Een ‘Tegengeluid’ over het Bestaan van 21e-eeuwse Vaardigheden

Dit interview verscheen in het rubriek ‘het tegengeluid’ van het blad van ICTheek.nl maar is hier ‘iets’ meer aangekleed en geupdatet.

Met het tempo waarin de wereld zich ontwikkelt, is vandaag opgedane kennis morgen alweer achterhaald. Vanuit deze gedachte leggen onderwijsinstellingen en de overheid steeds meer nadruk op het aanleren van ’21st century skills’ zoals creativiteit en samenwerken. Toch is er ook een tegengeluid: de voortdurende nadruk op deze generieke vaardigheden brengt de positie van vakkennis in gevaar en heeft een negatieve invloed op de onderwijskwaliteit.

Tekst: Koos Plegt

Deze stelling is afkomstig van Erik Meester, Sarah Bergsen en Paul A. Kirschner in een spraakmakend artikel in het decembernummer van TH&MA (Tijdschrift voor Hoger Onderwijs & Management), dat ook te vinden is op het blog van Kirschner. Het artikel werd meer dan 20.000 keer gelezen en het regende reacties uit het onderwijs. “Het idee dat wij tegen innovatie zouden zijn, is in ieder geval onjuist”, verduidelijkt Meester, in het dagelijks leven organisatie- en onderwijsadviseur en verbonden aan Academica Business College in Amsterdam. Bergsen is onderwijskundig docent en onderzoeksbegeleider aan de Fontys Hogeschool Kind en Educatie en Kirschner universiteitshoogleraar aan de Open Universiteit. “Ons betoog is juist een pleidooi voor onderwijsvernieuwing en -verbetering. Maar begin nu eens bij wat we al weten over goed onderwijs.”

Generieke vaardigheden niet aan te leren
Wat is er nu precies aan de hand? Het begrip ’21e-eeuwse vaardigheden’ rukt op in het (inter)nationale onderwijs. Onder meer de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), het Nederlandse ministerie voor Onderwijs, Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) en de Sociaal-Economische Raad (SER) pleiten in rapporten en andere publicaties voor het aanleren van generieke vaardigheden. Dit zou leerlingen beter voorbereiden op hun toekomst dan het aanleren van snel verouderende feitelijke kennis die nu toch voor iedereen gemakkelijk toegankelijk is via het internet. Meester, Bergsen en Kirschner zijn echter van mening dat deze generieke vaardigheden niet bestaan en daarom ook niet aan zijn te leren.

“Creativiteit is bijvoorbeeld helemaal geen vaardigheid”; zegt Kirschner. “Het is heel moeilijk om creatief te schilderen als je niks weet van schilderen. Of een creatieve schaakoplossing te bedenken zonder kennis van stukken, strategieën en zetten.” Zelfs creativiteitsgoeroe, of beter gezegd anti-schoolgoeroe, Ken Robinson schrijft en zegt dat “creativity is the process of having orginal ideas, that have value”. De laatste drie woorden zijn zeer belangrijk omdat hij impliciet erkent dat zonder de nodige kennis en vaardigheden is het onmogelijk – behalve bij een toevalstreffer – om iets van waarde te verzinnen en dus om creatief te zijn. Juist daarom is het zo gek dat veel scholen leerlingen zelf alles laten uitzoeken. Imiteren (of beter gezegd: modeleren) is een biologisch primaire manier van leren. Wij kunneen dit wegens onze evolutie als soort. Een baby doet dat (imiteren) zonder enige bewuste inbreng. Kennis verandert bovendien niet zo snel als men soms stelt. “De stelling van Pythagoras geldt nog steeds en ook het aantal atomen in waterstof of stikstof blijft onveranderd. Wat wel gebeurt, is dat er een toename van aanwezige informatie is. De maatschappij gaat verder en er worden nieuwe dingen uitgevonden. Dat betekent nog niet dat eerder opgedane kennis onbruikbaar of ongeldig is. Integendeel; vaak is het juist de basis om de nieuwe dingen te begrijpen.”

Directe instructie blijft essentieel
Veel scholen organiseren ‘hackathons’ en ‘learning expeditions’ of richten ‘fablabs’ in waardoor leerlingen 21st century skills kunnen aanleren. Heeft dit eigenlijk wel zin? Meester: “Veel reacties op ons artikel gingen erover dat het ons alleen om kennis gaat. Dat is niet waar. We stellen juist dat kennis en vaardigheden onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Vaardigheden zijn het gevolg van kennis. Kennis kun je onderwijzen en de vaardigheden moet je vervolgens doelgericht laten inoefenen.” Directe instructie heeft nog altijd een belangrijke plek in het pedagogisch-didactische arsenaal van de docent, vindt Kirschner. “Iedereen heeft er een hekel aan, maar het ‘probleem’ is alleen dat het werkt (zie ook hier). De docent begeleidt als expert de leerling naar het stadium waarin deze een taak zelfstandig kan uitoefenen, maar zeker in het beginstadium hoort daar veel uitleg en ondersteuning bij.”

Binnen onderwijsvernieuwing is ICT niets meer en minder dan gereedschap. Kirschner: “Mensen die bijvoorbeeld niet geleerd hebben om een goede voordracht te houden, worden niet geholpen door PowerPoint. En kennis is misschien overal op internet aanwezig, maar zonder goede onderzoeksvaardigheden aan te leren, ga je niet vinden wat je zoekt.” Kirschner trekt graag de vergelijking met het koksvak, dat hij in het verleden uitoefende. “Een goede kok is expert op drie gebieden: ingrediënten, gereedschappen en techniek. Voor de docent geldt hetzelfde: met de vakinhoudelijke kennis als ingrediënten, middelen zoals ICT als gereedschap en de pedagogisch-didactische vaardigheden als technieken. Een echte vakman of -vrouw is op alle gebieden expert.”

Investeer in vakmanschap
Kortom: het roer moet dus helemaal niet om in het onderwijs. Wat wel moet gebeuren, is meer investeren in de kwaliteit van het onderwijs. “En dan met name investeren in het vakmanschap van de docent binnen professionele leergroepen, ondersteund vanuit effectief leiderschap. Dat geldt voor het WO en HBO, maar ook voor het voortgezet onderwijs en het basisonderwijs”, stelt Meester. “Scholen die hier een expliciet beleidspunt van maken, zien dit ook terug in betere leerprestaties. “Er is overweldigend wetenschappelijk bewijs dat het didactische repertoire een van de meest bepalende factoren voor de leerprestaties van leerlingen en de kwaliteit van het onderwijs is. Waarom besteden docententeams niet meer tijd en aandacht aan het doelgericht oefenen en verbeteren van instructietechnieken en feedback? Dit gebeurt nu slechts heel incidenteel, maar scholen die er aandacht aan besteden maken enorme sprongen in hun onderwijskwaliteit.”

Paul A. Kirschner's avatar

Over Paul A. Kirschner

Nederlands: Paul A. Kirschner (1951) is Emeritus hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit (Nederland), eredoctor (doctor honoris causa) aan Oulu University (Finland), Gastprofessor aan de Thomas More Hogeschool (België) en eigenaar van kirschner-ED. Hij was eerder Universiteitshoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit, Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University, hoogleraar Onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht, hoogleraar Contact- en Afstandsonderwijs aan de Universiteit Maastricht en Visiting Professor aan de Open University of Catalonia (Spain). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied met meer dan 350 wetenschappelijke publicaties. Hij heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF van 2009-2019. Hij is Fellow van de American Educational Research Association (NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences en de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was president van de International Society of the Learning Sciences in de periode 2010-2011. Hij is hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en commissioning editor van Computers in Human Behavior. Hij heeft veel boeken (mede)geschreven, o.a. Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum), Op de Schouders van Reuzen en Wijze Lessen: Twaalf Bouwstenen voor Effectieve Didactiek (beiden gratis verkrijgbaar op het web), twee boeken over mythes in het onderwijs Jongens zijn Slimmer dan Meisjes XL en Juffen zijn Toffer dan Meesters (beiden ook in het Engels verschenen), Evidence Informed Learning Design, and How Learning Happens: Seminal Works in Educational Psychology and What They Mean in Practice. Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral het ontwerpen van effectief, efficiënt en bevredigend onderwijs, computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner, dr.h.c. (1951) is Emeritus Professor Educational Psychology at the Open University of the Netherlands, Guest Professor at the Thomas More University of Applied Science in Mechelen, Belgium, Honorary Doctor (Doctor Honoris Causa) at the University of Oulu, Finland, and owner of kirschner-ED which carries out educational consultancy, masterclasses for teachers, school heads and educational policy makers, and keynotes/presentations at conferences and other educational get-togethers. He is a Research Fellow of the American Educational Research Association, the International Society of the Learning Sciences, and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He is a past President (2010-2011) of the International Society of the Learning Sciences and former member of the Dutch Educational Council and the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR). He is chief editor of Journal of Computer Assisted Learning and commissioning editor of Computers in Human Behavior. He has also published more than 350 scientific articles as well as many popular articles for teacher journals. As for books, he is co-author of How Learning Happens: Seminal Works in Educational Psychology, Evidence Informed Learning Design, Urban Myths about Learning and Education and More Urban Myths about Learning and Education as well as of the highly successful book Ten Steps to Complex Learning, and editor of two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). He is seen as an expert in many areas and in particular the design of effective, efficient and enjoyable education, computer-supported collaborative learning (CSCL), media use in education, and the acquisition of complex cognitive skills.

3 Reacties naar “Een ‘Tegengeluid’ over het Bestaan van 21e-eeuwse Vaardigheden”

  1. Onbekend's avatar

    Voor de duidelijkheid: ik ben geen leraar en zal me dan ook ver houden van bespiegelingen over didactiek. Over 21st century skill;s weet ik wel wat meer want ik ben schoolmediathecaris.
    Wat mij op valt is dit: als jongeren eens uitgebreid en goed verteld wordt hoe technologie zich de afgelopen twee eeuwen ontwikkeld heeft en begrippen als Big Data en algoritmen verduidelijkt worden aan de hand van filmpjes, dan krijgen jongeren vanzelf de mogelijkheid om te zien welke plek zij voor zich weggelegd willen zien in een tijd die – laten we wel wezen – behoorlijk doordrenkt is van technologie.

    M.a.w. de skills die hen wel wat lijken die ontwikkelen ze dan wel. Het is nogal bevoogdend om over die skills te beginnen als jongeren daar de zin (nog) niet van inzien.

    Like

  2. Onbekend's avatar

    Een correctie t.a.v. de bewering dat het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) zou pleiten voor het aanleren van generieke vaardigheden: het NRO neemt in dit soort onderwijskundige discussies geen positie in. Wel laat het onderzoek uitvoeren naar 21ste-eeuwse vaardigheden, ook vanuit de vraag wat de bijdrage of meerwaarde hiervan zou kunnen zijn. Dit onderzoek zou ook als uitkomst kunnen hebben dat die meerwaarde beperkt is, of slecht meetbaar. Dergelijke conclusies zijn dan logischerwijs weer voor rekening van de betreffende onderzoeker(s); het zou raar zijn als het NRO conclusies van onderzoek dat het subsidieert voor zijn rekening zou moeten nemen.

    Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Hoe ik onder valse voorwendselen naar de Onderwijsdag werd gelokt | L i n d a D u i t s - 6 juni 2019

    […] Maex vroeg zich af ‘how to shape future education’. Dan weet je dat je modetermen voor je neus krijgt. Daarna begon ze inderdaad over die onontkoombare ‘21st century skills’. Die term ken ik vooral van de onderwijskundigen die ik op Twitter volg en die altijd extreem kritisch zijn op deze oude wijn in nieuwe zakken, die mogelijk de onderwijskwaliteit schaadt. […]

    Like

Geef een reactie op Stef Severt, medewerker kennisbenutting NRO Reactie annuleren