Mindfulness: veelbelovend of ineffectief?

Deze bijdrage verscheen eerder in gewijzigde vorm op de blog Onderwijskunde in Utrecht.

Wat zal staatssecretaris Sander Dekker opgekeken hebben, de eerste keer dat hij een blik wierp in de digitale ideeënbus van het Onderwijs2032 platform. Hoog bovenaan een flink aantal lijstjes prijkte het verzoek tot het structureel invoeren van oefening in ‘mindfulness’ op school. Oefening hierin zou allerlei voordelen hebben voor het welbevinden van kinderen en ook bijdragen aan schoolprestaties. 

Een stukje rust in de hectiek van alledag (in een steeds ingewikkeldere en vluchtigere maatschappij) is misschien ook geen overbodige luxe. Mindfulness is dan ook hot. Op internet wemelt het van de kleine bedrijfjes die trainingen en workshops verzorgen. Het gaat dan meestal om zo’n 8 tot 10 sessies van anderhalf uur. Het ligt voor de hand dat er aardig wat geld in deze sector omgaat. Naast mindfulness voor leerlingen bestaan er ook trainingen mindfulness voor leerkrachten, zodat zij zelf leren om de boodschap door te geven. Rond het begrip hangt dus een vrij positieve vibe

Tegelijk zijn er zoals wel vaker het geval is mensen die het begrip veel te zweverig vinden en die twijfels hebben bij de effectiviteit van oefening in mindfulness op cognitief en sociaal welbevinden. Wie op zoek gaat naar wetenschappelijk onderzoek naar mindfulness belandt in een vrijwel ondoordringbaar bos vol studies en studietjes. Probeer daar maar eens wijs uit te worden. Gelukkig kwam ik een studie tegen uit 2014 waarin onderzoekers van de Europa-Universiteit Viadrina in Frankfurt geprobeerd hebben om al het onderzoek naar mindfulness op school samen te nemen en te analyseren: een meta-analyse. 

De studie brengt een aantal interessante aspecten en problemen aan het licht en is daarom de moeite waard om te bespreken (het hele artikel is overigens gratis beschikbaar).

Een belangrijke vraag is: wat ís mindfulness? Een hanteerbare definitie is die van Jon Kabat-Zinn: het psychologische vermogen om moedwillig ervaringen van het moment te ondergaan, zonder over die ervaringen te oordelen maar daarentegen open te staan voor en die ervaring en een gevoel van nieuwsgierigheid op te wekken. Er is een duidelijke relatie tussen mindfulness en meditatie en yoga. Het doel is in alle gevallen hetzelfde: door ontspanning oefenen om lichaam en geest te focussen en niet afgeleid te raken. 

De technieken worden in allerlei variaties al jaren toegepast in een klinische setting, bijvoorbeeld als onderdeel van een behandeling bij een depressieve stoornis. De ervaringen daarmee zijn redelijk positief. De vraag is of stressreductie en meer welbevinden ook in niet-klinische settings voordeel hebben, zoals in het onderwijs. Aangezien concentratie en aandacht ook belangrijke voorwaarden voor leren zijn, is de link tussen mindfulness en onderwijs vrij makkelijk te leggen. Zoals de onderzoekers het zelf formuleren: “Mindfulness can be understood as the foundation and basic pre-condition for education.” Zij zien mindfulness als het tegenovergestelde van dagdromen, een proces waarbij op allerlei foute plekken in de hersenen activiteit te zien is. Hier hebben de onderzoekers zeker een punt, te veel ‘malen’ is niet zo goed voor ons, zo blijkt uit onderzoek

Toch komt al snel in het artikel een beetje nare aap uit de mouw: de onderzoekers zijn niet geheel onbevooroordeeld: zij lijken erg graag te willen aantonen dat mindfulnesstraining effectief is. Daarvoor moeten zij zich wel in een aantal bochten wringen. Wel melden ze dat het enthousiasme over mindfulness op dit moment groter is als het bewijs voor de effectiviteit ervan. Maar: effectiviteit meten is moeilijk want trainingsprogramma’s blijken nogal uiteenlopend te zijn. Er wordt heel wat aangemodderd, lijkt het. 

Ook het wetenschappelijke gehalte van veel onderzoek naar mindfulness laat te wensen over. Dat heeft tot gevolg dat een uitgebreide zoektocht naar literatuur 207 studies oplevert, waarvan na het toepassen van enkele criteria (bijvoorbeeld: vind het onderzoek plaats in een school, en is er ook een uitkomst gemeten) 24 studies overblijven (waarvan slechts 13 ‘peer reviewed’): bijna 90 procent van de gevonden onderzoeken voldeed dus niet aan de minimumeisen voor een meta-analyse. Alleen al dat gegeven verhoogt de kans op een vertekend beeld: zijn de overgebleven studies wel representatief?

 

 

 Ook van de gekozen studies loopt de kwaliteit uiteen. Het mag dan wel een ‘randomized controlled trial’ zijn, er zit een onderzoek tussen met maar 12 leerlingen (7 in de mindfulnessconditie, 5 in de controlegroep die op een wachtlijst stond). Wat opvalt is dat de mindfulnesstrainingen behoorlijk van elkaar verschillen (zie de tabel hierboven). Thuisoefeningen, yoga, groepsdiscussies: het behoort allemaal tot de mogelijkheden maar is zeker niet noodzakelijk. Dat is wel problematisch als je de verschillende studies op een hoop gooit. 

Andere problemen met de geanalyseerde onderzoeken zijn dat veel context (achtergrond van de leerlingen, gegevens over scholen) ontbreken en dat de onderzoekers in hun studies ook als mindfulnesstrainers optreden: wie wil rapporteren over een zelf-ontworpen training als die training niet effectief is?

Om vast te stellen of mindfulnesstraining in de onderzochte studies in het algemeen een positief effect heeft berekenden de onderzoekers een ‘weighted mean effect size’ (g). De uitkomst? g = 0,41 (betrouwbaarheidsinterval van 95% loopt van 0,28 tot 0,54). Dat is geen onaardige uitkomst, formeel te interpreteren als ‘klein tot middelmatig’. Ter vergelijking: de effectwaarden die John Hattie presenteert in zijn bekende onderwijsonderzoekoverzichtswerk Visible Learning neemt hij pas serieus vanaf de waarde 0,4 (het ‘scharnierpunt’). In die zin zou mindfulnesstraining van Hattie dus ‘groen licht’ krijgen. Reden voor een hosanna? 

Helaas, er blijken flinke methodologische bezwaren te kleven aan de onderzochte studies. Dat komt duidelijk naar voren als de effectgrootte van elk van de 24 studies wordt afgezet tegen het aantal kinderen dat deelnam aan die studie. De ‘trechterplot’ die dat oplevert staat hieronder.

 

Wat de trechterplot duidelijk laat zien is dat het merendeel van de onderzochte studies een effectgrootte had die onder het gemiddelde lag (oftewel: de verdeling is scheef). Dat de algemene effectgrootte toch op 0,4 uitkomt wordt bepaald door een paar studies die een flinke effectgrootte lieten zien. Het kenmerk van die studies: het aantal proefpersonen was heel laag, waardoor juist die studies veel minder betrouwbaar zijn dan de andere studies. 

Als de schroeven wat strakker worden gedraaid en alleen de 12 studies met meer dan 41 proefpersonen worden bekeken zakt de algemene effectwaarde naar 0,31 (betrouwbaarheidsinterval van 95% loopt van 0,18 tot 0,44): een zeer matig effect op zijn best!

Het Frankfurtse onderzoeksteam blijft optimistisch: mindfulnesstraining lijkt een gematigd positief effect te hebben, met name als het gaat om cognitieve prestaties. Een bijkomende bevinding is dat de variatie in onderzoeksuitkomsten voornamelijk voortkomt uit verschil in de tijd die aan de training wordt besteed: hoe meer minuten oefening, hoe hoger de effectgrootte. 

Mindfulness is duidelijk niet een vaardigheid die leerlingen na een korte instructie beheersen. Al met al is de conclusie dat meer en vooral beter onderzoek nodig is. Ik zou daaraan willen toevoegen dat het ook de moeite waard kan zijn om verschillende vormen van mindfulnesstraining tegen elkaar af te zetten, want ik vraag me bijvoorbeeld af of in hoeverre er bij de verschillende yoga- en meditatietechnieken geen sprake is van een placebo-effect. Misschien hebben kinderen vooral oefening nodig in niet telkens afgeleid worden door onze almaar interessanter wordende wereld. 

 Bron 

Zenner, C., Herrnleben-Kurz, S., & Walach, H. (2014). Mindfulness-based interventions in schools – a systematic review and meta-analysis. Frontiers in Psychology, 5, 1-20. doi:10.3389/fpsyg.2014.00603

About Casper Hulshof

Casper Hulshof is docent bij de afdeling Onderwijskunde aan de Universiteit Utrecht. Hij is geïnteresseerd in alles wat met onderwijs, psychologie, en wetenschap in het algemeen te maken heeft en bekijkt de zaken het liefst met een nuchtere, kritische, maar altijd oprechte blik.

3 Reacties to “Mindfulness: veelbelovend of ineffectief?”

  1. Dit is op X, Y of Einstein? herblogden reageerde:

    Mooie aanvulling op de video die ik deze ochtend postte!

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: