RulEg vs. EgRul

In mijn rubriek in Van Twaalf tot Achttien (paul) heb ik in het maartnummer (2015) een vraag gekregen over practica, en meer specifiek of het beter was eert een practicum en dan instructie of anders om van Arjan. Hij schreef:

Paul,

Een wat traditionelere vraag: wat werkt het meest effectief? Het practicum starten en gaandeweg instrueren, of eerst instructie en dan aan de slag? Research zegt: eerst practicum…

Arjan van der Meij

Hier mijn antwoord

Beste Arjan,

Ik begin met twee opmerkingen. Ten eerste, ik kan jouw vraag helaas niet eenduidig en definitief beantwoorden. Ten tweede, jouw vraag roept veel herinneringen op uit mijn verre verleden toen ik ‘tekstkenmerken en leerprocessen’ studeerde aan de Gemeente Universiteit te Amsterdam (GU; tegenwoordig de UvA). Wij bestudeerden hoe verschillende kenmerken van teksten (bv. van het gebruik van verschillende soorten illustraties, toegevoegde vragen, leerdoelen, en advance organizers, de effecten van tekststructuur en koppen, typografie, enzovoorts) het leer- en studeerproces kon beïnvloeden.

En nu naar jouw vraag. Al sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw is men op een of andere manier bezig met jouw vraag. Het zou te veel ruimte in beslag nemen om ze allemaal te bespreken (en Renske zou heel boos op mij worden als ik dat deed!), dus bespreek ik er nu één, en maak aan het einde een korte uitstapje naar een jonge loot daarvan.

In ‘mijn tijd’ spraken wij van RulEg vs. EgRul. Deze didactische aanpakken vonden hun oorsprong in de geprogrammeerde instructie, toevallig vaak voor het leren programmeren maar ook voor taal en de natuurwetenschappen. Markle kwam in 1969 met de vraag of je bij het leren programmeren je beter eerst een regel kon aanbieden om daarna met voorbeelden daarvan te komen (Rule gevolgd door Examples; RulEg = deductief leren) of juist andersom (Examples gevolgd door Rule; EgRul = inductief leren).

In geval van deductief leren geef je de leerlingen dus eerst een regel en daarna voorbeelden om de regel te verduidelijken en/of te illustreren. Vaak ziet men dit als instructief (i.t.t. constructief) leren. Bij inductief leren begin je, in plaats van met regels, met voorbeelden en moeten de leerlingen daarna toewerken naar de algemene patronen (d.w.z. de regels of concepten). Dit zou je kunnen zien als een vroege vorm van constructivisme of ontdekkend leren.

Welke van de twee beter is hangt behoorlijk af van de lerende en van de te leren regel of het te leren concept. We beginnen bij de lerende. Indien de leerling behoorlijk analytisch van aard is zou EgRul kunnen werken. De lerende analyseert de voorbeelden en leidt de regel vervolgens daarvan af. In het algemeen is zo’n aanpak uitdagend en voor de succesvolle leerling ook behoorlijk bevredigend, Maar deze aanpak heeft ook vier voor de hand liggende nadelen. Ten eerste, zo’n aanpak kan veel tijd in beslag nemen en is daarmee weinig efficiënt. Ten tweede, zo’n manier van leren kan een leerling, die het ‘licht’ niet ziet behoorlijk frustreren. Ten derde, het is een kunst – eigenlijk een behoorlijke vaardigheid – om goede voorbeelden te bedenken waaruit de leerling een regel kan afleiden. Slechte of verkeerde voorbeelden kunnen zeer ineffectief zijn! En ten slotte, de leerling kan ook de verkeerde conclusies trekken of regel bedenken en dat leidt tot hardnekkige misconcepties.

