wat zij “neuroficatie”, “neurohype”, “neuromania”, en neuromythes noemen (Gunter, 2014. Als je brain-based wat dan ook leest of hoort, gebruik je brein en verwerp het als modieuze onzin!

Gunter, T. D. (2014). Can we trust consumers with their brains? Popular cognitive neuroscience, brain images, self-help and the consumer. Indiana Health Law Review. 11, 483–552. Beschikbaar via https://mckinneylaw.iu.edu/ihlr/pdf/vol11p483.pdf

Kirschner, P. A., Sweller, J., & Clark, R. E. (2006). Why minimal guidance during instruction does not work: An analysis of the failure of constructivist, discovery, problem-based, experiential, and inquiry-based teaching. Educational Psychologist, 46(2), 75-86. Beschikbaar via http://www.cogtech.usc.edu/publications/kirschner_Sweller_Clark.pdf

Willingham, D. (2009). Three problems in the marriage of neuroscience and education. Cortex, 45, 544-545.

Willingham, D. (2012, Nov 26). Neuroscience applied to education: Mostly unimpressive. Beschikbaar via http://www.danielwillingham.com/daniel-willingham-science-and-education-blog/neuroscience-applied-to-education-mostly-unimpressive


[1] In oktober 2014 ondertekenden 73 psychologen, cognitieve wetenschappers en neurowetenschappers van over de hele wereld een open brief waarin stond dat bedrijven die brain games op de markt brengen die de aftakeling van het geheugen zouden vertragen of omkeren en andere cognitieve functies zouden versterken, de consument uitbuiten met ‘overdreven en misleidende uitspraken’ die niet gebaseerd zijn op correct wetenschappelijk bewijs.

Smith, B. (2014). Do brain training programs really make you smarter? Retrieved May 15, 2014, from <http://www.redorbit.com/news/science/1113038003/do-braintraining-programswork-010214/>.

[2] In 2018 werd $1,9 miljard  uitgegeven alleen aan brein-apps! (https://sharpbrains.com/blog/2019/05/24/trend-consumers-spend-significantly-more-on-digital-brain-health-and-neurotechnology-apps/)

Reageer op dit artikel

avatar

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  Subscribe  
Abonneren op

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

onderwijs

Tags

, ,