Dit stuk is herblogd van de website van Jelle Jolles. Hij heeft het voorwoord geschreven bij het boek De ontwikkeling van jongens in het onderwijs, onder redactie van Lauk Woltring en Dick van der Wateren. Hier een uitgebreidere boekbespreking van zijn hand.

Prof. dr. Jelle Jolles is emeritus hoogleraar aan de Vrije Universiteit en de Universiteit Maastricht, oprichter van het Centrum Brein & Leren en auteur van onder meer het boek Het Tienerbrein (2017).

Inzichten in de sociale, pedagogische én biologische aspecten van de ontwikkeling van jongens

Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw deden jongens het naar behoren in het onderwijs. Ze presteerden beter in rekenen en wiskunde dan meisjes en gemiddeld slaagden er meer jongens voor hun eindexamen. Ook gingen meer jongens studeren: ze waren in diverse studierichtingen oververtegenwoordigd, zoals in de exacte wetenschappen en de geneeskunde. Het landelijke programma ‘Marie word wijzer!’ in de jaren tachtig beoogde dan ook om de onderwijsdeelname van meisjes te vergroten, zodat hun kansen in de samenleving zouden groeien.

Sindsdien zijn de sekseverschillen in leren en studieprestaties snel kleiner geworden en tegenwoordig doen meisjes het op veel domeinen beter dan jongens. Ze hebben betere prestaties, een betere leermotivatie en studeren korter, en er is een hoger percentage meisjes dat de studie afmaakt, in vergelijking tot jongens. Dit geldt zowel voor het voortgezet onderwijs als voor het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs. En ook aan het eind van de basisschool lijken veel jongens het minder goed te doen.

‘Marie is dus wijzer geworden, maar hoe zit het met Paul en Achmed?’ En: ‘Waar komen de verschillen in studieprestaties en leermotivatie vandaan?’ In ieder geval spelen sociale en culturele factoren een belangrijke rol, dat is in de afgelopen decennia wel duidelijk geworden. Daarnaast blijken ook biologische factoren en de neuropsychologische ontwikkeling van jongens en meisjes een belangrijke rol te spelen.*

Boek over ‘ontwikkeling’

Het hoe en waarom van de vaak matige schoolprestaties van jongens en hun voor leraar en opvoeder lastige gedrag worden sterk beschreven in het boek, De ontwikkeling van jongens in het onderwijs, dat onder redactie van Lauk Woltring en Dick van der Wateren tot stand is gekomen. Met acht co-auteurs hebben zij een praktijkboek gemaakt waarin veel kennis en ervaring over jongens en hun ontwikkeling in verband zijn gebracht met recente inzichten in zowel de psychosociale, als de biologische en de pedagogische aspecten van de ontwikkeling. Uitgangspunt is het nu goed gedocumenteerde feit dat jongens het gemiddeld slechter doen in het onderwijs. Het is een bijzonder boek omdat het gaat over ontwikkeling: over die hele, lange, periode van kindertijd en jeugd. De auteurs maken daarmee duidelijk dat jongens (en meisjes) niet ‘af’ zijn op hun tiende, hun vijftiende of twintigste. Ze zijn nog ‘werk in uitvoering’.

Consequenties voor de praktijk

In een ‘woord vooraf’ omschrijf ik de inhoud van het boek als een waardevol pleidooi om het soms – inderdaad – wat lastige gedrag van een jongen beter te begrijpen. Dat is belangrijk want beter inzicht in de factoren waardoor gedrag en cognitief functioneren worden bepaald maakt het voor leraar en opvoeder gemakkelijker om hem goed te begeleiden en tot ontplooiing te brengen. Dat kind en tiener nog ‘werk in uitvoering’ zijn, geldt natuurlijk voor jongens én voor meisjes. Toch is dit boek bijzonder juist omdat het nou eens alle aandacht geeft aan jongens.

Het boek is multidimensionaal van opzet en geeft inzichten in zowel de sociale als de pedagogische en de biologische aspecten van de ontwikkeling van jongens. Het is waardevol dat het boek een lans breekt voor een integrale benadering en uitgaat van een helder biopsychosociaal model. Dit model en de nadruk op ‘ontwikkeling’ heeft het grote voordeel dat veel aandacht gegeven kan worden aan de consequenties voor de praktijk.

Bekijk het inkijkexemplaar >>

Het boek verschijnt vanaf maandag 17 juni bij Uitgeverij Lannoo Campus.




Bronnen

Jelle Jolles (2016, 2017). Het tienerbrein. Over de adolescent tussen biologie en omgeving. Amsterdam University Press. ISBN 9789462987470. *Hoofdstuk 22 ‘Jongens-meisjes verschillen zijn biologisch én sociaal bepaald’ en hoofdstuk 23 ‘Tieners in opvoeding en onderwijs: aanbevelingen’ gaan specifiek in op ‘waar komen de verschillen vandaan?’

Jolles, J. en Keizer J. (2015). Cognitief en non-cognitief presteren van jongens en meisjes in mbo en ho: een neuropsychologisch perspectief. In: De jongens tegen de meisjes. Een onderzoek naar verklaringen voor verschillen in studiesucces van jongens en meisjes in mbo, hbo en wo (Belfi, B., Levels, M., & van der Velden, R, redactie). Rapport voor het ministerie van OCW, 19 november 2015, ISBN 9789053215425

Woltring, L. en Van der Wateren, D. (red., 2019). De ontwikkeling van jongens in het onderwijs. Context en praktijk van primair tot en met hoger onderwijs. Uitgeverij Lannoo. ISBN 9789401460330

Reageer op dit artikel

avatar

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  Subscribe  
Abonneren op

About Gastblogger

Gastbloggers publiceren op uitnodiging en op persoonlijke titel. Hun visie is niet noodzakelijkerwijs de visie van het Blogcollectief. Commerciële uitingen worden niet geplaatst.

Category

onderwijs, opvoeding, pedagogiek

Tags

, , ,