En nu het concept of de regel. Sommige regels of concepten zijn redelijk concreet of eenduidig en kunnen misschien heel goed  geleerd worden via voorbeelden. Denk aan de regel dat de snelheid van het licht varieert met de viscositeit (vloeibaarheid) van het transmissiemedium: hoe meer viscoos (hoe dikker) het medium, hoe langzamer het licht zich voortplant. Wij kunnen de leerlingen voorbeelden geven van licht dat een bepaalde snelheid heeft als het zich door medium A (lucht) voortplant, een andere snelheid heeft als het door medium B (zware motorolie) gaat en weer een andere snelheid heeft door medium C (minder viscoos medium als water). Maar andere concepten/regels zijn minder concreet of eenduidig. Denk bijvoorbeeld het eerst geven van voorbeelden van dieren, om de lerende te laten afleiden hoe dieren classificeert, in zoogdieren bijvoorbeeld. Hoeveel verschillende zoogdieren en welke moet je als voorbeeld geven – boomspitsmuis (toepaja), walvis, giraffe, varkensneusvleermuis… – voor de leerling de regel afleidt dat een zoogdier warmbloedig is, lichaamshaar bezit, zeven nekwervels bezit, ademt via de longen, levende jongen baart en hen zoogt? En welke voorbeelden van niet-zoogdieren?

Met andere woorden, welke aanpak beter is ligt aan de leerling, het concept/de regel, maar vooral aan de expertise van de docent(e) om goed te bepalen of het beter is om met instructie te beginnen en daarna het de leerlingen het practicum te laten uitvoeren of andersom.

Een moderne variant van deze kwestie is flipping the classroom. In de volksmond spreekt men van de omgedraaide klas als de klassikale ‘kennisoverdracht’ wordt vervangen door video’s en eventuele andere vormen van online instructie en het doen van huiswerk juist in de klas plaatsvindt om de lestijd efficiënter te kunnen gebruiken. De eigenlijk betekenis van de omgedraaide klas is dat de lerende eerst in contact gebracht wordt met nieuwe leerstof – op welke manier dan ook – buiten de klas en dat de tijd op school dan wordt gebruikt om zich die kennis eigen te maken en te verdiepen door die te gebruiken om problemen gezamenlijk op te lossen, discussies daarover met elkaar uit te voeren, debatten daarover te houden, enzovoorts. Hier geldt dezelfde aanmerking als hierboven. Uitstekende benadering zolang de lesstof goed te begrijpen is zonder interventie van de docent. Maar als de leerstof te moeilijk, te complex, of te abstract is om door alle leerlingen zelfstandig begrepen te worden, zal de docent(e) het grootste deel van de lestijd moeten besteden aan het (her)uitleggen en/of (her)doceren ervan en dan vliegt het uitgangspunt van de omgedraaide klas gewoon het raam uit.

Dus ook hier geldt:  er bestaat geen magische kogel en ‘one size doesn’t fit all’!

paul

Heb je een vraag voor mij? Stel die op http://www.van12tot18.nl/archief/verschenen-nummers/2-ongecategoriseerd/279-vragen-aan-paul

Volg mij ook op Twitter: @P_A_Kirschner

Paul A. Kirschner's avatar

Over Paul A. Kirschner

Nederlands: Paul A. Kirschner (1951) is Emeritus hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit (Nederland), eredoctor (doctor honoris causa) aan Oulu University (Finland), Gastprofessor aan de Thomas More Hogeschool (België) en eigenaar van kirschner-ED. Hij was eerder Universiteitshoogleraar en hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit, Visiting Professor Onderwijs met een leerstoel in Leren en Interactie in de Lerarenopleiding aan Oulu University, hoogleraar Onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht, hoogleraar Contact- en Afstandsonderwijs aan de Universiteit Maastricht en Visiting Professor aan de Open University of Catalonia (Spain). Hij is een internationaal erkende expert op zijn gebied met meer dan 350 wetenschappelijke publicaties. Hij heeft zitting gehad in de Onderwijsraad in de periode 2000-2004 en de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF van 2009-2019. Hij is Fellow van de American Educational Research Association (NB de eerste Europeaan aan wie deze eer werd toegekend), de International Society of the Learning Sciences en de Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science of the Royal Dutch Academy of Sciences (NIAS-KNAW). Hij was president van de International Society of the Learning Sciences in de periode 2010-2011. Hij is hoofdredacteur van de Journal of Computer Assisted Learning en commissioning editor van Computers in Human Behavior. Hij heeft veel boeken (mede)geschreven, o.a. Ten steps to complex learning (Routledge/Erlbaum), Op de Schouders van Reuzen en Wijze Lessen: Twaalf Bouwstenen voor Effectieve Didactiek (beiden gratis verkrijgbaar op het web), twee boeken over mythes in het onderwijs Jongens zijn Slimmer dan Meisjes XL en Juffen zijn Toffer dan Meesters (beiden ook in het Engels verschenen), Evidence Informed Learning Design, and How Learning Happens: Seminal Works in Educational Psychology and What They Mean in Practice. Hij schrift ook regelmatig voor Didactief (de kolom KirschnerKiest over wat docenten kunnen met wetenschappelijke resultaten). Hij wordt gezien als expert op veel gebieden en vooral het ontwerpen van effectief, efficiënt en bevredigend onderwijs, computerondersteund samenwerkend leren (CSCL), mediagebruik in het onderwijs en het verwerven van complex cognitieve vaardigheden. English: Paul A. Kirschner, dr.h.c. (1951) is Emeritus Professor Educational Psychology at the Open University of the Netherlands, Guest Professor at the Thomas More University of Applied Science in Mechelen, Belgium, Honorary Doctor (Doctor Honoris Causa) at the University of Oulu, Finland, and owner of kirschner-ED which carries out educational consultancy, masterclasses for teachers, school heads and educational policy makers, and keynotes/presentations at conferences and other educational get-togethers. He is a Research Fellow of the American Educational Research Association, the International Society of the Learning Sciences, and the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Science. He is a past President (2010-2011) of the International Society of the Learning Sciences and former member of the Dutch Educational Council and the Scientific Technical Council of the Foundation for University Computing Facilities (SURF WTR). He is chief editor of Journal of Computer Assisted Learning and commissioning editor of Computers in Human Behavior. He has also published more than 350 scientific articles as well as many popular articles for teacher journals. As for books, he is co-author of How Learning Happens: Seminal Works in Educational Psychology, Evidence Informed Learning Design, Urban Myths about Learning and Education and More Urban Myths about Learning and Education as well as of the highly successful book Ten Steps to Complex Learning, and editor of two other books (Visualizing Argumentation and What we know about CSCL). He is seen as an expert in many areas and in particular the design of effective, efficient and enjoyable education, computer-supported collaborative learning (CSCL), media use in education, and the acquisition of complex cognitive skills.

3 Reacties naar “RulEg vs. EgRul”

  1. Onbekend's avatar

    Dit is op X, Y of Einstein? herblogden reageerde:

    Dit is een thema waar mijn eigen studenten ook nog steeds mee worstelen en waar Paul geen sluitend, maar toch duidelijk antwoord op geeft: eerst instructie en dan het voorbeeld of vice versa?

    Like

    • Onbekend's avatar

      Ik mis hier voor onderwijsdoeleinden nog wel het mooie onderscheid tussen inductief-vragend, inductief-presenterend en deductief presenterend. Het boekje Innovatief Onderwijs Ontwerpen van Janssen-Noordman (op basis van het werk van Merrienboer) bespreekt dit heel aardig. Ik merk dat onze studenten van de lerarenopleiding doorgaans denken in decuctief of inductief (-vragend), maar zelden zelf bedenken dat inductief-presenterend ook kan. Terwijl dat een redelijk gulden middenweg lijkt tussen benodigde tijd en diepte van verwerking.

      Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Opvallend kritisch bericht in het AOB-tijdschrift over Flipping the Classroom | X, Y of Einstein? - 8 september 2015

    […] one size fits all in onderwijs bestaat niet, dus ook niet te veel flipping the classroom. […]

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je volledige naam en achternaam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.