Op naar sterker onderwijsbestuur

Edith Hooge - Onderwijsbestuur

Edith Hooge – Onderwijsbestuur

Deze bijdrage verscheen eerder op de Onderwijskunde in Utrecht blog.

Op uitnodiging van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap schreef Edith Hooge dit jaar een essay over onderwijsbestuur onder de titel “Hoge verwachting, vrije uitvoering, stevige sturing”. Hooge is bijzonder hoogleraar ‘multilevel governance’ aan de TiasNimbas Business School van de Universiteit van Tilburg, en ze is specialist op het gebied van onderwijsbestuur.

Hooge’s essay is een studie naar de rol die onderwijsbestuur speelt of zou moeten spelen in het hedendaagse onderwijs en het onderwijs van de toekomst. Gedurende anderhalf jaar heeft zij extra gelet op ontwikkelingen die plaatsvinden. Zo constateert Hooge dat de huidige tijdsgeest er een is van maximalisering: de weg omhoog is ingeslagen en excellentie is het codewoord. Dat is opmerkelijk, aangezien Nederland in de wereld bepaald geen gek figuur slaat wat betreft prestaties op het gebied van taal, rekenen, en wetenschap. Als er problemen zijn dan zitten die vooral bij immigranten-kinderen van de tweede en derde generatie. Maar: “Streven naar het tegengaan van onderwijsachterstanden lijkt sowieso niet meer iets van deze tijd. (pagina 9)”.

Hooge signaleert dat ‘het veld’ steeds meer kritiek uit op de regeldruk, en dat er eigen initiatieven ontstaan zijn om hier enigszins onderuit te komen. Dat is een positieve ontwikkeling, maar het gevaar bestaat dat we doorslaan in het afwijzen van regels: onderwijs mag niet te vrijblijvend worden. Het komt erop neer dat onderwijs gebukt gaat onder regeldrift, omdat “regels, recepten en voorschriften voorbijgaan aan de specifieke situatie waarin de hoofdrolspelers van onderwijs in onderling samenspel onderwijs maken en hun eigen betekenis geven aan de bedoeling en de kwaliteit ervan. (pagina 23)”. Elkaar de ruimte durven geven vereist geen regels maar lef. Daar tegenover staat de mogelijkheid om goede verantwoording van elkaar te verlangen. Hooge concludeert daarom dat als leraren hun professionele ruimte opeisen, bestuurders ook eisen mogen stellen aan diezelfde leraren: zij moeten kwalitatief hoogwaardig werk leveren. Die eisen kun je alleen goed stellen door middel van stevige sturing, niet in de zin van (nog meer) regels, maar door het beroep zelf te reguleren. Wie moet er dan voor die regulatie zorgen? De overheid, vanuit haar ‘grondwettelijke zorgplicht’ (Hooge refereert hiermee aan lid 1 uit Artikel 23 van de Grondwet).

Edith Hooge sluit haar betoog af met drie aanbevelingen over de manier waarop de overheid de onderwijskwaliteit kan verbeteren. Met name haar tweede aanbeveling heeft veel stof doen opwaaien. De eerste aanbeveling is om lerarenopleidingen te verbeteren door ‘rijksacademies’ te vormen. De toelatingseisen voor zo’n academie moeten heel streng zijn. Bij selectie wordt niet alleen gelet op academische aanleg, maar ook op ‘aanleg voor pedagogisch-didactisch handelen, bereidheid tot leren en ontwikkelen en motivatie voor het leraarsberoep’. Of je dat alles van een aspirant-leerkracht kunt verwachten, hoe je al deze elementen betrouwbaar en valide vaststelt (als dat al mogelijk is) en of dat een dergelijke selectie garantie voor succes biedt beargumenteert Hooge niet op een oproep tot goed onderzoek hiernaar in Frankrijk en Finland na.
De tweede aanbeveling is om het gegeven dat veel leerkrachten in deeltijd werken te problematiseren. Daar komt bij dat vrouwelijke leerkrachten op dit moment in de meerderheid zijn. Deze combinatie (vrouw en deeltijd) ziet Hooge als funest voor onderwijskwaliteit. Het probleem is namelijk dat een deeltijdwerker niet het volle verstand en hart bij het onderwijs heeft liggen, maar bij ‘de zorg voor thuis’. Het dagblad Trouw kopte hierover: “De deeltijdjuf is slecht voor het onderwijs”. Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad was niet te spreken over deze constatering, met name omdat deze gebaseerd zou zijn op slechts één bevinding van de Onderwijsinspectie. Welke bevinding? Een die is terug te vinden in het laatste onderwijsverslag van de Inspectie. Hoofdinspecteur primair onderwijs Arnold Jonk wist wel waar Hooge zich op baseert, namelijk onderstaande tabel.

