Het is ondertussen meer dan 15 jaar geleden. Ik zat nog in mijn opleiding pedagogiek aan de Gentse universiteit en we kregen een gastcollege van een man die ondertussen een cruciale plaats in internationaal onderwijs bekleedt. De twee uur die hij ons toen meegaf, noem het een inleiding op onderwijseconomisch denken, bleek achteraf een van de meest relevante momenten in mijn opleiding. Veel van wat de man toen vertelde, is de voorbije jaren concrete realiteit geworden.

Enkel op 1 moment schrok ik: hij verdedigde een leenstelsel boven een systeem van studiebeurzen. Ik herinner me nog goed dat ik aan de professor vroeg of de man eerder liberaal was, terwijl hij in feite eerder een socialistische signatuur heeft. Zijn motivatie om leenstelsels te verdedigen boven beurzen was sociaal ingegeven: de redenering is dan dat mensen die verder studeren achteraf veel verdienen en dat het oneerlijk is dat mensen die niet verder studeren (en de hele tijd belasting betalen) de studerenden te betalen om door studeren rijker te worden dan diegene die de studies via belastingen en beurzen betalen.

Toen het Nederlandse onderwijs dit stelsel invoerde en als minister Bussemaker het te vuur en te zwaar verdedigt, moet ik vaak met mijn ogen knipperen, maar deze redenering zorgde er voor dat ik het toch kon rijmen met een PVDA-minister.

Maar het probleem met maatregelen is dat ze soms theoretisch gezond lijken, er in de praktijk vaak bijverschijnselen zijn. Er was vorige week al het inspectierapport dat de stijgende ongelijkheid in Nederland aankaartte, en ook deze maatregel blijkt belangrijke neveneffecten te hebben: de zwakste groepen in de samenleving gaan minder naar het hoger onderwijs. Ze durven minder het risico te nemen. 

Bussemaker zelf is niet onder de indruk in de Volkskrant:

‘Ik constateer dat het leenstelsel geen grote gevolgen heeft gehad voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs’, zegt ze. ‘Deze uitkomsten sluiten aan bij onze verwachtingen.’

Volgens de minister is de afname van de instroom – óók die van studenten met laagopgeleide ouders – vooral te verklaren door een ‘boeggolf’: de groep studenten die na hun middelbare school geen tussenjaar namen maar zich in 2014 direct inschreef bij een opleiding, zodat ze nog een basisbeurs kon krijgen. Zij tellen dus niet mee voor 2015.

Ook wijst Bussemaker erop dat bij enkele opleidingen de toegangseisen bewust zijn verscherpt, bijvoorbeeld bij de Pabo’s. Ook dat zou hebben geleid tot een afname van het aantal studenten.

Dat laatste lijkt me geen zuivere verklaring voor dit fenomeen (al kan ik me inbeelden dat de kansengroepen eerder naar hogeschool dan naar universiteit gaan), de andere verklaring kan goed mogelijk zijn alhoewel ik me kan inbeelden dat net deze groep sowieso minder geneigd is om een bufferjaar te nemen. En dan wordt het een probleem. Niet enkel een politiek maar gewoon een reëel probleem voor honderden jongeren.

Een fout toegeven als leidinggevende is vaak moeilijk, zeker als je een beleidsmaatregel nam die verkeerd uitvalt. Maar ik vrees dat dit hier wel degelijk het geval is…

0 0 vote
Article Rating
Abonneren
Abonneren op
guest

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

4 Reacties
nieuwste
oudste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments

Category

onderwijs