In mijn rubriek in Van Twaalf tot Achttien (paul) heb ik een vraag gekregen van de hoofdredactrice zelf over evidence-based onderwijs.

Beste Paul,

Nu wordt overal – ik zou haast zeggen te pas en te onpas – onderzoek op scholen gestimuleerd om eigen vraagstukken te tackelen. Maar nu lees ik ook steeds vaker: evidence-based education is een mythe. Welke houding raad jij aan ten aanzien van onderwijsonderzoek en het geven van onderwijs op basis van bewezen effect?

Renske Valk

Beste Renske,

Toen ik een blog  van Tom Bennett zag – herblogd door een aantal collega’s – met als titel “Evidence-based education is dead — long live evidence-informed education” las, zocht ik terug in mijn archief en merkte ik dat ik evidence-informed (door bewijs geïnformeerd) voorstelde boven evidence-based (op bewijs gebaseerd) onderwijs sinds 2010 verkondig. Dus, het kan niet anders dan dat ik met hem eens ben dat evidence-based onderwijs een mythe is.

Maar…ik vind het een te grote stap om dan te zeggen dat “[O]nderwijsonderzoek…vertelt niet onder welke omstandigheden en in welke contexten waardevolle resultaten kunnen worden bereikt. Dat komt onder meer ook doordat geen rekening wordt gehouden met de relatie tussen lerende en docent” (met dank aan Wilfred Rubens voor deze vertaling). Die stelt ook dat onderwijsonderzoek nauwelijks heldere richtlijnen biedt voor acties. Ik weet niet in welke wereld Bennett woont. Misschien klopt dit voor zijn thuisland Engeland, maar voor zowel Nederland als de VS klopt dit niet.

Om te beginnen met de tweede, zoals ik eerder in een tweetal blogs schreef (en ook in Didactief), onderwijsonderzoek heeft vele heldere handelingsrichtlijnen voortgebracht. Het probleem is dat het onderwijs er nauwelijks gebruik maakt van de ‘richtlijnen’ die het onderzoek ons geschonken heeft.

Wat betreft de eerste, Theo Wubbels – en met hem een hele leger onderwijsonderzoekers – is meer dan 30 jaar bezig met het bestuderen van de relatie tussen lerenden en docenten in het onderwijs. Hij schreef in 1984 over de moeizame relatie tussen wetenschap en praktijk en noemde dit de LAT-relatie tussen onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk. Susan McKenney en Tom Reeves schreven een basisboek over Educational Design Research[1], waar interacties tussen deelnemers aan de onderwijssituatie juist een zeer prominente en ook onmisbare rol spelen. Opgemerkt moet worden dat de aanzet tot deze aanpak al in 1990 begon met een rapport van Alan Collins over design-based research (ontwerpgebaseerd onderzoek) als een ontwerpwetenschap voor het onderwijs. En tot slot mijn eigen instituut – het Welten-instituut aan de Open Universiteit – is georganiseerd rond wat wij noemen de ecologie van het onderwijs waar de samenwerking en interacties tussen de lerende, de docerende en de (technologierijke) leeromgeving in de breedste zin des woords als één geheel wordt gezien als zodanig onderzocht wordt.

PastedGraphic-7

Maar terug naar evidence-based. In 2007 schreef ik samen met Koeno Gravemeijer een artikel naar aanleiding van een rapport van de Onderwijsraad “Naar meer evidence based onderwijs”. In een in Pedagogische Studiën gepubliceerd artikel schreven betoogden wij dat een evidence based benadering niet uitvoerbaar, niet betaalbaar, en te generaliserend is die laat zien wat werkt, maar niet hoe ‘het’ werkt. Wij sloten ons aan bij Maxwell (2004) die van procesgerichte causaliteit sprak. In deze procesgerichte benadering wordt causaliteit gezien als inzicht in de causale mechanismen die ervoor zorgen dat een bepaalde combinatie van omstandigheden (lees: de interacties tussen docenten en lerenden, lerenden onderling en beiden met de omgeving) tot bepaalde gevolgen leidt. On onderzoek dat daarop gericht is, gaat het om het begrijpen van hoe iets werkt en waarom.

Evidence-based education is dead. Let us never speak of it again

Heb je een vraag voor mij? Stel die op http://www.van12tot18.nl/archief/verschenen-nummers/2-ongecategoriseerd/279-vragen-aan-paul

Wil ge mij volgen op Twitter? @P_A_Kirschner

[1] McKenney, S. & Reeves, T. (2012). Conducting Educational Design Research. London: Routledge.

Blog Bennet: https://community.tes.co.uk/tom_bennett/b/weblog/archive/2015/04/11/evidence-based-education-is-dead-long-live-evidence-informed-education-thoughts-on-dylan-wiliam.aspx

Blog Rubens: http://www.te-learning.nl/blog/de-mythe-van-evidence-based-onderwijs/

Gravemeijer, K. P. E., & Kirschner, P. A. (2007). Naar meer evidence based onderwijs? Pedagogische Studiën, 83, 463-472.

Maxwell, J.A. (2004). Causal explanation, qualitative research, and scientific inquiry in education. Educational Researcher, 33(3), 3–11.

 

Join the conversation! 9 Comments

  1. […] Beste Paul, Nu wordt overal – ik zou haast zeggen te pas en te onpas – onderzoek op scholen gestimuleerd om eigen vraagstukken te tackelen. Maar nu lees ik ook steeds vaker: evidence-based education is een mythe. Welke houding raad jij aan ten aanzien van onderwijsonderzoek en het geven van onderwijs op basis van bewezen effect?  […]

    Reply
    • Twee dingen. Ten eerste heb ik eerder geblogd dat onderzoek doen, en daarmee bedoel ik methodologisch sterk onderzoek doen, is een vak op zich. Veel docenten in de school zijn hebben daar niet voor geleerd en kunnen het gewoon niet; evenals een ervaren onderzoek heeft niet geleerd om te doceren en moet niet denken dat zij/hij dat kan. Dus niets tegen docenten onderzoek doen in de school, maar als het geen sterk onderzoek is, is het bewijs (de evidentie) ook niet sterk en kan het onderzoek / het bewijs jouw onderwijs niet goed informeren. Ten tweede, wat je misschien bewezen hebt is een specifiek geval; gebruik wat je geleerd hebt om jouw verdere handelingen te informeren.

      Reply
  2. Dag Paul,
    Eens, er moet veel meer onderzoek komen naar inzicht in de causale mechanismen die ervoor zorgen wat in bepaalde omstandigheden, met welke middelen en specifiek handelen voor (meer, betere, hogere) opbrengsten zorgt. Alleen onderzoek dat daarop gericht is, heeft nut voor de praktijk. We hebben niets aan onderzoeken (ik noem ze liever onderzoekjes) die steevast eindigen met: om conclusies te trekken is meer onderzoek nodig.
    Enige tijd geleden heb ik een blog geschreven als reactie op een artikel in Didactief van december 2013: Het onderwijsachterstandenbeleid: Redding of Kwelling?
    Mijn conclusie: Gevarieerder en diepgaander onderzoek zou wel eens de redding kunnen zijn van veel initiatieven die te gemakkelijk worden afgeschilderd als interventies die hun nut nog maar moeten bewijzen of waarvan niet is onderzocht dat ze werken. http://www.kaatee.com/blog/?p=1941
    Zo hebben we een nieuwe loot aan de onderwijsstam: zomerscholen in het voortgezet onderwijs om doubleren tegen te gaan. De voor- en tegenstanders schreeuwen om onderzoek om hun standpunt te onderbouwen. Wat is jouw standpunt in deze? Heb jij al appel-, peren- en druivenonderzoeken kunnen vergelijken? 🙂
    Moeten we nu wel of niet starten met deze vorm van zomerscholen? En hoe is de uitvoering van al die verschillende zomerscholen? Is dat in het onderzoek meegenomen? Welk onderzoek pleit voor en welk tegen en wat zijn de aanbevelingen met betrekking tot de uitvoering?

    Reply
    • Marijke,

      Over zomerscholen heb ik gerageerd. Dit vraagt eeb totatle verabdering van het systeeem maar helaas… Laten wij een keer prten – dit is niet het medium…

      Reply
  3. […] “ Beste Paul, Nu wordt overal – ik zou haast zeggen te pas en te onpas – onderzoek op scholen gestimuleerd om eigen vraagstukken te tackelen. Maar nu lees ik ook steeds vaker: evidence-based education is een mythe. Welke houding raad jij aan ten aanzien van onderwijsonderzoek en het geven van onderwijs op basis van bewezen effect?”  […]

    Reply
  4. Hallo, ik had een vraag, zou iemand mij een goede en duidelijke definitie kunnen geven wat evidence based onderwijs precies inhoud?
    Alvast bedankt!

    Reply
    • Hier een poging: Evidence based komt uit de medische wetenschappen (je kan best de artikelen van Koeno Gravemeijer en mij lezen in Pedgogische Studiën, 2007 en 2008) en houdt – volgens Wikipedia – in “het expliciet, oordeelkundig en consciëntieus gebruikmaken van het beste beschikbare bewijs bij het maken van een keuze voor de behandeling van een patiënt. Dit alles gegeven de stand van de (medische) wetenschap van dat moment. Evidence based is voornamelijk gebaseerd op resultaten die zijn verkregen uit gecontroleerde klinische onderzoeken, zoals dubbelblinde tests, randomized controlled trials (RCT) en meta-analyses van zulke RCTs. Voor vrij veel algemeen toegepaste behandelingen bestaat echter maar weinig of zelfs helemaal geen wetenschappelijk bewijs.”

      Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

About Paul Kirschner

Nederlands: Prof. dr. Paul A. Kirschner, dr.h.c. is Universiteishoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. Hij is ook Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University (Finland) waar hij ook een Eredoctoraat heeft (doctor honoris causa). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied en heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en is lid van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF. Hij is Fellow of the American Educational Research Association (AERA; NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences (ISLS) en van de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was President van de International Society for the Learning Sciences (ISLS) in de periode 2010-2011. Hij is Hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en Commissioning Editor van Computers in Human Behavior, en hij is auteur van Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum). Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij is ook medeauteur van het boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL (EN: Urban Myths about Learning and Education). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), het ontwerpen van innovatieve, elektronische leeromgevingen, mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner (1951) is Distinguished University Professor and professor of Educational Psychology at the Open University of the Netherlands as well as Visiting Professor of Education with a special emphasis on Learning and Interaction in Teacher Education at the University of Oulu, Finland where he was also honoured with an Honorary Doctorate (doctor honoris causa). He was previously professor of Educational Psychology and Programme Director of the Fostering Effective, Efficient and Enjoyable Learning environments (FEEEL) programme at the Welten Institute, Research Centre for Learning, Teaching and Technology at the Open University of the Netherlands. He is an internationally recognised expert in the fields of educational psychology and instructional design. He is Research Fellow of the American Educational Research Association and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He was President of the International Society for the Learning Sciences (ISLS) in 2010-2011, member of both the ISLS CSCL Board and the Executive Committee of the Society and he is an AERA Research Fellow (the first European to receive this honour). He is currently a member of the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR) in the Netherlands and was a member of the Dutch Educational Council and, as such, was advisor to the Minister of Education (2000-2004). He is chief editor of the Journal of Computer Assisted Learning, commissioning editor of Computers in Human Behavior, and has published two very successful books: Ten Steps to Complex Learning (now in its third revised edition and translated/published in Korea and China) and Urban Legends about Learning and Education (also in Dutch, Swedish, and Chinese). He also co-edited two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). His areas of expertise include interaction in learning, collaboration for learning (computer supported collaborative learning), and regulation of learning.

Category

onderzoek

Tags

,