Bron: Onderwijsverslag Onderwijsinspectie, 2012-2013

Bron: onderwijsverslag Onderwijsinspectie, 2012-2013

 

Als je de cijfers in de tabel bekijkt dan zie je dat 49 procent van de deeltijdwerkers die een aanstelling lager dan 0,6 fte hebben voldoen aan de beheersing van alle algemeen didactische vaardigheden en differentiatievaardigheden. Voor degenen die een grotere aanstelling hebben ligt het percentage hoger: respectievelijk 52 en 54 procent. De conclusie die daar vooral uit volgt is dat de percentages erg laag zijn. Of het verschil tussen 49 en 54 niet alleen statistisch significant is maar ook relevant, en wel zo relevant dat het noodzakelijk is om het problematiseren ervan expliciet als speerpunt in de overheidsaanpak te benoemen, daar twijfel ik aan. De vraag is ook of Hooge’s voorgestelde oplossing: scholen (alleen?) voltijdswerkers laten werven, niet wat al te kort door de bocht is. De redenering dat de school als werkomgeving aantrekkelijker en ambitieuzer zal overkomen als daar voornamelijk voltijders werken  lijkt me dan ook nogal vergezocht.
Tenslotte beveelt Hooge aan dat onderwijsbesturen meer doortastend worden in hun personeelsbeleid: er is te veel mededogen met niet-voldende functionerende leraren. Wie niet voldoet moet het onderwijs verlaten. Beroepsregistratie en verplichte professionaliseringstrajecten zouden daarbij van dienst kunnen zijn.

De slotwoorden van het betoog maken duidelijk dat onderwijs van ons allemaal is. Het is niet louter de kwaliteit van de leerkracht die de onderwijskwaliteit beinvloedt, ook leerlingen, ouders en de samenleving als geheel spelen hierin een doorslaggevende rol. Goed onderwijsbestuur betekent continu werken aan het verbeteren van de kwaliteit van de relatie tussen al deze partijen.

About Casper Hulshof

Casper Hulshof is docent bij de afdeling Onderwijskunde aan de Universiteit Utrecht. Hij is geïnteresseerd in alles wat met onderwijs, psychologie, en wetenschap in het algemeen te maken heeft en bekijkt de zaken het liefst met een nuchtere, kritische, maar altijd oprechte blik.

2 Reacties to “Op naar sterker onderwijsbestuur”

  1. Jammer dat mevrouw Hooge zich niet afvraagt hoe het komt dat zò weinig gemotiveerde en getalenteerde mensen kiezen voor een fulltime baan in het onderwijs.
    Zou het misschien te maken kunnen hebben met de waardering die het beroep in Nederland zo langzamerhand heeft gekregen? Hoge werkdruk, lage salarissen, slechte secundaire arbeidsvoorwaarden, steeds minder zeggenschap. Het leraarschap is het mooiste vak dat er is, maar alles wordt uit de kast gehaald om in potentie goede leraren er maar niet eens aan te laten beginnen en om de degenen die dat wel deden aan te moedigen om hun leraarschap aan de wilgen te hangen.
    Goed onderwijs begint bij goede leraren. Die zul je dus op alle mogelijke manieren moeten koesteren, of zij nu in deeltijd of in voltijd werken.

    Like

  2. Wat het tabelletje betreft: het staat op p.98 van het Onderwijsverslag 2012-2013 van de Onderwijsinspectie, en het wordt toegelicht op pp.82-86.. Op p.38 staat de samenvattende passage waarop Edith Hooge zich beroept: ‘Leraren [in het basisonderwijs] laten [bij lesobservaties van de Inspectie] niet allemaal in dezelfde mate zien over welke vaardigheden zij beschikken. Leraren met een deeltijdinstelling beheersen [zo blijkt uit de lesobservaties] de algemeen didactische en differentiatievaardigheden gemiddeld minder goed dan leraren die voltijds werken. Hetzelfde geldt voor beginnende leraren. Ook laten leraren met meer dan twintig jaar ervaring zien dat ze beide soorten vaardigheden minder goed beheersen.’
    Nergens in het Onderwijsverslag wordt gedocumenteerd op welke wijze onderzocht is of de geobserveerde leerkrachten over de onderscheiden vaardigheden (bv. differentiatievaardigheid) beschikken en waar de uitkomsten daarvan geboekstaafd zijn. Is er bij het coderen en rapporteren van de lesobservaties onderscheid gemaakt tussen (a) X heeft getoond dat zij over Y beschikt, (b) X heeft getoond dat zij niet over Y beschikt en (c) X heeft niet getoond of zij al dan niet over Y beschikt? Zie ook mijn blogbericht d.d. 18/4/2012 (plus reacties) over deze methodologische mistigheid van de Inspectie: http://www.onderwijsethiek.nl/onderwijs/hoeveel-leraren-scoren-onvoldoende

    Like

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen. Graag met je eigen naam ondertekenen, geen pseudoniemen. Anonieme reacties worden verwijderd.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: